Levende taal


Met gepaste trots liet onze goede vriend zijn nieuwe auto zien. Eerlijk is eerlijk: wij hadden er om gevraagd. Hij had de bezichtiging niet aan ons opgedrongen. Een paar maanden geleden had hij wel verteld dat hij stad en land had afgestruind naar dit type. Uiteindelijk had hij het 150 kilometer van huis gevonden. Het was een mooie auto. Ik heb er niet zo veel verstand van dus ik noem het maar even een Renault Jeep. De eigenaar wees me op het navigatiesysteem. “Compleet met straotenverraojer”, zei hij. Brabants is een levende taal.








Koninginnedag




                                             Anno 2006








Solidair


Wouter Bos heeft eindelijk kleur bekend. Nou ja, eindelijk . . . Voor wie zijn boek heeft gelezen kan het verhaal van gisteren nooit een grote verrassing zijn geweest. Het is allemaal wat minder zweverig, dat wel.

Het belangrijkste van de publieke coming out vind ik dan ook dat eindelijk het politieke spel op de wagen is. We hebben het nu niet langer over het gedachtegoed van de schrijver W. Bos, maar over de politieke lijn waarlangs PvdA-leider Wouter Bos ons land wil leiden. Pim Fortuyn had alles wat hij dacht ook al een keer in columns opgeschreven, maar het werd pas serieus toen hij zijn lijsttrekkerspet opzette. Zo gaan die dingen.

Solidariteit is de rode draad in het verhaal van Bos. Dat spreekt me aan. Mensen die het goed hebben kunnen hun welvaart best delen. Hij zegt onder meer dat ouderen straks moeten gaan meebetalen aan de AOW, zodat ook minder bedeelden mee kunnen profiteren. Laten we eerlijk zijn: de generatie waartoe ik (50) behoor zal het straks beter hebben dan onze ouders. Veel van mijn generatiegenoten wonen in koophuizen die bijna vrij zijn op het moment dat we met pensioen gaan. Van onze generatie hebben veel mannen en vrouwen straks allebei een pensioen opgebouwd. Wij kunnen met z’n allen wel hard schreeuwen dat ze van onze zuurverdiende centen moeten afblijven, maar persoonlijk vind ik dat krokodillentranen.

Solidariteit is een groot goed. Maar ik ben ook genoeg Nederlander om meteen te vragen waar mijn centen dan heen gaan. Want wie zijn die minder bedeelden? Er zijn ook mensen die het wel best vinden dat ze een uitkerinkje hebben en die verder wat bij schnabbelen al dan niet in de hennepteelt. Er zijn genoeg mensen die een beetje achterover leunen en het wel goed vinden dat ze worden onderhouden. Ik vind dat iedereen die kan werken dat ook moet doen. Ik kan er zelfs mee leven dat iemand met een uitkering maar een paar uur in de week werkt. Het gaat mij om het principe.

Solidariteit is een groot goed, maar het moet van twee kanten komen. En dat bereik je niet met zalven en halfzachte maatregelen. Ik heb gelukkig nog tot volgend jaar om te onderzoeken welke partij het meest solidair is met mensen die echt niet voor zichzelf kunnen zorgen maar die tegelijkertijd zoveel banen schept dat iedereen die wel kan werken ook aan het werk komt. Al dan niet gedwongen.








Lintjes


Het regent vandaag weer lintjes. Ik heb lang nagedacht hoe ik dit cliché zou kunnen vermijden, maar na ruim dertig keer lintjes kan ik geen woorden meer vinden die ik nog nooit heb gebruikt. Dus dan is alles een cliché.

Ook in Brabant worden honderden mensen onderscheiden. Met als absolute topper natuurlijk Sandra Reemer. Ja, die is van ons. Dat u het maar weet.

Vroeger toen wij bij de omroep nog vier aparte uitzendingen hadden voor elke regio in onze provincie probeerden we bij zoveel mogelijk uitreikingen een verslaggever te hebben. Onze reporters raasden door hun gebied. De mensen waar we niet naar toe konden werden allemaal opgebeld voor een live-gesprekje. Wie dan nog buiten de boot viel werd in ieder geval in de radio-uitzending genoemd. Als jouw naam die dag niet door de ether schalde was er iets mis gegaan.

Nu we één uitzending hebben voor de hele provincie doen we er nog maar een paar, de rest wordt op onze website gezet. Vroeger was je anderhalve dag bezig om alles op een rijtje te krijgen en te plannen. Nu is het in een paar uurtjes gepiept. Aan mij de zware taak om uit een paar honderd mensen er vier te kiezen die bezoek krijgen van een verslaggever of die in de uitzending mogen. Dat is een zware keuze want al die mensen hebben het verdiend om op de radio te komen.

Ik troost mij maar met de gedachte dat ook het noemen van een naam op de radio aan devaluatie onderhevig is in een land waar iedereen dankzij SBS en Talpa een BN’er is. Je hebt volgens mij tegenwoordig meer kans jezelf op de buis te zien dan om een onderscheiding te krijgen.








Brainstorm


Ik gooi effe iets in de groep. Voor de brainstorm, zeg maar. Dan mag je alles roepen wat je wil, niets is gek en niemand schiet jouw gedachten bij voorbaat af. Alles is bespreekbaar. Dat is veilig en het leidt meestal tot een goed idee.

Daar komt ie: ABN/Amro gaat een deel van het administratieve werk naar India verplaatsen. Ik hoorde een topman heel veel redenen opnoemen voor die move. Nog tijdens het item in het NOS-Journaal riep ik al: zeg nou maar gewoon dat het goedkoper is. Kijk, dat is fout in een brainstormsessie. Daarin moet je mensen altijd laten uitspreken. Sorry soms ben ik te gretig. Aan het eind van het interviewtje zei hij zelf dat het ook goedkoper is. Met de nadruk op ook.

Zo’n verplaatsing is natuurlijk heel goed voor India. Mensen hebben het daar al veel minder goed dan wij dus alle werk is welkom. Kunnen ze ook eens profiteren van de welvaart waar wij al decennia mee gezegend zijn. In Nederland verdwijnen er bij ABN/Amro 650 banen. Da’s lullig voor die mensen, zeg nou zelf. Maar ja, die hebben het al zo lang goed gehad.

En iedereen snapt toch ook wel dat zo’n bank winst moet maken. Eén miljard noteerden ze bij de bank. En dat is natuurlijk niet genoeg. Dat kan veel beter. Logisch. Voor wie dat geld is? Dat weet ik niet, daar is de brainstorm voor. U bent zo aan de beurt. Vroeg daar iemand of zo’n bank ook niet een soort maatschappelijke verantwoording heeft ten opzichte van het land van herkomst? Wacht nou even, laat me effe uitpraten, ik gooi er nog een stelling tegenaan: over 25 jaar heeft Nederland meer voedselbanken dan er callcentra zijn in India. Zo, nou kan er op geschoten worden.








Krijgertje



Wij woonden vroeger in keurige rechte straten met namen als Lindelaan of Merelstraat. Mijn vriendjes woonden in de Wielewaallaan en de Leeuweriklaan. Straten hadden gewone namen. Prinses Julianastraat bijvoorbeeld. Of Waalstraat. Of straten waren vernoemd naar dominees, pastoors en staatsmannen, zoals Schaepman en Thorbecke.

Je wist altijd meteen wat een straatnaam betekende. En als je vanuit Son over de Eindhovenseweg reed wist je dat je niet op weg was naar Helmond. Het was allemaal duidelijk. Maar naarmate er meer straten kwamen raakten de vogel-, prinsessen- en burgemeestersnamen blijkbaar op. En plotseling woonden mensen op Cannenburgh en andere naar kastelen genoemde doolhofjes waar je steeds verdwaalde. Er stond geen straat, laan of weg meer achter.

Ach, zo gaan die dingen. Maar toch heb ik er wel even aan moeten wennen toen wij jaren geleden een huis kochten op zo’n hofje met de naam Krijgertje. Elke keer als je je adres op gaf moest je het spellen en uitleggen. Andere hofjes in die wijk heten Diabolo, Steltlopen en Schuilevinkje. U raadt het al, de wijk als geheel heet Speelheide.

Ik dacht dat het wel niet gekker zou worden, tot ik van de week las dat in Geldrop straten bouwrijp gemaakt worden met namen als Pepijn, Gimli, Erebor, Durin, Thorin en Fili. Ik durf te wedden dat de ontsluitingsweg om dit nieuwe wijkje Ringweg gaat heten.








Roomijs


Bent u wel eens met de trein naar Den Bosch gekomen? Dan weet u dat aan de stadskant van het station een zilverkleurige toren staat met onderin een vestiging van Houwens Vlaai. De lekkerste vlaai in de stad. En ze hebben er de echte Bossche Bollen die ter plekke met slagroom worden gevuld. In de zomer koop ik er op weg naar huis wel eens het lekkerste roomijs dat ik ken. Nou ja, wel eens . . . Wel eens vaak eigenlijk.

Ze zijn op zondag open. Dus als je dan bezoek krijgt kun je verse vlaaien halen. Tot tien uur met gratis slagroom. Of bollen. De rijen op zondagmorgen zijn onafzienbaar, maar je hebt het er voor over.

De laatste weken was de winkel dicht wegens verbouwing. Ik had wel eens iets gehoord over het faillissement van de vlaaienfabriek, maar de winkels zouden open blijven. Ik vond dat het lang duurde, zeker nu het mooi weer wordt en mijn trek in roomijs begint op te spelen.

Gistermiddag waren de afdekplaten van de ramen. Er waren wat Turkse jongens bezig met de laatste werkzaamheden. De zaak was helemaal veranderd, logisch anders hoef je niet te verbouwen. Waar ik van schrok, was dat het reclamebord met Houwens Vlaai verdwenen was. Daar prijkt nu een bord met Döner Kebab. U begrijpt het al: Den Bosch is definitief toegetreden tot de multi-culturele wereld. Toch jammer van die vlaaien. En van dat roomijs.








Soestdijk (4)


Dat zul je nou altijd zien. Maria vroeg mij – naar aanleiding van het stukje over de kamelen – of ik mijn eigen weblog niet als een medium beschouw. Ik antwoordde haar dat je met echte media invloed kunt uitoefenen en dat mijn weblog daarvoor veel te onbeduidend is. En dat ik Stroomopwaarts dus niet als een echt medium beschouw maar als een leuk tijdverdrijf.

Nou, dat is het dus wel. Nadat Prins Bernhard ons was ontvallen pleitte ik er voor Paleis Soestdijk open te stellen voor het publiek. De koninklijke familie, het kabinet en de RVD deden net alsof ze mijn pleidooi niet hadden gelezen. Maar vandaag kwam dan toch het verlossende woord. Paleis Soestdijk wordt tijdelijk opgesteld voor het publiek. Onder voorwaarden, dat wel. Maar nergens lees ik dat dat aan mij te danken is. Nou, laat minister Dekker dan maar de eer, heeft ze ook eens iets leuks in haar leven. (lees meer)








Pieter


Er overviel mij vanmorgen op de fiets een groot gevoel van medelijden. Zomaar, opeens. Waarschijnlijk vielen schokkende beelden die ik vorige week zag, een artikel dat ik vanmorgen las en de lijdensmuziek op mijn Ipod samen. Ik werd vervuld van medelijden met staatssecretaris Pieter van Geel. Als u mij nu voor gek verslijt neem ik u dat niet kwalijk.

Pieter van Geel was tot voor een paar jaar geleden heer en meester in Brabant. Als gedeputeerde van ruimtelijke ordening bepaalde hij het uiterlijk van onze provincie. Hij werd hier bezuiden de grote rivieren bejubeld als een vorst. Het is dat Brabanders een nuchter volk vormen anders zouden zij Pieter elke zondag na de Hoogmis op de schouders over het kerkplein hebben gedragen.

En toen moest hij opeens zo nodig naar Den Haag. Nog even leek het er op dat hij ook binnen het CDA koning zou worden, maar de Haagse mores is anders dan de Brabantse. Pieter van Geel werd staatssecretaris van milieu op het moment dat niemand meer iets om het milieu gaf. Het was islam wat de klok sloeg.

Pieter heeft altijd veel op gehad met de plattelanders. Knoestige Brabantse boeren van KVP-origine stemden trouw op hem. Daarom heeft Pieter het opgenomen voor de plattelanders rond Schiphol. Hij spreekt hun taal en beloofde hen te beschermen tegen het vliegtuiggeweld. Tot hij vorige week min of meer werd teruggefloten in het kabinet. Ik zag hem in het NOS-Journaal. Zijn collega Schulz van Haegen (als ze niet af en toe zwanger zou zijn, zou je van haar bestaan niet weten) vertelde dat die plattelanders helemaal niet zo strikt beschermd zullen worden. Schiphol gaat groeien.

Pieter stond naast haar en trilde als een rietje. Mijn hemel, wat was hij zenuwachtig. Zijn handen schoten alle kanten op. Toen hij voor de camera mocht zei hij dat er later dit jaar plannen bekend  worden en hij suggereerde dat het misschien nog wel goed zou komen voor de boeren en buitenlui. Maar je zag aan zijn schichtige ogen dat hij het zelf niet geloofde.

Er was niets meer over van die zelfbewuste Brabantse bestuurder. En er was ook niets meer over van de beschermheer van de plattelanders. En dat vind ik dus zielig voor Pieter en daarom overviel mij vanmorgen een groot gevoel van medelijden. Pieter kom maar gauw naar huis.








Kleur



Ik ben niet zo’n liefhebber van moderne beeldende kunst. MAVO hè . . . Het schoolconcert in de aula was het belangrijkste culturele evenement van het jaar. En de Oudheidkamer in Tiel natuurlijk.

Maar er zijn wel moderne dingen die ik kan waarderen. Zoals het kunstwerkje op de foto die ik vorige week maakte in Eindhoven. Niet het kunstwerkje natuurlijk, maar de foto. Anders had ik wel geschreven DAT ik vorige week maakte.

In Eindhoven staat het Van Abbe Museum, één van de belangrijkste musea voor moderne kunst in ons land. Dat weet ik dan weer wel. De nieuwe directeur vond het gebouw aan de buitenkant een beetje saai. Daarom kreeg de Eindhovense kunstenaar John Körmeling opdracht voor een vrolijke noot te zorgen Op te pimpen zal ik maar zeggen. Hij maakte het kleinste voetbruggetje ter wereld over een stroompje dat langs het Van Abbe loopt. Kijk, dat kan ik waarderen . . . 








Kamelen


Op de een of andere manier heb ik een zwak voor woonwagenbewoners, hoewel ik nog nooit een joint heb gerookt. Het heeft niets met hun hartverscheurende muziek te maken, zoals u zou kunnen denken na het stukje dat ik eerder deze week schreef. Nee, voor het pluggen van de Bauers ben ik niet verantwoordelijk.

Ik hou van hun simpele levensstijl, ze trekken zich van God noch gebod iets aan. Misschien ben ik wel een beetje jaloers. Voor een krant heb ik twee jaar woonwagenzaken in mijn portefeuille gehad. Toen heb ik geleerd dat woonwagenbewoners heel moeilijk abstract kunnen denken. Je kreeg ze niet aan het verstand gepeuterd dat er regels zijn waardoor sommige dingen tijd kosten of sommige dingen niet mogen. Maar ja, leg in dit land ook maar eens uit dat er wel softdrugs verkocht mogen worden, maar dat zij niet de daarvoor benodigde hennep mogen telen.

Afgelopen week was de week van de woonwagenfamilie Pfaff in Eindhoven. Begin april zijn ze door de politie van hun kampje gezet omdat daar tennisvelden moeten komen. Aanbiedingen voor een andere plek hadden ze toen al afgewezen. De ontruiming verliep rustig, de familie verhuisde tijdelijk naar een ander kampje. Ondertussen wordt er naar een permanente oplossing gezocht. Maar ze eisten de volgende dag al een oplossing. Dat kon niet. En vanaf dat moment demonstreren ze met enige regelmaat in de stad. Tot gisteren, toen enkele leden van de familie werden gearresteerd.

En intussen belden ze elke keer naar ons op om hun acties aan te kondigen. Ze dachten dat media-aandacht wel zou helpen, maar ze weten niet wat overkill in het Nederlands betekent.

Deze week belde Josephine van een kamp in Den Bosch. Ze was boos en wilde aandacht. U moet weten dat er sinds een paar dagen op een veldje in mijn woonplaats twee kamelen staan, die dagelijks worden gemolken. Dat is een afstudeerproject. De regionale media hebben er al aandacht aan besteed, volgende week komt u het vast ook tegen in uw landelijke krant.

Josephine was boos omdat dat terreintje misschien ooit een woonwagenkampje kan worden voor haar en haar familie.  En nu stonden er twee kamelen op. Voor Josephine was het helder: kamelen zijn belangrijker dan woonwagenbewoners.

Ik vroeg haar wanneer ze daar dan haar kampje mocht vestigen. In 2007 of 2008, zei ze. Maar dan is het toch geen probleem dat er nu tijdelijk twee kamelen staan, vroeg ik. Maar dat had ik niet goed begrepen. Het ging op het principe. Het was aan hun beloofd en dan horen er geen kamelen te staan. Nu niet en nooit niet. Zo simpel was het. En dat moest in de media. Ik heb Josephine teleur moeten stellen.








Persoonlijke omstandigheden


Er zijn van die weken dat opeens allerlei herinneringen boven komen. Uit de gekste hoeken en gaten van mijn hoofd kruipen ze omhoog, als insecten die bij mooi weer onder de tegels vandaan komen. Het is het voorjaarszonnetje.

In Haaren is wat commotie over een VVD-gemeenteraadslid dat na vier weken al opstapt. Iedereen zwijgt in alle talen. Persoonlijke omstandigheden, zeggen ze. Dat herinnert mij aan een voorvalletje uit mijn journalistieke leerlingentijd. In Barneveld trad een gemeenteraadslid af na een korte periode. Ook vanwege niet nader genoemde persoonlijke omstandigheden. Hij wilde wel praten Ik werd er op af gestuurd.

Eenmaal in de woonkamer vroeg hij meteen: “Mis je niks . . .?”

Ik keek eens goed rond, maar er viel me niks op. “Sorry meneer,” zei ik, “maar ik mis niks.”

“Kijk nou een goed,” drong hij aan.

De woonkamer zag er heel normaal uit, dus ik haalde ietwat vertwijfeld mijn schouders op. Ik voelde me als jong journalistje-in-de-dop vreselijk dom tegenover een hooggeëerd gemeenteraadslid. Ook al was hij dat maar kort.

“Er is hier geen vrouw in huis,” zei hij. Ik was nog te jong om het gewicht van die mededeling meteen te kunnen begrijpen.

Ik heb vast heel schaapachtig gekeken want hij liep meteen leeg. Zijn vrouw had hem verlaten. Ze had al een tijdje een verhouding met een andere vent en woonde nu met die man in een caravan op een camping even verderop. Hij deed een boekje open over zijn vrouw, het schaamrood steeg mij naar de kaken. En daarom wilde hij zo ver mogelijk weg van dit dorp. Hij had een baan gevonden aan de andere kant van het land. En daarom, jongeman, was hij gestopt als gemeenteraadslid. Maar dat hoefde natuurlijk allemaal niet in de krant.

Hij stond op, liep naar de keuken. “Tja, ik zal zelf koffie moeten zetten,” zei hij.








Volks


Eén van onze oudere radiotechnici wordt nog steeds lyrisch als hij de anekdote vertelt. Lang geleden stonden er drie kleine jongetjes van het woonwagenkamp in Nuenen voor de deur van de oude studio. Ze hadden gitaren bij zich en beweerden dat ze zo goed konden spelen dat ze op radio Brabant moesten. De technicus hoorde ze aan, was verkocht en loodste ze een uitzending binnen. Het Rosenberg Trio was geboren mede dankzij een optreden bij Omroep Brabant.

Een generatie later meldde zich een jongetje van het kamp in Fijnaart met een singeltje. Iemand van ons herkende er meteen een talent in en draaide het grijs. Een paar jaar later trok Franske Bauer volle zalen. Toen kwam Grad Damen. Hij won een mede door ons georganiseerde talentenjacht.

En sinds een jaar of anderhalf wordt de studio platgelopen door de Tilburgse volkszanger Wesley. Hij wordt altijd vergezeld door een kleerkast, die zijn manager is. Soms brengt hij mooie blonde meiden mee. Wesley is een aardig jong zeggen de mensen van de varia-afdeling. Een vriendelijk woord voor iedereen, altijd gadgets bij zich voor de liefhebbers en nooit te beroerd om een handtekening uit te delen. Voor de kinderen van de collega’s natuurlijk. En wij draaien trouw zijn plaatjes. Nu breekt ook hij landelijk door met een reality-soap bij SBS.

U begrijpt inmiddels wel waar de springplank tot wereldsucces ligt. Mocht u ambities hebben kom dan gerust eens langs. Het helpt als u een beetje volks bent.








Tasje


Het meisje van Teteringen doet mij opeens denken aan een nog steeds mysterieus voorvalletje uit mijn jeugd. Maar laat ik eerst even kort uitleggen wie dat meisje was. Haar dode lichaam werd 15 jaar geleden gevonden in Teteringen. Tot op de dag van vandaag weet niemand wie ze is. Maar er zijn nieuwe DNA-technieken dus heeft de politie het dossier afgestoft. In ons eigen opsporingsprogramma Bureau Brabant werden getuigen opgeroepen en gisteravond besteedde Opsporing Verzocht van de AVRO er ook aandacht aan. In onze uitzending legde een politievrouw uit dat er bij mensen best herinneringen boven kunnen komen, ook al is het vijftien jaar geleden. TV-beelden doen soms wonderen.

Ik zal een jaar of tien geweest toen ik met vriendjes door de Tielse uiterwaarden struinde. Dat deden we vaak en we verlegden daarbij steeds onze grenzen, maar nooit zo ver dat we het witte huis van Ot van Soest, annex verfwinkel. niet meer konden zien. Want vanaf dat huis, bovenop de dijk, konden we de wijk zien waar we woonden. Dat was vertrouwd.

Op een dag gingen we over de zomerdijk richting het haventje. Ver uit het zicht van het witte huis. Dat was heel spannend In het haventje lagen woonboten. Daar woonde rauw volk op, vonden wij. De dijk hield een eind voor het haventje op. Daar bleven we even staan om het nieuw ontdekte gebied te inspecteren. Eén van ons slaakte opeens een gil. Hij had een hol in de dijk ontdekt. De ingang was afgedekt met wat takken. We twijfelden, maar besloten uiteindelijk de takken weg te halen. Een meter achter de ingang stond een tas. Verder was het hol leeg.

We durfden niet in de tas te kijken. Dat weet ik zeker. Herinneringen vervagen, maar wat ik nog wel weet is dat we het op een lopen zetten. We wisten niet wat we er mee aan moesten. Ik herinner me nog dat we er, buiten het zicht van het hol en eventuele bootbewoners, lustig op los fantaseerden wat er nou in die tas gezeten zou kunnen hebben. Ik herinner me ook nog dat één van de vriendjes vertelde dat er laatst in Duitland ook zo’n vondst was gedaan en dat er in die tas resten van een menselijk lichaam zaten. Dus het was maar goed, vonden wij, dat wij met onze tengels van die tas waren afgebleven.

Veel later hoorde ik een verhaal van een vriendje dat hij op de dijk een vrouwelijke bootbewoner met grote houten ton had zien lopen. En hij had gehoord dat iemand anders tegen haar had gezegd: leg maar in het hol. Maar dat kan ik net zo goed gedroomd hebben. Dat van die tas weet ik in ieder geval zeker.

De vraag is dus: wat herinner je je nog na zoveel jaar? Maar goed, mocht er ooit een zaak in het nieuws komen die bekend staat als Tasje van Tiel, dan weet u dat wij dat veertig jaar geleden al ontdekt hebben. Mocht er in de omgeving van het hol in de zomerdijk DNA van mij gevonden worden kan ik u met de hand op het hart verklaren dat ik er verder niks mee te maken heb.








C2000


C2000 is het nieuwe toverwoord van de Nederlandse hulpverleningsorganisaties. Het is een communicatiesysteem dat niet gekraakt kan worden. Ja, ja. De Nederlandse journalistiek heeft geprobeerd mee te mogen luisteren maar dat heeft de overheid afgewezen. Daar ben ik niet zo rouwig om. Voor veel journalisten is het woordje politiek al net één letter te moeilijk, laat staan dat ze de hele dag met hun oor aan de politiescanner gekluisterd zouden zitten. Dan ontgroeien ze nooit het stadium van de politieberichtjes waarmee mijn leeftijdgenoten en ik hun loopbaan moesten beginnen.

Hopelijk kunnen de politiemannen en –vrouwen op straat een beetje wegwijs met het systeem. Ik zeg dat niet voor niks. Jarenlang hebben wij thuis het oude telefoonnummer van Rijkswaterstaat gehad. De eerste vier jaar kregen we gemiddeld vier telefoontjes per dag van mensen die niet wisten waar ze het strooizout moesten afleveren tot lieden die ons gehele personeelsbestand onder de loep wilden nemen. Maar in ons huis hebben alleen Poes&Broer personeel.

Het laatste jaar wordt het aantal telefoontjes minder. De enigen die nu nog regelmatig bellen zijn politiemensen. Afgelopen zaterdagmorgen nog. Een politieman uit Rosmalen. Hij meldde trots dat ze de dader van de aanrijding hadden gepakt, maar dat ze van ons nog steeds geen aangifte hadden gekregen. Ik zei dat ik van geen aanrijding wist. Het bleek dat hij Rijkswaterstaat moest hebben (alsof daar op zaterdagmorgen voor Pasen de telefoon zou worden opgenomen).

Kijk, als je na bijna zes jaar je telefoonlijst niet up-to-date kunt krijgen hoe denk je dan ooit C2000 onder de knie te krijgen. Maar wie weet, doet dat systeem dat allemaal automatisch. Dan heb ik er tenminste privé nog iets aan.








Kouwe kant


Een tante van Marlies vierde haar 65ste verjaardag. Er was mij een ontmoeting in het vooruitzicht gesteld met familieleden die ik alleen uit de verhalen kende. Dat is altijd spannend, want het is een uitgelezen manier om te controleren waar de schoonfamilie haar eigen belang heeft aangedikt.

Bij binnenkomst in het zaaltje kwam er onmiddellijk en man op Marlies afgelopen. Hij begroette haar meer dan hartelijk en sprak de enige juiste woorden voor dat moment: “Dat is lang geleden. Hoe is het met je? En dat moet dan Jan zijn?” Hij was tegen mij, de onbekende, al even hartelijk. “Dat is nou neef N.,” zei Marlies.

N. komt het meest voor in de familieverhalen. Het beeld dat ik had was dat van een stuudje. Hij kon namelijk, zo werd mij door alle tantes keer op keer verzekerd, enorm goed leren. Het stuudje bleek een man van mijn leeftijd. Tuurlijk. Zijn leven was ook door gegaan. Het klikte meteen. N. bleek een aardige vent die net als zijn nicht en ik gek zijn op Italië en dat schept een band.

Volgens de tantes die altijd zo hoog over hem opgeven was hij wel een beetje wereldvreemd. Daar merkte ik niets van. We lieten ons het bier goed smaken en babbelden over wereldse zaken dat het aard had.

“Ik begreep dat jij iets aan de universiteit van Delft doet,” zei ik. Dat viel wel mee, zei hij. Hij stond op de pay-roll bij KPN en was deeltijd-hoogleraar. Hij was zo’n beetje de uitvinder van UMTS. KPN had een paar patenten aangevraagd op zaken die hij had ontwikkeld. Stom dat hij dat zelf niet had gedaan, maar daar had hij het geld niet voor gehad. Verder reisde hij veel over de wereld om lezingen te verzorgen op congressen en universiteiten.

Mijn hart schrompelde tot een kidney-boon. Ik hoopte maar dat hij niet zou vragen waar ik had gestudeerd. Wat had ik dan moeten zeggen: de christelijke MAVO in Tiel? Ik ben al van de kouwe kant van de familie, laat staan dat ik ook nog eens het zwarte schaap zou moeten worden. Hij vroeg het niet. In plaats daarvan kwam hij met nog een leuk logeeradres op de grens van Toscane en Umbrie op de proppen. Hij pakte een bierviltje en schreef het adres op.

P.S.: Ik heb de nieuwe neef natuurlijk gegoogeld. Hij is prof. dr. Ir. in de telecommunicatie. En tweemaal cum laude afgestudeerd. Hij heeft heel veel publicaties op zijn naam staan. Ik ben trots op onze neef.








Mimi


In onze straat woont Mimi. Ze is ruim 80 en weduwe. Maar Mimi is bovenal Mariavereerster. Ze is niet gek hoor, welnee. Ze is lief. Aan de voorkant van haar huis heeft ze één hoog raam met een diepe vensterbank waardoor er een nis is ontstaan. Die nis is ingericht als Mariagrot. Toen wij net in deze straat woonden dachten wij dat het een winkeltje was. Maar dat was niet zo. Het was het huis van Mimi.

Ze stond laatst in de krant en ik las dat ze achter in haar tuin, die aan ons oog onttrokken is, een Mariakapelletje heeft. Mimi zorgt ook steeds voor verse bloemen aan de voet van het Christusbeeld in het plantsoen vlak bij onze straat. Soms zitten daar junkies die weinig respect kennen voor Mariavereersters en die de bloemen uit de vazen rukken. Mimi is geduldig en zet er onverstoorbaar nieuwe in. Ze loop per jaar misschien wel duizend kilometer als collectant voor elk goed doel. Ze poetst nog steeds de kerk en ze is fanatiek aanhanger van de voetbalclub waar haar man lid van was.

Mimi is een onbeschreven blad en ze verdient een eigen standbeeld naast het door haar gekoesterde Christusbeeld. Maar deze week zagen we dat ze ruzie had. Met twee andere mevrouwen uit de straat. Die spraken dreigende taal. Mimi zet in haar tuin namelijk eten klaar voor zwerfkatjes, zo begrepen wij uit de heftige conversatie. Ik heb in onze buurt nog nooit een zwerfkatje gezien.

En nu, zo hoorden we, zitten de katten van die mevrouwen ook steeds bij Mimi in de tuin. Dat vinden die mevrouwen niet leuk want het zijn hun katten en die horen op hun schoten. Zij horen er plezier van te hebben. Ze eisten op hoge toon het alleenrecht op hun katten. Poes&Broer zouden zich een krul in de staarten gelachen hebben als ze het gehoord zouden hebben. De mevrouwen dreigden met maatregelen als Mimi niet onmiddellijk haar goedertierenheid jegens de buurtkatten zou staken. Wij bidden nu tot het Mariabeeld in het raam van Mimi dat God haar bijstaat.








Oefening


We hebben op ons donder gekregen, Alice en ik. En Christine van de tweede verdieping kreeg er ook van langs. Het kwam zo: gisteren hadden we een ontruimingsoefening in ons studiogebouw op het steriele bedrijventerrein zonder stamkroeg. We moesten zo snel mogelijk het gebouw uit zodra we het alarm hoorden.

En toen kwam het alarm. Nou krijg je ons niet zo gauw gek, dus mijn collega Alice nam de kom met onze afdelingsvis mee naar buiten. Het is een goudvis, dus die laat je niet zomaar staan. Ook al is het geen echte brand. Ik vond het heldhaftig van Alice.

Ikzelf verliet waardig en zonder een spoor van paniek het pand. Omdat het buiten regende en fris was nam ik een bakje koffie mee dat toch op mijn bureau stond. Om lekker warm te blijven op het parkeerterrein tegenover het studiogebouw op het bedrijventerrein zonder stamkroeg.

En Christine nam een mandje met chocolade paaseitjes mee. Het was haar laatste werkdag en ze tracteerde haar collega’s. Ze wilde de eitjes niet laten smelten in de vlammenzee, ook al was het niet echt. Je moet het wel echt maken natuurlijk.

EN DAT HADDEN WIJ NOOIT MOGEN DOEN!!!!!!! Zei die meneer van de brandweer.

Want:

1: De vissenkom had in het gedrang kunnen vallen. Mensen hadden dan in het glas kunnen trappen.

2. In het gedrang had iemand mijn gloeiendhete koffie over zich heen kunnen krijgen.

3. De paaseitjes hadden uit het mandje kunnen vallen en daar hadden mensen in het trappenhuis over kunnen struikelen.

En, oh ja, ik vergeet nog bijna het belangrijkste. Dirk. Dirk is onze gehandicapte collega die niet kan lopen. Twee collega’s pakten hem meteen op en droegen hem in een speciale stoel vanaf de tweede verdieping door het trappenhuis naar buiten. Heel attent, zei één van onze Bedrijfshulpverleners, maar Dirk had pas als laatste naar beneden gemogen. Hij zou namelijk in het echt, als er paniek uitbreekt, onder de voet gelopen kunnen zijn.

Nou, nu heeft u toch heel wat geleerd dacht ik zo. Ik vind brandweeroefeningen best moeilijk.




                         Gered uit de vlammenzee








Wachtgeld


Er is weer wat commotie over wachtgeld voor gemeentebestuurders. Het begon deze week in Tilburg. Daar hebben de afgelopen jaren raadsleden ten onrechte wachtgeld gekregen omdat ze 65 jaar waren. Dan krijgen ze ook AOW en dan schijn je geen wachtgeld meer te mogen ontvangen.

En nu is er discussie over het wachtgeld voor wethouders. Er gaan binnen de PvdA stemmen op om daar paal en perk aan te stellen. Wethouders moeten na hun bestuurlijke periode maar snel op zoek naar een andere functie. Toevallig heb ik in mijn vriendenkring enkele mensen die met dit bijltje hebben gehakt of hakken. Ik denk dat je niet te lichtvaardig aan het wachtgeld van wethouders moet komen.

Degenen die ik ken steken hun hele ziel en zaligheid in hun werk. Meestal vijftig uur of meer per week en dat minstens vier jaar lang. Ze verdienen goed maar niet bovenmatig, zeker niet als je dat afzet tegen hun inspanning. En het afbreukrisico is enorm. Als jou partij bij de gemeenteraadsverkiezingen fors verliest als gevolg van stupiditeiten in Den Haag, dan loop jij kans je baan te verliezen en daarmee ook je inkomen. Al heb je nog zo je best gedaan in je eigen dorp. En neem van mij maar aan dat ze heel snel na hun val op zoek gaan naar ander werk.

In de Brabantse gemeente Mill en St. Hubert hebben ze het probleem goed begrepen. Daar hebben ze deze week besloten tot het afsluiten van een “verzekering kort-leven pensioenrisico voor wethouders”. Je kunt het ook overdrijven :-)








Opstanding


Het is de Goede Week. (Mijn kortstondige carrière als christen dwingt mij die woorden met hoofdletters te schrijven.) De belangrijkste week voor christenen, zelfs in jaren dat er WK voetbal is. Het is de week die uitmondt in Pasen, de Opstanding van Jezus, de kern van het geloof. Zonder Opstanding geen leven na de dood. En zonder leven na de dood geen geloof. Dus zonder geloof geen hoop voor wie gelooft.

Nog voordat het Pasen is, probeert het CDA al uit de dood te herrijzen.  De christenen onder de Haagse stolp hebben ontdekt dat de verkiezingsuitslag wel eens het gevolg zou kunnen zijn van hun hondentrouw aan de door ondernemers aanbeden VVD en aan het gebrek aan een sociaal gezicht. In hun blinde paniek schijnen ze nu besloten te hebben dat de presentatie van het beleid vrolijker moet en minder inhoudelijk.

Dat vind ik een flagrante schending van respect voor het Nederlandse volk. Alsof dat alleen maar geïnteresseerd is in uiterlijk vertoon. Maar zo zijn sommige christenen, behalve de fraters van Tilburg natuurlijk. Die hebben de gelofte van armoede afgelegd. Ik hoop voor het CDA dat ze bedoelen dat de inhoud wat aansprekender gebracht moet worden.

Maar de grootste gotspe in het Volkskrant-artikel over deze kwestie vond ik de opmerking van de wierook doordesemde Maxime Verhagen: “Zo gaat het altijd in een club als de onze na zo’n verkiezingsnederlaag.” Je zou denken dat ze er dan van leren, maar dat zit schijnbaar niet in de aard van mensen voor wie het leven na de dood belangrijker is dan leven in de bijstand in het ondermaanse.

Afijn, ik ga vast eitjes koken, dan zijn ze zaterdag lekker afgekoeld als we ze gezellig in huiselijke kring gaan schilderen.








Nieuwsgierig


“Nieuwsgierigheid is de beste eigenschap voor een journalist. Er bestaat geen ongezonde nieuwsgierigheid,” zei vanmorgen één van mijn collega-journalisten.

“Echt niet?” vroeg een andere collega-journalist.

“Nee,” zei de eerste resoluut.

"Jawel hoor,” riep ik vanachter mijn bureau.

“Hoezo?” vroegen ze eendrachtig en met een blik van: de betweter!

“De kijkersfile. Dat vind ik een voorbeeld van ongezonde nieuwsgierigheid,” zei ik.

Ik kreeg gelijk. Goed hè?








Geneuzel


Wat is dat nou toch voor een ongelofelijk Haags geneuzel? Politieke partijen die premier Balkenende ter verantwoording roepen omdat hij in Indonesië gezegd heeft dat hij eigenlijk tegen het homohuwelijk is.

De wet die dat huwelijk mogelijk maakt is op democratische wijze tot stand gekomen. Dat wil zeggen met een meerderheid van stemmen, Balkenende was er op tegen maar heeft zich bij de wil van de meerderheid neergelegd. Kan het democratischer? Mag hij alsjeblieft zijn eigen mening hebben, ook al heet hij Balkenende?

Maar nee hoor, PvdA, D66, een handjevol politieke jongerenorganisaties en het COC nemen er geen genoegen mee en roepen de premier ter verantwoording. Hij had de Nederlandse normen en waarden steviger moeten verdedigen in een land als Indonesië, waar homoseksuelen niet zo worden gerespecteerd.

Ik hou niet van mensen die vinden dat anderen geen eigen mening mogen uitdragen. Ik vind dit irritant Haags gezever. Bovendien, zou een andere opmerking van Balkenende het lot van homoseksuelen in Indonesië hebben verbeterd? Natuurlijk niet, als je dat denkt lijd je aan grootheidswaanzin. Indonesië is het grootste moslimland ter wereld.

Kom op zeurpieten, ga iets nuttigs doen. Balkenende die tegen het homohuwelijk is, wat hadden jullie dan verwacht? Dat hij het eerste huwelijk zou hebben ingezegend?








Snuffelen


Sinds een aantal jaren alweer bestaat het fenomeen snuffelstage. Middelbare scholieren komen snuffelen in jouw bedrijf. Dat zal wel gebeuren in het kader van maatschappijoriëntatie of een ander vak dat wij vroeger op straat leerden in plaats van op school., alwaar wij ons daarentegen bekwaamden in rekenen en taal. Snuffelen deden we wel, maar dat gebeurde in het door onszelf nogal sterk opgerekte kader van het vak lichamelijke oefening.

Sommige van die jongelieden komen een dagje, anderen blijven een week aan je kont plakken ( “meneer De Vries, hoe schrijft u nou zo’n bericht?”). Het zijn vaak verlegen pubers die overdonderd worden door de hectiek en het jargon die ons eigen zijn. Sommigen kruipen steeds verder in hun schulp naarmate de dag vordert. Anderen overleven. Het is natuurlijk onze verantwoordelijkheid die jongens en meisjes een aangename dag te bezorgen, maar daar is het vaak te druk voor en investeren in die eendagsvliegen vinden wij niet zo zinvol.

Gisteren was er weer één. Een aardige, bescheiden gastje. Hij kende Omroep Brabant eigenlijk niet. Ja, hij had wel eens een stukje van een televisieprogramma gezien als z’n ouders keken. Maakten wij al dertig jaar radio? Daar had hij nog nooit van gehoord.

Later op de dag spraken radioverslaggevers nog een beetje aangedaan over het feit dat hun inspanningen niet bekend waren bij de snuffelaar. “Wat had je dan eigenlijk gedacht hier aan te treffen?" vroeg er één nog steeds met een lichte verontwaardiging in zijn stem. “Uuuhhhh . . . televisie en een krant,” zei het jongmens. Toch maar wat meer investeren in snuffelstagiaires.








Pesten


Gisteravond tijdens het herdenkingsprogramma voor Gerard Reve zei iemand het weer: tussen genialiteit en waanzin zit maar een dun wandje. Schopenhauer, dacht ik. Ik loop al een paar dagen met die gedachte in mijn hoofd, al voordat ik hoorde dat Reve naar zijn Heer was opgevaren. Het had ook niks met hem te maken maar alles met John de Mol. Ik zie zijn TV-programma’s zelden, dat is geen decadentie, ze voegen gewoon niets aan mijn leven toe. Desalniettemin zijn sommige van zijn ideeën geniaal gebleken, afgemeten naar de kijkcijfers.

Maar nu is hij volgens mij door dat dunne scheidingswandje tussen genialiteit en waanzin gevallen. Hij heeft een programma bedacht waarbij mensen elkaar voor de camera’s uit een villa moeten pesten. Degene die uiteindelijk overeind blijft mag de villa hebben.

Pesten, ik heb er veel mee te maken gehad. Ik schreef al eerder dat mijn zoon daar lang slachtoffer van is geweest. Dat gaat je niet in je kouwe kleren zitten. Daarna heb ik er wel eens radioprogramma’s over gemaakt. Ook in de werksituatie komt mobbing voor. Tweemaal heb ik als secretaris van een redactieraad collega’s ten einde raad aan mijn bureau gehad die vonden dat ze slachtoffer waren van pesterijen en vroegen of wij konden helpen. Maar je kunt er bijna niets tegen doen. Als een groep hongerige wolven zich op een prooi stort durft niemand ze daar van af te trekken.

Zulke processen maken op mij altijd grote indruk en geven een gevoel van machteloosheid. Daarom vind ik dat je van pesten geen entertainment mag maken. Dat is waanzinnig. Hoeveel campagnes heeft de overheid niet gevoerd tegen pesten? Nu weer tegen internetpesten. Ik begrijp ook niet dat de natie daar niet massaal tegen in verzet komt. Is dit land dan zo afgestompt?








Ach . . .


Weet u wat het is. Het geheugen van een voetbalsupporter gaat niet verder dan het laatste hoogtepunt van zijn kluppie. Wie maalt er om een beschamend slechte partij of een schamper gelijkspel tegen een middenmotor uit Groningen. We juichten harder voor de goal van Ajax tegen rivaal AZ dan voor onze eigen jongens. Wat uiteindelijk telt is het kampioenschap. Om 16.20 uur vanmiddag was alles vergeten en vergeven. We waren in een roes. Sommigen meer dan anderen. Dat hing erg af van de wijze waarop men zich moed had ingedronken. Bij het supporterscafe van de harde kern waren ze buitengewoon vergevingsgezind.












In de war


Mijn vader revalideert na zijn hartoperatie in een bejaardenhuis in zijn woonplaats. Het gaat de ene dag beter dan de andere. Hij heeft er bronchitis overheen gekregen en het voortdurende gehoest maakt hem moe. Dankzij een kuurtje gaat het nu langzaam bergopwaarts. Als een Echternachprocessie: twee stapjes vooruit, één stapje achteruit.

Deze week vertelde hij mijn broer dat er midden in de nacht een mevrouw aan zijn deur had geklopt. Ze had haar naam gezegd en gevraagd hoe het met hem was. Het was een mevrouw uit het verzorgingshuis, vijf kilometer verderop, waar hij afgelopen zomer revalideerde. Mijn vader had net gedaan of hij sliep, want hij wilde niks van die mevrouw weten.

Mijn broer vertelde het voorval aan het afdelingshoofd van het bejaardenhuis. Onze vader is een beetje in de war, zei mijn broer.

Nou, zei het afdelingshoofd, dat staat nog te bezien. De mevrouw waar mijn vader over had verteld was iemand die in het verzorgingshuis werkt, maar ook af en toe nachtdiensten draait in het bejaardenhuis. Ze had inderdaad die nacht gewerkt en het lag zeer voor de hand dat zij bij mijn vader had aangeklopt om te vragen hoe het met hem ging.

Tja . . .








J.C.


Ik ga een boek schrijven over het Grote Geheim van J.C. Sinds Dan Brown de Da Vinci Code schreef is er en markt voor dergelijke lectuur. Ik denk dat ik er heel rijk van word en dat ik eerder dan gepland naar een zonnige heuvel aan de Italiaanse kust kan verhuizen.

U weet dat er over J.C. ontelbare boeken zijn geschreven en dat Zijn levenswijze en uitspraken nog dagelijks miljoenen mensen inspireren. Hoeveel volgelingen heeft Hij niet? Zeg maar gerust aanbidders, want Hij is de vleesgeworden God. En hoe vaak is Zijn leven niet verfilmd. Wie kent niet Zijn beroemde uitspraak: “Ik maak eigenlijk nooit fouten want ik heb enorme moeite me te vergissen.”  J.C. dus.

Maar het blijkt allemaal gelul. Al die jaren zijn we voor de gek gehouden. En dat ga ik in een geheide bestseller onthullen. En omdat u het bent geef ik u alvast de primeur. Dames en heren, al die voetbalwijzen van Johan Cruijff zijn gezwets. Niks ingewikkelde formules of bezweringen. Niks moeilijke technische en tactische verhandelingen.

Voetbal blijkt gestoeld op tien heel eenvoudige regeltjes die iedereen in de praktijk kan brengen en waarmee iedereen een held kan worden. J.C. kan van zijn voetstuk komen. Want leest u eens wat ik vanuit een geheime bron kreeg toegespeeld. Mijn zegsman beweert dat het aan de binnenkant van de deur van de bestuurskamer van PSV hangt, maar dat kan ik niet controleren.

Nu ik dit heb hoef ik er alleen nog maar een verhaal omheen te verzinnen. De titel van het boek heb ik al: het Nike Mysterie.








De Waterkip


Mensen vragen wel eens aan mij: waar zit je zo stilletjes aan te denken? Nou, aan de waterkip bijvoorbeeld. Eigenlijk heet dat beestje meerkoet, maar voor mij is het een waterkip. Erfenis uit mijn Barneveldse periode.

Hoe lang zal het geleden zijn dat wij onze nieuwe studiogebouwen op het futuristische bedrijvenpark zonder stamkroeg betrokken? Zeven jaar, acht jaar? Het gebouw ligt aan een grote vijver. Het eerste jaar werden daar heel veel waterkipjes geboren. Die scharrelden vrolijk over het gras rond de vijver. Als wij vanaf het terras de restjes van de lunch op het gras gooiden renden ze er op af. Soms stonden ze met hun snaveltjes indringend op de ramen van het redactielokaal te tikken. Wij hadden ze gruwelijk verwend.

Jaar in jaar uit werden er nieuwe waterkipjes geboren die allemaal precies hetzelfde deden. We zijn nu dus aan de zevende of achtste generatie toe. Maar, er zijn niet meer waterkippen dan in het begin. De Grote Vraag is dus: waar zijn die andere generaties waterkippen gebleven? Leven die beesten maar een jaar? Zo ja, waar zijn dan die waterkippenlijkjes? Zo niet: waar zijn die andere generaties dan naar toe gegaan? En waarom zijn ze dan weg gegaan? Ze hebben hier toch een mooi rustig plekje en veel lunchrestjes. En om een stamkroeg malen die beestjes niet. Zij niet.

En dan denk ik zo stilletjes in mezelf dat ik verdomd weinig van waterkippen weet.








Kay


Ja hoor, jazeker. Ha, ha, duidelijk. Geen twijfel mogelijk. Kijk maar, kijk maar. Kijk dan goed. Kay heeft haar naar en andere kapper gestuurd. Zeker weten. Poging tot charmant VVD-vrouwtje. Ze kan zo in de hoofdrol van Wassenaarsche Vrouwen. Zo heette dat programma toch? Niet? Nou ja, dan wordt het tijd dat ze dat voor haar schrijven.

Ze is ook anders opgemaakt. Welwaar, kijk maar. Tuurlijk wel, ze ziet er veel zachter uit. Welles, kijk dan goed. Kay heeft haar naar een kleurspecialiste gestuurd. Een kleurspecialiste of visagiste, of hoe je dat ook noemt. Ach natuurlijk ken je dat wel. Zo’n vrouw die een stalenboek bij je gezicht houdt. Een stalenboek, dat zeg ik. Dat is een strip met allemaal kleurtjes. Jawel, dat weet je wel. Bij de Gamma. Nee, dat weet ik ook wel, die verkopen geen cosmetica, die gebruiken ze voor verf. En dan vertelt zo’n vrouw of je een zomertype, een herfsttype, een wintertype of een lentetype bent. Nee niet dat meisje van de Gamma, die kleurenspecialist natuurlijk.

Waarom dat belangrijk is? Dan weet je welke kleur en cosmetica het beste zijn. Hoezo het beste waarvoor? Hoe je er op je voordeligst uitziet natuurlijk. Je ziet toch dat ze er een stuk zachter uitziet. Nee, natuurlijk is het nog steeds geen lekker wijf. Dat zeg ik ook niet. Nee, ik denk ook niet dat Kay er een lekker wijf van kan maken. Maar ze ziet er wel charmanter uit, mee lady-like. Waarom dat belangrijk is? Jezus, moet ik alles uitleggen?

Tot zover deze korte impressie van de persconferentie van Rita Verdonk. Wat ze gezegd heeft? Uuuuhhmmm . . . Dat weet ik eigenlijk niet. Iets over Turkije geloof ik. Ja sorry hoor, ik was te veel afgeleid.








Schreurs


Kent u Mary-Ann Schreurs? Nee? Nou, dat geeft niet hoor. Van alle wethouders in andere grote steden van Nederland ken ik ook alleen maar Ahmed Aboutaleb. Mary-Ann Schreurs is demissionair wethouder van Eindhoven, de vijfde stad van Nederland. De vraag is of ze nog terugkomt, want ze is lid van D66 en die partij verloor flink in de lichtstad. Zo veel dat het bestuur vond dat Schreurs haar biezen moest pakken. Dat deed ze niet dus stapte het plaatselijke D66-bestuur zelf op. Ik hou van principiele mensen.

Er is dus pleuris uitgebroken binnen D66 in Eindhoven. Waar niet eigenlijk? Liberaal Eindhoven heeft nog wat zout in de wonden gestrooid door een actie te beginnen: “Schreurs moet blijven”, want die plaatselijke liberalen vinden haar wel een tof wijf. Kortom: never a dull moment rondom Mary-Ann Schreurs. Er is nu ene De Schepper die bemiddelt tussen de kemphanen, dus dan moet het goedkomen. Hoewel sommige Scheppers meer chaos veroorzaken dan Hun lief is.

Mary-Ann kwam op de verkiezingsdag niet alleen in het regionale nieuws door het verlies van haar partij, ze riep ook als een van de eersten dat de partij maar beter de naam kon veranderen. Later werd die kreet boven de rivier overgenomen en kwam het nieuws in de nationale kranten.

Tja, het valt niet mee voor D66 om het hoofd boven water te houden, zelfs niet met vrouwen met namen als Lousewies en Mary-Ann. Maar misschien is er toch een lichtpuntje waar de dames geen weet van hebben: de Wet van Schreurs. Ik had er nog nooit van gehoord totdat ik de term deze week tegen kwam in een artikel van Michaël Zeeman. En aangezien dat na Harry Mulisch de meest erudiete Nederlander is moet het wel waar zijn. De Wet van Schreurs dus: waar mooie vrouwen zijn is succes, waar succes is zijn mooie vrouwen. Dames, schakel uw jaloezie uit en doe er uw voordeel mee. Het is voor de partij.








Buitenspel


Hoogte- en dieptepunten kunnen elkaar snel afwisselen in een mannenleven. Vorige week verscheen er op ons intranet een stukje over een onderzoek naar seks op de werkvloer. Het bleek dat vooral 45plussers actief zijn. Wij oudere mannen en vrouwen keken elkaar nieuwsgierig aan maar zagen slechts verwonderde blikken. Wel meenden wij dat de jongere collega’s met een zekere bewondering naar ons keken. We hebben de leeftijd dat we dergelijke mythes niet ontkrachten.

Na 1-april verscheen er weer een stukje op intranet. Het verhaal was een grap. Jammer genoeg was het ook meteen gedaan met de reputatie van de 45plussers. Wij lopen niet langer huppelend door het bedrijf maar hebben onze gewone tred weer hervonden. Dat was per saldo nog niet zo’n aanslag op ons man-zijn, want wij hebben dergelijke onderzoeken eigenlijk niet nodig om ons te bewijzen.

Die aanslag kwam wel vanmorgen. Op de voorpagina van het Brabants Dagblad staat met grote letters dat buitenspel ( u weet wel: in het voetbal) ook voor menige man een raadsel is. Mannen hoeven zich niet langer superieur te voelen aan vrouwen als het gaat om voetbalkennis. Er is een onderzoek geweest en 24 procent van de mannen heeft toegegeven de ballen verstand te hebben van buitenspel. Ik weet niet wie die mannen zijn, maar ik vind het eikels. Toegeven dat je geen verstand hebt van buitenspel doe je niet. Nooit.








Rekenen


Nog niet zo lang geleden werd de wereld opgeschrikt met een rapport waaruit bleek dat leerlingen op de Nederlandse middelbare scholen niet zo goed kunnen rekenen. Nog maar nauwelijks bekomen meldde de Volkskrant vandaag dat ook de basisschoolleerlingen niet kunnen rekenen. Daar kon je op wachten want als je op de middelbare school niet kunt rekenen moet het op de basisschool al mis gegaan zijn. Waarom hebben we zo lang op het verhaal van vanmorgen moeten wachten? Maar dat terzijde.

Ik vroeg me zomaar opeens af hoe dat vroeger op de Prins Bernhardschool in Tiel ging alwaar ik basisonderwijs heb genoten. Rekenen was in onze tijd het opdreunen van rijtjes. Met z’n allen, voor de teamgeest.

1x9=9
2x9=18
3x9=27


(Ik doe meteen de moeilijkste om het serieuze gehalte van deze bezigheid te onderstrepen.)

Het ging mij blijkbaar goed af want volgens het met inkt bevlekte rapport van de lagere school had ik het eerste jaar 3 x een 8½ = 25½ (voor de jongeren: 25 en dan alt 171). Ook in de andere klassen ging rekenen mij niet slecht af. In de zesde klas had ik blijkbaar een dipje want toen was het nog maar een 6½.

Voor vaderlandse geschiedenis echter had ik een 9. Maar dat was geen kunst want toen was er veertig jaar minder geschiedenis dan nu.

In het eerste jaar van de ULO was het wel even anders. Toen hadden we dertien vakken en rekenden we ons helemaal suf. Wij kenden behalve ordinair rekenen ook algebra, meetkunde en bedrijfsrekenen. Boekhouden deden we ook, maar dat viel onder de categorie rijk rekenen.

Wij hadden geen rekenmachine. Alles ging uit het hoofd of werd op een briefje gekrabbeld. Allemaal met als basis het stampen van de tafels. Dat schijnen ze tegenwoordig ook nog te doen op school, maar dan letterlijk.








Te veel





Dit moet ik eigenlijk allemaal nog lezen. En ik moet ook nog poetsen, een kast schilderen, eten koken en naar mijn vader. Dus veel meer log komt er vandaag niet uit mijn vingers.








Mensenwerk


Gisteren voornamelijk bezig geweest met het verhaal dat er in het Boxmeerse Maasziekenhuis doden zouden zijn gevallen omdat chirurgen vaker elkaar met scalpels schijnen te bewerken dan dat ze er patiënten mee behandelen. Dat bleek een beetje te veel aangezet te zijn door de Telegraaf, maar dat er in het ziekenhuis iets mis is werd gaande de dag wel duidelijk.

Artsen zijn niet zo heilig als sommige mensen denken. Ik heb er nooit zo bij stil gestaan, maar als op een rijtje zet wat ik zelf heb meegemaakt begin ik me toch achter de oren te krabben.

Deze week werd duidelijk dat de plotselinge achteruitgang van mijn vader, vorige week, vrijwel zeker is veroorzaakt door een foutje van het ziekenhuis. Hij had medicijnen gekregen die hij op dat moment niet had mogen krijgen. Maar het begon al jaren geleden toen mijn vader in Tsjechië met acute klachten werd opgenomen. De artsen constateerden een hernia en wilden hem nog diezelfde week opereren. Mijn moeder verzette zich daar met handen en voeten hevig tegen en uiteindelijk werd mijn vader naar Nederland gebracht. Het bleek geen hernia maar een prostaatprobleem.

Mijn moeder stierf ruim zeven jaar geleden. Ze had een hersentumor en was niet meer te genezen. We hadden al afscheid van haar genomen toen zich plotseling een academisch ziekenhuis meldde om haar te opereren. Die artsen gaven ons hoop. Een dag na de operatie is ze overleden. Ik ben nooit los gekomen van de gedachte dat ze haar als studiemateriaal hebben gebruikt.

Toen mijn vader vorig jaar tijdens zijn revalidatie viel en drie weken niet meer kon lopen was er volgens de doktoren en hun foto’s niks aan de hand. Na drie weken ellende bleek zijn heup gebroken. En toen hij onlangs naar het ziekenhuis ging met hartklachten stuurden ze hem naar huis omdat ze niks konden vinden. Een week later meldde hij zich weer. Ze waren gepikeerd, hij had een pilletje moeten nemen. Drie dagen later bleek dat er vier omleidingen nodig waren om hem te redden..

Ze zijn heel knap, die doktoren en verpleegsters en ze kunnen heel veel, maar het blijft mensenwerk.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed