Gruts


Kent u de uitdrukking: hij is zo gruts as un hond mee zeuve lulle. Nee? ’t Is Brabants en volgens mij afgeleid van het Haags. Het geeft aan hoe trots een mens kan zijn. Nou, zo trots ben ik dus.

Ik leg het uit. Vroeger fotografeerde ik veel, ook wel eens voor de krant waar ik voor werkte. De laatste tien jaar beperkte ik me tot vakantiefoto’s. Een jaar of drie geleden schafte ik mezelf een digitaal cameraatje aan. Leuk, meer ook niet.

Vorig jaar wees een collega mij op het bestaan van Flickr. Dat vond ik geweldig. Je kunt zomaar foto’s die je maakt aan de wereld tonen. Kijk, dan doe je het ergens voor. Het begon opeens weer te kriebelen en ik pakte mij oude hobby weer op. Ik kocht een digitale spiegelreflexcamera want ik hou niet van half werk. Dat was het beste wat ik sinds jaren heb gedaan.

In december waren we in Rome en ik plaatste mijn vakantiefoto’s op Flickr. Prompt werd ik door Italianen uitgenodigd wat foto's in te sturen voor een internationale expositie van amateurfotografen. En verdomd, er is er eentje van mij geselecteerd. Vandaar dus die hond.

Ik heb nog geen idee wat er verder gaat gebeuren, maar tot nu vind ik het al leuk. Als u mijn foto’s wilt zien klik dan op het Flickr-plaatje in de linker kolom. Dit is de link waarop alle geselecteerde foto’s staan. Mijn foto staat hieronder.



                              Bernini's hangout








Sukkels


De eerste keer dat ik over een voedselbank hoorde dacht ik dat het een grapje was. Zo arm kon Nederland toch niet zijn. Het was wel zo. Tegenwoordig zijn er volgens mij meer voedselbanken dan filialen van postbanken. Nederland verandert.

Beroepshalve ken ik mensen die zo’n voedselbank runnen. Idealisten die het beste met de mensheid voor hebben. De politiek vindt eigenlijk dat ze weg moeten, die schandvlekken van de maatschappij. Als ik politicus was zou ik me ook schuldig voelen. Het CDA heeft nu bedacht dat de mensen die afhankelijk zijn van de voedselbank zulke grote problemen hebben dat er hulpverleners en coaches aan gekoppeld moeten worden. Eén van de beheerders die ik er naar vroeg, zei meteen: “is de verkiezingscampagne al begonnen? Dat is vroeg.”

Ik krijg zelf spontaan jeuk als ik lees dat een politieke partij een batterij “gogen” op de voedselbanken wil afsturen. Zoveel vergaderruimte hebben ze niet eens.

De politiek hobbelt weer eens achter de feiten aan. De armoede neemt toe, particulieren trekken zich het lot aan van de sloebers, de politiek wordt links en rechts ingehaald en nu opeens willen nota bene de barmhartige Samaritanen van het CDA mee surfen op de golf van succes door er een kudde hulpverleners op los te laten. Te laat sukkels.








Begrip


Mijn oudste zoon is nog steeds bezig zijn nieuw verworven huis helemaal naar zijn eigen smaak in te richten. Dat is goed en dat zal nog heel lang duren. Hij is iemand die nooit uitgeklust is en steeds dingen zal blijven aanpassen.

Vroeger konden we samen weken aan een treinbaan werken en als ik dan moe maar voldaan het eindresultaat aanschouwde begon hij al weer met het sloopwerk om een nieuw idee uit te voeren. Dat waren de momenten waarop hem wel kon schieten. Later begreep ik dat ik hem zijn eigen gang moest laten gaan en alleen maar hand- en spandiensten moest verrichten als hij daar om vroeg. Dat begrip maakte onze relatie makkelijker.

Nu heeft hij zijn plannen voor een zithoek in de keuken laten varen. Er moet een tafeltje met twee stoelen komen dat bij mooi weer in de tuin kan. We waren vanmiddag samen bij de Gamma. Daar zag hij iets waar hij meteen weg van was. Dat was wat hij bedoelde. Maar hij had geen geld. Tja, en dan komt de vader in mij boven en trek ik mijn portemonnee. Dus we reden met dat setje naar zijn huis.

Ik vertelde dat vanavond in het ziekenhuis aan mijn vader (met wie het overigens wonderbaarlijk goed gaat). Hij moest lachen en ongetwijfeld moest hij denken aan de keren dat hij de portemonnee trok voor een zoon die graag iets wilde maar het niet kon betalen. “Zo gaan die dingen,” zei hij. We begrepen elkaar.








Constante


In mijn regionale dagblad staat vandaag het artikel over de opening van het knikkerseizoen. Niet dat daar een officiële handeling aan vooraf is gegaan, nee dat is gewoon begonnen. Kinderen weten instinctief wanneer het moment daar is om de knikkerzak van zolder te halen. Die drang komt aangewaaid met een zachte zuidwesten wind.

Zo gaat dat al sinds de uitvinding van de knikker. Wij deden dat niet anders, maar in die tijd schreef de Tielse Courant daar niet over. Ik heb mijn ouders tenminste nooit horen roepen: Jantje, er staat in de krant dat je bent gaan knikkeren. Ook andere ouders heb ik nooit zoiets horen roepen.

Kranten waren toen nog niet van het volk, laat staan dat ze over zulke volkse dingen schreven als knikkeren. Kranten waren meneren die over meneren schreven. Saai hoor. Want het is toch veel leuker om over knikkeren te lezen.

Gelukkig is dat veranderd (sinds Pim of allang daarvoor?) en kunnen we lezen wanneer het knikkerseizoen is begonnen. En dat is goed want het geeft je het gevoel dat er in een wereld die voortdurend in beweging is tenminste één constante is. Of eigenlijk twee: knikkeren en kranten die daarover schrijven.








Lente?





Kijk, de mensen zeggen wel dat de lente is begonnen, maar mijn broer Broer en ik, Poes (zie foto), zijn een stuk voorzichtiger. Zoals een oude kattenwijsheid zegt: één streep zon maakt nog geen lente.

Dus als je uit je warme mand - die tegen de verwarming hangt - springt en je vervolgens drie rondjes rond de tafel rent, over de kookboeken en de servieskast de trap op vliegt, daar twee keer over en onder het logeerbed door sprint, moet je nooit met je bezwete lijf met één sprong door het kattenluik naar buiten roetsjen.

In de zomer kan dat wel, maar nu niet. Je moet dan eerst voorzichtig je neus naar buiten steken. Als die na een minuut nog niet van rose in blauw is veranderd, dan pas kun je naar buiten. Je moet er dan wel je stoerste blik bij trekken natuurlijk








Kompas


Het is al weer meer dan een week geleden dat Wouter Bos zijn zorg uitsprak over de kwaliteit van het grote aantal nieuwe allochtone gemeenteraadsleden. Een gewaagde uitspraak die door de media werd aangegrepen om de kolommen en de zendtijd mee te vullen.

Ik vind dat Wouter Bos groot gelijk heeft. We mogen ons best zorgen maken over de kwaliteit van onervaren allochtone raadsleden. Sterker nog: we mogen ons best zorgen maken over de kwaliteit van alle onervaren raadsleden, allochtoon en autochtoon, vrouwen en mannen.

In dertig jaar regionale journalistiek heb ik een heel Jeroen Boschachtig circus aan blanke bestuurders zonder kompas de bergen in zien trekken om bij de eerste de beste mistflard van het pad af te raken. Ik zou u talloze voorbeelden kunnen geven van gemeentebestuurders die louter uit zijn op status en die echt te stom zijn om voor de duvel te dansen. Eentje geef ik er, omdat ik dat tot de dieptepunten reken: een autochtone wethouder die op het laatste moment een afspraak met een gedeputeerde af zegde omdat ze naar de kapper moest. Echt gebeurd!

Ik denk dat het niet gemakkelijk is raadslid te zijn. Dagelijks krijgen wij gemeentestukken op ons bureau. Nou zijn wij als ervaren journalisten wel wat gewend, maar als je daar zomaar in valt omdat mensen op jou hebben gestemd, moet dat een gruwel zijn. Je hebt  veel tijd nodig om je alleen het ambtelijke jargon eigen te maken, laat staan de politieke mores van geven en nemen. Het is een vak voor doorbijtertjes.

Ik ben geen uitgesproken fan van Wouter Bos, maar hij maakt zich terecht zorgen. Jammer dat hij alleen allochtonen noemde, hoewel ik het best snap. Die moeten zich ook nog eens onze vergadercultuur eigen maken. Een extra handicap lijkt me als je daar niet mee bent opgegroeid.

Waar Wouter Bos nu vooral aan moet gaan werken is scholing en training van al die nieuwkomers. Geef ze een goed kompas. Zorg dat ze kunnen aanhaken en kunnen bijblijven want al die allochtone raadsleden zouden wel eens een verrijking van onze bestuurscultuur kunnen zijn. Hun betrokkenheid en vooral invloed zou wel eens tot een belangrijke vermindering van spanningen kunnen leiden. Daar moeten we het over hebben in plaats van over een slip of the tongue van Wouter Bos.








No stress


Ik heb vanmorgen zonder mijzelf ook maar één keer op te winden of kwaad te maken een glazen vitrinekast van Ikea in elkaar gezet. Ik kwam geen onderdeeltje tekort en ik hield geen onderdeeltje over.

We zetten er religieuze kitsch in die we in Italië hebben gekocht en andere onbetaalbare dingen.

Nou ja, dat was het eigenlijk wel.








Genoegdoening


Mijn schoonvader heeft een andere auto gekocht. Dat is niet iets om achteloos de schouders over op te halen, dat is – in het hedendaagse taalgebruik – een event. Het beheerst de telefoongesprekken tussen hem en mijn vrouw, tussen mijn vrouw en haar broer, tussen haar broer en mij en tussen mijn vrouw en mij.

Het gaat hier namelijk om een jonge gebruikte auto van Koreaanse afkomst. Dan kunt u zelf wel bedenken dat daarvoor een bedrag van vier cijfers is neergeteld. En dat is een belangrijke wending in de familiekroniek want voor zover wij weten heeft mijn schoonvader nooit meer dan een bedrag van drie cijfers voor een auto betaald. In guldens, welteverstaan. Maar, dat kan After Eight-gepraat zijn.

Hij is er trots op en als ik de verhalen over het karretje mag geloven is daar ook reden toe. Mijn zwager houdt ons op de hoogte, hij was bij de aanschaf betrokken. Schoonbroer heeft zich vooral verkneukeld in de periode tussen de feitelijke aankoop en de levering, die een dikke week besloeg. Schoonvader schijnt in die periode buitengewoon opgewonden geweest te zijn. Schoonbroer heeft daar zelfs een beetje voeding aan gegeven.

“Op een gegeven moment ben ik aan de keukentafel tergend langzaam in het boekje van de nieuwe auto gaan zitten bladeren. Ons vader liep maar achter me langs te drentelen. Het voelde als de ultieme genoegdoening voor al die keren dat wij vroeger pas met de nieuwe treintjes mochten spelen als hij er zelf helemaal klaar mee was,” zei mijn zwager.








Sponsor


In tegenstelling tot mij is mijn vrouw wel hoger opgeleid. Ze heeft een HBO-diploma behaald na een zware zangstudie aan het conservatorium in Utrecht. Je kunt dus wel stellen dat ik ver boven mijn stand getrouwd ben.

Maar ik wou het eens even over dat zingen hebben. Mijn vrouw is goed, daar is geen twijfel over. Altijd goeie recensies in de kranten en veel complimenten. Ze zingt nu nog voornamelijk voor haar plezier in bijzondere koorproducties, maar tot voor kort zong ze semi-professioneel solorollen. En dan is het sappelen, neem dat van mij maar aan. De vergoeding bij amateur- en semi-professionele opera- en operettegezelschappen staat nooit in verhouding tot de inspanning en de tijd die ze er in steekt. De staande ovaties verzachten veel. En natuurlijk mijn adoratie.

Ze heeft het altijd op eigen kracht moeten doen. Nee dan tegenwoordig, zo lees ik in een persbericht. Voor de studenten van het conservatorium in Tilburg is een compleet verzorgde tournee georganiseerd langs alle verpleeg- en verzorgingshuizen in Brabant. En dat wordt allemaal gesponsord. Drie keer raden door wie. Uitvaartverzorger DELA. Kunnen die studenten mooi kennis maken met de mensen op wiens uitvaart zij straks staan te schnabbelen.








MAVO


Ik herinner me nog goed dat Sharon in de Tweede Kamer kwam. Jong en ambitieus. Het was in die tijd een verfrissing, zo’n jong ding tussen die stofnesten. Wat ze zei had toen nog zoveel invloed, haar jonkheid was haar legitimatie. Maar gaandeweg rees haar ster en nu is ze vice-voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de Partij van de Arbeid. Er zijn in dit land minder statusvolle baantjes. Toch?

Dus nu doen de dingen die mevrouw Dijksma (we praten natuurlijk niet meer over Sharon) zegt er toe. Vandaag liet ze mij en enkele hoogopgeleide collega’s (mannen en vrouwen) van de stoel vallen van verbazing. Mevrouw Dijksma wil namelijk dat hoogopgeleide vrouwen die geen baan nemen maar thuis voor de kinderen zorgen een deel van hun studiegeld terug betalen. Hoe dom kan een mens worden na zoveel jaar onder de Haagse stolp?

Ze valt wat mij betreft nu in de categorie Femke Halsema die wil dat blanke mannen van vijftig het veld ruimen voor kansloze berberjongeren. Dat is de categorie die van mij de rest van het leven achter het fornuis mag.

Maar goed, laten we niet al te negatief doen en een positieve draai aan dit stukje geven. Ik heb alleen MAVO (ik hoor hier en daar bij mensen puzzelstukjes op hun plaats vallen, geeft niet, is goed), maar ik bezet een functie die je normaal alleen met een HBO-opleiding journalistiek kunt bereiken. Ik ken nog veel meer journalisten die meteen na de middelbare school in het vak zijn gerold en het klappen van de zweep op straat hebben geleerd. Als wij ons nou eens beschikbaar stellen om onszelf weg te laten strepen tegen die gestudeerde vrouwen die liever voor de kinderen zorgen. Dan is het probleem toch opgelost. Dan is er toch geen kapitaalvernietiging want het werk wordt gedaan door mensen die eigenlijk als kansloos te boek stonden.

Ik hoor u al denken: typisch de logica van een MAVO-klantje.








Winnen


We dachten dat we over de berg waren met mijn vader, maar aan de andere kant van de top ging het steil naar beneden. Vorige week maakte hij nog toekomstplannen met als hoogtepunt de aanschaf van een satijnen kamerjas. Hij wilde nog een keer sjiek op z’n ouwe dag.

Vanaf zondag ging het bergafwaarts. Het lijkt wel op hij een longontsteking heeft, maar volgens de artsen is het dat niet. Wat het wel is weten ze niet. Ze zijn niet zo knap als wij dachten.

Maandag belde mijn broer, hij maakte zich zorgen en verwachtte zelfs dat we met het ergste rekening moesten houden. Gisteren kwam dat telefoontje waar ik onbewust al rekening mee hield. Onmiddellijk naar het ziekenhuis komen.

Het werd een snelle rit van Eindhoven naar Ede. Van alles ging er door mijn hoofd. Ik vloekte want ik had mijn vader zo graag nog een paar leuke jaren gegund. In Ede kwam ik buiten adem op de hartbewaking aan. "Doe maar rustig aan," zei de zuster. "Vanmorgen zag het er heel slecht uit, maar nu gaat het weer. Hij redt het wel."

Op de kamer (box heet dat daar) waren mijn broers al aanwezig. Mijn vader was via allerlei snoeren en slangetjes weer onlosmakelijk aan het ziekenhuis verbonden. Desondanks begroette hij mij redelijk opgewekt en hij vroeg bijna meteen of er vanavond voetballen was.

“Nee pa, dat is woensdagavond,” zei ik. “Dan spelen we voor de beker tegen AZ.” Hij zei iets, maar dat kon ik niet verstaan. Omdat hij er steeds weer bovenop krabbelt en redelijk optimistisch is denk ik dat hij heeft gezegd dat we wel zullen winnen.








Passie


"Wij hadden vroeger een buurman," zei een rechtgeaarde roomskatholieke bekende van mij, "en die draaide in deze tijd bijna elke dag de Mattheus Passion".

"Het is er de tijd voor," zei ik. "Maar elke dag is wel een beetje veel".

"Nou," kreeg ik als reactie. "Dat was nog zo gek niet, maar die man was protestant."








Bazen (2)


Eigenlijk schrijf ik nooit over voetbal. Het is weliswaar de belangrijkste bijzaak in het leven (Cruyff? Van Gaal?) maar voor mij beperkt die bijzaak zich tot PSV. Ik kan wel genieten van andere clubs, ja zelfs van die twee, maar het warme gevoel dat ik bij PSV krijg heb ik dan niet. Ik mag graag ontladen op de tribune, maar ik ben niet twee dagen ziek als we uit de de Champions League worden geknikkerd. Hooguit een uurtje.

Er is nu gedonder bij de club, Els wees er in haar reactie al op en dat zette mij aan tot dit stukje. De Philips Sport Vereniging, volgens mij ooit opgericht tot verheffing van den Philips-arbeider, maar uitgegroeid tot en miljoenenindustrie waar elke week ruim tienduizenden harten sneller van gaan kloppen. Kom daar bij een gemiddeld kerkgenootschap eens om.

Zo’n industrie moet natuurlijk geleid worden door bazen. Bij PSV zijn dat commissarissen, een voorzitter en een technische staf. De baas van die technische staf is Guus Hiddink, in Eindhoven uitgegroeid tot een halfgod. Persoonlijk vind ik dat wat overdreven, maar ik kan niet ontkennen dat het waarschijnlijk aan Guus Hiddink te danken is dat de ploeg zo goed presteert en ik zoveel mooie uren heb beleefd. Neem van mij aan: mijn seizoenskaart is goedkoper dan een alternatieve klankschaalgroep om te ontladen.

De commissarissen en de voorzitter zijn door Philips geparachuteerde oud-directeuren. Voetballiefhebbers, net als ik, maar vooral mensen die gewend zijn keiharde beslissingen te nemen en als tanks over emoties te walsen. En emotie is nou juist de kurk waar de hele voetbalwereld op draait. Dat botst dus.

Conclusie: Hiddink moet blijven, Westerhof en Timmer moven. Philips moet natuurlijk wel blijven sponsoren. Kijk, zo simpel is supporterslogica.








Bazen


Bazen. Ik heb mezelf wijs gemaakt dat ik ook kan werken zonder dat er een baas in de buurt is. Soms zelfs beter. Bazen krijgen van mij altijd het respect dat ze verdienen, tot het tegendeel is bewezen. Ze kunnen iets meer dan de anderen anders waren ze geen baas. Normaal gesproken. Zelf ben ik heel lang baas geweest, maar daar ben ik mee opgehouden. Teveel gezeik, te weinig waardering.

Mensen die er hun levenstaak van hebben gemaakt om bazen af te zeiken – bij voorkeur achter hun rug – vind ik domme mensen. Ze zijn niet intelligent genoeg of hebben niet genoeg gezag opgebouwd om op een andere manier met zo’n baas te praten.

Bazen van hele grote multinationals, die tonnen per jaar verdienen of nog meer, moeten wel hele goeie bazen zijn. Het zijn mensen met enorme verantwoordelijkheden waarvan soms wel duizenden gezinnen afhankelijk zijn. Supermannen en – te weinig – supervrouwen.

Maar in die veronderstelling is bij mij de laatste week een beetje de klad gekomen toen ik het proces tegen de Ahold-topmannen volgde. Dat werd op een bepaald moment zo banaal dat ik dacht ik het scenario van een slechte B-film aan het lezen was. Die mannen tekenden briefjes waarin ze iets beweerden en die werden dan openbaar. In het geniep tekenden ze eenrelige andere briefjes waarin stond dat ze het met die eerste briefjes niet eens waren. En dat mocht niemand weten.

Dat zijn dingen die wij als kinderen deden. Je schreef aan het ene meisje dat je met haar wilde gaan maar tegen het andere meisje zei je dat dat niet telde en dat je dus zonder probleem met haar kon gaan. Het gebeurt steeds minder dat ik van verbazing van mijn stoel val, maar deze week was het toch weer zo ver.

Bazen.








Linkse lente (3)


Een linkse lente. Persoonlijk heb ik op dit moment liever een iets warmere lente, maar dat terzijde. Ik heb er al twee keer over geschreven. Over die linkse lente, bedoel ik. De afgelopen anderhalve week staat het nieuws er bol van. Ik was er positief over in mijn vorige stukjes. Maar nu twijfel ik, als ik zie wat met linkse lente wordt bedoeld: PvdA, GroenLinks en SP.

Mijn twijfel is veroorzaakt door Femke Halsema. Sinds die in het openbaar heeft gezegd dat blanke mannen van vijftig jaar en ouder maar moeten oprotten en plaats moeten maken voor jonge kansloze berbers is mijn liefde voor haar en haar club over. Ik voel me aangeschoten wild en moet er niet aan denken dat GroenLinks het landelijk voor het zeggen krijgt. Puur eigenbelang, ik geef het onmiddellijk toe.

En Wouter Bos heeft zich sinds die tijd ook niet echt ontwikkeld. Behalve dan als ideale schoonzoon. Ik heb inmiddels zijn boek gelezen en ik blijf het een opportunistisch zwevertje vinden dat maar geen keus kan maken. En Jan Marijnissen doet mij te veel denken aan een verlicht despoot en een Jehova Getuige. Voet tussen de deur en ingestudeerde zinnen opdreunen en wel zo snel en hard dat niemand de kans krijgt ze te weerleggen.

En toch denk ik dat een linkse lente beter is voor ons land. In ieder geval voor mensen die tussen de wal en het schip zijn geraakt. Als Wouter en Jan nou gewoon eens een paar dagen samen op de hei gaan zitten en  een plan bedenken. Als je die twee mixt kan er best nog iets leuks uit komen.

Femke moeten ze buiten de deur houden. Die is eng. Daar schrik ik wel eens van wakker als ik droom dat ik na meer dan dertig jaar werken met een uitkerinkje op drie hoog achter zit weg te kwijnen in de spruitjeslucht van de buurvrouw.








Stilte


In de Cursor, het blad van de studenten van de Technische Universiteit Eindhoven, las ik een verslag van een mediatraining voor scheikundigen. Altijd nuttig, zo’n training. Want hoe leg je de moeilijke materie van scheikunde in rond hollands uit en hoe voorkom je dat de journalist jouw verhaal zo simpel maakt dat jij, de scheikundige, als een lulletje rozenwater door het leven moet.

Het verslag gaf geen antwoord op die vraag, maar dat was misschien ook niet de bedoeling. Soms is het voldoende te melden dat iets heeft plaatsgevonden en doet de inhoud er verder niet toe.

De journalist die de training had gegeven, had ook nog wat valkuilen genoemd. Journalisten, had hij gezegd, laten in een gesprek vaak stiltes vallen. Hun gesprekspartners worden daar onrustig van en gaan dan die stiltes opvullen met informatie die ze eigenlijk niet hadden willen geven. Zou dat schrijvend ook lukken?

. . . . .








Krukje


‘Kijk en als ik dan weer in het ziekenhuis in Ede lig neem ik meteen televisie, want daar zal ik best een tijdje blijven. En ik vraag aan H. of hij een nieuwe kamerjas koopt, een nette. Ik moet toch een beetje goed voor de dag komen.”

“Maar je hebt hier een keurige kamerjas,” zei ik tegen mijn vader.

“Welnee man, dat ding is twintig jaar oud.”

“Je wilt eigenlijk zo’n satijnen,” zei Marlies.

Mijn vader knipoogde en priemde zijn vinger in haar richting. “Jij begrijpt het,” zei hij.

Vandaag is hij terug gegaan naar het ziekenhuis in Ede. De grote stappen vooruit die de artsen hadden voorspeld heeft hij gemaakt. Dankzij vier omleidingen heeft hij de weg naar de toekomst gevonden.

Voorlopig revalideren in het ziekenhuis en dan . . . Dat is nog niet helemaal zeker. Alle instellingen hebben geadviseerd om mijn vader niet meer zelfstandig te laten wonen, maar hem naar het bejaardenhuis te laten gaan. Hij rekent er helemaal op. Sterker nog, gisteren is hij al begonnen met het verdelen van zijn inboedel. Nou ja, hij heeft de fiets aan een aangewaaide kleinzoon geschonken en verder moeten wij het maar uitzoeken. We mogen alles meenemen, behalve een paar dingen die hij in het bejaardenhuis kan gebruiken. Z’n bed, een kast en een paar stoelen.

“Dus pak maar wat je hebben wil,” zei hij gisteren in een overmoedige bui. Gelukkig zijn wij nuchtere mensen dus zo werkt dat niet.

Onwillekeurig ben ik gisteren in gedachten het appartement van mijn vader door gegaan, maar ik kan met de beste wil van de wereld niets bedenken dat ik überhaupt zou willen hebben. Hoewel, misschien dat eikenhouten voetenkrukje. Niet dat dat zo bijzonder is, maar mijn broertje en ik zetten dat vroeger ondersteboven. Dan kon je in de zitting zitten en dan had je een auto, een trein of een boot. En als één van ons dat omgekeerde krukje over het zeil duwde dan leek het echt.








Aan


Misschien is het de leeftijd, misschien is het levenservaring, maar ik krijg steeds vaker te horen dat ik milder ben geworden. Niet meer zo opvliegend en humeurig. Stabieler ook. Aardiger zelfs. Mensen vinden dat positief.

Ik weet het niet. Ik vind het niet zo’n goed teken dat ik niet meer af en toe ongenuanceerd uit m’n slof schiet. Ik ben bang dat ik me over een paar jaar helemaal nergens boos meer over maak. Dus zoek ik naarstig naar wegen om mijn boosheid op een goede manier te kanaliseren zodat hij toch aan komt en niemand er van schrikt. De hele dag je kop in een smiley als het ware.

Marlies had vroeger erg veel moeite met mijn humeurigheid. “Als je in jezelf gekeerd bent zou je jou op een kanon zetten. Maar als je het aan hebt dan kun je heel charmant zijn,” zei ze vaak.

Gisteren werd ik aangehouden tijdens een verkeerscontrole. Ik was een weg ingeslagen die ik al heel vaak ben ingeslagen, maar die je vanaf die kant niet in mag slaan. Een leuke agente dwong mij met slechts één handgebaar tot stoppen. Ik speelde de vermoorde onschuld met alle charme die in mij was.

Het kostte me 130 euro en ik perste het laatste restje charme uit de krochten van mijn ziel en gaf me geheel aan haar over. Ze lachte en gaf een draai aan de overtreding zodat ik maar 50 euro hoefde te betalen.

Wie had dat gedacht, dat ik louter op grond van charme 80 euro zou kunnen verdienen. Als ik het maar aan heb.








Solidair


Vroeger kwam de man van het gemeentelijke gasbedrijf aan de deur. Elke maand kwam de ribfluwelen man met de ronde pet geld ophalen dat mijn ouders bewaarden in een kistje. Door zijn pak en zijn gemeentelijke status wekte de man vertrouwen. Je gaf je geld met een gerust hart mee want je wist dat de gemeente in ruil daarvoor gas leverde. Dat is niet meer.

Nu wordt het gas geleverd door Essent. En de baas van Essent is de heer Boersma en die verdient in z’n eentje 873.000 euro per jaar, inclusief bonussen. Het is dat er bij zijn bedrijf vorig jaar een dodelijk ongeluk gebeurde waardoor er punten in mindering werden gebracht, anders had hij nog meer bonus gekregen.

873.000 euro, da’s bijna 2 miljoen oude guldens. Van zo’n bedrag zou de hele wijk van de gemeentelijke gasmeneer vroeger stil hebben kunnen leven.

Er zijn heel veel politici in de provincie Brabant boos over dat exorbitante salaris en de bonussen. Maar VVD-gedeputeerde Onno Hoes zegt dat het allemaal volgens de regels is. Vast wel, maar Hoes blinkt niet uit door politieke intuïtie. Hij had een plannetje bedacht. Het extra dividend dat de provincie als aandeelhouder van Essent zou krijgen omdat het gasbedrijf zoveel winst had gemaakt, zou ten goede komen aan ons, de Brabanders. Wij, die steeds hogere energierekeningen krijgen, zouden worden gecompenseerd.

Ha, mooi niet dus. Want Essent mag om privcayredenen onze adressen niet geven. Nou, meneer Hoes, u mag mijn adres best weten. Maar er was nog een reden, begreep ik. Het geld zou alleen maar uitgekeerd kunnen worden aan Essentklanten. En dat is niet eerlijk ten opzichte van de Brabanders die een andere leverancier hebben. Want we zijn solidair hier beneden de grote rivier. Wij wel, meneer Boersma niet.








Grapje


Ik denk dat ik geloof dat ik een beetje pleuris heb veroorzaakt bij de PvdA in den Bosch. Ik moet ook niet altijd de meest bijdehan(d)te willen zijn.

Het komt zo. In Vught, de buurgemeente van Den Bosch, ligt de burgemeester onder vuur. In onze radio-uitzending lieten wij daar  Rodney Weterings op reageren. Hij is bestuurskundige aan de Universiteit van Tilburg. Wij laten namelijk altijd Rodney Weterings reageren op bestuurlijke aangelegenheden. Alle media laten altijd Rodney Weterings reageren. Logisch, hij heeft er voor doorgeleerd.

Maar Weterings is nu ook kandidaat-wethouder voor de PvdA in Den Bosch. Om heel andere redenen belde ik vanmiddag met Hermie van Ommeren, lijstrekker van de Bossche PvdA. En passent vertelde ik haar dat haar kandidaat vanmiddag in onze uitzending over de Vughtse kwestie had gesproken. “Wat zei hij?” vroeg ze. “Hij was blij dat het zo’n puinhoop is in Vught, dan kan hij die gemeente straks simpel bij Den Bosch voegen.”

Het werd helemaal stil aan de andere kant van de lijn. Ik hoorde haar blozen. “Grapje,” zei ik. Ze lachte een beetje, niet echt overtuigd.

HET IS EEN GRAPJE, MEVROUW VAN OMMEREN. HIJ HEEFT DAT NIET GEZEGD!!! Ik zal echt nooit meer van die grapjes maken op zulke gevoelige punten Echt niet.








Dingen


Eigenlijk is er nog iets dat mij bezig houdt na het bezoek, zaterdag, aan mijn vader op de IC-thorax en waar ik  nu pas aan denk. De verpleegster, die door een ervaren collega werd aangestuurd en mij opbiechtte dat ze pas twee dagen op de IC werkte, zei: “Uw vader zag vanmorgen allemaal dingen, die er niet zijn.” Blijkbaar had hij geijld.

En nu vraag ik me opeens af: hoe ver ben je weg als je in coma bent. Ik weet weinig van medische zaken in tegenstelling tot heel veel andere Nederlanders die altijd precies weten wat een ander mankeert. De enige studie op medisch gebied die ik ooit heb gedaan was recent, toen ik offertes van zorgverzekeraars met elkaar vergeleek. En u weet hoe dat is afgelopen.

Nu vraag ik me dus af: ben je helemaal weg als je in coma bent? Staat je geest dan stil, zie je dan alleen maar zwart of wit of zie je beelden? En als je dan wakker wordt, besef je dan dat je weer in de gewone mensenwereld bent of denk je dat je verder “droomt”. Intrigerend eigenlijk.

Misschien is het wel zo dat je tussen coma en bijkomen alle dingen ziet die er zijn tussen hemel en aarde zijn en die een gewone verpleegster niet ziet. En misschien moet je van binnen wel een beetje glimlachen als je zo’n jonge vrouw tegen je zoon hoort zeggen: “Uw vader zag dingen die er niet zijn..”

Het gaat overigens goed met ons pa. Mijn broer vertelde dat hij zondag alweer naast zijn bed zat en dat hij naar de gewone verpleegafdeling kan. Dinsdag wordt bekeken hoe het verder moet. Dat wordt nog een puzzel, want iedereen is het er over eens dat hij voorlopig niet naar huis kan.
Het lijkt er op dat er weer een hobbel op het levenspad is genomen. Ik kan me nu gaan concentreren op het schilderen van de kamers die mijn zoon leeg heeft achtergelaten. We maken een logeerkamer. Dus mocht u naar Den Bosch komen . . .








Brief van Ali (10)


Zeer Edelgeleerde Achtbare Heer Weisglas

Is heel goed allochtoonse mensen hebben meegestemd met gemeenteraadsverkiezing. Is wel allemaal linkse mensen, allochtoonse mensen. Ik wist niet, want wij spreken niet veel over politiek in onze stad. Wij spreken wel veel over geachtbare mevrouw Verdonk, u weet wel van Tweede Kamer Kabinet. Vinden meeste mensen niet goed, mevrouw Verdonk. Misschien omdat zij VVD is allochtoonse mensen hebben op PvdA gestemd. Ik weet niet. Wij stemmen en praten daarna niet zoveel meer over als Nederlandse mensen. Stem is genoeg voor onze mening.

Buurman Arie is van Leefbaar. Hij heeft vorige keer gewonnen, nu wij. Het is 1-1 zei ik, maar Arie was niet zo blij. Hij zei allochtoonse mensen zijn rooie rakkers, maar dat begrijp ik niet. Jullie zijn terroristische organisatie, zei Arie. Jullie gaan met stembriefje naar stembureau. Geven dat briefje aan iemand anders, drukken dan op knop en beslissen wie macht krijgt. Arie zegt dat allochtoonse mensen allemaal opgesloten moeten worden voor terreur. Maar ik denk Arie haalt paar dingetjes met Hofstadgroep door de war. Hij is beetje verdrietig want hij kan niet tegen verlies en bier.

Is nu wel ander probleem, meneer Weisglas en daarom schrijf ik U Edele geachtbare, want u bent baas van alle politieke mensen van Tweede Kamer. Allochtoonse mensen zijn nu heel erg belangrijk voor politieke mensen. Dus wij van buurtcomité denken dat zij allemaal binnenkort naar ons toe willen komen voor praatje maken.

150 praatjemakers is beetje veel. Wij hebben mooi buurthuis, maar wij zijn al veel bezet. Elke eerste zondag van maand is multiculti koken met hele buurt. Elke tweede zondag wij kijken met allochtoonse mensen en Nederlandse mensen samen multicultifilm. Elke derde zondag is altijd wijkvergadering over problemen. En elke vierde zondag is altijd gewoon gezellig kletsen. Eigenlijk kan Tweede Kamer alleen komen in maanden met vijf zondagen. Of politici moeten keertje op zaterdag komen, maar dan zijn niet veel mensen thuis. Zij doen allemaal booschappen op markt.

Misschien u kunt bellen naar buurthuis voor afspraak maken. Als meisje van administratie opneemt vraagt u maar naar Ali Yildiz. Zij kent mij wel.

Hoogachtend

Ali Yildiz








IC-thorax


De operatie is heel goed gegaan, zei de chirurg van het Amphiaziekenhuis in Breda. Mijn vader heeft het goed doorstaan. Vier omleidingen, een mens zou er van in de war raken.

Vanmiddag mocht ik bij hem op bezoek. Op de IC-thorax, waar de patiënten drie keer per dag een kwartiertje bezoek mogen ontvangen. Maar ze doen niet flauw in het Bredase ziekenhuis en zo stond ik bijna een half uur aan het bed van mijn vader. Hij was, 24 uur na de operatie, nog nauwelijks bij zijn positieven. Hij maakte alleen wat grommende geluiden.

“Probeert u maar met hem in contact te komen,” zei de zuster. Ik wilde vragen wat ze daarmee precies bedoelde maar ik realiseerde me net op tijd dat het nu niet de tijd en de plaats was om een diepgravende discussie over het contact tussen mij en mijn vader te gaan voeren. Zeker niet met een wildvreemde zuster.

Ik legde mijn hand op zijn arm, voorzichtig tussen alle draadjes waarmee IC-thoraxpatienten verbonden zijn met ontelbare apparaten en buisjes. Ik vroeg hem of hij mij kon horen. Mijn vader knikte. Ik vroeg hem of hij wist wie ik was. Hij knikte weer. Ik vroeg hem of hij pijn had. Hij schudde zijn hoofd. Meer vragen kon ik op dat moment en onder die omstandigheden niet bedenken. Ik bleef zo maar wat staan, onbeholpen starend naar mijn vader.

“Het komt wel goed,” zei de zuster. “Het is ook niet niks. Op die leeftijd en dan vier uur onder narcose.” Ik knikte.








THX!


Eén van de TV-meisjes had bepaalde informatie nodig.

Die had ik en ik stuurde haar een mailtje met die informatie.

THX!, mailde ze prompt terug.

Ik denk dat ze dankbaar was.








Dré


Vragen, vragen, vragen. Niet alleen Tweede Kamerleden stellen ontelbare schriftelijke vragen, ook gemeenteraadsleden blinken er in uit. Vragen over zwerfaval, hondenpoep, hoge belastingen, stoeptegels, enzovoort. Noem het en er worden op lokaal niveau vragen over gesteld. “Kan uw college verklaren waarom . . ?”; “Weet uw college wel dat . . ?” De toon is altijd vrij stevig. Maar als dan een paar weken later de antwoorden komen, blijkt de soep meestal niet zo heet gegeten te worden en hoor je er verder niemand meer over. Het bleken vragen om te vragen. Vroeger werden wij dan overgeslagen. Maar dat was vroeger.

Kampioen vragensteller is Dré Rennenberg, één van de laatste overlevenden van de grijze golf die ons land een paar jaar geleden overspoelde in de vorm van politieke ouderenpartijen. Hij zit nog steeds in de gemeenteraad van Eindhoven.

Net als iedereen voerde zijn partij een verkiezingscampagne. Rennenberg wilde in het centrum van de stad borden ophangen aan lantaarnpalen. Maar zo werkt dat natuurlijk niet. Elke zichzelf respecterende gemeente heeft tegenwoordig citymanagement. Dat zijn dames en heren in deftige dames- en herenkleding die bepalen wat er wel en niet goed is voor het aanzicht van de binnenstad. Ze gaan over reclame-uitingen, gezamenlijke middenstandsacties – om u en mij te lokken – en de koek- en zopietent tijdens de wintermaanden op de plaatselijke markt.

En dat citymanagement vertelde Rennenberg dat hij maar vijftig van die ontsierende borden mocht ophangen. Dat pikte hij niet, dus hij zocht het hogerop. Toen bleek – ik citeer nu de inleiding tot de raadsvragen – “dat vijftig borden de norm is voor circussen!”

Dus Rennenberg schakelde een nog hogere ambtenaar in en hij kreeg zijn zin. “Door interventie,” schrijft hij, “van de griffie is het de Stichting City Dynamiek duidelijk geworden, dat verkiezingen iets anders zijn dan circussen.” Dré vindt eigenlijk dat het citymanagement zich ten onrechte met verkiezingen bemoeit. Hij wil er nog wel opheldering over van burgemeester en wethouders.  Gelijk heeft hij want verkiezingen zijn geen circussen. Toch . . .?








Spannend

Het worden spannende dagen. Vandaag ondergaat mijn tachtigjarige vader een hartoperatie. Hij is er speciaal voor naar het Amphiaziekenhuis in Breda gebracht. Daar zijn ze gespecialiseerd. Hij was er monter onder. Eigenlijk meer bezig met de afgang van PSV dan met zijn eigen lot. Dat ligt in andermans handen. Zolang andere mensen voor hem denken en zorgen vindt hij het prima.

Een paar weken geleden schreef ik dat hij weer met hartklachten was opgenomen in het ziekenhuis in Ede. Er is sinds die tijd veel gebeurd. Na een paar dagen mocht hij weer naar huis. Hij moest maar wat meer medicijnen nemen, dan ging het wel over.

Nadat hij een paar dagen thuis was kwamen de klachten terug. Het werd zo erg dat hij hulp in riep. Niet via zijn alarmapparaatje, nee, hij belde meteen 112. Er kwamen een politie-auto en een ziekenauto. De broeders brachten hem meteen naar het ziekenhuis. Daar waren ze eigenlijk een beetje boos op hem. Hij had een pilletje moeten nemen in plaats van zich opnieuw te laten opnemen. Hij mocht een paar dagen blijven maar moest dan weer naar huis. Tijdens het bezoek lag mijn vader met een grote smile in het ziekenhuisbed. Hij was in veilige handen, er werd voor hem gezorgd en verder maakte het hem niet zo veel uit.

Wat er in die paar dagen is gebeurd is onduidelijk maar plotseling hoorden we dat hij een hartoperatie zou moeten ondergaan. De medische wereld is een wondere wereld. Wat de ene week nog met een pilletje kan worden verholpen is de volgende week rijp voor een hartoperatie.

Gisteren is hij naar Breda gebracht en vandaag gaat het mes er in. Hij maakte een montere indruk. Wie vraagt wat er in hem om gaat nu hij op zo’n hoge leeftijd nog zo’n zware operatie moet ondergaan krijgt als antwoord dat hij het allemaal maar afwacht. Je kunt er toch niks aan doen.








Inval (slot)


Voor wie via mijn log de perikelen heeft gevolgd, hierbij het slotaccoord








Nitwit


Ik ben een administratieve nitwit. Als u mij een formulier wil laten invullen geef er dan meteen twee want ik verpruts er gegarandeerd eentje. Zelfs het meest simpele briefje verknal ik door voor- en achternaam op de verkeerde plek te zetten. Mensen die mijn ingevulde formulier onder ogen krijgen moeten minstens zo wanhopig worden als ik word van het blanco formulier. Zo ben ik er waarschijnlijk als enige Nederlander in geslaagd ons bij twee ziektekostenverzekeraars aan te melden. Hoewel dat niet helemaal mijn schuld was. Vind ik.

Al voor de jaarwisseling verliet ik de omroepverzekeraar PNO omdat Menzis goedkoper was. Met pijn in het hart, want PNO vind ik een fantastische organisatie. Na drie weken had ik nog niks van mijn nieuwe verzekeraar gehoord. Ik belde om te informeren of mijn formulier wel in goede orde was ontvangen. Na 25 minuten, drie Menzis-mensen verder en een paar euro lichter wist de laatste mij te vertellen dat ik onbekend was in het systeem. “Dan ligt mijn formulier zeker nog onderop de stapel,” zei ik, altijd bereid mee te denken. “Dat kan niet,” zei de menz, “want zo lang liggen ze niet op een stapel.” Hij adviseerde mij een nieuw formulier in te vullen.

Het angstzweet brak mij uit. Ik besloot nog twee volle weken te wachten. Toen ik nog niks had gehoord koos ik er voor bij PNO te blijven en daarvan stelde ik hen op de hoogte. Precies een dag later bracht de postbode de polissen van Menzis. Shit, dacht ik, nou hebben we twee verzekeringen. Wat nu? Er moest er één worden opgezegd. Ik legde het probleem aan de keukentafel voor aan Marlies. We kozen voor PNO omdat wij niet houden van verzekeraars die zeggen dat je onbekend bent in het systeem.

Ik belde met Menzis. Geloof het of niet, maar ik kreeg pas na twintig minuten een menz aan de lijn. “U kunt nog tot 1 maart opzeggen,” zei het callcentermeisje. “Ja,” zei ik, “oude verzekeringen, maar dit is een hele nieuwe waar ik nog maar net voor getekend hebt.”

“U kunt nog tot 1 maart opzeggen,” zei ze weer. Ik stelde een strikvraag om te controleren of ik geen robot aan de lijn had. Daar reageerde ze adequaat op. Ik heb per aangetekende brief opgezegd. Twee volle weken later kreeg ik een bewijs van uitschrijving van Menzis. Ik slaakte een zucht van verlichting. En dag later vielen – bij wijze van bonus - de pasjes van Menzis op de mat.








Best


Wat ik er van vind? Tja, er is mij altijd geleerd dat je locale verkiezingen niet mag projecteren op de landelijke ontwikkelingen. Bovendien ben ik maar een amateur-analyticus waarvan we er in Nederland nog 15.999.999 hebben.

Laat ik het zo zeggen. In Den Bosch heeft Groen Links een zetel gewonnen. Dat is goed. De PvdA heeft fors gewonnen en dat is minder want nu hebben vanaf volgende maand nog meer raadsleden geen standpunt. Het andere goede nieuws is dat de localo’s hier ter stede flink hebben ingeleverd.

Over het algemeen ben ik blij met het rukje naar links in Nederland. Jaren geleden waren we ontevreden omdat het politiek niet correct was bepaalde dingen te zeggen. Toen kwam Pim Fortuyn die taboes doorbrak. Dat was goed. Helaas werd zijn erfgoed verkwanseld door een stel politieke hooligans die nu flink zijn afgestraft.

Maar in hun kielzog meenden CDA en VVD zich ook ineens dat niveau te kunnen permitteren. En dat is nu dus ook behoorlijk afgestraft. Het volk is z’n sociale gezicht niet verloren, van het dwaalspoor teruggekeerd en de grote schreeuwers (zeg maar: de Henkie Brienes) zijn terug in hun hok gejaagd. Ik vind het prima zo. Nederland heeft zichzelf teruggevonden.

Maar, wat zeur ik. Vorige week maakte ik op het station van Best onderstaande foto. Die zegt toch veel meer dan duizend woorden.








Beschaafd


Ik had haar al zien lopen in de hal van onze studio. En vlotte, keurige dame van een jaar of zestig. Mooi wit haar, keurig gekapt. Ze droeg een donkerblauwe rok en lichtblauw jasje. Ze had stijl, dat zag je zo. Ik kende haar niet. Ik vroeg me ook niet af wie was. Het is bij ons vaak een komen en gaan van mensen voor de verschillende uitzendingen.

Later werd ze plotseling het onderwerp van gesprek in de studio. Malies Scheepens, scheidend fractievoorzitter van het CDA in Tilburg. Ze was te gast in een praatprogramma. En daar had ze iets gezegd dat  voor enige beroering had gezorgd. Ze had het niet zo op voedselbanken, had ze gezegd. Ze zei dat voedselbanken zo populair zijn omdat het eten daar gratis is. Geen kunst.

Echt waar, die mevrouw zag er heel beschaafd uit. En ze bleek ook nog christelijk.








Gewoon


Wiegel schoffelt D66 onder het vloerkleed. Kamp zaagt aan de stoelpoten van Van Aartsen, Bos kroont zichzelf alvast tot premier. De andere honden kijken geamuseerd toe, wachtend op het moment dat het been even onbewaakt is.

Terwijl de paradijsvogels in het Haagse Dierenpark hun rituele baltsgedrag vertonen zijn er hier in Brabant gewoon gemeenteraadsverkiezingen. U weet wel, stemmen op localo’s. Gewone mannen en vrouwen die de komende vier jaar zichzelf roemloos suf vergaderen in muffe zaaltjes.

Het gaat hier niet zo zeer om mannetjesmakerij, maar over de vraag of er een rondweg moet komen; of er  in het dorp gebouwd moet worden voor de eigen jeugd en of er al dan niet auto’s geparkeerd mogen worden op het marktplein. Gewone dingen voor gewone mensen, dingen die wij begrijpen.

In alle verkiezingprogramma’s trof mij het meest een punt uit het programma van een partij in Helmond. Zij gaan zich de komende jaren sterk maken voor vrouwvriendelijke hondenuitlaatplaatsen. Kijk, daar gaat het vandaag om.








Oefenen


Ik heb de hele zondag lopen oefenen. Trap af, deur open, opmerking, deur dicht, trap op. Trap af, deur open, opmerking, deur dicht, trap op. Trap af, deur open, opmerking, deur dicht, trap op. En nog ben ik er niet helemaal uit. Denk eens even mee als u wilt.

Stel, er wordt gebeld. U doet de deur open en daar Jan-Peter Balkenende die aan u vraagt: kan ik nog iets voor u doen? Dat verzin ik niet, dat doet hij echt. Dan wil je natuurlijk een beetje gevat uit de hoek komen. Ik dacht bijvoorbeeld aan:

- Zeg knul, weten je ouders wel dat je zo ver van huis bent

- U heeft een leuk programma meneer Schumacher,
   maar ik ben geen lid van de AVRO

- Kunde gij verstekzagen dan?

- Dit is geen Vinexwijk maar een multiculturele stadswijk.
   Pas op, achter je: een turk

- Ge zout un keer dur ut hois kunne riddere.

Zeg nou zelf, dat kan beter. Zet ze maar voor, ik kop ze wel in . . .








Gordijnen dicht


De gemeenteraadsverkiezingen kosten mij toch nog wel wat hoofdbrekens. De Stemwijzer leidde mij regelrecht naar de PvdA, zoals ook de arbeiderswijk waarin ik ben opgegroeid mij naar de socialisten leidde. Ik ben pas gaan twijfelen sinds Wouter Bos de leiding heeft. Ik vind hem niet echt het gestaalde kader uit de tijd van mijn vaderen. Maar goed, die tijden zijn ook niet meer en we moeten vooruit. Misschien is Wouter Bos wel de aangewezen man om ons de weg naar de toekomst te wijzen.

Ziet u wat er gebeurt? We hebben het hier over lokale verkiezingen en ik schrijf over Wouter Bos. Terwijl ik het hier zou moeten hebben over plaatselijke grootheden als Jetty Eugster, Ton van Bussel en Hermie van Ommeren. Net als in de grotemensenverkiezingscampagne gaan de landelijke coryfeeën ook met mij aan de haal.

Terug naar Den Bosch. Tot gistermorgen dacht ik nog PvdA te gaan stemmen. Toen viel het Brabants Dagblad in de bus met een overzicht van de partijstandpunten. U kent die lijstjes wel. En wat blijkt? De PvdA heeft op een aantal cruciale punten nog geen standpunt. Ze beraden zich nog. En dat 72 uur voor de verkiezingen.

Gedurende de dag begon ik te zweven richting GroenLinks, volgens de stemwijzer een goed alternatief voor mij. Bovendien vind ik lijsttrekker en wethouder Bart Eigeman van GL een goeie vent met visie. Tegen de avond was ik er uit. Hij zou mijn stem krijgen.

Wat gebeurt er? Komt NRC Handelsblad met een verhaal waaruit blijkt dat GL in Den Bosch partijgeld heeft gebruikt voor privé-doeleinden, zoals een abonnement op het Brabants Dagblad. Mijn beeld wankelde weer, zo’n 65 uur voor de verkiezingen.

Vanmorgen was het allemaal weer anders. Op de internetsite van mijn eigen Omroep Brabant lees ik dat NRC zich heeft vergist en maandag gaat rectificeren. Ik kan dus met een gerust hart op GroenLinks stemmen.

Weet u wat ik doe. Ik doe de gordijnen dicht, laat de krant ongelezen, kijk tot het moment dat de stembussen open gaan geen TV meer en ik trek de stekker van de radio er uit. En tegen u zeg ik: waag het niet mij nog iets te melden over de verkiezingen. Dan ren ik dinsdagmorgen als een speer naar het stemlokaal, druk op de knop en stort mij pas daarna weer in de wereld die politiek heet.








Vriend


Ze vertelde me dat iemand had gezegd dat eenzaamheid soms ook je vriend kan zijn.

Ik vroeg haar wat die persoon daarmee had bedoeld.

Ze wist het niet precies, want de opmerking was gevallen aan het eind van een gesprek toen ze al met haar jas aan stond en er geen tijd meer was om verder te praten.

Je had je jas weer uit moeten trekken, zei ik.

Eigenlijk wel, zei ze. Ze was vast van plan er de volgende keer dieper op in te gaan want het hield haar bezig.

Ik heb een weblog, zei ik, daar ga ik er iets over schrijven. Dat wordt gelezen door aardige mensen van wie de meeste ook schrijven. Ze zijn gewend na te denken en hun gedachten te formuleren. Misschien weten zij waarom eenzaamheid soms je vriend kan zijn.

Zou je denken, vroeg ze.

We proberen het gewoon, zei ik.








Bekant overspannen


Regionale journalistiek blijft leuk. Zelfs na zoveel jaar. Je spreekt nog eens iemand. Vanmorgen belde ik naar een man in Uden die folders heeft laten drukken waarin hij iedereen oproept niet te gaan stemmen. Hij is postbode en gaat die folders na zijn dienst persoonlijk overal bezorgen.

Ik kreeg zijn vrouw aan de telefoon, hij was er zelf niet. Ik vertelde haar dat wij hem graag even live in de radio-uitzending zouden willen spreken. “Meestal komtie tussen de middag wel een botteram thuis eten. Probeer het dan nog maar eens, ” zei ze.

“Jij bent trouwens wel een mooie jij. Nou moet ie ook nog op de radio. Het is al zo’n gedoe met die actie,” vervolgde ze. “Ik ben al weken bezig met brieven schrijven voor hem. Man ik ben er bekant overspannen van. Maar niet heus natuurlijk, dat begrijp je wel. Hahahaha . . .”

“Zeg ken ik jou trouwens niet ergens van. Jawel. Ik ken jou. Wij hebben vijf jaar geleden contact gehad toen ik een zelfhulpgroep voor borderline-patienten wilde oprichten. Ja, niet voor mezelf, maar voor m’n dochter. Dat weet je toch nog wel?”

“Sorry, maar dat kan ik me niet herinneren,” zei ik.

“Jawel, ik weet het zeker. Toen kon ik zelf niet naar de studio komen en heb ik iemand anders gestuurd. Nou, ik zal je vertellen dat ik na vijf jaar met die groep ben gestopt. Ik stond overal alleen voor en als je dan zelf hulp nodig hebt voor je dochter dan geeft niemand thuis. Dus ik ben er mee gestopt.”

“Jammer,” zei ik. “Is er niemand die het van u over neemt?”

“Wel nee man,” zei ze. “Je moet alles zelf doen. De mensen willen zich tegenwoordig nergens meer voor inzetten. Weet je wat het is . . .”

“Ik bel uw man tussen de middag,” zei ik vlug

“Dat kun je proberen,” zei ze. “Mijn dochter wil eigenlijk wel eens het taboe doorbreken.”

“U bedoelt over borderline?” vroeg ik. Je moet als journalist heel snel kunnen schakelen.

“Nee, ze is niet suïcidaal of zo ze wil het taboe doorbreken van het snijden in de armen. Zeg, die twee jongens die dat televisieprogramma over taboe doorbreken maken zijn die eigenlijk getrouwd? Die twee van Olifantendoders? Dat zijn zulke leuke jongens.”

“Uuuuhm,” zei ik, “van één weet ik dat hij een relatie heeft. Van die andere niet.”

“Ja, want dat zijn hartstikke leuke jongens voor mijn dochter. Dat is best een leuke meid hoor. Jezus, de andere telefoon gaat. He, euuuj . . . ik ga hangen. Bel tussen de middag maar terug dan is ie wel thuis. Houdoe.”

Tuut . . .tuut . . .tuut.








Stoer


U kent Henkie Briene niet. Henkie Briene woonde bij ons in de buurt, in het slechte deel. Af en toe kwam Henkie met zijn grote broer en zijn vrienden naar onze straat om ons in elkaar te slaan. Niet dat wij iets verkeerd deden, nee, Henkie vond dat stoer. Gelukkig waren we hem altijd te vlug af.

Op een meter of vijftig van onze keukendeur en op honderd meter afstand van Henkie wilde mijn broertje nog wel eens stilstaan, zich omdraaien en keihard roepen: Henkie Briene viezerik . . . Henkie Briene viezerik. Dat vonden wij dan weer stoer, want als je dat een keer had geroepen wist je dat je het eerste half jaar niet door de straat van Henkie kon gaan zonder gedood te worden.

Stoer. Dat is het woord waar ik al een paar dagen naar zocht. Stoer heeft voor mij twee betekenissen. Een positieve en een negatieve. Ik vind het stoer als iemand een prestatie levert waarmee hij of zij boven zichzelf uitstijgt. Alle azijnpisserij ten spijt vind ik de rap van minister Donner stoer. In positieve zin. Als ik zou gaan bungyjumpen zou dat ook heel stoer zijn.

Maar er is ook een andere kant. Mensen die tegen wil en dank stoer doen, louter om zich te bewijzen. Mensen zoals Henkie Briene viezerik. Zo bezien vind ik Rita Verdonk stoer. Die heeft bepaald dat Taida Pasic haar school in Winterswijk niet mag afmaken. Ze moet het land uit.

Er is al veel over geschreven en ik heb er veel over gelezen. Het meest treffende verhaal vond ik dat waar in stond dat het bezopen is een meisje uit te zetten dat zoveel moeite doet haar school af te maken, terwijl zoveel Nederlandse jongeren voortijdig afhaken. Zoals Henkie Briene viezerik die nooit verder is gekomen dan de blo.

Formeel zal Verdonk wel gelijk hebben. En ik kan me ook nog voorstellen dat je streng handhaaft. Het is tenslotte het volk dat daar om vraagt. Maar het is toch te zot voor woorden om zo’n meisje vlak voor de eindstreep uit te zetten. Ik kan me bijna niet voorstellen dat Verdonk dat met haar hart doet. Zo versteend kan een vrouwenhart niet zijn.

Ze laat zich volgens mij gek maken, zoals ook de Geldropse milieuwachter zich gek liet maken toen zij een oude dame bekeurde omdat die een van thuis meegebracht plastic zakje in een openbare prullenbak gooide. Ze laten zich allemaal gek maken door het schreeuwende Henkie Brienes van dit land.

Het wordt tijd dat politici en milieuwachters weer onafhankelijk gaan denken. Je hoeft niet bang te zijn voor Henkie Briene, hij heeft ons ook nooit te pakken gekregen.








Stem wijzer


Zo, we zijn hier weer over gegaan tot de orde van dag. Voorzichtig natuurlijk om de mensen met een spijker in hun kop niet te zeer te ontrieven. De blik is nu gericht op het volgende feest: de gemeenteraadsverkiezingen. Journalistiek zijn we bezig om de extra uitzendingen op de rails te zetten. Dat loopt op rolletjes met een bedrijf vol vakmensen. Persoonlijk heb ik het er iets moeilijker mee. Ik weet namelijk niet goed op wie ik in Den Bosch moet stemmen.

Den Bosch is politiek gesproken een beetje een rare stad. Jaren geleden werd Rosmalen geannexeerd. De Rosmalenaren pleegden meteen een coup, waarbij overigens geen druppel bloed werd vergoten. Nee, ze zorgden er gewoon voor dat de partij Rosmalens Belang de grootste werd. Nu we twee verkiezingen verder zijn is er van die club niet zo veel meer over. Het besturen van een stad bleek iets heel anders te zijn dan het besturen van een dorp en RB vertilde zich daar aan. Er volgden wat afsplitsingen en de Rosmalenaren zijn verspreid als ware het de diaspora.

Er is een nu een coalitie van VVD, CDA, PvdA en Groen Links. ’t Kan allemaal best op plaatselijk niveau. Zelf heb ik altijd een beetje het gevoel dat dienst in de stad wordt uitgemaakt door de horecaondernemers in de binnenstad. Maar dat komt misschien omdat elke scheet die ze laten rijkelijk van de pagina’s van het plaatselijke dagblad walmt. Daardoor zouden ze wel eens belangrijker kunnen lijken dan ze zijn en word ik op het verkeerde been gezet door het referentiekader van de krant.

Er zijn nog wel een stuk of vijf plaatselijke partijen, maar daar heb ik het niet zo mee. Daar heb ik geen speciale reden voor maar op de een of andere manier denk ik bij Lijst Knillis meer aan een carnavalsclubke dan aan een politieke partij die mijn belangen moet behartigen.

Dus ik heb er de stemwijzer eens op nageslagen en alle Bossche stellingen doorlopen. En ik kwam met stip uit op de PvdA. Helemaal onderaan staat Rosmalens Belang. Wat is het toch fijn als de vooroordelen die je over jezelf hebt gewoon worden bevestigd.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed