Gesloten
Wegens vakantie gesloten tot 8 februari.
Papegaaiencircus
Journalistiek ik een boeiend vak. Je komt nog eens ergens, je hoort nog eens wat en er gaan deuren open die voor anderen gesloten blijven. Als wij een bestuurder ter verantwoording roepen voor een bepaalde uitspraak krijgen we meestal antwoord. Moet u eens proberen.
Het is ook een heel verantwoordelijk vak. Je kunt mensen maken en breken. Wie wat langer in het vak zit weet dat dingen soms niet zo zijn als ze lijken. Goed waarnemen en interpreteren is een kunst. Vorige week waren de ministers Verdonk en Van Ardenne op tournee door Afrika. De teneur was dat Verdonk wil dat vluchtelingen terugkeren naar hun eigen land.
Op het NOS-Journaal hield Verdonk haar zonnebril op toen ze werd geïnterviewd. Dat vind ik vreselijk onbeleefd. In de Volkskrant las ik dat Van Ardenne wel door de knieën ging bij enkele Afrikaanse kindertjes maar dat Verdonk gewoon bleef staan. Dan is je beeld van zo’n vrouw wel weer neergezet.
Maar wat lees ik zaterdag in een paginagroot portret dat de Volkskrant van Verdonk schetst? Ze kon niet door de knieën als gevolg van een operatie. Het was weggemoffeld in de laatste alinea. Mijn eerste gedachte is dan: hebben ze verdorie weer geprobeerd die arme Verdonk weg te zetten als een heks. En ik begin lichtelijk sympathie voor het slachtoffer te voelen.
Volgens de krant komen dergelijke vergissingen door het imagoprobleem dat Verdonk heeft. Amehoela. Volgens mij komt het door het journalistieke papegaaiencircus.
Vunzig (2)
- Met Gerrit spreek je
- Gerrit, met Jan Peter. We moeten onmiddellijk stoppen met die vunzigheid na het kabinetsberaad.
- Ho, ho. Rustig. Wat is er aan de hand?
- Alexander heeft natuurlijk wel een punt. Het is smerig.
- Alexander! Alexander! Die hebben we gisteren flink bij z’n ballen gepakt. Die houdt voorlopig z’n bek wel.
- Gerrit, mind your words.
- Hoezo, jij vindt het toch ook fijn? Vooral die blonde vind jij toch leuk?
- Jawel, maar toch moeten we ze niet meer laten komen.
- Wat is er ineens aan de hand? Word je puriteins, net als Alexander?
- Nee, maar Wulpie is gebeld door zo’n muskiet van de Telegraaf. Die is de vunzigheid in het kabinet op het spoor.
- Ach joh, die boys bluffen. En je kent Wulpie, die is zo save als de Nederlandse Bank.
- Ja maar, de namen zijn al genoemd. We moeten stoppen.
- Holy shit. Zijn de namen genoemd? Ja, dan wordt het anders. Dan moet je maar bellen dat ze niet meer naar de kabinetszitting moeten komen. Jammer, ik leefde al echt naar die vunzige vrijdagen toe.
- Ik wil wel bellen Gerrit, maar jij hebt de telefoonnummers. Geef die maar.
- Ik heb het alleen het nummer van Joling, maar hij geeft de boodschap wel door aan Gordon.
Vunzig
En toch, als ik mijn inzicht laat voortschrijden, kom ik meer en meer tot de conclusie dat er iets wringt in die hele kwestie rondom minister Pechtold. Iedereen (ikzelf niet uitgezonderd) moet om hem lachen en vindt hem een naïef mannetje. En we smullen als we lezen dat hij van zijn collega-ministers op zijn donder heeft gekregen, hoewel dat in Den Haag natuurlijk anders heet, want daar hebben ze een eigen taal ontwikkeld. Leuk, zo’n rel.
Maar is die rel op zich eigenlijk niet verheven tot een journalistiek doel? Want daar wordt alle beschikbare mediale menskracht op gezet, terwijl ik wel eens zou willen weten wat er in dat kabinet aan de hand is. Want het is niet niks wat Pechtold heeft gezegd. Hij heeft het woord vunzig in de mond genomen.
Ik weet niet of dat woord in uw omgeving wel eens valt, in de mijne gelukkig zelden en privé al helemaal niet Wij zijn bij de regionale omroep niet kinderachtig in ons taalgebruik en we zijn ook niet altijd even zuinig op elkaar. Maar het woord vunzig komt bij ons alleen uit de kast als iemand echt iets heel smerigs heeft gezegd. Het wordt dan als een corrigerende tik gebruikt: “doe niet zo vunzig”.
En dat gebeurt dus alleen maar als er sprake is van heel smerige seksueel getinte opmerkingen, die zelfs voor doorgewinterde journalisten niet te verteren zijn. Of als er smerige poep- en piesverhalen worden verteld (journalisten zijn net mensen). Ik heb er nog eens een ouderwets woordenboek op nagezocht. Vunzig is daarin hetzelfde als: kwalijk riekend, goor en schunnig.
Het lijkt mij erger dan een beerput en die stinkt al zo. Misschien dat er daarom niemand is die gaat wroeten om er achter te komen waarom Pechtold het woord vunzig heeft gebruikt.
Loonstrookje
Wij loonslaven keken er al dagen met bonkend hart naar uit: het loonstrookje. Zouden wij het door Zalm beloofde zoet krijgen of zouden we er op achteruit gaan? In ons bedrijf waren er nog al wat verschillen. Sommige waren er een paar tientjes op vooruit of achteruit gegaan. Eén miste onder de streep tweehonderd euro ten opzichte van vorig jaar. Die zou het thuis nog eens op zijn gemak nakijken.
Ik ben er veertig euro op achteruit gegaan. Toch honderd gulden. Dat zit ‘m waarschijnlijk in de peperdure ziektekostenverzekering. Ik doe pogingen om een goedkopere verzekering af te sluiten maar dat is tot nu toe gestrand in ambtelijke molens, want ze zijn al weken mijn papieren kwijt. Er was ons beloofd dat switchen gemakkelijk zou gaan. In mijn geval niet dus. Ik heb inmiddels al voor zoveel geld gebeld met die nieuwe verzekeraar dat ik misschien wel beter bij de oude had kunnen blijven.
Maar goed, het verhaal dat iedereen er dit jaar op vooruit gaat is in ieder geval niet waar. Niet dat ik daar ooit één woord van geloofd heb, maar een mens blijft hopen. Ik ga er maar van uit dat het geld dat ik te kort kom terecht komt bij mensen die het harder nodig hebben. Zo sportief ben ik ook wel weer. Maar met dit kabinet is dat misschien niet zo’n hele slimme aanname.
Over het kabinet gesproken. Ik las op NOS Teletekst dat die naar Den Haag doorgeschoten Wageningse doornstruik Pechtold heeft gezegd dat hij het allemaal niet zo bedoeld heeft toen hij in Opzij zijn collega’s onderschoffelde. En zijn D66 vriend Bakker tempert de crisisdreiging. Leuk hè, politiek.
4x4
Oh my God . . . Niet ik hè?
Wat is er aan de hand? Vroeg het stemmetje in mijn binnenste.
Iemand heeft mij zo’n weblogstokje gegeven. Nou moet ik iets . . .
Ach da’s toch leuk.
Maar ik hou helemaal niet . . .
Ach joh, zeur niet. Doe nou gewoon gezellig mee. Dat kost toch geen moeite.
Ja maar, ik . . .
Niet zeiken De Vries. Gewoon doen. Je gaat toch niet zo’n ketting verbreken? Wat vragen ze?
Vier favoriete films.
Nou, hup, lepel die eens op.
Ja maar ik vind zoveel films leuk.
Zeur nou toch niet zo. Vul dat nou gewoon in.
Ik doe eigenlijk liever boeken.
Ja, maar dat vragen ze niet. Alee, aan de slag . . .
Vier favoriete films:
* Black Cat, White Cat (Emir Kusturica)
* Festen (Thomas Vinterberg)
* Masterclass (Hans Teeuwen)
* Carnivale
Heel goed, De Vries. Wat nu?
Vier mensen naast wie ik zou willen wonen. Ik weet wel mensen naast wie ik niet zou willen wonen, maar . . .
Ja, maar dat is de vraag niet. Hup opschrijven wat gevraagd wordt. Welke mensen wil je als buur hebben zodat je er af en toe ’s avonds een borrel kunt drinken?
Vier mensen naast wie ik zou willen wonen:
* Huub van der Lubbe
* Freek de Jonge
* Linda de Mol
* Guus Hiddink
Nou, je zoekt ze wel uit zeg. Interessant hoor, Linda de Mol. En een voetbaltrainer. Kun je daar mee praten dan? Wat nu?
Vier baantjes die ik in mijn leven heb gehad. Da’s makkelijk.
Vier baantjes die ik in mijn leven gehad heb:
* Fotografisch zetter
* Journalist
* Journalist
* Journalist
Nou, dat is saai De Vries. Altijd maar hetzelfde. Laat eens kijken wat je nog meer hebt. Vier plaatsen waar je op vakantie bent geweest. Dat kun je ook zelf wel invullen hè?
Vier plaatsen waar ik op vakantie ben geweest:
* Italie
* Schotland
* Oostenrijk
* Amerika
Nou, dat is tenminste een mooi afwisselend lijstje. Het valt allemaal nog wel mee toch? Hup, de volgende. Vier concerten die indruk op je hebben gemaakt?
Vier concerten die indruk op mij hebben gemaakt:
* Alle concerten die mijn vrouw en pianist Carl van Kuyck
samen hebben gegeven
* Alle concerten die ik in het Koninklijk Concertgebouw heb gezien.
* Voodoo Lounge van de Rolling Stones.
* Alle concerten van Joe Cocker
Dat eerste is heel tactisch De Vries.
Helemaal niet, dat is welgemeend.
OK, ok, ik geloof het. En dan?
Vier websites die je dagelijks bezoekt.
Vier websites die ik dagelijks bezoek
* Eindhovens Dagblad
* Brabants Dagblad
* Volkskrant
* NRC Handelsblad
Nu moet je vier dingen opschrijven die je graag eet. Ik zou maar met tijgernootjes beginnen, junkie.
Vier dingen die ik graag eet
* Tijgernootjes dus
* Parmaham met parmezaanse kaasbrokken
* Andijviestamp
* Lamsvlees gevuld met een paar struiken tijm
Nou, dat ziet er goed uit. Je bent al aan de laatste toe. Vier plaatsen waar je liever zou zijn dan waar je nu bent. Dat is toch makkelijk, niet.
Ja dat is makkelijk.
Vier plaatsen waar ik liever ben dan nu:
* Sicilie
* Umbrie
* Le Marche
* Calabria
Dat is allemaal in Italie De Vries.
Ja, dat is allemaal in Italie.
Nou, dat is dan duidelijk. Nou nog even vier loggers aanwijzen aan wie je het stokje door geeft.
Ja maar ik weet toch niet of die dat willen.
Niet zeuren. Dat hebben ze aan jou ook niet gevraagd.
Nee, dat is waar. Daar gaan we.
alice the malice
hoofzaak
vitamine-t
wereldpeer
Slagveld
“Er ligt een dode vogel in de keuken,” zei mijn zoon, terwijl hij mij met een plastic zak in de hand stond op te wachten.
“Poes en Broer zeker?” vroeg ik.
“Dat moet wel,” zei hij. “Ik zal hem in een plastic zak doen en in de vuilnisbak gooien.”
Ik ging naar boven waar onze keuken en eetkamer zijn. Mijn hemel, wat een slagveld. Over de hele verdieping lagen veren. Op de vloer lag bloed, de vensterbank zat onder de vogelpoep. Poes en Broer lagen op hun gemakje op de eetkamerstoelen. Zij waren het niet geweest, wilden ze ons doen geloven.
Na vijf minuten stofzuigen en poetsen was ik nog confuus. Ik had er geen vermoeden van dat twee zulke aardige katten, die het liefst de hele dag op je schoot liggen te spinnen, zo wreed kunnen zijn.
Eer
De relatie tussen journalisten en voorlichters is er vaak één op het scherpst van de snede. Soms trek je samen op, soms is het oorlog. Vandaag was het oorlog.
Vorige week kreeg één van mijn collega’s er lucht van dat Tilburg de 200.000ste inwoner zou gaan inhalen. Dat is voor een regionale omroep best groot nieuws. Tilburg is de tweede stad van de provincie en de zesde van het land. In Tilburg werd het in alle toonaarden ontkend. Een voorlichter wilde nog wel kwijt dat de mijlpaal dit jaar bereikt zou worden maar dat dat nog lang niet aan de orde was.
Drie werkdagen later komt het Brabants Dagblad met een extra bijlage over de 200duizendste inwoner van Tilburg. Een bijlage, die ze zo te zien, al minstens een week hebben kunnen voorbereiden.Vanmorgen voor zevenen ontploften spontaan al enkele collega’s en de stemming dook meteen onder peil. We waren genaaid, dat was duidelijk.
Om tien over zeven vanmorgen (ik wist niet dat voorlichters al zo vroeg wakker waren) stuurde de gemeente Tilburg een persbericht aan ons met de mededeling dat vandaag de 200duizendste inwoner gepresenteerd zou worden. Dat was tien minuten nadat de krant officieel bij iedereen op de mat hoort te liggen, want zo sluit je een deal.
Daar moet je mee leven, zeker als je concurrent een primeur heeft, maar als je er zelf al een vinger achter had, dan voel je je genaaid. Zwaar genaaid. Er werd bij ons geschreeuwd om luid protest. De hoofdredacteur moest er zelf op af! Maar of dat helpt? In het verleden heeft dat in Tilburg nooit geholpen.
Toch is het missen van die primeur niet mijn grootste zorg. Waar ik het meest mee zit is dat wij blijkbaar geen partij zijn om rekening mee te houden. Sterker nog: dat je ons kunt voorliegen. Erger kun je de beroepseer van een journalist niet krenken.
In de loop van de ochtend kwam er een taart van de gemeente Tilburg. Nou zou je denken dat die onmiddellijk door de plee gespoeld werd, maar nee, er waren er hier die ‘m lekker opgepeuzeld hebben. Niet ieders trots is blijkbaar zo snel gekrenkt.
Brief van Ali (9)
Zeer geachte Mevrouw Minister Verdonk Edelachtbare,
Wordt voor allochtoonse mensen steeds moeilijker om in Nederland te wonen. In krant ik lees dat wij liever op straat geen eigen taal meer spreken maar Nederlands. Is voor mij geen probleem en ook niet voor mevrouw Yildiz, maar voor veel allochtoonse mensen is wel probleem.
Opa en oma van Mo van nummer 213 spreken geen Nederlands. Zij gaan wel op straat naar Turkse winkel. Op straat maken zij praatje met alle mensen want opa en oma van Mo zijn vriendelijke mensen. Zij mogen nu niet meer op straat spreken in eigen taal, dus alle mensen denken straks zij zijn onvriendelijke mensen geworden. Zij nu moeten wachten met praten tot zij in winkel zijn. Is wel een beetje moeilijk allemaal te begrijpen voor opa en oma van Mo en ook voor allochtoonse mensen die wel Nederlands spreken.
Is ook niet mogelijk zeker dat ik mee ga en vertaal voor oude mensen, zodat maar heel klein beetje buitenlandse taal op straat is en politie toch kan horen wat wij zeggen. Gaat meestal over weer en dure prijzen en of goed gaat met kinderen. Is ook moeilijk voor mij als ik vrienden op straat tegen kom met ernstige probleem en die wel Nederlands spreken maar die probleem liever met mij in eigen taal bespreken omdat wij dan beter begrijpen. Wij moeten ergens naar binnen gaan om te praten of stiekum achter bosjes praten in eigen taal.
Zeer geachte mevrouw, minister Verdonk, sorry mijn brief is beetje verwarrend, maar mijn hoofd is ook beetje in de war van alle dingen in Nederland. Eerste keer dat ik brief schreef was omdat ik bang was van meneer Dijkstal van Tweede Kamer die wilde alle allochtoonse mensen dragen ster. Is nooit meer iets van gehoord. Misschien ook van Nederlandse taal spreken op straat is over tijdje niks meer gehoord.
Gisteren ik sprak op straat met buurman Arie met pittbul over moeilijke probleem. Gij moe nie bang, zei Arie, dieje Verdonk ziettur oit mi ut kiendje zun getje. Ik was erg geschrokken en heb Arie snel naar binnen geduwd zodat niemand hoort hij praat ook geen Nederlandse taal op straat.
Is nu heel moeilijk dus ik hoop op brief dat alles een vergissing was.
Hoogachtend
Ali Yildiz
IJskoning
Het is best wel een zachte winter, zeker voor mensen zoals ik die de winter van 1963 hebben meegemaakt
. Hier en daar loopt er al een struikje uit en er zijn al loggers die schrijven over vogeltjes die ze ’s morgens horen fluiten.
Maar wat ik vanmiddag meemaakte tart toch elke verbeelding. Het karretje van de IJskoning dat in de zomermaanden elke avond met zijn schelle bel en aanlokkelijke aanbiedingen voor verkoeling zorgt, stopte vanmiddag in de straat. Ik kon mijn oren niet geloven en toen ik naar het raam liep, mijn ogen evenmin. Ik wierp een blik in de straat, maar er ging nergens een deur open en ik hoorde evenmin opgewonden kinderstemmen. De IJskoning verdween net zo snel als hij was gekomen.
De Brabo
Het was een beetje de week van de Brabo, afgelopen week. Het PON (Instituut voor advies, onderzoek en ontwikkeling in Noord-Brabant) had zich verdiept in het Brabandergevoel. Deze week werd daarover een rapport gepresenteerd en de media liepen er van over. Althans, de Brabantse media. We weten weer waar we staan, hier in het zuiden. Het draait om de drie G’s. Brabanders zijn gemoedelijk, gastvrij en gezellig. Tja, en als ons PON dat zegt dan is dat zo.
In tegenstelling tot wat veel mensen denken of aan mijn tongval menen te horen ben ik geen Brabander. Ik ben geboren en getogen in de Betuwe (vandaar die lichtelijk zachte G) gepokt en gemazeld op de Veluwe en gelouterd in Brabant (dat zijn toch bij elkaar 5 mooie woorden met een zachte G).
Als je aan mij zou vragen wat een Brabander is, dan zou ik dat niet precies weten. Ik vind ze gemakkelijk benaderbaar. Op de Veluwe moest je nog wel eens soebatten voor een interview. De mensen waren er heel aardig en echt in je geïnteresseerd, zorgzaam ook. Maar ze liepen niet graag in het openbaar te koop met meningen. De Brabander wel.
Brabanders zijn ook veel informeler, minder afstandelijk, maar ook wat oppervlakkiger. Ik vond de mensen boven de rivier directer. Ze zeiden het als ze wat tegen je hadden. Hier wordt dat vaak via de band gespeeld. Eigenlijk betwijfel ik of de Brabander wel bestaat. Er is een groot verschil tussen Oostbrabanders van het zand en Westbrabanders van de klei. En de mensen in de grote steden zijn weer heel verschillend.
Na achttien jaar journalistiek bedrijven in deze provincie zie ik wel wat overeenkomsten behalve de zachte G. Brabanders zijn – van oost naar west – wars van regels en wetten. Een vriendendienst, waar ook eigen voordeel uit te halen is, is belangrijker dan Hollandse wetten. Ze trekken graag hun eigen plan. En ze houden het liefst hun eigen broek op ook al moeten ze daarbij balanceren op de rand van wat is toegestaan.
Opvallend vond ik ook altijd het geringe zelfbewustzijn en het gebrek aan trots. Dat is de laatste jaren beter geworden dankzij het feit dat Zuidoost Brabant één van de belangrijkste economische motors van Nederland is geworden en natuurlijk dankzij de prestaties van de Brabantse sporters.
Hoe dan ook, in het dagelijks leven zijn Brabanders helemaal niet zo met hun identiteit bezig. Dat komt pas boven drijven als iemand meent daar weer eens een onderzoekje naar te moeten doen of als een krant schrijft dat de zachte G oprukt in de media, zoals vorig jaar gebeurde. Dan is de Brabander zich weer even bewust van . . . Ja, van wat eigenlijk? En daarna gaat hij weer zijn eigen gemoedelijke gang.
Mijn vrouw sprak daarover interessante woorden: “Toen ik bij de landelijke omroep in Hilversum ging werken was ik me er pas voor het eerst van bewust dat ik uit Brabant kom”.
Vrouwen
Vorig jaar schreef ik ter gelegenheid van de Internationale Vrouwendag al dat ik een mateloos respect heb voor vrouwen. Dat komt waarschijnlijk omdat mijn moeder onze opvoeding ter hand nam. Zij was er altijd, zij was geborgenheid en veiligheid. Ik ben een moederskind, altijd geweest. Nog steeds kan ik het beter met vrouwen vinden dan met mannen. Machomannen vind ik helemaal erg.
En schreef ik laatst al niet ik voor het eerst in 33 jaar een vrouwelijke chef had en dat dat tijd werd ook? Wat er sinds die tijd allemaal niet gebeurd is? Een Afrikaans land en een Zuidamerikaans land kregen een vrouwelijke president. Vanmorgen las ik dat het Brabants Dagblad de eerste Nederlandse krant is die een vrouwelijke hoofdredacteur krijgt: Annemieke Besseling. Ik vind dat een prima ontwikkeling. Ik ga me steeds veiliger voelen. Want zeg nou eerlijk, wat hebben al die mannelijke leiders er nou van gebakken? Ik ben voor alle macht aan vrouwen. En daar is geen greintje cynisme bij.
Toch één kanttekening. Gisteren knalde onze digitale TV-ontvanger er uit. Van alles geprobeerd, niks hielp. Naar TV Home gebeld waar ik een vrouw aan de telefoon kreeg. Ze wist meteen wat er aan de hand was. De decoder was oververhit, daar hadden ze zelf ook altijd last van. Ik moest de steker er een half uur uithalen, opnieuw inschakelen en als het dan nog niet hielp moest ik maar even terugbellen. Dan was de decoder namelijk kapot en zou ze mij het adres geven waar ik ‘m naartoe kon opsturen.
Na een half uur weer ingeschakeld, maar er gebeurde niks. Dus opnieuw gebeld. Ik kreeg een man aan de lijn. Hij vroeg meteen welke melding ik zag. Ik vertelde het hem. Hij leidde mij vervolgens door een menuutje en twee minuten later had ik weer beeld.
Kijk, er zijn dingen die mannen beter kunnen. Daarom stel ik voor dat de vrouwen de macht krijgen en dat ze de uitvoerende taken aan mannen over laten.
Emo
“Heb je mijn reportage over die oorlogsheld gehoord die werd gehuldigd?” vroeg mijn radiocollega. “Hij huilde twee keer bijna. Mooie radio.”
Ik had het gehoord en ’s avonds zag ik op TV ook nog de bijdrage van mijn TV-collega. Ik zag de onderscheiden oorlogsheld een traantje wegpinken. Een brok in mijn keel. Beeld is sterk.
Emo-TV en emo-radio. Dat is al lang het toverwoord om publiek te trekken. Hoe meer er gehuild wordt hoe beter het is. Draaide de camera vroeger decent weg als er tranen vloeiden, tegenwoordig gaat hij close. Nou gebiedt de eerlijkheid mij wel te zeggen dat mijn eigen collega’s doorgaans zeer respectvol omgaan met emoties. Bij ons werken gelukkig geen lijkenpikkers of mensen die foto’s van omgekomen kinderen van de schoorsteenmantel jatten. Maar als er dan toch flink gejankt wordt is dat wel mooi meegenomen.
Ik hou er zelf niet zo van. Tenminste als het gehuil van middel tot doel is geworden. Vaak is dat goedkoop winstbejag ter meerdere eer en glorie van de programmamaker. Soms heb ik het gevoel dat mensen daar zelfs voor worden misbruikt.
Gisteravond viel ik in “Hart in Aktie” van Wendy van Dijk. Ik had het nog nooit gezien. Meestal ga ik de confrontatie met dit soort programma’s uit de weg, maar ik bleef hangen en voor ik het wist zat ik al een minuut naar hevig schreiende mensen te kijken. En verdomd, ik bleef kijken. Verbazingwekkend hoeveel menselijk leed en vreugde er samengeperst kan worden tussen een paar reclameblokken.
En ik bleef maar kijken en kijken. Het zag er allemaal zo oprecht uit dat ik voor lief nam dat ik werd belazerd, want de tijdspanne waarin het programma zich afspeelt kan nooit de werkelijkheid zijn. Wat mij betreft heeft mijn favoriet Linda de Mol in Wendy een concurrent.
Na afloop had ik het gevoel dat ik drie zakjes Fisherman’s Friend had leeggegeten en ik snotterde een halve keukenrol vol. Het werkt dus, emo-TV.
Namen, toegift (2)
Overal slingeren ze in het rond. Namen voor mijn collectie. Losse papiertjes op mijn bureau. In een schrijfbloc, in een worddocumentje en in de mailbak. Dus is het tijd voor orde en een nieuwe aflevering in de rubriek Namen.
In Oirschot is een autobedrijf met de toepasselijke naam Van de Wiel. Tjeerd Bosma is boswachter van het Nationaal Park Zuid Kennemerland. Eén van mijn collega’s had een interview met binnenvaartschipper Stuurman. En wat denkt u van de controleur vogelpest die Kuiken heet, of dierenarts Den Otter.
Iemand wees mij op een rouwadvertentie. Toon Capel was overleden en hij wordt node gemist bij de Ober Bayern Kapel in Eindhoven. Hij was er klarinettist. Een collega van Omroep Limburg, sorry L1, die van mijn verzameling weet mailde mij mevrouw Doggen van Wakker Dier.
Een andere collega mailde mij: wat dacht je hier van: achternamen van dominees, genoemd in het boek: "De Zwarte Kousen Kerken"van Anne van der Meiden: Ds.Cabaret Ds.Taverne Ds.Heerschap Ds.Rustige Ds.Dorsman ds.Schipaanboord Ds.Aangeenbrug Ds.Raatgever Ds.v.d.Ketterij. Een aantal van dezer herders stond al op mijn lijstje, maar er zitten weer leuke nieuwe bij.
En dan was er nog een lieftallige TV-babe die mij dringend verzocht om de naam van haar neef in de lijst op te nemen. Het is geen combinatie van naam en beroep, maar omdat ze zo aandrong gun ik haar dat plezier. Het duurde, zei ze, in haar familie ook heel lang voordat iemand er de humor van in zag maar nu schijnt hij een getapte jongen te zijn op elk familiefeestje: Dick van Lith.
Ouwelullenpraat
We hadden weer eens wat ouwelullenpraat aan het bureau. Weet je nog dit, weet je nog dat? We pochten over onze pogingen de computer tegen te houden. Er was er zelfs één die over de kroontjespen begon. De inktlap kwam voorbij en de pluisjes van de inktlap die aan dat kroontjespennetje bleven hangen. En het schuifje dat over de over de inktpot ging.
We wisten nog dat de eerste fax kwam. Eén van de jonge collega’s zei dat hij nog nooit van zijn leven op een gewone typemachine had getiept. We keken hem meewarig aan. Het kind.
“Wat ik me wel afvraag,” zei één ouwe rotten, “waar wij naar keken als we ’s morgen binnen kwamen?’
“Hoe bedoel je,” vroegen wij.
“Nou,” zei hij, “als je nu binnenkomt, zet je je computer aan en kijk je naar je beeldscherm. Internet. Outlook, de agenda. Alles ineen. Maar waar keken wij nou vroeger naar?”
We keken elkaar verbaasd aan. We wisten het niet meer.
Radiotalk
Het zijn soms van die kleine opmerkingen in de marge die mij aan het denken zetten. Onze radiopresentatrice vertelde vanmorgen aan onze luisteraars dat de organisatie van het NK Veldrijden met de handen in het haar zat omdat er een peperdure partytent was gestolen. En toen zei ze tegen onze luisteraars: “so what, zul je denken”. En vervolgens kwam er een verhaal over hoe bijzonder die tent was en dat hij ook al weer was teruggebracht. Iedereen opgelucht.
Misschien ben ik een ouwe zeur, maar die woordjes “so what, zul je denken” die blijven in mijn hoofd hangen. Blijkbaar gaan wij er van uit dat niemand zich druk maakt over een gestolen partytent. Ik hoop toch eerlijk gezegd dat onze luisteraars en alle andere mensen zich daar nog wel druk over maken.
Niet dat iemand zich daar tot het kookpunt over hoeft op te winden, maar gewoon een beetje kwaad worden als er kleine of grote misdrijven worden gepleegd, zou ik wel op prijs stellen. Dus als u hoort dat er een partytent, een fiets, een auto of weet ik wat is gestolen denk dan even: dit zouden we toch met z’n allen in een beschaafd land niet moeten willen. Als iedereen dat nou denkt, komt het misschien nog wel eens goed. Laten we vooral het moede hoofd niet in de schoot leggen.
* * *
Wat dan weer wel leuk was op de radio, was Marcella Mesker, die ik op BNR Nieuwsradio hoorde vertellen over de Australian Open. Ze keek erg uit naar een tenniswedstrijd van twee dames waarvan ik de naam ben vergeten. Wat ik onthouden heb is dat ze zei dat die wedstrijd later vanochtend op onze tijd gespeeld zou worden. Marcella zei het daarna precies zo nog een keer: later vanochtend op onze tijd.
Ik heb wel eens gehoord dat bepaalde voetbalwedstrijden op tijdstippen worden gespeeld dat het SBS of Talpa (lees: sponsors) goed uit komt. Maar dat de Australian Open wordt gespeeld op tijden dat het BNR Nieuwsradio goed uitkomt was nieuw voor mij. Jammer, dat Marcella er niet bij zei hoe laat hun tijd was. Misschien waren ze daar nog niet over uitonderhandeld met de Australiërs.
Delft
Er is een kwestie die mij maar niet los laat. Gisteren, op de terugweg van Den Haag naar Den Bosch, stapten we in Delft uit de trein. Geloof het of niet, ik kan me niet herinneren ooit eerder in Delft geweest te zijn. Marlies was er zeker nog nooit geweest. Dus dit was een mooie gelegenheid.
Belachelijk eigenlijk, dat ik vijftig jaar lang een stad die zo belangrijk is voor de historie van ons land heb veronachtzaamd. Als excuus kan ik aanvoeren dat men in Brabant meer op België is georiënteerd dan op Zuid-Holland. Mijn oprechte excuses aan alle Delftenaren en complimenten voor de schoonheid van uw stad.
Terug naar de kwestie. Wij hadden een weekendtas bij ons en die wilden we tijdelijk opbergen in een kluisje op het station van Delft. Daar zijn twee wanden met kluisjes. Ik schat bij elkaar een stuk of veertig. Maar wat ik ook probeerde het lukte mij niet om een kluisje open te krijgen. Telkens kreeg ik de melding dat alle kluisjes vol waren. Veertig kluisjes op het station van Delft die allemaal vol liggen.
Nu loop ik me al sinds gistermorgen af te vragen wat er in al die kluisjes kan liggen. Ik heb op die mooie winterse zondagmorgen in Delft nog geen tien andere toeristen gezien, dus die zullen ze niet in gebruik hebben genomen.
Zouden Delftenaren massaal gebruik maken van de kluisjes om er hun kostbaarheden in op te bergen? Of zou Delft een geheime doorvoerhaven zijn voor de georganiseerde misdaad? U kent dat wel. Mannen in lange jassen die elkaar in het geniep sleutels van stationskluisjes toespelen omdat daarin de buit verstopt ligt.
Delft is natuurlijk de Oranjestad bij uitstek, misschien zijn er wel geheime ontmoetingen tussen blauwbloedigen, die dan vervolgens hun boodschappen via de kluisjes doorspelen. Ik weet het niet, maar het intrigeert me wel. Hoewel, misschien is het wel helemaal niet zo spannend en was er gewoon een storing. Maar daar wil ik voorlopig niet aan denken, want dan zou er geen enkele grond zijn voor dit logje.
Den Haag
We waren de afgelopen dagen in Den Haag. Marlies vierde haar dertigste verjaardag en op haar verjaardag wil ze altijd samen met mij weg. Ver weg van iedereen. Dat doen we nu al zolang we samen zijn, dus een jaar of veertien.
O jee, hoor ik u rekenen. Ze zijn veertien jaar samen en zij werd dertig. Zou hij . . . ? Nee hoor, u kunt ook uw kinderen met een gerust hart Stroomopwaarts laten lezen. ’t Zit zo. Marlies is bij dertig opgehouden met tellen. Ze heeft al heel vaak haar dertigste verjaardag gevierd. Ik zal niet onthullen hoe vaak, maar ze had ‘m al een paar keer gevierd toen ik haar ontmoette.
Den Haag, het was lang geleden dat ik daar was. U denkt natuurlijk dat journalisten altijd maar in Den Haag rondhangen. Dat is niet zo, de meeste Brabantse journalisten komen zakelijk nauwelijks verder dan Lage Zwaluwe of Boxmeer.
De laatste keer was in 1988, toen deed ik er nog wel eens Raad van State-zaken voor de krant waarvoor ik werkte. Of af en toe een persconferentie in Nieuwspoort als er iets regionaals op de agenda stond. Maar na die tijd ben ik er nooit meer geweest. Ik mopper hier wel eens op het geneuzel op die vierkante Haagse kilometer die het Binnenhof heet, maar eigenlijk was ik alweer een beetje vergeten hoe die er uit zag. Nu weet ik het weer.
De historie van deze stad, de zoveelste dertigste verjaardag en het feit dat ik volgende week langer met Marlies samen ben dan ik ooit met een andere vrouw samen was, stemde een beetje weemoedig. Nou ja dat kwam ook doordat we in de kroeg zaten. De tijd schrijdt voort, zeiden we. Maar we somberden er niet over.
Krampachtig
Mediabedrijven doen op dit moment van alles om klanten te trekken. Kranten participeren in Tv-bedrijven of proberen “burgerjournalistiek” te bevorderen via weblogs. Ze hebben internetpagina’s met filmpjes en geluid. Kortom, met het uitsterven van de schoenmaker is ook de leest verdwenen.
Ik heb nu voor drie verschillende media gewerkt (krant, radio en TV) en ik heb ontdekt dat je als mediabedrijf van verdomd goeie huize moet komen wil je daar een samenhangend geheel van maken. Overigens vind ik wel dat je moet blijven experimenteren om overeind te kunnen blijven in wat zo mooi "het veranderende medialandschap" heet.
De Volkskrant is al een tijdje bezig met weblogs die burgerjournalistiek heten. Ik heb me daar al eens vaker kritisch over uitgelaten. Elke week probeert Geert-Jan Bogaerts krampachtig in de papieren krant het belang van die weblogs voor de journalistiek te verdedigen, maar hij kan mij niet overtuigen.
Vandaag heb ik er voor het eerst een verstandig artikel van zijn hand over gelezen. Hij geeft Herbert Blankesteijn gelijk die eerder in de krant schreef dat het een tragisch misverstand is dat webloggen een inherent journalistieke activiteit is. Bogaerts erkent dat de weblogs vaak dagboeken zijn maar dat het de moeite van het experimenteren waard is. Daar heeft hij groot gelijk in. Het is een levenslang leerproces schrijft hij vandaag. Hij leert snel, dat dan weer wel.
Vandaag lees ik ook dat de Twentsche Courant Tubantia maandag begint met een digitale dorpskrant voor Haaksbergen. Het eerste nieuws is dat er een ijsvogeltje is gesignaleerd. Er staat al een plaatje van het diertje op de site, Wow!
Ik weet het niet, volgens mij is journalistiek een vak. Iedereen die mij kent weet dat ik een regiojournalist in hart en nieren ben. Opgevoed bij de Barneveldse Krant waar de menselijke maat mij met de paplepel is ingegoten en waar ik nog voor honderd procent achter sta.
Dus wat mij betreft staat de burger bij mij op een voetstuk. Maar ik vind ook dat journalistiek bedreven moet worden door professionals die datgene doen waar ze voor zijn opgeleid: onderzoeken van feiten, het scheiden van meningen en feiten en zaken in hun juiste perspectief plaatsen. Zo’n digitale dorps-, wijk- of straatkrant nodigt alleen maar uit tot verhaaltjes over het geslaagde verjaardagsfeestje van Priscilla.
Ook weblogs moeten in die digitale Twentse dorpskrant bij gaan dragen aan burgerjournalistiek. Ik blijf er bij dat weblogs heel individuele uitingen zijn. Wat ik dagelijks lees heeft weinig tot niets met journalistiek te maken. Dat geeft niet. Integendeel ik lees ze graag.
Maar ga dan niet krampachtig doen alsof het wel journalistiek is. En schrap dat vreselijke woord burgerjournalistiek uit het vocabulaire.
Onvoorstelbaar
Als je 33 jaar in de regionale journalistiek zit dan denk je dat je alles wel een keer hebt meegemaakt. Dat is niet zo. Natuurlijk is ons werk niet te vergelijken met oorlogs- of rampenverslaggevers, dat moet je ook niet doen. Dat is een andere orde. Nee, ik bedoel op regionale schaal.
Ik heb ook wel eens lijken gezien van mensen die omgekomen waren bij ongelukken of die zichzelf van het leven hadden beroofd door voor de trein te springen. Ik heb ook wel eens een keer gezien hoe ze verbrande lijken uit een huis haalden. Dat is allemaal wel lang geleden, in mijn verslaggevertijd.
De laatste jaren luister ik alleen nog maar naar verslaggevers die op locatie gruwelijke dingen hebben gezien. En dat zijn soms heftige verhalen over dingen die ik niet meer mee zou willen maken. Meestal gaan de collega’s er goed mee om.
Maar vandaag liepen er toch een paar te vloeken en te razen. Ze moesten even ontladen, want het verhaal van de moord op Kelly in Dommelen tart elke verbeelding. Gisteren kregen we de melding dat er een kinderlijkje was gevonden in een huis in Dommelen. In de loop van de dag bleek dat het meisje waarschijnlijk is vermoord door haar moeder en een vriendin.
De auto waarin die twee vrouwen waren weggereden werd later gevonden. In de kreukels tegen een boom, maar van de vrouwen geen spoor. Nou ja, geen spoor, een bloedspoor eigenlijk. Vanmorgen bleek dat het tweetal drie kilometer verderop in een caravan was gekropen. Zwaar gewond. Zoals het er nu naar uitziet hebben ze eerst geprobeerd zichzelf dood te rijden. Toen dat niet gelukt was hebben ze in die caravan alsnog geprobeerd zichzelf van het leven te beroven.
Eén van mijn collega’s was op het terrein waar die caravan staat en werd door de eigenaar min of meer onverhoeds met een bloedbad geconfronteerd, dat bijna niet te beschrijven was. Ze deed het wel op de radio. Ik vond het gruwelijk wat ze vertelde en vroeg me af of dat niet wat minder had gekund. “Je kunt je niet voorstellen wat ik heb gezien. Mijn beschrijving was de meest fatsoenlijke die ik kon bedenken,” zei ze. Ik geloof haar. Ik wil me ook geen voorstelling maken.
Het is onvoorstelbaar dat zulke dingen gebeuren.
Lomax
U zult het niet geloven, maar af en toe denk ik tevoren best wel eens na over stukjes die ik schrijf. Maar soms schrijf ik ze gewoon recht uit het hart. Zoals dit stukje. Dat komt omdat ik gisteravond echt geraakt werd door een uitzending van “Het uur van de Wolf” van de NPS. Die ging over Alan Lomax (1915-2002), verzamelaar van volksmuziek.
Lomax reisde bijna zijn hele leven met een bandrecorder de wereld over om volksliedjes vast te leggen. Hij schreef een reisboek en de makers van de documentaire volgden als het ware het spoor van Lomax. Ze spoorden mensen op die in de jaren vijftig ook voor Lomax zongen. Het was zo mooi en ontroerend om die stokoude Schotten, Spanjaarden en Italianen nog een keer de liedjes uit jeugd te horen zingen en herinneringen te horen ophalen aan de tijd dat Lomax bij hen was.
Tussendoor zag je beelden van Lomax in de laatste jaren van zijn leven. Hij werd getroffen door een hersenbloeding en veranderde in een zombie. Maar je wist dat hij de man was die een levenswerk na heeft gelaten dat misschien in de wereld van de volksmuziek zijn weerga niet kent.
Het was echt zo’n mooie documentaire dat ik dat even kwijt wilde. Je moet er toch niet aan denken dat het omroepbestel zo vercommercialiseert dat dit soort pareltjes niet meer kan worden uitgezonden. Ik weet niet of het programma via internet te zien is, maar ik zou het zeker proberen als ik u was.
Reclame
We gaan er even tussenuit voor reclame.
Mijn gewaardeerde collega Alice is ook een eigen weblog begonnen en die wil ik onder de aandacht brengen. Ze is zo fanatiek dat ze nu al twee stukjes op een dag schrijft. Blijkbaar loopt ze over van de verhalen. Dat vind ik mooi. Doe me lol en kijk hier even. Alice verdient het. En ik denk dat het een blijvertje is.
Zo, nu weer terug naar de reguliere uitzending.
Lau
Gisteren opgevangen.
- Met Laurens-Jan.
- Dag Lau, met Gerrit hier.
- Je belt toch niet over die Afghanistankwestie hè? Je kent ons standpunt.
- Nee, nee. Jij gaat toch vanmiddag naar de presentatie van de cijfers van de Mededingingsautoriteit?
- Ja, hoezo?
- Die hebben toch 140 miljoen euro boete geïnd?
- Ja.
- Zeg Lau, wil vanavond in het NOS-Journaal zeggen dat dat de mensen thuis 125 euro per jaar scheelt. En dat dat heel goed is voor de koopkracht.
- Ben je belazerd. Die boete is vooral illegaal bouwgeld. Daar merken de mensen niks van. Dat gelooft toch niemand.
- Wel ja joh. Als jij dat een beetje leuk brengt dan pikken ze dat wel. Denk aan het imago van het kabinet hè. Nog een week of twee dan krijgen die sukkels hun loonstrookje. We moeten ons indekken.
- Hun wat?
- Ja, dat leg ik je nog wel een keer uit. Doen hè, in het Journaal?
- Maar denk je dat ze daar bij het Journaal in trappen?
- Geen zorg. Dat heeft Wulpie al met z’n maten geregeld.
- Een wat levert mij dat op Gerrit? Afghanistan?
- Ben jij gek geworden? Die Amerikanen dreigen nu al met sancties. Dan kunnen we echt niet maken.
- Ja maar, voor wat hoort wat. Wat heb je te bieden?
- Jij zegt gewoon dat jij een consumentenautoriteit gaat oprichten en dat je de eerste minister van economische zaken bent die niet alleen aan het bedrijfsleven denkt maar ook aan de consument. Dat is ook goed voor die club van je, Dzesendertig . . .
- 66
- Nee, Lau. 125. Het scheelt de mensen 125 euro. Geen 66. Goed onthouden voor vanavond.
J.C.
Ik heb geen geheimen voor mijn vrouw. En het laatste geheim dat mannen voor vrouwen hebben, heb ik haar laatst verteld. Want tja, anders loop je ook zo raar om elkaar heen te draaien.
Wij hebben weliswaar geen tuin, maar toch kocht ze in het tuincentrum een beeld. Maria met kind. De caissière zei tegen haar dat ze het zo gek vond dat het kindeke Jezus een voetbal in z’n hand had. “Dat is geen voetbal”, zei Marlies, “dat is de wereldbol. Jezus is heerser over de wereld, vandaar. Als het een voetbal zou zijn geweest zou er wel FIFA of UEFA op gestaan hebben.”
Toen ze me het voorvalletje vertelde bleek wel dat ik haar een geheim kan toevertrouwen. Ze had natuurlijk ook gewoon kunnen vertellen dat het wel degelijk een voetbal was en dat de wereld wordt geregeerd door Koning Voetbal en dat dat hele gedoe rondom het geloof en kerk alleen maar is bedacht om de aandacht af te leiden van waar het werkelijk om gaat. Want stel je voor dat dat algemeen bekend wordt en dat vrouwen ontdekken dat ze al jaren voor iets anders knielen dan ze doen.
Ze weet dus dat de letters J.C. niet voor Jezus Christus staan maar dat het de initialen zijn van de Onnavolgbare Messias van het Voetbal. En ik heb haar ook verteld wat I.N.R.I werkelijk betekent. Dat is niet Jezus van Nazareth Koning der Joden. Die N is de 14de letter van het alfabet. Ze weet dus dat wij knielen voor de woorden Johan Nummer 14 Koning der Joden.
En ach, ze speelt het leuk mee. De vraag is wel waarom die caissière die opmerking maakte. Zouden er meer vrouwen zijn die het weten en die ons gewoon in de waan laten? Nee, dat kan toch niet . . .
Vakantie
Januari is traditioneel de maand waarin de chefs mailtjes sturen waarin staat dat alle vakantiedagen die we vorig jaar hebben overgehouden voor 1 april opgemaakt moeten zijn. Anders vervallen ze. Zo gaat dat al jaren en elk jaar wordt er weer gesteggeld over de vraag of de chefs daartoe bevoegd zijn, maar eerlijk gezegd weet ik na achttien jaar het antwoord op die vraag nog niet.
Het maakt mij ook niks uit. Ik hou meestal geen dagen over en als dat wel zo is dan bedenk ik wel een zonvakantie in de winter. Ik ben geen mens voor stuwmeren van vrije dagen. De vraag is wel altijd of je die vakantie ook werkelijk op kunt nemen als jij dat wilt. In een bedrijf dat drijft op minimale bezetting en strakke roosters wil dat nog wel eens wringen. Gelukkig heb ik er nooit problemen mee want ik ga altijd buiten het seizoen. Desondanks is het soms een heel gepuzzel om vervanging te regelen. Er zijn niet altijd free-lancers beschikbaar en soms is er gewoon geen geld om vervanging in te huren.
Eigenlijk kwamen al die gedachten vanmorgen boven toen ik in de krant een verhaal las over die tientallen actievoerders van GroenFront! die al ruim een maand in het bos bij Schinveld zitten dat vandaag is ontruimd. Petje af voor deze mensen, maar hoe zouden zij dat toch allemaal met hun bazen hebben geregeld? Zouden zij allemaal zo makkelijk vrij hebben kunnen krijgen en zou er voor al die mensen zo gemakkelijk vervanging zijn geweest. Nou ja, het was voor een deel in de rustige decembermaand. Dat scheelt natuurlijk.
Warm
Meneer Ma weet wel hoe hij zijn gasten moet behagen. Hij runt zijn trendy Asian Fusion & Bar als een echte gastheer. Meneer Ma is dan ook geen Hollandse horecaman, maar een Chinese, die iedereen verwelkomt als zijn beste vrienden.
“Oei, wat heeft u koude handen,” zei hij, “toen hij ons gelukkig nieuwjaar wenste. Ik zal snel een borreltje van het huis halen.”
Een minuut later stond één van zijn chinese medewerkster aan ons tafeltje. Met een tang reikte ze ons twee warme, geparfumeerde doekjes aan. We keken haar enigszins verbaasd aan, gewend als we zijn die doekjes na de maaltijd te krijgen.
Ze begreep het. “Is van Meneer Ma vool lekkel walme handen.”
Francois
Zo is het verhaal aan mij verteld.
Heerom Francois*, vertelde een goede vriendin, is 85 jaar oud. Hij koos al op jonge leeftijd voor het knechtschap van de Heer en trad toe tot een kloosterorde. Geen strenge orde, welnee, maar wel een sobere orde. Een gemeenschap die alles samen deelt en waar alle eigendom toebehoort aan het klooster. Oom Francois geeft blijmoedig want hij krijgt er veel voor terug. En zo verdween het woord bezit langzaam uit zijn belevingswereld. Denk niet dat Heerom wereldvreemd was. Welnee, de wereld kwam gewoon via de televisie bij hem binnen. Net als bij andere mensen. Hij wist van de dingen die gebeurden.
Vorig jaar erfde hij een som geld. Niet veel, maar ook niet weinig. Meer dan hij in zijn 85-jarig leven ooit had bezeten. Elfduizend euro. Zijn verwanten spraken met hem over de besteding van het geld. Heerom Francois begreep dat niet. Het geld zou toch toekomen aan het klooster. De familie adviseerde hem om in de winter van zijn leven één keer aan zichzelf te denken. Hij had genoeg gegeven. Oom dacht er over na en besloot dat advies op te volgen.
Samen met een familielid opende hij een rekening bij een bank in de stad. De familie had speciaal honderd kilometer gereisd om Francois daarbij te helpen. Het was beter zei Francois om de bankafschriften niet naar het klooster te sturen. Dat zou maar tot vragen leiden. Het meisje van de bank en de familie bedachten een andere oplossing. Er was één probleempje, de allereerste keer zou Heerom toch papieren thuis krijgen. Thuis in het klooster. Hij glimlachte. Dat zou hij regelen met de broeder die de post verdeelde. Francois wist dat die ook had geërfd en het geld zelf had gehouden. Daar kon hij wel zaken mee doen.
De familie leerde Heerom Francois pinnen. En zo stond hij opeens met een paar honderd euro in zijn hand in de stad vol verleidingen. Hij had een wens had hij gezegd en of de familie hem daarbij wilde assisteren. Op televisie had hij filmpjes gezien van een grappig engels mannetje dat Mr. Bean heette. Daar had hij erg van genoten. Samen met de familie ging hij naar een electronicazaak waar Heerom Francois zich een dvd-speler en een verzameling Mr. Bean-DVD's aanschafte.
Naar mij is verteld heeft hij ze inmiddels allemaal gezien en hoopt hij ze nog tot in lengte van jaren opnieuw te zien en weer opnieuw. Net zo lang tot de Heer hem tot Zich roept.
* Om privacyredenen, nou ja dat begrijpt u wel . . .
Stress
Het was stil in de trein, het was al donker. Linksvoor zag ik een jongeman, andere mensen kon ik niet zien.
Plotseling hoorde ik een meisje schreeuwen dat blijkbaar ter hoogte van de jongeman aan de andere kant van het gangpad zat, buiten mijn zich. “Kijk voor je,” schreeuwde ze. “Kutwijf”.
Toen merkte ik dat er tegenover de jongen een meisje zat want ik hoorde haar vanuit het onzichtbare niets verbaasd vragen: “heb je het tegen mij?”
“Ja, je moet voor je kijken stronthoer. Ik zie heus wel dat je de hele tijd naar mij zit te loeren.”
De jongeman, ingeklemd tussen het vrouwelijk geweld. keek zo neutraal mogelijk voor zich uit.
“Zeg doe normaal,” zei het meisje tegenover hem. “Ik kijk helemaal niet naar jou. Ik luister naar muziek en zit een beetje weg te dromen.”
“Je moet gewoon je bek houwen en naar buiten kijken,” schreeuwde het agressieve meisje.
“Buiten is niks te zien want het is donker,” zei het aangevallen meisje.
“Nou je bek houwen,” gilde het andere meisje steeds harder.
“Jeetje, wat heb jij,” zei het meisje tegenover de jongen. “Moet je soms alle stress van de hele week kwijt? Dat is goed, maar wil je mij daar buiten laten.”
“Bek houwen,” galmde het weer door de coupé. Op dat moment stopte de trein daar waar ik moest zijn en ik stond op.
“Wat vind je vriend eigenlijk van jouw gedrag?” vroeg het aangevallen meisje. Ik kon het niet laten te kijken hoe het agressieve meisje er uit zag. Ja, ze was blond. En naast haar zag ik nu een pokdalige jongeman die z’n schouders ophaalde.
