2005
2005 is bijna voorbij. Ik ben niet erg melancholisch. Af en toe mag graag verhalen uit de oude doos, maar meer anekdotisch dan dat ik vasthoud aan het verleden. Mijn blik is meer op de toekomst gericht dan dat ik blijf hangen in vroeger. Toen waren dingen beter, maar ook slechter. En zo zal het altijd wel blijven. Maar op zo'n dag als vandaag wil ik me nog wel eens laten gaan in mijmeringen.
2005 was vroeger voor mij een magisch jaar. Toen ik in 1980 25 werd en voor de eerste keer vader probeerde ik me wel eens voor te stellen hoe het in 2005 zou zijn als ik vijftig zou worden. Dat lukte nooit zo goed. Dat was nog zo oneindig ver weg. Dat was in de nieuwe eeuw. Ver voorbij 2000, het jaar waarin alles wat wij zagen in krakkemikkige sciencefictionfilms opeens waarheid zou worden. The Thunderbirds maar dan met onszelf in de hoofdrol. Het nieuwe millennium schiep in mijn jonge jaren torenhoge verwachtingen. Zo hoog dat wij er ons geen voorstelling van konden maken.
Het is nu vijf jaar oud en ik ben over die magische grens van vijftig gegaan. En het doet me zo weinig merk ik nu. Het is zo opvallend geleidelijk gegaan. Er waren natuurlijk wel af en toe heftige uitschieters naar boven en naar beneden maar telkens weer keerde het terug naar het vertrouwde ritme.
Toch, als je nu terug kijkt, is er wel iets veranderd. Mensen die roepen: ik ben nog steeds dezelfde als vroeger, wantrouw ik een beetje. Ik ben in ieder geval blij dat ik niet meer ben zoals in mijn jongensjaren. Ik ben geloof ik al een eind op weg om te worden die ik toen voor ogen had. En ook dat gaat opvallend geleidelijk.
Ontroerend
Onze Teletekst/Internet redactie heeft een rubriek Gevonden en Verloren Huisdieren. U kent dat wel: weggelopen, wit hondje met krulstaart. Vroeger kregen we via de post groezelige papiertjes met oproepen. Meestal geschreven in bibberig handschrift. Later werden dat faxen, tegenwoordig emailtjes. Dankzij Photoshop zijn dat nu hele opsporingsaffiches. Deze kregen we vanmorgen. Ik vond 'm zo ontroerend dat ik 'm u niet wil onthouden.
Bijdehandje
De mevrouw die ik wilde spreken was telefonisch in gesprek. Zei de vriendelijke telefoniste. Zou ze haar terug laten bellen? Heel graag, zei ik. “Kan dat naar het nummer dat ik in mijn display zie?”vroeg de telefoniste.
Ingeburgerd
Gisteravond na de Grote Inburgeringstest op Nederland 1 nog even met mijn vriend Ali Yildiz gebeld. Gewoon om hem een beetje te dollen.
“Hoeveel had je er goed?” vroeg ik toen hij zich aan de telefoon meldde.
Hij wist meteen wat ik bedoelde. “34 van 36 vragen”, zei hij.
Niks dollen dus. “Jezus man,” zei ik, “dat is uitzonderlijk.”
“En jij?” vroeg hij.
“32 van de 36”, zei ik naar eer en geweten.
“Is ook heel goed,” zei Ali. “Meeste Nederlanders hadden veel minder. Bijna niemand is geslaagd. Alleen wij tweeën denk ik.” Hij lachte hartelijk. We sloegen elkaar denkbeeldig op de schouders.
“Welke had jij fout. Geschiedenisvragen zeker,” zei ik.
“Nee die had ik allemaal goed,” zei Ali. “Ik had twee vragen over gewoontes fout. Maar ik vind dat vragen fout waren en antwoorden.”
“O ja,”zei ik. “Meneer de ingeburgerde allochtoon weet het beter.”
“Nee, echt Jan,” zei Ali. “Was vraag over wat jij moet doen als jij gas ruikt. Antwoord was ramen en deuren open en gemeente bellen. Maar, hoe kan jij nou gemeente bellen. Eerst jij krijgt antwoordapparaat dat alle medewerkers in gesprek zijn. Dan jij wordt vier keer doorverbonden. En dan jij krijgt ambtenaar die niks begrijpt van gas en zegt dat gas is geprivatiseerd en van Essent en jij daar naar toe moet bellen. Nou Jan, dan jou huis is al lang ontploft.”
“Ja, ja,” zei ik.
“En dan was nog gekke vraag,” zei Ali. “Wat is gebruikelijk als jij vuurwerk afsteekt. Antwoord was zelf rommel opruimen. Maar in onze straat is dat niet gebruikelijk. Iedereen wacht op gemeentereiniging. Dus klopt ook niet.”
“Ja maar, het gaat er om wat de regels zijn,” zei ik.
“O ja?” zei Ali. “Is ook regel kabinet beslist over Afghanistan en Tweede Kamer keurt goed of niet. Doen ministers ook niet. Nederland is heel verwarrend land. Dus eigenlijk ik heb alles goed. Eigenlijk nog beter dan goed want ik heb ook fouten ontdekt.”
“OK, jij mag blijven,” zei ik.
“En jij MOET in dit land blijven met 32 van 36,” zei Ali. Hij lachte weer heel hard. Ik zuchtte.
“Nou, see you,” zei ik.
“Ja Houdoe Jan,” zei Ali.
OV-kaart
Het valt niet mee om mij te houden aan mijn voornemen de NS en aanverwante firma’s niet af te zeiken. Zeker niet nu ik de laatste anderhalve maand geteisterd ben door vertragingen en treinen die door hevige sneeuwval dan wel ongelukken of storingen niet reden. Geld krijg ik niet terug, want het bedrag is te gering schrijft de NS steeds in brieven aan mij. Gelukkig woon ik heel dicht bij het station zodat ik snel in de auto kan stappen als de trein weer eens niet rijdt. Maar ja, dat is natuurlijk niet de bedoeling als je elke maand flink dokt om met de trein te kunnen.
Nog niet zo lang geleden werden op het station in Den Bosch kerstroosjes uitgedeeld aan gedupeerde reizigers. Alsof je met zo’n lullig roosje de ellende vergoedt die mensen hebben die op de trein zijn aangewezen en daar geen gebruik van kunnen maken. Bij de spoorbedrijven begrijpen ze volgens mij niets van de consequenties van hun wanprestaties.
Vorige week was het op het station in Den Bosch weer eens een puinhoop. Op het perron waar ik normaal instap stond wel een trein maar op het bord stond een andere bestemming dan ik gewend ben. Ik wachtte want stel je voor dat je in Zwolle staat terwijl je naar Best moet. Uit de trein kwam een conductrice. Ik vroeg haar waar de trein heen zou gaan. “Dat weet ik niet,” zei ze. Dat verbaasde me niks, blijkbaar keek ik ook zo. “Let u maar op de omroepberichten, dat moet ik ook,” snauwde ze. Je zult bij zo’n bedrijf werken. Het is een beetje alsof ik naar Omroep Brabant moet luisteren om te weten hoe laat ik de volgende dag moet beginnen.
En dan lees ik nu in alle kranten dat er volgend jaar heel veel wegwerkzaamheden zijn waardoor veel en lange files dreigen. De slachtoffers krijgen van de minister een gratis OV-pas. Die mogen dus voor niks met de trein. Dan word ik kwaad. Jarenlang betaal ik veel geld om met de trein te reizen. Dat gaat regelmatig niet volgens de contractuele afspraak die ik met de NS heb. Geld krijg ik nooit terug want het is te weinig zeggen ze steeds. En dan krijgen al die mensen die dagelijks met hun dikke reet in een auto zitten en de snelwegen verstoppen een gratis OV-kaart omdat ze wat extra overlast hebben. Ik zou willen dat mevrouw Peijs voor NS-klanten zo lief was.
Brief van Ali (8)
Allerhoogste Majesteit Koningin Beatrix,
Is heel goed U heeft in Kersttoespraak gezegd dat mensen dankbaar moeten zijn. Ikzelf ben altijd dankbaar. Is ook goed U heeft gezegd Allah zij geprezen. Ik was dankbaar dertig jaar geleden ik kwam naar Nederland. In ons land geen werk en in Uw land ik mocht hele dag kippen slachten.
Ik was ook heel dankbaar met kamertje in pension. Eerste vijf jaar familie was niet hier maar in eigen land. Gelukkig op kamertje in pension woonden nog vijf allochtoonse mensen waarvoor ik heel dankbaar was. Wij konden praten over zware werk. Elke dag om zes uur beginnen en elke dag tot tien uur overwerken om geld verdienen voor gezin in eigen land.
Ik was ook heel dankbaar toen gezin naar Nederland mocht komen. Wij kregen flat met drie kamers. Kinderen sliepen samen in één kamertje maar waren heel dankbaar. Op dag was geen werk meer bij kippenslachter. Gelukkig ik kreeg werkloosheid en bijstandsuitkering van staat. Was niet veel, maar wij waren heel dankbaar. En gelukkig kreeg ik nieuw schoonmaakwerk. Was slechter betaald dan werkloosheid maar toch ik was dankbaar. Want was beter dan hele dag in koffiehuis zitten niksen. En toen mocht ik weer in fabriek werken. Eerst dozen sjouwen en nu tien jaar op heftruck.
Wij hebben ook ander huis. Is wel oud en beetje lek, maar huisbaas heeft beloofd beter te maken. Duurt wel heel lang, maar wij zijn dankbaar met huis. Is nog één probleempje met geen pensioen spaard. Maar is misschien ook niet zo belangrijk want met pensioen gaan wij weer in eigen land wonen. Misschien, want kinderen willen in Uw land blijven en dat is beetje verdrietig zonder kinderen want misschien kennen mensen in ons dorp ons niet meer.
Gelukkig uw kinderen wonen allemaal in uw eigen land of kunnen snel met vliegtuig komen. Familie is belangrijk. U zegt zelf. Dus wij weten nog niet hoe in toekomst gaat met ons gezin. Onzekerheid is wel beetje moeilijk.
U moet niet verkeerd begrijpen wij willen niet weg van ondankbaarheid. Wij voelen alleen laatste jaren meer ondankbaarheid van Nederlandse mensen. En dat is beetje moeilijk voor allochtoonse mensen. Daarom heeft u goed gezegd, dat mensen dankbaar moeten zijn. Ook dankbaar voor alle vieze werk dat allochtoonse mensen hebben gedaan.
Veel goede wensen ook voor familie en nieuwjaar,
Ali Yildiz
Verschil
Kijk, ze zijn natuurlijk allebei door en door verziekt door de middenstand: Sinterklaas en de Kerstman. Maar toch is er een verschil.
Die over het paard getilde Sinterklaas jaagt een legertje zwarte knechten het dak op om het het zware werk te doen.
De goedlachse, dikbuikige kerstman daarentegen trotseert zelf kou en gevaar om alle kadootjes op de juiste plek te brengen.
U begrijpt dat mijn sympathie daarom uitgaat naar de kerstman in het algemeen en de zwarte knechten in het bijzonder.
Zalig kerstfeest!
Jonge moeders
De laatste tijd zijn opvallend veel collega’s zwanger, net vader of moeder geworden of ze denken er over een kind te nemen (ik zal nooit aan die term wennen). Er wordt om mij heen veel over baby’s gepraat. Vooral de jonge moeders kijken dan schichtig in mijn richting. Ik heb een naam hoog te houden als de man die niet van baby’s houdt. Onzin, maar u weet hoe moeilijk het is van een stigma af te komen.
Deze week vertelde een jonge vader trots dat zijn te vroeg geboren zoontje voor het eerst zelf moedermelk had gedronken. Dat werd hoog tijd want deze boreling moet snel aansterken omdat hij in 2023 zijn debuut moet maken in het eerste van PSV. Daar kijken de vader en ik al naar uit. De jonge moeders reageerden opgetogen op het goede nieuws. Nee, niet op dat van PSV, op dat van de moedermelk natuurlijk.
“De eerste smaak die ik proefde was die van jenever,” zei ik.
“Wat zit je weer te mopperen,” vroeg één van de bevooroordeelde moeders.
“De eerste smaak die ik proefde was die van jenever,” zei ik. De moeders haalden hun schouders op en schudden meewarig hun hoofd.
“Dat is echt zo,” zei de jonge vader. “Jan heeft me dat verhaal pas verteld.” Echte geheimen deel je alleen met mannen.
Kijk, toen werden de moederoortjes gespitst. Ze hingen aan mijn lippen om hun eeuwige honger naar babyverhalen te stillen.
’t Zat zo. Toen ik nog maar net wereld was werd ik aan de moederborst gelegd. Ik weigerde en begon zelfs hard te schreeuwen. Ik bleef weigeren en na een paar dagen dreigde ik te moeten worden opgenomen in het ziekenhuis. Op dat moment ontdekte mijn moeder waarom ik de borst niet wilde. De kraamzuster (die zat toen nog gewoon in het pakket) had namelijk een lege jeneverfles gepakt om water in te doen waarmee mijn moeder haar borst moest reinigen alvorens ik er aan mocht. Maar die fles had ze nooit echt uitgespoeld. Die borst smaakte dus naar jenever en zodoende was de smaak van jenever de eerste die ik van mijn leven proefde. En dat vond ik vies dus ik dronk niet.
“Lust je nog steeds geen jenever?” vroeg één van de jonge moeders.
Ik zweeg, jonge moeders kun je beter niet alles vertellen.
Spelletje
Rachel Hazes is door de lezers van de Volkskrant gekozen tot Nederlander van 2005. Nou ja, niet echt natuurlijk. De bijslaap van wijlen het bekende raadslid van de Ronde Venen won na een actie van weblog Geenstijl. Die riep lezers op massaal op Rachel te stemmen. En de lezers van Geenstijl deden dat natuurlijk want zij weten als geen ander dat de anonieme massa de beste dekmantel (of is het boerquaa?) is om de onderbuik te laten spreken. Ik vind het wel een stunt en heb vanmorgen aan de ontbijttafel hartelijk gelachen.
Maar één ding begrijp ik niet. In de Volkskrant-poll stevende Rita Verdonk af op het goud. Een week geleden werd ze ook al door kijkers van TweeVandaag tot populairste politicus gekozen. Volgens mij stemden mensen op haar omdat zij op standvastige zoveel mogelijk buitenlanders de grens over gooit, al dan niet vooraf gegaan door een aanbevelingsbrief aan – bijvoorbeeld – de Congolese regering. Daar houdt het volk van. Wat dat betreft hadden de lezers van Geenstijl gerust massaal op Verdonk kunnen stemmen. Haar beleid sluit naadloos aan bij wat ik dagelijks op Geenstijl lees. Maar goed, ook het niveau van Rachel past daarbij. Waarschijnlijk gaf na diep nadenken de haarkleur van de weduwe Hazes de doorslag.
De Volkskrant reageerde als een boer met kiespijn. “Het is maar een spelletje,” schreef de krant. Ik ben toch benieuwd wat de krant geschreven zou hebben als Verdonk had gewonnen. Zou er dan een doorwrochte beschouwing zijn geschreven waarom het volk massaal voor IJzeren Rita koos? (Ik had er wel eens een echte deskundige over willen horen in plaats van steeds naar mijn eigen mening te moeten luisteren.) We zullen het wel nooit weten.
En ach, elke verkiezing is toch een spelletje en te manipuleren. De uitslag van het Songfestival wordt al sinds de hoogtijdagen van de minstreel bepaald door bevriende koninkrijken die elkaar een veer in de reet steken. Bij de verkiezing van de Grootste Nederlander Aller Tijden werden de regels zelfs aan het spelletje aangepast. Zelfs de verkiezing van de Tweede Kamer is balletje-balletje. De meeste Nederlands kiezen voor de PvdA en onder het bekertje komt een CDA/VVD-regering vandaan, gesteund door de als politici vermomde leden van wandelclub “Linksrechts/linksrechts” (ontstaan na een fusie tussen w.v. De Zwalkers en r.k.w.s.v. De Pantoffelhelden).
Eigenlijk is het hele leven toch een spelletje. Ik vraag me alleen af of we ooit zullen weten waarom.
Krabben
Af en toe kom ik in een krant een verhaal tegen dat mij ontroert. Ik had dat vanmorgen toen ik in de Volkskrant het artikel las over meneer Lipke Holthuis. Hij is 84 jaar en werkt nog steeds als conservator krabben en kreeften in Museum Naturalis in Leiden.
Deze autoriteit op het gebied van arthropodea doet al meer dan zestig jaar onderzoek naar krabben en kreeften. En hij vertelt daar over met een blijmoedigheid die mij welhaast tot tranen toe roerde. Deze man heeft zich nooit druk hoeven maken over spaarloon of levensloop. Hij studeert gestaag door in zijn kamertje zonder daglicht. Elke dag om half acht paraat en op zaterdag een uurtje later.
Nee dan wij. Heb ik net uitgevlooid welke ziektekostenverzekering voor ons het voordeligst is, moet ik gaan nadenken over spaarloon of levensloop. Ik moet een beslissing nemen over iets wat nog heel ver in het verschiet ligt. Moet ik eerder stoppen met werken (levensloop) of geld sparen (spaarloon) voor af en toe leuke dingen of een reisje?
Zoals ik er nu tegenaan kijk zou ik het liefst vroeger stoppen met werken, maar als ik uitreken wat het mij nu per maand kost om anderhalf jaar eerder te kunnen stoppen dan twijfel ik of ik dat moet doen. Stel je voor dat ik jaren lang elke maand veel geld opzij leg en voortijdig dood ga. Dan kan ik van dat geld toch beter nu leuke dingen doen.
En wat blijft er over van mijn uitspraak op mijn vijftigste verjaardag als ik voor later ga sparen: later is nu begonnen, carpe diem.
Het wordt spaarloon.
Spelling
Het grootste geneuzel van dit moment vind ik de kwestie van de nieuwe spelling. Enkele kranten en tijdschriften doen uit protest niet mee en dat moet ik de hele week lezen en horen. Elke mening telt want het is nieuws uit de eigen journalistieke keuken.
Maar wat moet ik er mee? Het zal mij worst zijn dat ik voortaan in de ene krant Tweede-Kamer lees en in de andere Tweede Kamer. De leden van dat instituut worden er voor mij niet slimmer door. Die hoeven sowieso al jaren niet meer over spelling na te denken. Daarvoor hebben ze zich uitgeleverd aan de Taalunie. En de almachtige Taalunie heeft beslist en daar helpt geen lieve vader of moeder aan
Bij de Volkskrant hebben ze dat in de gaten gekregen. Vandaag schrijft Raoul du Pré dat ondanks alle voorpaginastukken de volksvertegenwoordiging zwijgt. Verontwaardiging en onbegrip druipen van de krantenpagina. Want de parlementariërs zwichten niet voor de dwarse kranten. Dat is schijnbaar moeilijk te verteren. En ik maar denken dat parlementaire journalisten zo van standvastige politici hielden. Zouden de actievoerders serieus denken dat het advies van de Taalunie zomaar aan de kant geschoven zou worden?
Volgens mij is dit nou typisch zo’n onderwerp waar journalisten, taalpuristen en NRC-lezers zich druk over maken, maar dat bij de man in de straat helemaal niet leeft. Ik sluit me aan bij Jan Blokker, vanmorgen in dezelfde Volkskrant. Hij adviseert de actievoerders alle Groene Boekjes uit het raam te kieperen en alleen maar te kijken of het taal is dat je leest. Spelling is voor pennenlikkers, schrijft hij.
By the way: mijn spellingscontrole geeft aan dat het woord pennenlikkers spreektaal is en dat er geen suggesties zijn voor alternatieven. Stoort het u dat er spreektaal in dit stukje staat? Nou dan . . . . .
Italië
De lezers van het ANWB-blad Reizen hebben Italië uitgeroepen tot favoriete vakantieland. Frankrijk is van de troon gestoten. Dat verbaast me niet. Italië is een geweldig land met aardige mensen. Onze verhuizing naar Italië staat in de agenda voor 1 oktober 2020, de dag na mijn pensionering.
Ik ben een paar keer in Frankrijk geweest, maar ik had altijd ruzie met de Fransen. Dat lag ook aan mij hoor. Ik kwam er in een mindere periode in mijn leven en ik spreek geen woord frans. Dat leidde alsmaar tot irritaties. Daarna ben ik vaak in Engeland geweest. Eigenlijk ben ik een anglofiel, maar toen ik na mijn scheiding financieel krap zat en de pond steeg, koos ik uit “armoede” voor Italië, dat toen nog redelijk goedkoop was. En op dat land was ik op slag verliefd.
De eerste keer in Italië was er natuurlijk ook een taalprobleem. Marlies had twee jaar Italiaans gestudeerd op het conservatorium, maar met die 19de eeuwse volzinnen uit opera’s, die ze er af en toe uitgooide, ontstond er meer verwarring dan dat we ons verstaanbaar konden maken. Inmiddels hebben we in Nederland en Italië wat cursussen gevolgd en kunnen we ons redden. En dan gaan alle deuren open in Italië.
We hebben nu bijna alle delen van het land gezien, behalve het zuidoostelijke puntje. Dat staat voor volgend jaar op het programma. Ik sluit mij dan ook graag aan bij de lezers van Reizen. Ze klagen alleen over onbetrouwbare obers, vooral op het San Marcoplein in Venetië. Tja, wij hebben ook wel eens 32 gulden betaald voor een pilsje en een Ice-tea. Als je dat niet wilt moet je niet op het San Marcoplein of het Piazza Duomo in Firenze gaan zitten. En ach, toen wij vier jaar geleden in Den Bosch gingen wonen en een hapje gingen eten in de stad betaalden we ook vijftig gulden, waar we nu veertig euro betalen. De horeca is gewoon overal onbetrouwbaar.
Hek
Een paar dagen geleden las ik dat het vier kilometer lange hek om het voormalige zendercomplex Radio Kootwijk wordt afgebroken. Voor wie het complex niet kent : in Radio Kootwijk stonden jaren lang de antennes voor buitenlandse verbindingen. Koningin Wilhelmina sprak als eerste draadloos de historische woorden ,,Hallo Bandoeng'' tegen Nederlands-Indië, zoals Indonesië toen nog heette. In de jaren negentig stopte KPN de activiteiten in Radio Kootwijk.
Over dat hek heb ik een verhaal. Het was begin jaren tachtig toen in Barneveld voor het eerst het Ballonfiësta werd gehouden. Als journalist mocht ik mee varen met de engelse langeafstandskampioen David Barker. Die stond er om bekend dat hij niet even over het Schaffelaarsebos voer om zijn ballon aan de andere kant in de wei neer te zetten. Nee, Barker wilde zo ver en lang mogelijk, ook op een doordeweekse zomeravond in Barneveld.
We voeren en we voeren totdat het schemerig werd en hij wel moest landen. Hij wees naar beneden en vroeg aan mij: wat is dat daar beneden? Dat is Radio Kootwijk, zei ik. Dan gaan wij daar landen, zei hij. Dat mag niet, zei ik, dat is streng verboden gebied. Kijk maar, er staat een enorm hek omheen.
David besloot een stukje verder te varen, toen plotseling kabels voor ons opdoemden. Daar schrok hij van, want hij kon er niet snel overheen. We gaan nu landen zei hij resoluut, hek of geen hek. Op de grond zei hij dat we nu moesten wachten op de volgauto. Dat kan niet, zei ik, want er staat een hek omheen. David bleef kalm, pakte een briefje van honderd gulden uit zijn zak en krabbelde daar het telefoonnummer van de volgauto op. Die had zo’n grote ouderwetse autotelefoon. Ga jij maar even bij de bewaking bellen, zei hij tegen mij.
Ik rende over de hei naar het bewakingshuisje en tikte op een zijraam. De bewaker, die naar de ingang zat te turen, vloog een meter uit zijn stoel. Hij verwachtte blijkbaar wel een vijand maar niet van deze kant. Wat was die man boos. Hij schold me uit voor alles wat mooi en lelijk was. Hij was zo over de rooie dat hij niet wilde begrijpen dat wij met een ballon achter zijn vijandelijke linie waren geland. Dat kan niet, riep hij steeds. Maar het is wel zo, zei ik dan.
Uiteindelijk belde hij een superieur. Die woonde in het dorp Radio Kootwijk dus die was er in tien minuten. De baas vond het eigenlijk wel grappig. Ik mocht de volgauto bellen. Die was in de buurt dus na een paar minuten reden we met twee auto’s over de hei naar de ballon.
Als een goed ballonvaarder had Barker een cadeautje bij zich voor de bewakingsbaas van Radio Kootwijk. Die glunderde van oor tot oor. Hij vroeg zelfs bescheiden of hij mee mocht helpen de ballon op te ruimen. Nou dat mocht. Uiteindelijk hield de bewakingsbaas hoogstpersoonlijk het hek van de onneembare vesting Radio Kootwijk voor ons open. Hij zwaaide ons uit.
En nu wordt dat hek, waarachter ik was gedropt als een parachutist achter de vijandelijke linies, dus afgebroken. Dan zal er voor de baas en zijn stoere ondergeschikte wel geen werk mee zijn. Jammer, want die baas was een aardige kerel. En tegen die bewaker zou ik 25 jaar later willen zeggen: sorry meneer, maar ik kon er echt niks aan doen . . .
Verzoekje
Ik zag zojuist op mijn Teletekst onderstaand bericht. En nou denk dat Teletekst op mijn televisie van slag is. Zouden jullie voor mij even op jullie TT willen kijken. Het is pagina 105. En willen jullie mij dan laten weten wat daar bij jullie staat, zodat ik weet wat er eigenlijk op mijn 105 had moeten staan en ik geen nieuws mis. Alvast bedankt voor de moeite hè . . .
Curieus
Ik weet niet hoe u het heeft ervaren maar ik vond het een curieus politiek weekje. Het begon met de knieval van de SGP, die plotseling accepteerde dat er lijstverbindingen worden aangegaan met de ChristenUnie, die vrouwen op verkiesbare plaatsen heeft staan.
Daar werd in mijn Brabantse omgeving wat lacherig over gedaan (alsof het hier om bovenrivierse folklore ging) maar ik weet hoezeer de mannenbroeders hebben geworsteld. Ik heb zeventien jaar als journalist op de Veluwe gewerkt en ken de SGP en zijn trawanten. Je mag hier best over een kleine revolutie spreken.
En dan het grote sorry van Rita Verdonk. Nou ja, dat was eigenlijk geen nieuws want het past in het beeld dat ik van dit kabinet heb: ze zitten met secondenlijm op het pluche geplakt. Dat Rita Verdonk bij kijkers van Twee Vandaag hoog scoorde in de categorie populairste politicus was opmerkelijk, hoewel het me niet echt verbaasde. Zonder populisme doet zij wat populisten de afgelopen jaren niet lukte: buitenlanders lozen. Stemmen op Rita heeft iets veiligs want je afficheert je niet met de brallers van LPF, Nieuw Rechts en Volksunie terwijl je hetzelfde bereikt. Dat zegt iets over de sneaky manier waarop in ons land de veenbrand tegen buitenlanders door gaat. Ik vond de verkiezing van Verdonk een onderschat signaal.
Dat Wouter Bos bij zijn collega’s hoog scoorde verbaasde me wel. Ik dacht dat hij niet meer in de politiek zat maar daar heb ik mij dus schromelijk in vergist. Hij heeft zelfs deze week een boekje gepresenteerd waarin hij zijn visie op de wereld geeft. Daarmee trad definitief de veramerikanisering van de Nederlandse politiek in. Ook dat is een niet te onderschatten signaal.
En dan de terugtrekking van Peter R. de Vries. Hij kreeg niet genoeg steun. Ik vind Peter R. de Vries geen populist, hooguit politiek naïef. Maar veel mensen vergelijken hem toch met Pim Fortuyn en zijn vechtclubje. Ze stemmen liever op Verdonk om uiting te geven aan onderbuikgevoelens. Het is overigens maar goed dat Peter R. niet naar Den Haag gaat. Stel je voor een politicus die z’n belofte houdt. Het volk zou er maar van in de war raken.
En tenslotte de kabouters van D66 die toch maar mooi in hun eentje de uitzending van militairen naar een gevaarlijk gebied in Afghanistan tegen houden. Kijk, daarom is zo’n partijtje nou zo belangrijk. Tenminste, als ze volgende week niet op hun standpunt terug komen in ruil voor, bijvoorbeeld, een referendum over de vraag of D66 met een kleine letter of een hoofdletter de geschiedenisboeken in moet gaan.
El F., A., B. en S
Ik raak het spoor bijster als het gaat over de Hofstadgroep. Als ik daar iets over lees in willekeurig welke krant dan heb in een paar alinea’s al zo’n stoet aan mensen langs zien komen dat ik echt niet meer weet wie nou wie is. Het verwarrende zit hem er in dat de achternamen niet voluit worden geschreven en we het dus met letters moeten doen.
Nouredine El F. (die af en toe ook Fouad wordt genoemd), Lahbib B., Samir A., getuige B., Hanan S., studente S., Hirsi Ali (o nee, die hoort er niet bij), Soumaya S., Jason W., alleen maar El. F., B., S., W. en ga zo maar door.
En dan blijken die mensen ook nog met elkaar getrouwd te zijn, elkaars exen of familie te zijn en in wisselende samenstellingen voor elkaar wapens te vervoeren en huizen te huren,.
Ik weet niet, maar ik vind het een beetje een rommelig clubje. Dat doen wij Nederlanders toch beter. Wij hebben altijd een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. Da's wel zo duidelijk.
Verschil
Gooische Vrouwen. Claire (Tjitske Reidinga) is weduwe en zit financieel aan de grond. Ze dreigt haar luxe leventje te moeten opgeven, dus ze zoekt naarstig naar een man met geld. Die vindt ze. Een eenzaam type.
Na een etentje staat hij de volgende dag op de stoep. Hij weet waar Clair op uit is en zodra ze de voordeur open doet verovert hij haar met de opmerking: geef mij je hart dan geef ik je mijn Goldcard. Wij liggen in een deuk.
Hou dit beeld even vast.
Deze week vroeg mijn lief mijn speciale aandacht voor de website van AVRO Klassiek, waarvoor zij verantwoordelijk is. Ze had er een leuke foto op gezet, zei ze. Het was een foto van kerstballen. Een foto die ik heb gemaakt en die op mijn Flickr-pagina staat. Ze had hem nondeju zomaar gepikt, zonder betaling, zonder bronvermelding.
U begrijpt dat er een pittige discussie volgde, maar er viel niet te onderhandelen. “Je houdt toch van me,” zei ze steeds. Ja, dan wordt het wel moeilijk argumenteren.
Ik sputterde nog wat tegen. “Nou moet je niet zo kinderachtig doen,” zei mijn Brabantsche Vrouw. “Je hebt mijn hart al en het enige dat ik van je vraag zijn je ballen.”
Kijk, dat is nou het verschil tussen het Gooi en Brabant. Geloof ik.
Verrassing
We zijn dit jaar later dan anders met de kerstboom. Dat komt omdat we die altijd samen opzetten en Marlies is nogal druk dezer dagen. En ze moet er echt bij zijn want ik vind het niet zo’n leuk karweitje. Eerlijk gezegd zet zij de boom op en verleen ik wat hand- en spandiensten.
Gisteravond was ik alleen thuis en toen bedacht ik ineens dat het misschien wel een leuke verrassing zou zijn als ik de boom alvast zou opzetten. Hè, gezellig, samen met Poes&Broer het vrouwtje verrassen (♪♪Rudolf the Rednosed Rendeer, tralalalalala♪♪ )
Wij hebben een kunstboom, dus die haalde ik vrolijk fluitend voor de dag. Standaardje uitgezet (♪♪trallalalala); boom in het buisje (♪♪tralalalala); boom uitgevouwen (♪♪jinglebells, jinglebells tralalalalala) en de lampjes gepakt. Drie snoeren lampjes.
Die zaten allemaal in elkaar gedraaid. Op mijn gemakje begon ik die snoeren uit elkaar te peuteren. Dat viel tegen. Ze zaten nogal erg in de war, die #%&$lampjes. Pruts, pruts pruts. Wat zaten die %##&&lampjes in elkaar gedraaid zeg. En naarmate ik meer prutste gingen die lampjes steeds verder in elkaar en werd ik hoe langer hoe ongeduldiger en raakte ik meer en meer gestrest en bereikte ik bijna het kookpunt ##%%&#%.
Na een half uur had ik de drie snoertjes los en kon ik de lampjes in de boom hangen. (♪♪Its a white Christmas♪♪ ). Dat was nog heel ingewikkeld want een heleboel van die %&#%lampjes deden het niet en uiteindelijk raakten die &&%##&snoertjes weer in de war. Ik kreeg steeds meer de neiging om die &%&#boom een rotschop te geven, maar dat doe je niet. Je blijft rustig (♪♪Sti . . hille Nacht; %$#$ . . .Nacht).
Nog een half uur later zaten de lampjes er in en heb ik op mijn gemakje een biertje gedronken (♪♪Ik zit hier heel alleen Kerstfeest te vieren. . . . ♪♪ ). Poes&Broer dartelden vrolijk door de kamer. En opeens was het bedtijd dus ik had geen tijd meer om de kerstversiering er in te hangen. Nou ja, dan doen we dat vanavond toch gezellig samen.
Vital
Een tijd geleden schreef ik over Vital Moors, de topjurist die alle zekerheden op gaf om bedelmonnik te worden in Thailand. Ik had respect voor zijn beslissing en heimelijk was ik wel een beetje jaloers. Nou ja, bij wijze van spreken. Gistermorgen las ik in de Telegraaf dat Vital Moors terug was gekeerd in Nederland. Hij blijkt al voor zijn vertrek besmet te zijn geweest met het HIV-virus en kan in Thailand niet aan voldoende medicijnen komen om op een redelijke manier te kunnen leven.
Aanvankelijk was ik van plan er meteen voor Stroomopwaarts iets over te schrijven, maar ik kon de juiste woorden nog niet vinden en daarom koos ik gisteren voor een ander onderwerp. Wie schetst mijn verbazing toen ik gisteravond zag dat Vital Moors in mijn commentbox stond. Ik ken hem niet maar blijkbaar is hij, op zoek naar steun, via Google bij mij terecht gekomen.
Nogmaals: ik ken hem niet en reken mezelf ook niet tot zijn sympathisanten. Eigenlijk sta ik geheel neutraal tegenover Vital Moors. Maar ik vond het zo’n interessant verhaal dat ik het hieronder plaats, want als hij alleen maar in de commentbox staat leest u er gemakkelijk overheen. En wat zijn oproep betreft, daar moet u zelf maar mee doen wat u wilt. Ik doe daar niks mee, maar wat mij betreft is hij geslaagd voor het basisdiploma bedelmonnik.
Geachte mevrouw/mijnheer,
Vanaf 1993 heb ik gezocht naar mogelijkheden om in Thailand monnik te worden. Tijdens mijn bezoek aan Wat Thaton in december 2004 kreeg ik er de mogelijkheid om monnik te worden ook al ben ik HIV-positief. Mijn leraar had me verzekerd dat het geen beletsel was om monnik te worden en dat medicijnen voor monniken gratis verstrekt werden. Op eerste paasdag 2005 ben ik onder grote mediabelangstelling in België en Nederland vertrokken naar Thailand om mijn levensdroom te realiseren. Alles wat ik bezat, heb ik toen weggegeven en met minder dan duizend euro vertrok ik richting Thaton.
Ondanks de aanpassing aan het nieuwe klimaat, de cultuur en dergelijke weet ik zeker dat ik er op korte termijn gelukkig kon worden en ook fysisch heb ik me in de maanden in Thailand gezond en krachtig gevoeld. Vanuit Nederland had ik voor zeven maanden de noodzakelijke Aids-remmers meegekregen. Na enkele maanden vertelde mijn leraar me dat mijn HIV-status voor de andere monniken onbekend diende te blijven omdat in normale omstandigheden HIV-geïnfecteerden geen monnik kunnen worden.
In de daaropvolgende maanden werd duidelijk dat ik de noodzakelijke medicijnen niet gratis kon krijgen. Na een zoektocht bleek dat deze medicijnen in Bangkok bij de Stichting HIVNAT verkrijgbaar zijn voor meer dan 200 euro per maand. Aangezien ik echter niets had, ben ik in september 2005 teruggekeerd naar Nederland. Ondertussen werk ik als call-centremedewerker bij UWV-Leiden en probeer aldus in mijn levensonderhoud te voorzien. Ik zie dat het wereldse leven niet de weg is die ik moet gaan en me steeds verder afbrengt van mijn levensdoel en mijn geluk.
Ik heb totaal niets op dit moment. De enkele stukken kleding die ik draag heb ik van mensen gekregen. Ik heb een oud en vies kamertje gevonden in een huis in Den Haag bij een junk en oude vrouw. Er moet toch een mogelijkheid zijn om mijn levensdoel te kunnen bereiken. Mijn enige levensdoel is terug te kunnen keren naar Thailand om er mijn spirituele tocht en de inzet voor de mensen verder te zetten. Duidelijk is dat het moeilijk zal zijn om monnik te kunnen worden. Maar er is hoop! Er zijn een aantal Thaise tempels waar ik als lekenvolgeling of als novice zou kunnen gaan studeren en praktiseren.
In ideale omstandigheden, wil ik in maart 2006 beginnen met het Internationaal Programma aan de Boeddhistische Universiteit in Bangkok en ondertussen als lekenvolgeling of novice praktiseren. Indien dat niet realiseerbaar is, kan ik terecht in een tempel in midden-Thailand om er te studeren, te praktiseren en les te geven aan arme Thaise kinderen. Ten slotte is er de tempel in Lopburri die een opvangcentrum voor 400 terminale Aids-patiënten herbergt en waar ik zinvolle mogelijkheden heb om mededogen te beoefenen en zelf te praktiseren. Er is en blijft echter één op dit moment onoplosbaar probleem nl de bekostiging van mijn medicijnen.
Sinds 1993 ben ik op de hoogte van mijn HIV-status. De medicijnen zorgen ervoor dat het virus sindsdien niet detecteerbaar is en mijn resistentie uitzonderlijk hoog is. Op deze wijze heb ik kan ik net als ieder ander mens gezond oud worden. Als ik zou stoppen met het gebruik van de medicijnen zal zich binnen een periode van tien jaar full blow Aids zal ontwikkelen. Om verzekerd te zijn van medicijnen en medische verzorging voor de rest van mijn leven heb ik ongeveer 50.000 euro nodig. Dit is een bedrag dat ik uiteraard nooit zelf zal kunnen sparen. Daarom is er geen andere optie dan een beroep te doen op het mededogen, de gulheid en de bereidwilligheid van anderen. Ik vind dit uiteraard moeilijk, maar het is de enige optie om mijn leven een zinvolle invulling te geven. Terwijl zulk een bedrag voor een onderneming niets betekent en nog geen 0,01 % betekent van de inkopen die in Nederland gedaan zijn ter gelegenheid van de viering van Sinterklaas.
Ten einde raad doe ik een oproep op u om de bekostiging van mijn medicijnen voor de rest van mijn leven mogelijk te maken. Misschien kan een farmaceutisch bedrijf me van de levensnoodzakelijke medicijnen voorzien. Misschien is er wel een verzekeringsmaatschappij of financiële instelling die een ziektekostenverzekering voor mij wil bekostigen. Misschien zijn er wel mensen of bedrijven die een bijdrage kunnen missen. Of er kan een fonds gevormd worden. Er zijn misschien nog meer mogelijkheden.
Ik hoop van harte dat iemand mij opnieuw een toekomst geeft en me de mogelijkheid biedt om mijn levensdoel te verwezenlijken. Ik ben iedereen die me op welke wijze dan ook kan helpen uitermate dankbaar en weet zeker dat het zowel voor u als voor mij geluk zal brengen nu en in de toekomst. Uw hulp is echt de enige manier om mij een zinvol leven te geven.
Vital E.H. MOORS
Dammen
Eigenlijk zijn we een hypocriet en opportunistisch landje. We schelden op buitenlanders, maar als we ze nodig hebben dan dragen we ze op een schild door de polder.
Neem nou de kwestie Kalou, de Ivoriaanse voetballer van Feyenoord die snel het Nederlanderschap moet krijgen omdat hij dan tijdens het WK ons land kan vertegenwoordigen in plaats van bestrijden. Belachelijk vind ik dat. Er zijn zoveel schrijnende gevallen die veel meer gebaat zijn bij naturalisatie dan de (aanstormende) miljonair Kalou.
Een man die dankzij naturalisatie heel gemakkelijk in bijvoorbeeld Engeland of Italië kan gaan voetballen waar hij nog meer kan verdienen. Want er is toch geen weldenkend mens die gelooft dat Kalou na het WK uit dankbaarheid in Nederland blijft voetballen als hij voor exorbitante bedragen naar het buitenland kan.
En hoe juichend was sportminnend Nederland zondag niet toen Lornah Kiplagat het EK Veldlopen in Tilburg won. Wat een geweldig Nederlands succes! Het is mevrouw Kiplagat van harte gegund, ze heeft er hard voor getraind . . . in haar geboorteland Kenia. Maar sinds 2003 is ze Nederlandse. Er werd zelfs gezegd dat het de ultieme vorm van integratie is.
Als ik op dit moment een Congolese vluchteling was en ik zat in een uitzetcentrum dan zou ik als een gek gaan trainen om ergens Nederlands kampioen in te worden. Desnoods dammen als ik te uitgemergeld zou zijn voor fysieke sporten.
Brief van Ali (7)
Zeer Edelgeachte Hoge Minister-President Balkenende,
Hier is weer brief van Ali Yildiz. Ons familie is goed ingeburgerd en aangepast. Mevrouw Yildiz past goed op kinderen en chef van fabriek is heel tevreden over mijn werk. Alles gaat goed, maar is nu wel een boze brief.
Alles komt door mevrouw Hirsi Ali. Zij zegt haar partij VVD wil strenge controle islamitische scholen. Want kinderen islamitische scholen krijgen slechte invloed tegen integratie. Ons familie denkt dat kinderen van katholieke school ook heel slechte invloed krijgen. Kinderen van katholieke school gaan later liegen.
Want eerst zegt meneer Verhagen van uw partij wij krijgen allemaal geld terug van hoge gasrekening en dan krijgen wij geen geld terug. Dat is toch beetje liegen van meneer Verhagen. Sorry voor boze woorden. Wij kunnen geld goed gebruiken en nu krijgen wij niks van meneer Zalm. Is meneer Zalm soms de baas in Nederland of is dat Uwe Hoogedelachtbare Minister President? Wij willen niet beledigen maar wij Turkse mensen denken dat uw partij is beetje niet meer serieus.
In krant lezen wij dat u heeft gevochten over extra geld maar iemand zei in krant dat het alleen wedstrijdje was wie langste lul heeft. Sorry voor lelijke woord, maar iemand van uw politiek zei dat zelf. Zulke woorden leren kinderen niet op islamitische school. Dus is beter dat VVD op katholieke scholen gaat letten waar kinderen beetje liegen en vieze woorden leren.
Hoogachtend,
Ali Yildiz
P.S. Buurman Arie zegt, was wel beetje dom wedstrijdje dat Nederlanders doen wie grootste l-l heeft, waar Arabieren vast heel hard om moeten lachen. Maar wij vinden niet om te lachen dat in Nederland politiek is vies wedstrijdje.
Tachtig
We hebben gisteren de tachtigste verjaardag van mijn vader gevierd. Het was gezellig of, zoals mijn oudste zoon zei: ik vond dit de gezelligste familiebijeenkomst ooit. Hij had voor zijn opa een stenen uil gekocht als symbool voor ouderdom en wijsheid.
Mijn vader zelf liet het allemaal over zich heen komen, zoals hij de laatste maanden alles over zich heen laat komen. Hij toont weinig initiatief meer. Zijn boodschappen worden thuis gebracht. Tafeltje-dekje zet het eten voor hem in de koelkast, het hoeft alleen nog maar in de magnetron. De thuiszorg komt hem wassen. De werkster poetst. Hij krijgt ook weinig prikkels meer om zelf iets te doen. Hij komt weinig meer onder de mensen. Dat zijn de zegeningen van jarenlang beleid om ouderen zo lang mogelijk in hun eigen huis te laten wonen.
We hebben gegeten in het Griekse restaurant onder het appartementencomplex waar mijn vader woont. Hij had een paar maanden geleden nog grote plannen maar koos uiteindelijk voor het vertrouwde adres, dicht bij huis. De eigenaar is zijn buurman. Daar is hij gekend en gewaardeerd. Een logische en begrijpelijke keuze dus.
Mijn vader komt uit een middenstandsgezin. Zijn moeder dreef een kleine zuivelwinkel, zijn vader had een melkwijk. Een paar van mijn ooms gingen ook in de zuivelhandel of begonnen een kruidenierszaakje. Het waren kleine luiden. Mijn vader was de enige die voor het zekere ambtenarenbestaan koos. Hij was bepaald geen middenstander, maar hij heeft altijd een zekere adoratie gekend voor mensen die een eigen zaak hebben. Vroeger vond hij het al belangrijk om amicaal om te gaan met ondernemers. Dat is nooit veranderd. Aan zijn contacten had ik 33 jaar geleden ook mijn baantje bij de krant te danken.
Een ander belangrijk gegeven in mijn vaders leven zou ik willen omschrijven als: de weg weten. Vroeger, als er bezoek kwam wilde mijn vader tot op de meter nauwkeurig weten hoe ze waren gereden. Soms zei hij dat ze beter zo of zo hadden kunnen rijden, dat was korter. Maar daar hoor ik hem nu nooit meer over. Misschien vind hij het niet meer zo belangrijk welke weg iemand neemt. Als je maar de juiste mensen kent en op de plaats van bestemming komt. Dat ga ik onthouden.
Lijkwade
Het hoogtepunt van onze korte vakantie in Rome, vraagt u? Kijk, het dieptepunt heb ik met een paar steekwoorden wel verteld: terugweg – mist – Eindhoven Airport dicht – uitgeweken naar Brussel – met bus naar Eindhoven - geen treinen tussen Eindhoven en Den Bosch - vier uur later thuis dan gepland. Maar het hoogtepunt, dat is van een andere orde dan dergelijke wereldse ongemakken.
We liepen over de Via del Tritone op weg naar de metro op Piazza Barberini. Daar waar de Via di Traforo en de Via Due Macelli op de Via del Tritone uitkomen konden we niet verder vanwege een mensenmassa. Ik stond al met één been op de trap van de sottopassaggio om onder de weg door te lopen toen mij als mij donderslag de woorden van mijn eerste hoofdredacteur te binnen schoten, wijlen de laatste courantier Dirk Rebel: “Jongen, als er ergens meer dan twee mensen bij elkaar staan ga er dan bij staan, je hoort altijd nieuws”.
Ik nam Marlies bij de hand en mengde mij in de massa. Er heerste opwinding. Che cosa è? vroeg ik in het algemeen. “Il Papa”, riepen verschillende mensen mij toe. Op dat moment zag ik vanuit mijn linker ooghoek een open auto aankomen en daarin stond Il Papa. Ik greep mijn camera en deed maar wat, daar in het donker op de Via del Tritone tussen duizenden Romeinen. Il Papa kwam op een paar meter langs ons heen gereden.
De foto is niet veel, maar als u goed kijkt ziet u in het midden iets roods, dat is zijn mantel. Dat witte erboven is zijn petje. Nee, ik zei het al, het is niet overtuigend, maar persoonlijk vind ik het altijd nog overtuigender dan de Lijkwade van Turijn.
Leeuwarden
Altijd als er een brief van onze vrienden van het Centraal Justitieel Incasso Bureau op de mat valt is het spannend wie van ons de portemonnee moet trekken: Marlies of ik. Uit het woordje “altijd” blijkt al dat we regelmatig post uit Leeuwarden krijgen. Meestal is het voor mijn lief. Die rijdt, zoals ze het zelf noemt, als een heks op een bezemsteel.
Bekeuringen zijn altijd zondegeld, maar meestal overstijgen ze de dertig euro niet. Zaterdag viel er eentje op de mat van 95 euro. Dus wij vlug de agenda er bij gepakt om te zien wie op die dag de auto mee had genomen.
"Shit" , zei Marlies, "toen ben ik ’s avonds naar een repetitie in Gemert geweest." Ha, ha, dacht ik.
"Maar wacht eens even, het is een bekeuring van een overtreding ’s middags in Eindhoven. Daar ben ik toch echt niet geweest en zeker niet ’s middags. Waar ben jij geweest?," vroeg ze quasi verontwaardigd.
Ik kon het me niet herinneren, dus ik concludeerde al dat justitie een foutje had gemaakt.
“Maar,” zei Marlies, “ben jij ’s middags niet naar het feestje van Peer geweest?” Het kwartje viel. Daar was ik geweest en ik had inderdaad op die tijd daar gereden waar ik blijkbaar een overtreding had begaan. Want wat ik nou heb gedaan is me een raadsel.
Volgens de brief van onze Friese vrienden heb ik een voorsorteerfout gemaakt op een rotonde. Ik wist niet eens dat dat kon. En om daar dan 95 euro voor te rekenen vind ik helemaal bezopen. In wat voor land leven we? De ene TBS’er na de andere ontsnapt en niemand wordt verantwoordelijk gesteld en een simpele vergissing op een rotonde kost 95 euro.
In dit land wil ik even niet meer zijn. Voor straf ga ik tot zondag naar Rome en schrijf ik deze week ook geen stukjes meer. Dat zal ze leren in Leeuwarden.
Meneer Frits
Meneer Frits was helemaal niet gek. Ja, dat zeiden die jongens van de communicatieafdeling van Philips. Die nieuwerwetse jongens met hun moderne communicatie-ideeën. Die zeiden dat meneer Frits niet helemaal meer spoorde en dat wij hem niet meer moesten interviewen. Want meneer Frits zei dingen die hem belachelijk maakten en dat wilden die nieuwerwetse jongens niet. Die waren erg bezorgd over meneer Frits.
Maar wij wisten wel beter. Meneer Frits was helemaal niet gek. Hij gaf alleen zijn mening over Philips als hij vond dat dat nodig was. Bijvoorbeeld als de nieuwerwetse managers in al hun hervormingsdrang de werkman uit het oog verloren. Meneer Frits had in zijn leven ook moeilijke beslissingen moeten nemen, maar hij was nooit de werkman uit het oog verloren. En zijn kritiek kwam de nieuwerwetse jongens heel slecht uit. En daarom zeiden ze dat meneer Frits een beetje van het pad af was. We konden hem maar beter niet serieus meer nemen. Maar wie meneer Frits wel eens interviewde wist wel beter.
Nu is hij dood. En dat is jammer, want wie moet er nu op de werkman passen?
Sinterklaasavond
Het zal in 1962 of 1963 zijn geweest. In ieder geval voordat mijn jongste broertje was geboren en dat was in 1964. Nee, het moet in ’62 zijn geweest want mijn moeder was niet hoogzwanger en dat was ze op Sinterklaasavond 1963 wel.
Opa was er en oma die toen al een beetje begon te dementeren. En tante Dien natuurlijk, de vrijgezelle zus van mijn moeder die altijd voor extra Sinterklaascadeautjes zorgde. Maar dat wisten wij toen nog niet. Wij waren al in het lavet geweest, schoon gepoetst, pantoffeltjes en kamerjasjes aan. Opgewonden wachtten wij op het grote moment.
Vader moest nog even naar de schuur. Ik denk dat wij geprobeerd hebben hem tegen te houden, want wie ging er nou naar de schuur als het elk moment kon gebeuren? En ja hoor, net toen vader weg was ging de bel en werd er op het raam gebonsd. Wij renden naar de voordeur.
Ik denk dat ik niet open durfde te doen en dat mijn twee jaar jongere broertje dat wel durfde, die heeft altijd meer lef gehad dan ik. Voor de deur stond een zak met cadeautjes. We sleepten de buit naar binnen. Vader kwam ondertussen de keuken binnengelopen. Maar wij waren zo in de ban van de zak dat wij geen enkel verband zagen.
Er zat stevig touw om de zak. Wij probeerden het los te peuteren, maar Zwarte Piet had er een dubbele knoop in gelegd. Mijn broertje rende naar de keuken om het broodmes te halen. Hij sneed en hij sneed. Het ging mij niet vlug genoeg en ik greep het lemet vast en op dat moment trok mijn broertje het mes met alle kracht die er in zijn vijfjarig lijfje was naar zich toe. Het mes ging dwars door mijn duim en ik bloedde hevig.
Wat er daarna is gebeurd weet ik niet meer. Ik herinner me alleen nog dat we bij de dokter waren, maar hoe we daar verzeild zijn geraakt weet ik niet. We hadden geen telefoon en geen auto en de dokter woonde aan de andere kant van het stadje. Wat ik wel weet is dat mijn duim niet gehecht kon worden. De dokter deed er twee krammen in. Een klein litteken herinnert mij altijd aan Sinterklaas.
Zuilen
Het was een roerig weekje in het Hilversumse medialand. Zomaar opeens gingen TV-programma’s niet door uit protest tegen het beleid van de omroepbonzen. Iedereen die mijn standpunten kent weet dat ik voor deze acties niet op de banken ga. Ik heb al eerder gezegd dat ik voorstander ben van drie netten: eentje met informatie, eentje met verstrooiing en eentje voor jongeren. En welke zuil ze vult zal me een worst zijn.
Maar ik heb makkelijk lullen want ik werk niet bij een omroepvereniging. Ik heb geen traditie van protestants-, katholiek- of socialistisch programmamaken. Ik heb altijd voor algemene media gewerkt. Ik weet niet beter of de pastoor, de dominee en de socialist kwamen zonder aanziens des persoons aan het woord als daar aanleiding toe was.
Het is wel zo makkelijk om journalistiek te bedrijven zonder levensbeschouwelijk keurslijf. Het voordeel is ook dat ik altijd op redacties heb gewerkt waar christenen, atheïsten en socialisten broederlijk en zusterlijk naast elkaar werkten. Dat helpt tegen vernauwing van de blik. Ik heb me gelukkig nog nooit druk hoeven maken over een zuil waar ik aan geketend was.
De mensen die protesteren zijn bang dat de publieke omroep vercommercialiseert en dat kijk- en luistercijfers belangrijker zijn dan inhoud. Alsof je met kwalitatief goede programma’s geen hoge kijkcijfers zou kunnen halen. Als je dat denkt heb je weinig vertrouwen in jezelf. Ik snap best dat journalisten/programmamakers een boodschap hebben en dat ze vinden dat die gehoord moet worden. Zo zit ik ook in elkaar. Waar het om gaat is dat je dat op een zodanige manier verpakt dat je zoveel mogelijk mensen bereikt. Dat je je publiek als uitgangspunt neemt. Veel vakbroeders zijn huiverig voor publieksgerichte journalistiek en blijven liever hun eigen ding doen vanuit hun eigen kleine denkwereld.
Ik las in het Brabants Dagblad dit weekend een verhaal over het 25-jarig bestaan van de School voor de Journalistiek in Tilburg. Daarin werd de mediahistoricus Huub Wijfjes geciteerd:
“Onafhankelijke, betrouwbare journalistiek heeft bestaansrecht. Maar dan zullen de journalisten veel meer dan tot nu toe, open moeten staan voor veranderingen, beter moeten luisteren naar hun publiek. Het paradoxale met journalisten is dat ze de gebeurtenissen in de samenleving op de voet volgen, maar tegelijkertijd conservatief zijn als het gaat over vernieuwingen in hun eigen vakgebied.”
Logica
Mijn stukjes over Bertie houden me nog bezig. Ze hebben deze week zoveel andere herinneringen boven gebracht. Onwillekeurig probeerde ik er achter komen wat mijn vroegste herinneringen zijn, maar dat is onbegonnen werk want die worden mede bepaald door verhalen achteraf en foto’s. Je weet niet wat echte herinneringen zijn. Het is ook niet interessant.
Eén van die herinneringen heeft me wel aan het denken gezet: wanneer kreeg ik de logica van sommige dingen door? Ik weet niet of kinderen het tegenwoordig nog doen, maar Bertie en ik renden vroeger met schrijfblokje en potlood door de straat om alle huisnummers op te schrijven. We begonnen vooraan, gingen tot het eind van de straat, aan de andere kant terug en als we klaar waren pakten we de volgende straat. Aan het eind van de middag hadden we een blocnote vol getalletjes. Op welk moment zou ik hebben ontdekt dat er logica in die cijfers zat? En dat je dus alleen maar naar het eind van de straat hoefde te lopen om het laatste nummer op te schrijven, waarna je rest blindelings kon invullen.
En wanneer vertelde mijn vader - die toen postbode was – dat het nog gemakkelijker kon omdat er altijd vanuit het centrum met de nummering wordt begonnen. Even cijfers links, oneven cijfers rechts. Ik denk dat ik dat door kreeg op het moment dat wij autokentekens gingen opschrijven.
Cobi Schreijer
“Moet ik Cobi Schreijer ergens van kennen?” vroeg mijn collega over haar beeldscherm heen.
“Dat is een zangeres,” zei ik. “Hoezo?”
“Ik lees op het ANP dat ze dood is, maar ik heb nog nooit van haar gehoord.”
“Ach,” zei ik, “dat is jammer.”
“Ken jij die dan?” vroeg mijn collega met ongeloof in haar stem.
Nee, eigenlijk niet, moet ik bekennen. Nou ja, van naam wel maar toen ik het nieuws over haar dood hoorde kende ik haar eigenlijk niet. Ik kende een paar liedjes maar niet eens bij naam. Vroeger nam ik vaak het folkprogramma van Karel van der Graaf op. Op cassettebandjes. Af en toe draaide hij liedjes van Cobi Schreijer.
Ik herinner me er één. Dat ging over een vrouw die min of meer geschaakt was door een man die haar alles gaf wat ze begeerde behalve haar vrijheid. Daaruit bleek wel dat Cobi Schreijer ook een feministe was. Het stond aan het eind van het bandje en brak plotseling af, maar dat weerhield mij er niet van het heel vaak te beluisteren want het was prachtig. Desondanks heb ik me nooit in de zangeres verdiept. Gek eigenlijk want meestal probeer ik wel meer muziek te pakken te krijgen van mensen die ik bewonder.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor Cornelis Vreeswijk. Ik vind dat een geweldige zanger en al jaren neem ik me voor een CD van hem te kopen. Toevallig was ik vorige week in een platenzaak en zag ik een CD van hem. Die heb ik gekocht. Ik hem ‘m deze week al zeker vijf keer beluisterd. Prachtig.
Eigenlijk moet ik nu niet zo lang wachten en achter een CD van Cobi Schreijer aan. Ik las vandaag wat necrologieën en daaruit kreeg ik het beeld van een uitermate interessante vrouw. En weet u wat ik las, dat het lied dat ik zo mooi vind Heer Halewijn heet (ik denk tenminste dat dat hetzelfde is). Aan het eind van het lied vermoordt de vrouw de verkrachter. Kijk, dat wist ik niet want dat stond dus niet op mijn bandje.
Ach, weet je, het is beter laat dan nooit met dit soort dingen.
Reminder
Schrijft u het even op in uw agenda:
Minister-president Balkenende heeft de algemene vlaginstructie voor het uitsteken van de vlag van rijksgebouwen opnieuw vastgesteld. Als gevolg van de gewijzigde instructie wordt ieder jaar op 7 december, de verjaardag van H.K.H. Prinses Catherina-Amalia, de vlag met oranje wimpel gevoerd op de hoofdgebouwen van de rijksoverheid en van de diensten, instellingen en andere publiekrechtelijke lichamen die ressorteren onder de rijksoverheid.
Voor particulieren, bedrijven en instellingen geldt een dergelijke instructie niet. Desgevraagd wordt hen geadviseerd deze vlaginstructie te volgen.
