Doelgroep


Wanneer hoor je eigenlijk bij de doelgroep 50+? Is dat vanaf je vijftigste of vanaf het moment dat je met werken stopt, bijvoorbeeld als je 60 of 65 bent? Dat zijn de vragen die mij bezig houden. Waarom? Omdat ik de afgelopen tijd veel heb gezien en gelezen over de doelgroep.

Er is een nieuwe TV-zender met de naam MAX. Die is voor 50-plussers. Ik ben er een keer zappend langs gekomen en toen zag ik een stel bejaarden die probeerden toneel te spelen. Nadat ik een paar minuten had gekeken naar een mevrouw die ongegeneerd de korsten van haar been zat te krabben ben ik verder gezapt. Er was er volgens mij niet eentje onder de 70.

En natuurlijk was er de vijftig plus-beurs waar de kranten bol van stonden. Want, de 50-plussers vormen een doelgroep met geld en veel vrije tijd. Ik zag alleen maar foto’s van hele oude mensen.

En is nog een reden waarom die vraag mij bezig houdt. Ik praat er liever niet over, kijk maar even naar dat kaartje hieronder, dan begrijpt u het wel. En dan begrijpt u ook waarom ik de komende week in Italië ben. Ver weg van al die mensen met die bijdehante opmerkingen. Op 2 oktober laat ik u weten hoe het voelt.








Adieu



Vrijdagavond 22.10 uur. Telefoon.

- Adieu André. Jullie zitten toch wel te kijken he?

Onmiskenbaar onze IJslandse vriendin.

- Je moet kijken. Bij de Tros. Vlug.

We schakelen de Tros in.

- Oh, kijk daar heb je die schoonmoeder. Vreselijk.  En nou gaan ze de pier op om de as af te schieten. Wat is dit voor een land. Ze huilt. Rachel huilt. Moet je al die pijlen zien, Zit daar allemaal as in??  Neeeee, die fotootjes op die pijlen. Om je te bescheuren.

"Misschien", opper ik voorzichtig, "was één pijltje niet genoeg voor alle as. Hazes was een gezet type."

Moet je ze zien lopen. ’t Lijkt de Keileweg wel.  Neee, wat doen ze nou?? ’t Lijkt wel een fietspomp. Ooooh, daar gaat ie. Wat een land.

"Heb je de onthulling van het standbeeld gezien", vraag ik.

Ja, zegt onze vriendin. En die geweldige toespraak van Rachel.

"Ik was eigenlijk van plan om een keer met jou naar Amsterdam te gaan, dan kunnen we rozen bij het standbeeld leggen. Goed voor de inburgering", zeg ik. Ze kan tegen een stootje.

’t Is voor het eerst in tien minuten even stil aan de andere kant van de lijn. Dan barst ze in schaterlachen uit.

Dag lieve schatten,” roept ze, “goeie reis morgen.”








Moeilijk


Het schijnt dat 60 procent van de mensen de troonrede niet heeft begrepen. Dat verbaast me. Oké, het is geen straattaal, maar als je een beetje je best doet dan is er toch wel doorheen te komen? Ik heb ook alleen maar MAVO en mij lukt het ook. Maar misschien heb ik in mijn journalistieke leven te veel ambtelijke en juridische brij doorgeploegd om me nog van de wijs te laten brengen.

Het zou mij trouwens niet verbazen als het merendeel van die 60 procent zich nauwelijks in de troonrede heeft verdiept. Bijvoorbeeld die mensen die de troonrede alleen van televisie kennen. Camera’s hebben tegenwoordig meer aandacht voor die malle hoedjes dan voor het verhaal en dat leidt af.

Mensen kunnen ook niet lang geconcentreerd luisteren. Iedereen die wel eens een managementcursus heeft gevolgd weet dat je je publiek niet langer dan drie minuten achtereen kunt vasthouden. Met woorden bedoel ik. Met goochelen schijnt het iets langer te kunnen (nee, jongelui dat is niet hetzelfde als googelen).

Volgens mij kunnen mensen die even ongestoord met een gedrukte versie van de troonrede op de pot gaan zitten best begrijpen wat daar staat (is dit een mooi inkoppertje voor de commentbox of niet?). Mensen zijn niet achterlijk, roep ik altijd als er weer eens een infantiel onderwerp langs komt.

Nee, dan die Balkenende gisteren tijdens de algemene beschouwingen. Die gebruikt pas woorden. Basisscholen moeten voortaan van ’s morgens vroeg tot ’s avonds open zijn om kinderen op te vangen. En dat noemt onze MP: “een sluitend dagarrangement”. Krijssssssssss!!!!!!!!!!!








Geluk


Mijn collega had gisteren naar de eerste ronde van de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer geluisterd. En het was hem opgevallen dat iedereen zo somber was. Zo negatief zelfs, alsof we met z’n allen aan de rand van de afgrond staan. Zo had het gevoeld.

“We praten elkaar de put in,” zei mijn collega. “Iedereen geeft z’n eigen leven een ruime voldoende, maar het leven in het algemeen en de overheid krijgen een dikke onvoldoende.” Mijn collega kon daar met z’n verstand niet bij. En hij is niet de enige, want ik loop ook al tegen die constatering aan te hikken sinds het Sociaal Cultureel Planbureau ons er mee overviel.

“Ik denk dat we ons veel te afhankelijk hebben gemaakt van de overheid. We verwachten dat die alles voor ons regelt. Dat moeten we niet doen. We zijn met z’n allen tevreden over ons eigen leven laten we dan zorgen dat we ook tevreden worden over het leven om ons heen. Iedereen kan daar toch z’n steentje aan bijdragen,” zei mijn sportcollega. Of woorden van gelijke strekking.

Dat zijn uitspraken om over na te denken en om er, als je lang genoeg hebt nagedacht, een logje over te schrijven. Misschien komt dat er nog eens van.








Dierenleed


Onze Teletekst heeft een pagina met weggelopen- en gevonden huisdieren. Veel lokale en regionale media bieden deze service. ’t Is Hollandse folklore. Volgens mij is het vooral om de baasjes het gevoel te geven dat ze alles hebben gedaan om hun dieren terug te vinden.

Deze week liet een collega mij een brief zien van een dame die haar kat kwijt is. Tussen het moment waarop de brief binnen kwam en het moment dat de kat verdween zaten veertien dagen. Ik stelde me voor dat de vrouw in die periode radeloos stad en land heeft afgelopen voordat ze ten einde raad de media inschakelde. Ze stelt een flinke beloning in het vooruitzicht waaruit bleek dat haar er alles aan gelegen is met het beestje herenigd te worden.

Als poezenvader werd ik helemaal week. Totdat ik de laatste alinea las. “In verband met vakantie gelieve deze oproep niet voor 24 september te plaatsen.”

Nog meer dierenleed. Eén van mijn collega’s schijnt gisteren tijdens de troonrede gezegd te hebben: “Je kunt zien dat de afbraak van de publieke omroep is begonnen. Ze hebben Pino al helemaal kaal geplukt voor de hoed van de koningin”.








T&K


Er is geen stel dat de afgelopen maanden zo over de tong van het journaille van Omroep Brabant is gegaan als Tom en Karin. Ze zorgden zelfs voor spraakverwarring tussen de collega’s die T&K hadden ontmoet en de collega’s die nog geen kennis met het stel hadden gemaakt. Tot vandaag hoorde ik bij de laatste groep. Maar vanmiddag was het zover. Ik heb kennis gemaakt met Tom en Karin, hun kinderen en de hond. En eerlijk is eerlijk, ik vond ze niet zo simpel als sommige mensen wilden doen geloven. Ze lijken me eigenlijk best sympathiek.

Tom en Karin zijn geen echte mensen. Ze zijn bedacht door de marketingcollega’s. Tom en Karin zijn onze ijkpunten. Bij alles wat we doen moeten we steeds in ons achterhoofd houden wat T&K er aan hebben. Hun leven is redelijk gedetailleerd uitgewerkt, dus we weten best veel van ze. ’t Zijn eigenlijk heel normale mensen. Ze doen dingen die ik en mijn vrienden en kennissen ook doen. Ze hebben best het één en ander meegemaakt dus ze hebben ook wat levenservaring. Tom en Karin zijn helemaal niet dom.

Het enige minpuntje vind ik dat ze naar extreme make over-programma’s kijken. Dat vind ik echt niet kunnen. Maar verder, prima gasten. Daar kunnen we wel wat mee.

Nou ja, toch nog één kleine twijfel. Het zijn wel fervente TV-kijkers, maar uit niks blijkt dat ze ook naar de radio luisteren, laat staan naar welke programma’s. Volgens mijn marketingcollega stond dat niet in het profiel omdat het zo vanzelfsprekend is dat ze naar Omroep Brabant luisteren dat dat niet expliciet vermeld hoefde te worden. Gelukkig maar.








Majesteit


De Majesteit schijnt de Troonrede te gaan afstemmen op de burgers. De eerste vraag die bij mij opkomt is: welke burgers? Maar laat ik nou niet zeiken over zo’n mooi initiatief. Wat zou het mooi zijn als het morgen zo gaat:

Leje van de Staote Generaol, ik he ut di jaor nie tege auw, maar tege de gewone minse. Die ken ik nie, maar da moes van die meneer daor op de veurste rij, die met die platte haore. Beste minse, gullie het de afgelope twee jaore flink ut zuur gehad, maar de komende twee jaore zulde gulle het zuut krijge.

Ge mot wel veul meer ziekefonspremie betaole (Ik wit nie wa da is, da staoi hier) mar daor krijgde zoveul vor trug da ge daor niks van zul merruke in de portumenee. Da hebbe die minse hier in de zaol met die hoedjes en die billetikkers tege min gezeed.

Effe kijke. O ja, ik moes nog van dieje mens mee da brilleke en da stijf boordje, ge wit wel die een bietje op unne ouwerwetse bovenmister leikt, van dieje mens moes ik zegge dat alles veilig is. Dur zin nog maar 150 gevaorlijke gekke, maar die hettie allemaol in het snotje. Dus ga de gullie maar lekker sloape.

He, 150. Das ok tuvallig. Dur schiet mijn opeens unne geweldige wiets te binnen. Maar da zak mar nie doen. Da vinde gullie wel leuk, maar die minse hier zouwe der hendig van kunne verschiete. En dan moet dieje mee die platte haore weer exuses aonbieje en da menneke he al zoveel mee ons femilie te stelle.

Dur is nog een probleemje moes ik van dien ene mee gin haor zegge en da is dat het gas veul duurder wor mar da hij nie wit hoe die da aan auw terug moe betaole. Daar broeit ie nog op, zee tie. Daor heurde nog van.

Afijn, mee Gods hulp en bietje goej weer komde gullie de kouw weinter wel deur. De neuk en houdoe.








Bijna tachtig (12)


- Ze willen me hier laten werken, zei mijn vader.
- Wat willen ze je dan laten doen? De buitenboel laten verven of zo? vroeg ik.
- Nee man, ze willen dat ik na het eten mee help afruimen.
- Dat lijkt me heel goed, kun je oefenen. Over een paar weken moet je het allemaal zelf weer doen.
- Ja thuis, dat is wat anders.
- Hoezo? Beschouw het maar als therapie.
- Je hebt eigenlijk wel gelijk. Ik kan met drie lege kopjes op de rollator rijden. Heb je gezien wat er allemaal
   aangepast moet worden in mijn huis?

- Ja, ’t valt erg mee. Alleen hier en daar een handgreep en wat opritjes bij de drempels.
- Nou, de drempel naar het balkon is tien centimeter hoog. Dat is nogal. Daar had ik al moeite mee
  voordat ik naar het ziekenhuis ging. En straks moet ik daar met de rollator overheen
.
- Daar komt toch ook gewoon een opritje.
- Ja, maar hoe ze dat voor mekaar moeten krijgen.
- Maak je niet druk. Er zijn toch veel meer mensen in het appartementencomplex met een rollator.
  Daar is het probleem toch ook opgelost.
- Ja da’s waar. Misschien kan ik volgend jaar wel weer op de fiets.
- Pa, probeer nou eerst maar eens met die rollator te rijden.
- Ik sluit ook helemaal niet uit dat ik volgend jaar weer op vakantie ga.
- Op vakantie? Je bent al een paar jaar met geen stok meer het dorp uit krijgen.
- Ja maar ik hoef niet zo ver.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed