Ciao


Stroomopwaarts bestaat/bestond (’t hang er vanaf wanneer u dit leest) op 31 mei een jaar. En daarom heb ik als directeur/hoofdredacteur/commentator/huismeester/interieurverzorger van dit weblog besloten om met het voltallige personeel drie weken naar Italië te gaan. Dat zijn dan de directeur, de hoofdredacteur, de commentator, de huismeester, de interieurverzorger en de columniste die onregelmatig publiceert onder de titel “Zij wel . . .”.

Ik waardeer uw voornemen om op de 31ste met goede wijn (Verdicchio dei Castelli di Jesi), bloemen (veel tulpen in alle kleuren) en lekkernijen (pure chocoladebonbons van patisserie Henri) op de stoep te staan, maar bespaar u de moeite. De achterblijvers in ons huis houden daar niet van. Bovendien hebben ze geen tijd om er van te genieten want ze moeten op Poes&Broer passen.

Deo Volente spreken we elkaar weer ergens rond 18 juni.








Sneeuwvlokje


Mijn naaste collega heeft jarenlang in Palestijns bezet gebied gewoond en gewerkt. Ze heeft er onder meer een boek over geschreven. We praten veel over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Of eerlijk gezegd, zij praat er veel over. Wij luisteren, want wij zijn op dat uitzichtloze onderwerp een beetje afgestompt. Tot haar ergernis.

Vanmorgen vertelde ze dat een vriendin van haar, een journaliste in Jeruzalem, haar verhalen aan de straatstenen niet meer kwijt raakt omdat het Westen er niet meer in geïnteresseerd is. Ze zou bijvoorbeeld vanmorgen in het Radio 1-Journaal iets vertellen over het bezoek van Abbas aan Washington, maar dat werd ingeruild voor een onderwerp over rekeningrijden in Nederland.

“Mijn vriendin vraagt me waar wij ons in Nederland eigenlijk druk over maken. Wat zou jij antwoorden?” vroeg mijn collega.

Ik pakte de Volkskrant uit het rek, schoof die onder haar neus en wees op de kop op de voorpagina: “Sneeuwvlokje verstrikt in bureaucratische jungle”.

Morgen zal ik wel horen wat de reactie is van de vriendin in Jeruzalem. (lees meer)








Huisartsen


Huisartsen staken drie dagen. De eerste dag heb je als omroepbedrijf de handen vol. Invalshoeken genoeg. De tweede dag wordt het al een stuk minder gemakkelijk. Maar ja, het is nieuws dat veel mensen raakt dus je kunt er niet omheen (om die gevleugelde uitdrukking nog maar eens te gebruiken).

Eén van de collega’s belde nog maar eens met de regionale klachtenlijn, waar mensen kunnen klagen over de actie van de huisartsen. Gisteren had niemand geklaagd. Vandaag was er een heel ander beeld. Er bleken zeven mensen naar de klachtenlijn te hebben gebeld. Dat is nieuws zei mijn collega. Nou, zei de mevrouw aan de andere kant, dat valt wel mee. Van de zeven telefoontjes waren er zes van verschillende Omroep Brabant-redacties en één van het Brabants Dagblad.








Plop


Kantoorhumor is leuk. Als je er bij bent. Anders niet. Dan is het flauw. Onbegrepen zijn mensen die de grappen van kantoor vertellen aan hen die er niet bij waren. Zoals vandaag bijvoorbeeld.

We kregen het bericht dat Frans Bauer mee gaat spelen in een Kabouter Plopfilm. Frans komt uit Fijnaart dus dat is Brabants shownieuws. Er ontstond onder mijn internet- en teletekstcollega’s een discussie over hoe je Kabouter plopfilm schrijft. Dat werd een tumultueuze aangelegenheid, want er zijn vele mogelijkheden:

Kabouter-Plop Film
Kabouter Plop Film
kabouter-Plopfilm
kabouter-Plop-film
Kabouter Plop-film
Kabouter Plopfilm

De goede oplossing is Kabouter Plop-film.

Afijn, zo’n kantoordag was het vandaag. Ik had het u niet moeten vertellen.








Film (Dear Wendy)


Je hebt bizarre films en bizarre films. En je hebt Dear Wendy van Thomas Vinterberg naar een verhaal van Lars van Trier. Twee cineasten uit de Dogma-school, die ooit besloten uitsluitend films te maken zonder enig technisch hulpmiddel of niet natuurlijk decor. Festen is daar de bekendste van, ook een film van Vinterberg. In Dear Wendy is van dat oude Dogma-principe niet veel meer over en de regel dat in deze films nooit wapens zullen worden gebruikt is met voeten getreden.

Dear Wendy is het verhaal van Dick een jongen die opgroeit in een Amerikaans mijnwerkersstadje waarin je je soms in de negentiende eeuw waant totdat je plotseling wordt verrast door heel moderne en heel Amerikaanse dingen. Deze pacifist krijgt per toeval een oud pistool. Dick is een loser maar dankzij het pistool, dat hij liefkozend Wendy noemt, krijgt hij zelfvertrouwen. Hij verzamelt andere losers om zich heen en samen vormen zij een geheim genootschap dat schietoefeningen houdt in een oude mijnschacht. Er groeit club uit met eigen rituelen. De oude wapens die ze gebruiken zijn hun partners met wie ze een bijna menselijke relatie krijgen.

Totdat er een vreemde jongen bij komt. Hij staat de relatie tussen Dick en Wendy in de weg en dat geeft spanningen in de groep. Om het oude groepsgevoel weer terug te winnen besluiten de leden een oude vrouw, die niet meer naar buiten durft, met een militaire operatie van de ene naar de andere kant van het plein te helpen. En dan breekt de pleuris uit op een manier die je bijna doet geloven dat Von Trier en Vinterberg alle Dogma-regels ten aanzien van wapens en geweld in het extreme van zich af schudden.

De film van Vinterberg en Von Trier is een bizar verhaal van jongeren die allemaal losers zijn, maar die kracht ontlenen aan de groep. De wapens en de steeds verdergaande perfectie van de schietkunst geven hun een zekere status binnen de groep. Uiteindelijk willen ze dat aan de buitenwereld tonen. En als spel en werkelijkheid door elkaar gaan lopen volgt de dramatische ontknoping. De film krijgt niet overal goeie recensies in de media. Wat mij betreft is dat niet terecht.









Lek


Brabant heeft een beetje ruzie met een meerderheid van de Tweede Kamer. Die meerderheid wil varkens- en kippenboeren in onze provincie meer ruimte geven. Het provinciebestuur wil dat niet. We komen hier al om in de varkens en de kippen.

Tweede Kamerleden debatteerden daar gisteren over. Ook staatssecretaris van milieu, Pieter van Geel, was daar bij. Van Geel is één van de bekendste Brabanders in de landelijke politiek. Je zou het op dit moment niet zeggen, maar er zijn tijden geweest dat de nu door milieuminnend Nederland verguisde Pieter op het schild door de Brabantse dreven werd gedragen.

Terug naar dat debat. VVD’er Oplaat wond zich erg op. Hij had ontdekt dat Van Geel sms’jes zat te sturen naar zijn Brabantse vrienden. “Die zijn via een geweldig lek weer bij mij gekomen,” zei Oplaat. “En ik vraag de heer Van Geel wel de waarheid te sms’en”.

Vos van GroenLinks sprong daar meteen op in. Of Oplaat maar even wilde vertellen welke onwaarheid Van Geel naar Brabant zat te sms’en.

Het antwoord is nee,” zei de liberaal resoluut, “ik lek niet."








Calculeren


Een meisje in de trein: “Ik snap niet waarom ik zo zenuwachtig ben. Al zou ik allemaal enen halen, dan nog slaag ik.”

Later op het perron hoor ik de ene vrouw tegen de andere vrouw zeggen: “Ik bel haar heus wel vandaag. Je moet je niet zo druk maken. Ze heeft aan een twee genoeg.”

Da’s waar ook. De examens zijn begonnen.








Depri


‘t Is eigenlijk met een zekere schroom dat ik dit schrijf, maar het beheerst mijn leven op dit moment zo dat het ook niet anders kan. Het gaat niet zo heel goed met de regionale omroepen in Nederland. De meeste zijn in hun gebied marktleider, maar financieel wordt het steeds moeilijker. Wij zijn afhankelijk van overheidsgeld en dan ben je toch een beetje aan de goden overgeleverd.

Zo kan het dus gebeuren dat wij in Brabant absoluut de beest beluisterde radiozender zijn en ook onze Tv-uitzendingen kijkeraantallen hebben waaraan veel Hilversumse programma’s niet kunnen tippen en dat we toch moeten bezuinigen. We weten intern al een tijdje dat er de komende jaren twintig arbeidsplaatsen zullen vervallen. Dat gaat je niet in je kouwe kleren zitten. Althans mij niet. Ik trek het me allemaal erg aan. Doordat de beslissingen nog niet definitief zijn zitten we in een soort machtsvacuüm en dat is erg vervelend. Bovendien komen er krachten los, die bij elke reorganisatie horen, maar die wel het ware beeld van mensen tonen. Positief en negatief. En je ziet mensen diep in de put zitten. Voorlopig wordt er gesneden in de laag boven mij, zal ik maar zeggen. Maar ik geloof niet dat iemand op dit moment zeker is van zijn toekomst.

Afgelopen zaterdag stond er een stuk over in de regionale kranten: “Ontslagen bij Omroep Brabant”. Er stond niets in dat ik nog niet wist. Maar toch, als je zoiets leest komt het weer aan als een mokerslag. Hoe vaak heb ik zelf niet berichtjes geschreven over ontslagen bij bedrijven. Als het er zo “weinig” zijn als bij ons halen ze vaak niet eens het nieuws. Maar nu gaat het over mensen die je kent. En dan is het opeens heel anders.








D, t of dt


Een week of wat geleden vertelde ik dat mijn reeds lang gepensioneerde schoonvader nog maar kortgeleden een computer aanschafte en kort daarna het internet ontdekte. Ik vond dat mooi. Wat wil nou het geval, schoonvader is een taalpurist. En hij leest mijn weblog, dus is het extra oppassen.

Gistermorgen belde hij om te vertellen dat ik een dt fout had gemaakt. Zijn dochter had mij daar in de commentbox al fijntjes op gewezen. Dat hebben we thuis uitgevochten, maar ik heb het op advies van Henriette wel laten staan. Ik stel me graag kwestbaar op.

Schoonvader vond het maar niks dat een journalist zulke fouten maakt. En om een beetje te oefenen stuurde hij mij – per email natuurlijk – voor straf het onderstaande stukje.

Vul in: d, t, of dt.

Wanneer gebeur- het dat je verkeer- goed of verkeer- verkeer- schrijft? Het antwoor- lui- als volg- : Als verkeer- komt van het woord verkeren, is verkeer- goed en verkeer- verkeer-. Maar als met verkeer- wor- bedoel- (men bedoel- ) dat het fout is, dan is verkeer- goed en verkeer- dus verkeer- .

Zelf denk ik dat dit de oplossing is: t – t (d kan ook) – d (t kan ook) – d - d – dt – t - t – t - d – d - d – dt – d – t – d - d.

Hou er rekening mee dat ik net op het zonnige dakterras twee Wieckse Witte heb gedronken! Of zijn het Wieckse Witten?












Songfestival


Veel van mijn collega’s zijn verslingerd aan het Eurovisiesongfestival, dat sinds de adoptie van dit evenement door homoseksueel Nederland, gewoon Songfestival heet. Er worden kijkavonden georganiseerd bij collega’s thuis en één van hen is naar de Oekraïne afgereisd. Gewoon voor de lol en om er een reportage te maken voor een andere omroep. Want voor Brabant zit er weinig aan dit jaar.

Ik heb er de lol nooit van ingezien. De laatste keer dat ik het heb gezien was toen Lenny Kuhr won. Volgens mij was dat nog in zwart-wit. (Dat is trouwens niet helemaal waar, want een paar jaar geleden ben ik op zo’n kijkavond bij een collega geweest. Maar toen heb ik meer zitten ouwehoeren dan dat ik heb gekeken.)

Donderdag hoorde ik allemaal droeve verhalen over ene Glennis Grace die ons land had zullen vertegenwoordigen, maar die niet door de voorrondes was gekomen. Interessant zijn die nabouwschouwingen ter redactie altijd wel. Glennis, zo begrijp ik, was heel goed en ze had eigenlijk in de finale moeten staan. Kijk, zulke dingen begrijp ik als PSV-supporter. Dat AC Milan in de laatste minuut scoorde was dramatisch, maar ik moet toegeven dat daar wel een onachtzaamheid op het middenveld van PSV aan vooraf ging.

Bij het Songfestival, zo verzekerden de kenners mij, ligt dat anders. Glennis treft geen enkele blaam. ’t Kwam door de televoting. Nou was het mij vroeger wel eens opgevallen dat sommige landen heel veel punten gaven aan artiesten van bevriende landen (Israël kreeg veel punten in tijden van crisis), maar nu schijnt het nog veel erger te zijn. Volgens mijn collega’s hebben de Balkanlanden een geheim pact gesloten. Er gingen zelfs stemmen op – op de redactie – om een apart Songfestival te organiseren voor West-Europa en Oost-Europa.

’t Is glashelder: die Europese Grondwet moet er niet komen. Offuuuh . . . haal ik nu een paar dingen door elkaar??








Namen (42)

Tulp  -rozenkweker
Tuyl van - bloemist
V o n k -  secretaris K N O V
Vader Joek - geeft cursussen effectief omgaan met kinderen
Valk van der en Haan de - tegenstanders in ruzie over opvancentrum dieren
Vanderstukken - bestuurssecretaris
Vandewiele Jean - directeur Belgische Bovag
Velden - plantenkweker Venlo
Velo Marco - italiaans wielrenner
Vethaak Dick - onderzoeker visstand de Dommel
Vink Bart - hoofd afdeling tegen vogelaanvaringen Schiphol
Vis mevrouw - onderzoekster vleeseetgedrag Nederlanders
Visscher Fred dem - visboer in Helmond
Visser de heer - directeur visafslag Urk
Visser George - van de stichting Zeeschuim, die wandelroutes uitzet








Referentiekader


Eigenlijk ligt het niet in mijn aard cynisch te doen over de politiek. In mijn vriendenkring heb ik meerdere politici, die oprecht en hardwerkend zijn. Ik denk dat het een moeilijk vak is en het is o zo makkelijk de uitvoerders ervan te bekritiseren. Maar in de 30 jaar dat ik politiek bewust ben heb ik me nog nooit zo unheimisch gevoeld als bij dit kabinet.

Neem nou het interview met Balkenende vanmorgen in de Volkskrant. Daarin lees ik dat hij een autoritje heeft gemaakt door Warschau langs imposante kantoren van Nederlandse bedrijven als ING en ABN Amro. Hij concludeert dat Nederland goede zaken doet in de nieuwe lidstaten. We zijn er de tweede of derde investeerder, vertelt hij trots.

De gedachten van een mens worden bepaald door zijn referentiekader. Dat van JP de MP reikt natuurlijk oneindig veel verder dan het mijne. Dat van mij is de arbeidersbuurt waar ik woon. Ik ken er iemand die afhankelijk is van laaggeschoold werk. Hij doet dat werk al jaren onafgebroken via uitzendbureau’s. Niks aan de hand, hij is er gelukkig mee. Maar de laatste tijd zit hij steeds vaker thuis. Het werk waarvan hij afhankelijk is wordt tegenwoordig door Polen gedaan, zeggen ze bij het uitzendbureau.

Als ik leider zou zijn van een land met een half miljoen werklozen en tienduizenden jongeren zonder perspectief, en ik zou willen uitleggen dat het goed gaat met Nederland, dan zou ik voorbeelden kiezen die voor bredere lagen van de bevolking herkenbaar zijn. Maar misschien is er wel niks te kiezen.








Armand


Eén van de meest kleurrijke mensen in Brabant die ik ken is Herman van Loenhout, beter bekend als de protestzanger Armand.  Ben ik te min omdat je pa in een grotere kar rijdt dan de mijne? Armand, zo las ik in de plaatselijke krant, gaat trouwen. Voor de kerk, want nog niet zo lang geleden is hij al voor de wet getrouwd. Hij heeft zijn vrouw Marrit na tien jaar samenwonen ten huwelijk gevraagd in de torensuite van het Eftelinghotel.

Het huwelijk zegt Armand niets, zo lees ik, maar hij vindt het een plechtige bezegeling van hun relatie. Gewoon liefde. Zo dacht ik er ook over toen ik vorig jaar, na dertien jaar samenwonen, Marlies ten huwelijk vroeg. Verder houdt elke overeenkomst tussen mij - de brave burgerman - en Armand op.

Ik heb hem een paar keer ontmoet en elke keer was ik opnieuw verbaasd over de man die al veertig jaar in de sixties leeft. De laatste keer was hij te gast in een talkshow waar ik in de redactie zat. Armand was een dag te vroeg, maar dat deerde hem niet. Hij kwam de volgende dag even zo vrolijk weer terug, hij had tijd zat. Zijn levensmotto is immers: liever lui dan ongelukkig.

Hij had ons beloofd dat hij clean zou blijven tijdens de opname en daar hield hij zich keurig aan. Daarna kwam meteen de joint voor de dag en heeft hij nog lang voor ons gespeeld en gezongen  in de kantine.

Een mooi verhaal vertelde een collega vanmorgen. Die maakte twintig jaar geleden een radiodocumentaire over Armand. Het voorgesprek hielden ze bij de zanger thuis. Het huis was helemaal leeg en gestript. Het enige object in huis was het laatste exemplaar van zijn singeltje Geluk (is een mercedes-benz). Hij gaf het aan mijn collega.

Die vroeg of Armand het niet zonde vond om dat laatste exemplaar weg te geven. “Neem maar mee,” zei hij, “want dat kutwijf wat me heeft laten zitten heeft ook m’n pick-up meegenomen. Ze was kwaad omdat ik met mijn zoon van twaalf een blowtje nam. Terwijl ze zelf aan de drank en de heroïne was.”

Hopelijk heeft hij met zijn nieuwe vrouw meer geluk.










Proost!!


Het is vandaag Verantwoordingsdag. Het kabinet legt verantwoording af over het gevoerde beleid. En het kabinet is tevreden, lees ik in NRC Handelsblad. De overheid is slagvaardiger, de economie is sterker en de overheidsfinanciën zijn houdbaar.

Da’s goed nieuws voor U, voor mij, voor de 120.000 emigranten die het land ontvluchtten en de 20.000 die daar serieus over nadenken. Dat is ook goed nieuws voor de 500.000 werklozen, de 26.000 “illegalen” die uitgezet dreigen te worden; de 160.000 bijstandsgerechtigden die nooit meer aan het werk komen; de ongeveer 30.000 dak- en thuislozen.

En niet te vergeten de 18.000 verpleeghuisbewoners die ondervoed zijn en de duizenden Nederlanders die korter leven door de luchtvervuiling. En natuurlijk is het ook goed nieuws voor al die Turkse ouders in Uden die hun kinderen elke dag naar een vesting brengen die islamitische school heet. En het is ook heel goed nieuws voor onze commando’s die namens de regering in oorlog zijn met Afghanistan.

Kom vrienden, hef het glas. Vergeet de oorlogsretoriek van uw leiders. Vergeef hun dat ze u bang hebben gemaakt met verhalen over terrorismedreiging. Drink! De kas is op orde!








Zou


Wat zou een journalist moeten zonder het woordje zou. Het woord wordt gebruikt als de schrijver van een artikel niet zeker weet of datgene wat hij of zij heeft gehoord ook echt klopt. Dan lees je: er zou dit of dat gebeurt zijn.

Vroeger werd gecheckt en double gecheckt of iets klopte, maar dat kan tegenwoordig niet meer want dan loop je achter één van de vele concurrenten aan die gewoon schrijven of omroepen dat iets gebeurd zou zijn. Of de journalist is gewoon te lui of niet slim genoeg om feiten te checken. Als je het woordje zou gebruikt kun je later als het niet blijkt te kloppen altijd nog zeggen dat je het niet als een vaststaand feit hebt gemeld. Ik heb een hekel aan dat woord en gebruik het eigenlijk nooit, behalve vandaag.

Want vandaag viel het me weer op hoe vaak dat woordje zou wordt gebruikt. In Den Bosch is een dode man gevonden in een huis. De verslaggevers van de plaatselijke krant stoven naar de betreffende straat en lieten buurtbewoners leeg lopen. Die hebben meestal geen contact met de slachtoffers, maar die weten er wel alles van.

Er zouden twee lijken in het huis liggen, zo begint het verhaal, maar dat gegeven komt niet meer terug. Het slachtoffer zou een man van middelbare leeftijd zijn en hij zou werkloos zijn. De buurtbewoners hebben ook al een vermoeden wie de dader van de moord zou kunnen zijn, zo er al sprake is van een moord. Die dader zou het hondje van het slachtoffer regelmatig geschopt hebben.

In de Volkskrant lees ik dat een Nederlandse bende achter de diamantroof zou zitten en dat het OM de mogelijke daders op de hielen zou zitten. De marechaussee zou ze al een paar weken in het vizier hebben.

Vroeger was dit soort journalistiek voorbehouden aan de roddelbladen, die dreven op het woordje zou en zinnen die eindigden op een vraagteken (Heeft de koning een minnaar? Om vervolgens op de binnenpagina te schrijven dat dat niet zo is). Maar dat is niet meer.

Ach, waar maak ik me druk over. ’t Zou wat.








Overbodig


Eigenlijk mag je geen gesprekken van andere mensen afluisteren, maar soms praten mensen in je omgeving zo hard, dat je je er niet voor kunt afsluiten. We zaten in een restaurant en een tafeltje verder zaten vier zestigers, twee vrouwen en twee mannen. Uit hun gesprek maakte ik op dat ze drukbezette mensen waren. Ze leken me niet onbemiddeld en zo te horen hadden ze fortuin gemaakt in het onroerend goed.

Eén van de dames vertelde dat ze een workshop had gevolgd waarin ze had geleerd haar tijd zo effectief mogelijk te besteden. Zo had ze geleerd om de krant effectiever te lezen. “Je moet alleen de eerste en de laatste alinea van het verhaal lezen. En van alle andere alinea’s alleen de eerste en de laatste zin. Dan weet je precies waar het over gaat. De rest is overbodig.”

Daar kun je het als journalist dan mee doen.








Racisme


Vorige week was ik in Uden. In deze middelgrote Brabantse plaats staat de islamitische Bedirschool. Die werd kort na de moord op Theo van Gogh in brand gestoken. Ook de moskee in Uden werd in brand gestoken. En nog maar kort geleden was de Bedirschool voor de tweede keer doelwit van een aanslag.

Uden wordt sinds die eerste brand eind vorig jaar platgelopen door journalisten uit binnen- en buitenland. De Nederlandse Vereniging van Journalisten hield daarom een discussieavond over de rol van de media rondom deze zaken.

’t Was een saaie bijeenkomst. Iedereen mocht van de debatleider (een collega van de Wereldomroep) z’n zegje doen maar van een echte discussie was geen sprake. Behalve journalisten waren er onder andere de directeur van de Bedirschool, de vader van één van de verdachten van de brand in de moskee (hij deed laatst al z’n verhaal bij Barend en Van Dorp en hij werkt aan een roman over de kwestie), de voorzitter van de moskee, de directeur van de school waar de meeste verdachten op zitten en de onvermijdelijke gemeenteraadsleden die vooral spraken over nota’s en stukjes beleid.

’t Kabbelde allemaal een beetje voort totdat de zaal het woord kreeg. Een Turkse vrouw nam de microfoon. Haar kinderen zitten op de Bedirschool, die door alle veiligheidsmaatregelen meer op een gevangenis lijkt ("hoe moet ik dat uitleggen aan kinderen van zes jaar?"). Ze miste iets. Iedereen draait om de hete brij heen. De aanslagen worden nog net niet als kwajongensstreken afgedaan, zei ze. Maar niemand durft het woord racisme in de mond nemen. Ze vond dat dat woord nou eindelijk maar eens uitgesproken moest worden. Dat het probleem benoemd moest worden. “Dan weet je tenminste waar je moet beginnen als je het wilt oplossen, “ zei ze.

Maar daar wilden de directeur van de school waar de verdachten op zitten en de vader niet aan. Die vader bood nog wel een keer z’n excuses aan, maar dat ene woord dat volgens die Turkse mevrouw uitgesproken moest worden werd niet uitgesproken. "Zo komen we dus nooit tot de kern van het probleem," zei die moeder.

Deze week zijn de eerste processen. Ik ben benieuwd met welke verklaring de verdachten komen.








Feest


Mijn ouders hadden vroeger de AVRO-bode, later de dikke Televizier. Ik weet niet waarom, Ik denk dat mijn ouders neutraal waren. Het enige leuke aan die gids vond ik de rubriek “Een leven in beeld”. Je zag dan het leven van een BN’er uitgebeeld in foto’s. Vanaf het allereerste zwartwitkiekje waarop de BN’er afgebeeld stond op een schapenvachtje tot de meest recente foto, meestal gemaakt in een studio. Er waren toen nog niet zoveel BN’ers, dus bodes en andere bladen scoorden daar goed mee.

Sinds jaren heb ik een apart boek met alleen foto’s van mezelf. Voor de zekerheid. Want als ik op een dag een BN’er word moet het niet zo zijn dat iemand tien schoenendozen door moet ploegen om mijn leven in beeld te kunnen brengen. Maar om eerlijk te zijn denk ik dat de enige AVRO-medewerkster die daar ooit in zal bladeren, mijn eigen vrouw zal zijn.

Waarom schrijf ik dit eigenlijk op de vroege ochtend van Tweede Pinksterdag? O ja, da’s waar ook. Poes en Broer van het wereldberoemde komische duo Poes&Broer zijn vandaag precies één jaar. Daarom een speciale aflevering van “Een leven in beeld"











Babes


Voor het eerst sinds ik met dit log begon – nu bijna een jaar geleden – heb ik gisteren niets geschreven omdat ik geen zin had. Sterker nog, ik heb gisteren voor het eerst sinds hele lange tijd niet achter mijn computer gezeten. Gewoon geen zin. En dat is gek want meestal kan ik mijn drang om te schrijven nauwelijks onderdrukken.

’t Was ook een rare dag. Mijn zaterdagen verlopen meestal volgens een vast patroon van uitgebreid ontbijten, boodschappen doen, kranten lezen en uitgebreid koken. Maar toen ik gisteren wakker werd stond de wekker al op 13.38 uur. Dat komt omdat ik vrijdagavond ben wezen stappen met de jonge TV-babes van Omroep Brabant.

Ik ben niet zo’n stapper. Toen ik jong was woonde ik in Barneveld. Daar kon je niet stappen. We gingen af en toe naar Amersfoort, maar die afstand was toen eigenlijk mijl op zeven. Bovendien heb ik altijd vrij serieus geleefd. Niet vanwege geloof of zo, maar omdat ik vrij serieus ben. Die mensen heb je. Ik heb vanf mijn achttiende "vaste" verkering gehad met meisjes die ook serieus waren. Op mijn 23ste ben ik – voor de eerste keer – getrouwd en op m’n 25ste werd ik vader met alle verantwoordelijkheden van dien. Dus stappen heb ik eigenlijk nooit gedaan.

Maar vrijdag ben ik met de TV-babes van Omroep Brabant en een paar –boys mee gegaan. Als Marlies en ik naar de kroeg gaan is dat een rustig café waar je een beetje ouwehoert. Maar de babes hebben mij meegesleept naar gelegenheden waar de muziek keihard staat en waar je hoort te dansen. Niet zoals vroeger, dat je danste en dan rustig even bij kwam aan de bar. Nee, non-stop dansen. En dan moet u weten dat die babes qua leeftijd makkelijk mijn dochters hadden kunnen zijn.

Ik geloof dat het heel laat is geworden, maar dat weet niet helemaal zeker. Ik weet wel zeker dat het met onze TV-babes leuk stappen is. Ik hoop dat ze hun ouwe collega niet al te serieus vonden zodat ze me nog eens meevragen.








Namen (41)


Ik kwam nog een leuke tegen, die niet in mijn lijst past, maar die ik u niet wil onthouden. De nieuwe Commandant der Zeemacht in Nederland heet J.W. Kelder.

Tak Chris - reparateur rietwerken (biezen- en gaatjesmatten)
Tap Ben - cafeeigenaar in Zandvoort
Tax - amsterdamse belastingambtenaar
Tiger Lionel en Fox Rob -auteurs van het boek Animal behaviour
Timmermans - loodgieter
Timmermans - schilder
Treur - medewerker afdeling financien van de belasting­dienst
Treurniet - psychisch analyticus
Troost voorzitter de Stichting Schadeloosstelling Slachtoffers Geweldsmisdrijven
Tuin, Berkhout en Park _ bestuursleden Amsterdamse Tuingroep Nieuw Vredelust
Tuinder Sylvia PR-vrouw groentengroothandel Odin
Tuinstra - voorzitter volkstuinvereniging Aalst
Tuitje-Uijtenbroek - echtpaar
Tulp - rozenkweker








Medy


Langzaam maar zeker gaat Medy van der Laan het omroepbestel omvormen in een richting die ik twee jaar geleden voorstelde in een gastartikel in de Volkskrant. Niet dat ze dat gelezen zal hebben of dat ik zo goed ben. Iedereen met een beetje gezonde kijk op dingen had kunnen bedenken dat je een jongerenzender moet maken en de omroepverenigingen moet ombouwen tot productiehuizen. Maar bovenal dat je de ongebreidelde macht van de omroepbazen moet breken.

In tegenstelling tot de staatssecretaris heb ik er nooit voor gepleit de budgetten voor de omroepen te halveren. Ik vind dat ook een heilloze weg. Iedereen in medialand weet dat het grootste deel van de budgetten opgaat aan personeelskosten. Als je als omroepvereniging om te beginnen de helft minder geld krijgt dan kost dat banen. Omdat die omroepen zichzelf in stand willen houden zullen ze vooral mensen in dienst houden die van belang zijn voor die instandhouding. Dat zullen geen programmamakers zijn, maar mensen in de overhead. Dat betekent ontslag voor al die programmamakers. Dan vernietig je in feite het geestelijk kapitaal van die omroepen.

Vervolgens kunnen omroepen extra geld krijgen voor goede programma’s. Die zullen dan wel in opdracht van een omroep worden gemaakt door buitenproducenten, stel ik me zo voor. Daar is niks mis mee, maar in feite is Van der Laan bezig om alleen nog maar een soort administratief bedrijf in stand te houden dat vervolgens per project krachten van buiten inhuurt om de producten te maken. Ik vind dat een rare constructie.

En dan krijg je een soort Raad van Bestuur die bepaalt welke programma’s nog wel en welke niet meer worden toegelaten. Dat er per net een soort hoofdredactie komt vind ik een goede zaak. Zo werkt het bij de regionale omroepen ook en dat gaat goed. Je mag dan hopen dat die Raad van Bestuur bestaat uit deskundige programmamakers. Maar ’t zal wel weer een afvoerputje voor gesjeesde politici worden.

Ik ben een groot voorstander van sanering van “Hilversum” en ik ga een heel eind met Van der Laan mee (eigenlijk is het andersom), maar wat ze nou voorstelt lijkt me drie stappen te ver.








Anarchie


Ik ben niet optimistisch over de toekomst van Nederland. Ik vind dat dit land steeds meer verandert in een jungle waarin alleen de sterksten kunnen overleven. Mijn stelling is dat  mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun welzijn, maar dat de overheid daarvoor kaders moet scheppen. Het tegendeel lijkt echter waar, want er worden steeds meer verantwoordelijkheden overgeheveld naar de samenleving, die daardoor steeds meer onder druk komt te staan. Totdat die samenleving knapt.

Ik schrijf dit naar aanleiding van een nieuwsbericht van gisteren. Een 83-jarige pedofiel met TBS wordt in een woonwijk geplaatst. De man, zo begrijp ik, is onbehandelbaar en in de gevangenis weten ze er geen raad meer mee. Hij krijgt daarom een huis en een zendertje op z’n huid zodat een centrale bewakingsdienst 24 uur per dag kan zien waar hij is.

O ja, er werd bij gezegd dat de kans dat de man zich gaat vergrijpen aan kinderen nog steeds groot is. En dat het zendertje wel aangeeft dat hij in zijn huis is, maar dat je op het schermpje niet kunt zien wat de man daar doet.

In de gevangenis, waar toch goed geschoolde mensen werken, weten ze geen raad met die man. Daarom wordt hij in een wijk geplaatst waar mensen wonen die nooit geleerd hebben hoe ze met zo’n man om moeten gaan. Mensen die vooral bang zijn dat hun kinderen iets zal overkomen.

Ik denk oprecht dat je dit de maatschappij niet aan kunt doen. In mijn ogen is ’t het zoveelste bewijs dat de mensen die boven ons gesteld zijn om de kaders te scheppen voor een veilige samenleving de weg volkomen kwijt zijn. Dat kan uiteindelijk maar tot één ding leiden: anarchie.








Hooguit vijftien


De jongen en het meisje tegenover me in de trein zijn niet ouder dan veertien. Vijftien misschien, maar dan houdt het op. Hij maakt een timide indruk, bij haar kun je de hoerigheid er af scheppen. Zij orakelt, hij luistert.

Ze vertelt hem dat ze nog steeds met X is en dat blijkt net zo vet te zijn als zijzelf.

“Maar we laten elkaar wel vrij,” zegt ze. “Dat moet wel,” legt ze aan de jongen uit, “want hij is een Argentijn. En die lopen allemaal hun pik achterna. Dat is nou eenmaal hun natuur. Van mij mag ie, als ie maar weer bij mij terug komt.”

Veertien is ze, hooguit vijftien.








Oproeping


Ze lagen vandaag op de mat, de oproepingen voor het referendum over het verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. Het woordje oproeping is in kapitalen geschreven en vetgedrukt. De kleur van de letters is rood, de achtergrond babyblauw. Grondwet is met een hoofdletter geschreven. Het heeft iets dwingends.

Ik heb niet zo veel met Europa. Tot voor kort dacht ik dat de dienst in ons werelddeel werd uitgemaakt door de UEFA, Playstation en de as Duitsland-Frankrijk. Dat komt omdat de Duitsers ons ooit de Europese voetbaltitel door neus boorden. ’t Kan ook een Wereldtitel zijn geweest. Mijn historisch besef is op dat terrein niet zo geweldig. Maar wat die Fransen daar dan weer mee te maken hebben weet ik ook niet zo precies. Dat zijn geloof ik vrienden of zo. ’t Zal wel een franse scheids zijn geweest.

In de Europese Grondwet heb ik me niet zo verdiept. Af en toe lees ik er iets over, maar omdat de één ijzersterke argumenten vóór heeft die door de ander met even goede argumenten onderuit worden gehaald kan ik maar geen keuze maken. En om zelf te kiezen heb ik veel te weinig kennis.

Gelukkig ben ik 1 juni niet in het land. Ik geef mijn OPROEPING aan mijn zoon, mag hij namens mij bij volmacht stemmen. Die jongen denkt vaak diep na over dit soort dingen. Die maakt vast wel een verstandige keus. En dan hoor ik later wel of ik voor of tegen de Europese Grondwet was.








Film (The Station Agent)


Fin (Peter Dinklage) is een dwerg en een treinfanaat. Hij erft een oud stationsdepot in een klein Amerikaans dorp. Daar gaat hij wonen omdat hij denkt daar ongestoord te kunnen leven. De dorpsbewoners zien hem als een curiositeit en zo reageren ze ook op hem. Maar het woord dwerg blijft lang onuitgesproken.

De norse Fin probeert zijn eigen leven te leiden en zoekt geen contact met andere mensen. Die andere mensen zoeken wel contact met hem. Fin wijst ze niet af, maar gedoogt ze. Er ontstaan merkwaardige relaties met Joe (Bobby Cannavale) de hotdogverkoper en Olivia (Patricia Clarkson) een schilderes. Die relaties zijn gebaseerd op eenzaamheid. Voor Joe is Fin een leuke speelkameraad in de stille uurtjes en Olivia ziet de kleine Fin als compensatie voor haar verloren zoon.

Maar Fin wil geen dwerg zijn en als hij ontdooit en probeert een vriend te zijn in plaats van een curiositeit ontstaan er spanningen in de relaties. Uiteindelijk vindt hij de erkenning waarnaar hij op zoek is en telt de lengte van Fin’s lichaam niet meer.

Ik vond het prachtige film met heel veel humor. Een veelbelovend debuut van Thomas McCarthy. Bij tijd en wijle was het ook een aandoenlijke film, maar ik denk niet dat Fin dat woord wil horen.








Podium


Al vaker heb ik geschreven dat journalisten op gezette tijden worden benaderd door mensen die de meest fantastische verhalen hebben. De gedachten van mensen kronkelen soms zodanig dat je je afvraagt hoe gedachten zo kunnen kronkelen.

Vanmorgen vond ik op mijn bureau een keurige handgeschreven brief in correct Nederlands gesteld. De schrijver had het over het vertrek van het Philips-hoofdkantoor uit Eindhoven enkele jaren geleden. Tot zover was er nog niks aan de hand. Maar toen las ik: “Dit heeft te maken met de geheimhouding c.q. samenzwering inzake UFO’s en vliegende schotels.” Dan weet je al dat er een onthulling komt.

De briefschrijver liet er geen twijfel over: “De NASA is in 1966 begonnen met het Aquariusproject. Dit project houdt rechtstreeks verband met de invoering van de euro. De wezens die de aarde gecreëerd hebben zijn fascistische/kapitalistische wezens. In 1988/1989/1990 zijn er in België (Europarlement) door duizenden getuigen UFO’s gezien en in 1990 is men begonnen met de euro, het communisme is gevallen, het moslim-extremisme is begonnen en is de opkomst van Pim Foruyn begonnen. (…) Hoofdkantoor Philips is weggegaan vanwege voorkennis inzake UFO’s.”

En om het allemaal nog eens kort samen te vatten, schreef de man onder aan de brief:

Philips = gloeilamp = zon = Ra (Egypte, Achnaton) = Evoluon.

Nee, ik zag er geen verhaal in voor één van onze uitzendingen. Maar dat is natuurlijk wel sneu voor iemand die zoveel energie steekt in het ontrafelen van een complot. Kijk, en omdat die verrekte reguliere media aan dit soort mensen geen podium geven is het maar goed dat er weblogs zijn. :-)








Weblogs


Er wordt veel over weblogs geschreven de laatste tijd. Diverse kranten en weekbladen besteedden er aandacht aan. Weblogs zijn hot en dan moet je er als jezelf respecterend traditioneel medium wel over schrijven. Voor je het weet mis je boot.

Afgelopen weekend stonden er zes pagina’s over het fenomeen weblog in Elsevier. Net als in alle andere artikelen die ik er de laatste tijd over gelezen heb stelt de schrijver zich de vraag of alle macht aan de bloggende burger komt? Er komen heel veel voorbeelden, die zich vooral in Amerika afspelen. In Nederland valt het allemaal nog wel mee, zo lees ik. En dat had ik ook al eens eerder gelezen.

Tachtig procent van de Nederlandse blogs valt volgens Elsevier in de categorie lief dagboek en mooie vakantiefoto-albums, maar het is in elk geval wel meer dan louter het kliederen van wat digitale graffiti op de virtuele wc-deur. Dat dan weer wel gelukkig. Er zitten volgens Elsevier ook nadelen aan het fenomeen: bloggers die elkaar allemaal napraten en het helemaal moeten hebben van de hype, de kunstmatig opgeklopte heisa over niets.

En om die zin moest ik erg lachen toen ik in Elsevier het zoveelste identieke verhaal over weblogs las.








Moederdag


Mijn moeder overleed zeven jaar geleden. Ze was lang ziek, maar krabbelde er steeds weer bovenop. Op een dag was het afgelopen. Zomaar opeens.

Vanmorgen liep ik langs de grote begraafplaats in Den Bosch. Het was er veel drukker dan op andere zondagen. Er stonden nu ook bloemenstalletjes en heel veel mensen kochten er een plantje of een bos bloemen. Vast een zeker voor op de graven van al die moeders die daarhun laatste rustplaats hebben gevonden.

’t Zijn vast allemaal hele oude moeders, die daar liggen. Mijn moeder is niet begraven, ze is gecremeerd en haar as is uitgestrooid op een plaats die ik niet ken. Ik heb geen plek om bloemen naar toe te brengen. Dat hoeft ook niet, want ik hecht niet aan stoffelijke resten. Mijn moeder zit in mijn hoofd en dat is genoeg.

Mijn moeder was een ouderwetse, zorgzame moeder. Speciaal voor al die ouderwetse moeders, die thuis met thee en een snee peperkoek wachtten op hun kinderen die uit school kwamen schrijf ik het allereerste gedichtje op uit mijn blauwe kleuterschoolschriftje. ’t is in 1961 geschreven door juffrouw Marcella.

Lieve Mama

Op mijn kleine blote voetjes
Kom ik zachtjes bij uw bed
‘k geef u allereerst ’n kusje
’t wordt een dag van grote pret

O moeder lief leef heel gelukkig
Ja, wij zijn nu allen blij
Dansen zullen wij en springen
Want moederdag dat vieren wij








Hang-oud


Een week of wat geleden schreef ik hier dat winkeliers in Oude Pekela zich ergeren aan hangouderen. Ik plaatste het ANP-berichtje louter als curiositeit. Maar, het is inmiddels een heuse kwestie geworden. Eerst werd er wat meesmuilend gesproken over hangplekken voor ouderen. Ik zag er de grap wel van in.

Maar nu zijn nu serieuze plannen om speciaal voor ouderen hangplekken te maken, alwaar ze niemand in de weg zitten. Sterker nog er is al een naam bedacht: hang-ouds. Zoiets kan maar in één land. Hetzelfde land waar je een bestuur hebt zodra drie mensen bij elkaar zijn. Ons overgeorganiseerde Holland. (Gat in de markt: de reizende bingo-wagen, die van hang-oud naar hang-oud trekt.)

Ik heb ook wel eens geschreven dat het me heerlijk lijkt om de rest van leven in een klooster door te brengen, ver weg van het aardse gezeik. Dat was natuurlijk onzin. Maar ik stel me wel voor dat ik later, als ik met pensioen ben, een zeker ritme krijg. ’s Morgens op tijd opstaan, naar de boekhandel lopen, krantje kopen, langs de bakker voor verse broodjes, dan een halfuurtje ouwehoeren op een bankje in het park en dan gezellig samen met de vrouw ontbijten. Lekker ongedwongen en op het gemakje. Maar nu er speciale hang-ouds komen is het allemaal weer zo georganiseerd. Gek word ik daar van. Wat is Nederland toch een raar land.

Het wordt dus definitief Italië, zodra ik met pensioen ben. Ik kan me niet voorstellen dat daar iemand het in z’n bolle hoofd haalt om het samenzijn van oude mannen op het plaatselijke dorpsplein te structureren.


                                              San Severino, Calabria








Namen (40)


Stiff - begrafenisondernemer York
Stoffregen - reisbureau Duitsland
Stone - geoloog Exeter
Storm - weerman van CBS
Streng de heer - rector Were Di College in Valkenswaard
Stroper mevrouw - politie-agente in Den Bosch
Struik - hoogleraar gewasfysiologie universiteit Wageningen
Struik - voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Tuincentra
Stubbs(stompje) - assistent van arts die penisverleningen doet
Stuurman - directeur van een scheepswerf in Vlaardingen
Stuyver - accountant in Nederhorst den Berg
Sunde mevrouw - lesbische predikante die geschorst werd
Tabak Kees - fotograaf blad Cigarz
Tabaksblat - voormalig topman levensmiddelenconcern Unilever








Muzikanten


Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik niet tegen randstedelingen kan die met dédain spreken over mensen die buiten de Randstad wonen. Het woord provinciaal (Hanneke Groenteman, de mater familias van het Dorp aan het IJ en de Hilversumsche Ommelanden, bezigt het nog wel eens) vind ik het vervelendste woord in onze taal.

Maar, toegegeven, af en toe gebeuren er wel eens dingen in de provincie waarvan ik denk: die randstedelingen hebben wel een beetje gelijk als ze ons daarom uitlachen. Zo ben ik dan ook wel weer.

Wie mijn log wel eens leest weet dat Den Bosch volgens mij vooral geregeerd wordt door de plaatselijke middenstand en dat die in de regionale krant een hele goeie spreekbuis heeft. Elke scheet van een binnenstads-middenstander geurt er welriekend van de pagina’s. En wat lees ik deze week: de ondernemersvereniging Hartje ’s-Hertogenbosch (zeg maar: onze eigen grachtengordel) heeft bij de politie geklaagd over een “organisatie” (de aanhalingstekens zijn niet van mij maar van de krant) die zich bezig houdt met straatmuzikanten in de stad.

Nou vind ik straatmuzikanten meestal een aanwinst voor de stad, maar schijnbaar is nu iets onheilspellends aan de hand. Zakkenrollers, rovers en brute verkrachters? Dus ik lees verder. Wat blijkt. De “organisatie” brengt straatmuzikanten met een busje naar het centrum alwaar zij gezellig spelen. De “organisatie” int het geld. Dat lijkt mij persoonlijk heel efficiënt en bovendien kun je zo het geld eerlijk verdelen, want niet elke straatmuzikant is even begaafd, zal ik maar zeggen.

Niks aan de hand, denk je dan, maar de ondernemersvereniging vindt dat eng. ’t Staat er echt: eng.  “Je zou deze opzet kunnen gebruiken voor criminele doeleinden”, zegt de voorzitter van de neringdoenden. De politie is niets bekend van illegale praktijken. De muzikanten houden zich keurig aan de regels. Een politiewoordvoerder oppert die regels aan te passen als ze niet voldoen. Dat hoeft niet, zegt de voorzitter van Hartje ’s-Hertogenbosch. Er zijn eigenlijk nooit problemen met de straatmuzikanten.

U vraagt zich misschien af, waarom het verhaal in de krant stond. Ik ook. ’t Is geen verhaal, het is provinciaalse kleingeestigheid van een kleinsteedse middenstander.

P.S. Ik denk dat ik maar eens naar de kartelpolitie stap om te klagen over de organisatie die Hartje ’s-Hertogenbosch heet. Zo’n club zou je kunnen gebruiken om verboden prijsafspraken te maken. Misschien kom ik dan wel in de krant.










Nelly


Vijf mei heeft in Brabant een iets andere lading dan in de rest van Nederland. Het zuiden van ons land werd namelijk een half jaar eerder bevrijd, dus de echte herdenkingsactiviteiten zijn hier altijd in september en oktober. Eén van de aardigste journalistieke klussen deed ik, samen met een aantal collega’s, in 1994 ter gelegenheid van 50 jaar bevrijding.

’t Begon eigenlijk al het jaar daarvoor. We besloten om herinneringen van mensen aan de bevrijding op band vast te leggen. Oral history, zogezegd. Op onze oproep kregen we honderden reacties. We maakten een selectie en verdeelden de namen. Dat jaar heb ik kris-kras door het land gereden om die herinneringen vast te leggen voor de radio-uitzendingen en voor een dubbel-CD.

Zo kwam ik ook bij Bob. Hij had in de Prinses Irenebrigade gediend en woonde in een doorzonwoning in een dorp bij Eindhoven. Een kleine, stoere man met een prachtige kop wit haar. We spraken uren met elkaar, want hij zat vol verhalen, heroïsche, maar ook over klein menselijk leed en alledaagse beslommeringen in de nadagen van de oorlog.

’t Was me opgevallen dat aan de wand van het huis een gouden plaat hing. Bij het weggaan vroeg ik waar hij die aan verdiend had.
Die is niet van mij,” zei hij, “maar van Nelly”.
Nelly?” vroeg ik.
Ja, mijn vrouw. Nelly Wijsbek. Die ken je toch wel? Nelly der Kinderen heet ze van zichzelf.
Ik moest eerlijk bekennen dat ik die niet kende.
“Dat was de Nederlandse Vera Lynn,” zei hij. “Ze zong voor de geallieerden en was indertijd heel erg beroemd. Ze was ook één van de twee Limbra-zusjes. Ze is echt heel bekend.” Hij vertelde er meteen achter aan dat Nelly zijn tweede vrouw was en dat hij haar pas ver na die tijd had ontmoet.

Op dat moment kwam Nelly thuis met de boodschappen. Er werd opnieuw koffie gezet en we gingen weer aan de keukentafel zitten. Ze bleek nog steeds goed bij stem en we smeedden het plan om haar nog eenmaal te laten optreden in een radio-uitzending. Op de redactie vertelde ik mijn verhaal. Enkele oudere collega’s konden zich Nelly nog goed herinneren. Ik speurde wat verder en kwam er achter dat zij indertijd een grote naam was.

Een paar dagen later belde ze me op. Ze wilde graag repeteren voor dat optreden, maar ze had geen piano. Dat was geen probleem, wij hebben thuis een piano en in onze kennissenkring zijn genoeg pianisten. We maakten een afspraak bij ons thuis, toen nog in Eindhoven.

Nelly kwam niet alleen, Bob kwam mee. Hij verontschuldigde zich omstandig dat hij zonder aankondiging mee was gekomen. “Maar,” zei hij, “daar heb ik een heel speciale reden voor. Toen ik van Nelly hoorde waar jij woonde kreeg ik de kriebels. In dit huis heb ik namelijk kort na de oorlog ingewoond met mijn eerste vrouw. Er was toen woningnood en jonge stellen woonden toen in bij anderen. Wij hadden boven twee kamers en de badkamer.”

In de gang beschreef exact hoe ons huis er boven uit zag. Ik nam hem mee en de tranen stonden in zijn ogen.
Dit is de badkamer,” zei hij.
Ga je gang”, zei ik. Hij opende de deur. “He, het bad staat nu aan de andere kant. Dat stond vroeger daar. We hadden er een plank op liggen waarop ons petroleumstel stond. Daar kookten we op.” En terwijl Nelly samen met mijn vrouw en een pianist repeteerden heb ik Bob nog uitgehoord over de geschiedenis van mijn eigen huis.

Een paar weken geleden vertelde één van onze telefonistes dat haar oom was overleden. Die kende ik toch nog wel? Bob. De man van haar tante Nelly. Die had ik wel eens geïnterviewd. Met Nelly gaat het naar omstandigheden goed.








4 mei


Vier mei. Ik vind het een beladen dag. Dat komt omdat ik nooit goed heb geweten wat ik met de Dodenherdenking aan moet. Oorlog is voor mij sowieso iets uit een ver verleden. Die twee minuten stilte heb ik altijd als heel beklemmend ervaren. Ik weet nooit aan wie of wat ik moet denken. In onze familie is maar één oorlogsdode te betreuren. En als ik de spaarzame verhalen van vroeger mag geloven stierf deze oom “aan de verkeerde kant”, maar bewijzen zijn daarvoor nooit geleverd. Zijn lichaam is zelfs nooit gevonden.

Je staat stil bij wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd en hoopt dat het nooit weer gebeurt. Maar daar heb ik eigenlijk die twee minuten op 4 mei niet voor nodig. Tolerantie en respect probeer ik elke dag uit te venten. Maar goed, er zullen ook mensen zijn die dat ene moment wel nodig hebben. En daarom is het goed dat het er is.

Dit jaar is 4 mei een extra rare dag. Het is namelijk ook mijn – sorry schat: onze – trouwdag. Na twaalf jaar besloten we vorig jaar op 4 mei te trouwen, dus we vieren dat voor de eerste keer. Ware het niet dat ik vanavond natuurlijk in het Philipsstadion zit om de 3-0 overwinning van PSV op AC Milan te vieren (laat mij nou dromen).

Om acht uur zullen we met duizenden mensen twee minuten stil te zijn ter nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers. Uit ervaring weet ik dat stiltes in een voetbalstadion kippenvelmomenten zijn. Mensen denken dat supporters dat respect niet kunnen opbrengen, maar dat is niet zo. Op een enkeling na die gek wordt van stilte en die toch ruis moet produceren, houdt iedereen z’n mond. Dat is echt heel indrukwekkend.

En de trouwdag vieren we morgen, ook als PSV niet wint. Want wat is in hemelsnaam een voetbalwedstrijd in het licht der eeuwigheid? En hoe vergankelijk is een potje voetbal in vergelijking met voor eeuwig gezworen trouw aan iemand van wie je houdt?








Watergruwel


Er spookt mij al de hele dag een verhaal door mijn hoofd waar ik niet mee gedraaid kom. Een verhaal waar, volgens mij, Orwell in z’n stoutste dromen niet van durfde dromen. Ik gooi het even in de groep, misschien dat u er iets over kunt zeggen waar ik iets aan heb.

U weet dat onze veiligheidsdiensten nog geen potentiële terrorist herkennen al komt hij zich persoonlijk aan de balie melden. Buikpijn krijgen ze daar bij de AIVD van. Dat is trouwens ook wel een leuke nieuwe term: buikpijndossier. Maar dat terzijde.

Op andere terreinen boeken speurneuzen wel succes. Ik las dat in Enschede de waterleidingmaatschappij aldaar aan de gemeente doorgeeft in welke huizen geen of nauwelijks water wordt gebruikt. De gemeente gaat dan controleren of er iemand met een uitkering op dat adres staat ingeschreven. Zo ja, dan woont die persoon waarschijnlijk op een ander adres met iemand samen en wordt er steunfraude gepleegd.

Ik ben een beetje allergisch voor gezagsdragers en petten, maar in een klein land waar je met zo veel mensen samen leeft is het wel verstandig om de orde te handhaven. Anders wordt het een puinhoop. Zeg nou zelf.

Maar is het nou de taak van een waterleidingmaatschappij het verbruik te controleren om steunfraudeurs op te sporen? Als ik zulke dingen lees dan schrik ik daar oprecht van. Of is het normaal dat dit gebeurt?








Hendig


’t Is drukkend weer dus zitten de mannen van de fietsenstalling onder het afdakje een beetje te ouwbetten . Als ik uit de kelder de trap op loop hoor ik de snerpende stem van die lange al. “Ja, dan hedde hendige dingetjes nodig ja… Gewoon hendige dingetjes…” Die kleine hoor ik wat mompelen. Ik kan hem sowieso nooit verstaan.

Als ik boven ben zegt die lange tegen mij: “Toch…..???”

“Wa ist?” vraag ik

“As ge ouwer wor dan hedde toch hendige dingetjes nodig. Hendige dingetjes waormee ’t leve hendiger gaot,” zegt hij terwijl hij naar zijn collega kijkt die hij graag in de maling neemt. “Hij is haos 60 dus hij he hendige dingetjes nodig. Wa denkte gij?”

“Ik heb thuis een hendig dingetje,” zeg ik. “Dat noem ik vrouw…”

“Ma die wor ok oud en dan hedde gij meer an nieuwe hendige dingetjes…” zegt hij.

Probeer die maar eens van repliek te dienen.








Diva


Ze zingt wel, ze zingt niet. Ze zingt wel, ze zingt niet. ’t Was hèt gesprek aan onze eettafel vorige week. “Ze” is de Roemeense sopraan Angela Gheorghiu, die vanavond zou optreden tijdens de uitreiking van de Edison Classical Music Awards. Zou, want het gaat dus niet door. Na haar fantastische optreden op het concert op de Dam, kwam zondagmiddag het definitieve nee. Ze deed het niet.

De afdeling waar mijn vrouw werkt is nauw betrokken bij de organisatie van de Edison-uitreiking. En omdat mijn lief zelf zingt in het semi-professionele circuit werden de kuren van zo’n diva natuurlijk met argusogen gevolgd. Het is verbazingwekkend te zien hoe zo’n proces gaat. Elke dag stelde de staf van Gheorghiu nieuwe eisen, die mij vooral deden denken aan de verhalen over de grillen van Mick Jagger of Frank Sinatra in hun wildste tijd.

U weet dat het Edisongala bedoeld is om prijzen uit te reiken. Gheorghiu zou er optreden als eregast, niet als genomineerde. Een belangrijke onderscheiding, de oeuvreprijs, gaat naar de bariton Thomas Hampson. Dat vond Angela maar niks. Ze bedong vorige week dat ze ook een prijs zou krijgen. Kon niet schelen wat. Uiteindelijk hebben de organisatoren voor de gelegenheid de Personality Award in het leven geroepen. Daarna eiste ze de kleedkamer die aanvankelijk aan Hampson was toebedacht. En zo ging dat steeds verder. Ze is definitief afgehaakt omdat ze in de aankondiging te weinig aandacht kreeg in vergelijking met hoofdgast Hampson, zo staat in het met azijn geschreven persbericht van AVRO en NPS Klassiek.

Mevrouw Gheorghiu wordt vanavond vervangen door de Antilliaans/Nederlandse mezzo-sopraan Tania Kross. Ik beveel het programma alleen al daarom van harte aan. En de Personality Award? Die moet geschonken worden aan al die mensen achter de schermen die slapeloze nachten hebben gehad van de grillen van de diva.


                                                     Tania Kross








Carnivale


Er was een tijd dat ik nog normatiever was dan nu. Ik zei altijd: het is zus en het is zo en je moet dit en je moet dat.  Inmiddels heb ik geleerd dat je moet zeggen: ik vind dat het zo is. Of: volgens mij zit  het zo en zo.

Vandaag vind ik dat ik u met zachte dwang een advies moet geven. Als u tijd heeft zou u vanavond naar het eerste deel van Carnivale moeten kijken. Op Nederland 3 om 22.40 uur. Het was een succesnummer in Amerika. (Van HBO, dat ook The Sopranos en Six Feet Under bracht). Ik heb er toevallig al wat delen van gezien.

Ik vreet een bezemsteel op als het hier niet ook een succesnummer wordt. Net als Twin Peaks indertijd. Hoewel, het is op de publieke zender Nederland 3. Nou ja, maakt het uit, gewoon kijken.






Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed