PRDV


Peter R. de Vries (geen familie) heeft een politieke partij opgericht. Dat is goed, want zoveel te meer initiatieven om de gevestigde orde op te schudden, zoveel te beter. De partij heet PRDV: Partij voor Rechtvaardigheid, Daadkracht en Vooruitgang. Zegt Peter R. de Vries. Maar kijkt u eens goed naar die letters. U ziet toch ook wat ik zie? Public Relations voor De Vries. Geeft niet, van mij mag het. Zoveel te meer reclame voor een De Vries, zoveel te beter.

Hij werkt samen met Klaas – Politiepet – Wilting en Jan Nagel, Nederlands grootste politieke opportunist. Prima, zoveel te meer invloed Jan Nagel heeft, zoveel te meer kans op spektakel.

De PRDV heeft nog geen programma, maar de onvermijdelijke Maurice de Hond heeft gisteren in een snelle enquête (hoe doet die man dat toch?) al uitgevonden dat 19 procent van de Nederlanders overweegt op Peter R. de Vries te stemmen. Da’s knap voor een partij die niet eens een programma heeft. Maar goed, zo gaan die dingen tegenwoordig. Een bekende TV-kop zorgt voor blinde adoratie. (Ik begrijp niet hoe al die volksmenners uit het pre-TV-tijdperk die massa’s op de been kregen).

Ik hoop alleen wel voor die 19 procent lemmingen dat ze vanmorgen de Volkskrant lezen. Daarin staat de volgende uitspraak van De Vries: “Op het sociaal vlak vind ik dat de zelfredzaamheid moet worden vergroot in de samenleving.” Volgens mij betekent dat in gewoon Nederlands: als je iets vervelends overkomt zoek je het zelf maar uit, van ons hoef je niks meer te verwachten.








Namen (39)


Spek I. v.d. - personeelsconsulent Dutch United Meat Company
Spek, Arjanne van der - medewerkster tentoonstelling “Over varkens”
Spek, G.J. - tellingscoordinator wilde zwijnen
Spelmans Jan - winnaar Dictee der Nederlandse Taal van de Kiwanisclub Maastricht
Spetter dhr -bestuurslid zwem- en poloclub De Rog Weert
Spierenburg en Slaman - bodyguards
Spierings M. - voerde in Kaatsheuvel actie voor behoud visvijver
Spit - fysiotherapeut
Spit -huisarts in Heemstede
St. Peter - medewerker lijkenhuis in Washington DC*
Staal - architect
Stelwagen - dir. NS Vervoer
Sterbal - voetballer Maribor

* Over deze man heb ik een leuke anekdote gelezen. Als je naar dat lijkenhuis belde nam die man steevast op met: "Saint Peter's speaking. What can I do for you".








Lintjesregen


Lintjesregen. Ik denk dat het de dertigste keer is dat ik dit als journalist meemaak. De uitreikingen zijn nog steeds hetzelfde, zoals het een goede traditie betaamt. De burgemeester gaat naar iemand toe, die persoon is dan erg verrast en dieje mens begrijpt dan pas waarom de vrouw de afgelopen dagen zo geheimzinnig deed. Of mensen worden naar bepaalde plaatsen gelokt (onder valse voorwendselen natuurlijk) waar ze samen met anderen worden gedecoreerd.

Het gekste dat ik op dit gebied heb meegemaakt speelde zich een jaar of twintig geleden af. Samen met een fotograaf maakte ik een toer door het dorp langs de mensen die onderscheiden zouden worden. We kwamen bij het huis van één van de gelukkigen. De burgemeester en zijn gevolg waren er nog niet, wij stelden ons dus verdekt op. Een kwartier nadat de versierselen hadden moeten worden opgespeld was er nog geen teken van leven in of rond het huis. (Even tussendoor: u merkt wel dat ik mij, gezien de aard van het onderwerp uitput in clichés).

We besloten aan te bellen en bedachten een smoes want we wilden niet het geheim van de onderscheiding weggeven. Nadat we aangebeld hadden ging de deur voorzichtig op een kier, er verscheen een vrouwenhoofd om de hoek en nog voordat wij ons zorgvuldig ingestudeerde verhaal konden afsteken, gooide ze de deur al dicht. Wij bleven in verbijstering achter. We wachtten nog een kwartier en toen er nog niks was gebeurd, besloten we terug te rijden naar de redactie.

Daar belde ik de gemeente. Die schrokken zich wild van mijn verhaal en boden duizend excuses aan. Wat bleek. De aanvraag voor een lintje voor de betreffende man was gehonoreerd en dus was de pers daarover onder embargo geïnformeerd. De man was ook opgenomen in de route, maar een dag voor lintjesregen was de gemeente getipt dat de man fout was geweest in de oorlog. De gemeente had wel zijn vrouw gebeld (die in het “complot” zat) dat het feest niet door ging, maar was vergeten de pers in te lichten. We waren gelukkig nog net op tijd om de naam uit de krant te houden.

U begrijpt het al. Als dit het meest opwindende is dat een mens in dertig jaar lintjesjournalistiek meemaakt dan . . . Ach, vult het zelf ook maar in. Ik ga een oranjebittertje drinken, want dat is voor journalisten nog het beste onderdeel van de traditie.








"Vertraging"


Hoe vaak heb ik al niet gescholden op de Nederlandse Spoorwegen vanwege vertragingen. Dan is er weer een seinstoring; dan weer een wisselstoring; dan vertrekt de stoptrein vijf minuten later omdat er eerst een vertraagde sneltrein langs moet; dan liggen er weer blaadjes op de rails; dan staan we zonder opgaaf van reden midden in een weiland stil; dan zijn er technische problemen wat ’s morgens om kwart over zes gewoon betekent dat de machinist zich heeft verslapen. Er is eigenlijk altijd wel iets.

Vanmiddag was ik een half uur later thuis dan gepland. De reden? Ik was op het stationsbankje zo verdiept in een artikel dat ik de trein die ik had moeten hebben pas opmerkte toen hij langzaam het station uit reed. Wat heb ik gescholden op mijzelf.

O ja, het artikel was een interview met Volkskrant-journalist Jan Hoedeman in HP/De Tijd. Hij schreef het boek “De strijd om de waarheid op het Binnenhof”. Lijkt me interessant. Ik denk dat ik het ga aanschaffen als troostaankoop voor m’n eigen stommigheid.








Wietboulevard


Ik ben voor wietboulevards aan de periferie van de stad. Dat komt omdat wij op een meter of zeventig van ons huis een coffeeshop hebben. Niet dat we daar nou zoveel last van hebben, maar er ligt in de omgeving altijd troep. Gekleurde doosjes waar de joints in zaten, McDonaldszakjes en –bekers van bezoekers van de cofffeeshop die denken dat onze buurt een stortplaats is en de onvermijdelijke bierblikjes. Er rijden bonkende Golfjes en dampende Mercedessen door ons wijkje die er niet zouden rijden als er buiten de stad een wietboulevard was.

En dan heb ik het nog niet over de louche figuren en handelaartjes die zo’n coffeeshop aantrekt. Als je dat nou allemaal eens mooi op één plek in de polder maakt, dan heeft niemand er last van en kun je het beter controleren. Maar, toegegeven, mijn pleidooi komt voort uit puur eigen belang.

In de discussie die er nu landelijk over woedt, kom je weer mooie uitspraken tegen. Het CDA-Kamerlid Van Haersma Buma (klinkt als: niet wonend naast een coffeeshop) is tegen coffeeshops in de grensstreek. Zijn argument: “Stel je voor dat de Belgen massaal vuurwerk aan de grens gaan verkopen. Daar zitten wij toch ook niet op te wachten.”

De man is niet van deze wereld. Belgen verkopen namelijk vuurwerk aan de grens. Half Brabant steekt die grens over om in België dingen te kopen die hier niet mogen worden verkocht. Het verschil met coffeeshops is dat de massale vuurwerkverkoop zich beperkt tot een paar weken per jaar.

Bovendien weet hij waarschijnlijk niet dat de Belgen op een spreekwoordelijke steenworp afstand van de grens met Nederland een kerncentrale hebben gebouwd. De afstand tussen die centrale en Eindhoven is nog geen veertig kilometer. Als er iets mee gebeurt en er staat een zuid/zuidwesten wind (en wat staat er meestal? Precies!) dan worden bijna een miljoen Nederlanders rechtstreeks bedreigd.

"t Geeft niet dat Van Haersma Buma dat allemaal niet weet. Wij boeren, burgers en buitenlui praten 'm graag even bij.








H.M.


We hadden vandaag hoog bezoek in studio: H.M. Nee, niet Hare Majesteit, maar Hanja Maij-Weggen, Haar commissaris in de provincie Noord-Brabant. Qua uitstraling kan ze zich overigens met de Koningin meten. Ook de egards waarmee onze bedrijfsleiding haar ontving zouden niet misstaan bij een koninklijk bezoek. Dat mag ook wel, want de provincie is onze grootste geldschieter.

Op de “derde” (jargon voor de verdieping waar de leiding en de ondersteunende diensten het beste uitzicht op Ikea hebben) waren ze al weken in rep en roer. Met militaire precisie werden draaiboeken gemaakt, gecheckt en dubbel gecheckt. Eén onderdeel was het bijwonen van een productievergadering waarop wij bespreken welke onderwerpen we gaan behandelen. De eerste is altijd om half negen, de tweede (de voortgangsvergadering) is om twaalf uur. Die hadden we speciaal voor de CdK en haar gevolg anderhalf uur vervroegd.

Onze redactie levert de onderwerpen aan. De lijst is meestal tien minuten voor de vergadering klaar, we moeten actueel zijn nietwaar? Voor negenen belde de directiesecretaresse al met de chefnieuwsdienst om te informeren of die lijsten al klaar waren. Er zitten twee hele verdiepingen tussen de benedenverdieping waar het journaille huist en de derde, vandaar het misverstand. De CdK bemoeide zich er flink tegen aan in de vergadering. Ik weet eigenlijk niet of je mag klappen uit zo’n bijeenkomst, maar laat ik zeggen dat ze betrokken was.

De chauffeur van de CdK mocht de dienstauto tot aan de schuifdeur rijden. Speciaal daarvoor waren de roodwitte paaltjes weggehaald. Die staan daar om te voorkomen dat wij onze auto’s te dicht bij het studiogebouw neer zetten. Tussen de middag werd de benedenverdieping gevuld met heerlijke geuren van al het lekkers dat Patisserie Kluytmans bracht voor de hoge gasten. U kent die patisserie niet, maar neem van mij maar aan dat die wereldberoemd is in Eindhoven en omstreken. Voor ons was er vandaag in het mediacafé (kantine, zeg maar) Koninginnesoep.

En weet je wie hier vandaag ook nog waren? Rob van Daal en Wesley. Nou dan begrijpt u wel dat wij aan het eind van de dag tegen elkaar zeiden: Tjezus Ge, gekkenhuis! (vrij naar Los Homanos Temmes).








Boodschappen (1)


De boodschappen doe ik altijd alleen. Ik kook, dus ik maak de boodschappenlijst. Meestal ga ik als een sneltrein door de supermarkt. Met z’n tweeën boodschappen doen houdt alleen maar op. Maar nu ging mijn lief mee. Ze duwde braaf het karretje, zoals alle mannen in de supermarkt braaf het karretje duwden. Ze wordt niet gehinderd door rolpatronen.

Bij de kassa stapelde zij de boodschappen op de band en ik deed ze in de tas. De caissière vroeg haar iets. Mijn vrouw keek vragend mijn kant op en riep: “Wil jij zegels voor de Efteling.
“Nee,” zei ik, “ik wil geen zegels voor de Efteling.” En met enige stemverheffing, zodat iedereen het kon horen zei ik: “Geëmancipeerd ben ik he?”.

Ik weet niet of ik het me verbeeldde, maar volgens mij keken alle vrouwen in de rij met enige jaloezie naar mijn vrouw.








Boodschappen (2)


Nu het toch over boodschappen doen hebben. Wat dacht u hier van?

OUDE PEKELA (ANP) - Groepjes verveelde 'hangouderen' die het winkelend publiek nauwlettend in de gaten houden. De ondernemers van winkelcentrum De Helling in het Groningse Oude Pekela waren ze meer dan zat. En dus heeft de gemeente Pekela, waar het dorpje onder valt, een samenscholingsverbod voor bejaarden ingesteld. Volgens een woordvoerder van de gemeente waren de overwegend mannelijke hangouderen niet alleen een bron van overlast voor de winkeliers, maar waren ze ook het winkelend publiek een doorn in het oog. ,,In een dorp waar iedereen elkaar kent, is het niet prettig als er continu in je winkelwagentje wordt gekeken'', aldus de zegsman dinsdag. Ook zouden de bejaarden met regelmaat al dan niet grappige opmerkingen naar de bezoekers van het winkelcentrum hebben gemaakt. Winkeliers stoorden zich vooral aan het feit dat de rondhangende ouderen het zicht op hun etalages ontnamen.








Witwaspraktijken


Wie wel eens Belgische kranten leest weet dat vooral de misdaad- en rechtbankverslaggevers zeer prozaïsch schrijven. In België gaan ze anders om met de privacy van verdachten dan bij ons. De Belgische lezers mogen zich altijd verheugen in sappige details (hoewel dat bij ons de laatste jaren ook steeds meer voor komt).
Dat begint bij onze zuiderburen al aan de basis, bij de voorlichters van politie en justitie, Het parket Turnhout stuurde vandaag een bericht over het oplossen van een grote witwasoperatie. Althans die kop zou ik boven het artikeltje zetten.
De liefhebbers kunnen even meelezen met dit prachtige justitieproza:

Op 17 april laatstleden werd in de industriezone van Herentals een trekker gestolen waarmee vervolgens een oplegger met 20 ton SUN-tabletten werd ontvreemd bij transportfirma Van Dijck.

Trekker en lege oplegger werden begin vorige week reeds teruggevonden in Lommel. De lading bleef vooralsnog spoorloos.|

Speurders van de GDA Turnhout slaagden erin uit te zoeken waar de partij uiteindelijk was terechtgekomen. Resultaat hiervan was dat de gestolen partij in haar geheel kon worden gerecupereerd en aan de rechtmatige eigenaar kon worden terugbezorgd. De lading vertegenwoordigt een waarde van ruim 200.000 euro. De heler, A.H. uit Geel, werd ondervraagd en ging over tot bekentenissen.

Verder onderzoek liet vervolgens ook toe te achterhalen wie de uitvoerders van de diefstallen waren geweest. Het betreft hier leden van een Nederlandse dadergroep uit de buurt van Eindhoven.

Zaterdagmiddag werden met bijstand van een gespecialiseerde interventiedienst van de federale politie, twee van de eigenlijke ladingdieven gearresteerd toen deze probeerden hun commissieloon te incasseren bij de heler. Beide verdachten moeten zich wel iets anders hebben voorgesteld van hun trip naar België. In plaats van de verhoopte som van zowat 60.000 euro te kunnen ontvangen, werden ze prompt ingerekend door de Belgische politie. Ook hun wagen werd in beslag genomen.

Later op de dag kwam een derde Nederlandse ladingdief zich in België vergewissen van wat er met zijn kompanen was gebeurd. Deze verdachte kon vrij snel worden gelokaliseerd in Turnhout. Voor de arrestatie van deze laatste verdachte mocht de GDA rekenen op de bereidwillige medewerking van de interventieploegen van de lokale politie van Turnhout, die erin slaagden het voertuig van betrokkene klem te rijden vlak voor die opnieuw via oprit 24 wilde wegvluchten. Betrokkene werd gearresteerd en ook dit voertuig werd in beslag genomen.

Met hoger vermelde operatie kon dus meer dan waarschijnlijk een belangrijke bende ladingdieven worden uitgeschakeld. Het onderzoek wordt verder gezet.








Visdraad


Terwijl ik naar de hengelsportwinkel reed bedacht ik me hoe lang het geleden was dat ik voor het laatst in een hengelsportwinkel was geweest. Minstens 35 jaar. Ik schrok van het voortschrijden van de tijd. Niet dat ik de leeftijd heb om te gaan vissen, want dat was niet de reden van mijn gang naar de hengelsportwinkel. Ik moest speciaal visdraad hebben om glas-in-lood raampjes op te hangen. Nee, dat ga ik verder niet uitleggen.

Visdraad dus. 35 jaar geleden kocht je rolletjes visdraad, samen met een dobbertje en loodjes. Dat was er in de hengelsportwinkel in Den Bosch niet bij. Daar gaat de draad per meter, van een grote rol. En ze hebben heel veel soorten visdraad. Ik koos een stevig dun soort dat je ook nog kunt knopen.

“U kent de knoop hè,” zei de mevrouw van de hengelsportwinkel. Ze keek me vragend aan en zag hoe laat het was. “Ik doe het wel even voor,” zei ze. ’t Was makkelijk. Eigenlijk is het een vijfvoudige platte knoop waarna je het uiteinde door de eerste lus steekt en flink aantrekt. Probeer het thuis maar eens. ’t Stelt echt niks voor.

Visdraad is helemaal niet duur. Acht meter kost 96 cent. Ik was verbaasd dat je nog iets kunt kopen dat minder dan een euro kost. “Dat is niet veel,” zei ik tegen de mevrouw van de hengelsportwinkel. “Nee,” zei ze. “En daar zit nog een les visdraadknopen bij. Ha, ha, ha.”  Het was een hele leuke mevrouw. Ik heb haar een hele euro gegeven en met een genereus gebaar het wisselgeld afgeslagen.








Lente


't Is nu toch wel echt lente. Voor het eerst dit jaar hebben we een weekend op ons dakterras kunnen zitten. Speciaal voor Marlies heb ik zaterdagmorgen het zonnebed weer in elkaar geschroefd. Voor wie zei je dat je dat deed??








Cryptisch


Drie keer heb ik het stukje gelezen en nog is het me niet duidelijk. De Volkskrant schrijft dat de Nederlandse commando’s in Afghanistan verkeren in een tijd van oorlog. Daarom is voor hen artikel 71 van het Wetboek van Militair Strafrecht van toepassing. Dan krijgen ze geen gedonder met Joan de Wijkerslooth als ze iemand dood schieten.

Zo staat het in de krant: “De toepassing van de bepaling betekent niet dat Nederland in oorlog is, stelt minister Kamp, maar louter de militairen in Afghanistan.” 

En dat gaat mijn verstand te boven. Veel vragen borrelen op. Heeft Kamp zo cryptisch gesproken? Is het zinnetje zo cryptisch in de krant gekomen omdat de journalist het zelf ook niet helemaal begreep? Of betekent het dat ons onze politici, U, ik en al die andere Nederlanders niet in oorlog zijn, maar onze militairen wel?

Stel je eens voor dat Hilter in 1943 tegen de Geallieerden zou hebben gezegd: “Ikke?? Neuuuhhh. Die militairen, die zijn in oorlog,”

Nee, dat is appels met peren vergelijken. Dat moet ik niet doen. Ik ben echt dom.








PSV


Nee hoor, ik ben niet dronken geworden. Na het feest in het stadion ben ik netjes naar huis gegaan. Een beetje schor ben ik wel, maar daar hoor je morgen niks meer van.








Knuffelbeer


Toen ik in een krantenkop las dat een vader uit Zoetermeer zijn vrouw en twee kinderen had vermoord, wist ik dat ik in het artikel zou gaan lezen, dat het volgens een buurtbewoner een normaal gezin was. En ja hoor, ’t stond er, weliswaar met de nuance dat het “op het oog” een normaal gezin was. Die term normaal gezin viel ook vorig weekend regelmatig bij het gezinsdrama in Hilversum, waar een vader zijn vrouw en drie zoontjes vermoordde. De buren vonden het een normaal gezin.

Buren roepen maar wat omdat ze zo’n gezin helemaal niet kennen. In Hilversum, las ik, maakten de buren wel eens een praatje met de vermoorde moeder. En ze hadden die vader wel eens met z’n kinderen op het voetbalveldje gezien. Ik heb geen enkele buur horen zeggen dat ze regelmatig een borrel dronken met dat gezin of dat ze wel eens samen aten of samen naar een pretpark gingen. En toch wisten ze allemaal dat het een normaal gezin was. En ze leggen knuffelberen op de stoep.

We kennen elkaar nauwelijks nog, laat staan dat we weten wat er achter elkaars voordeur gebeurt. Als ik goed nadenk kan ik nog alle namen opnoemen van de zeven gezinnen die in mijn jeugd in hetzelfde rijtje woonden als wij. We wisten bijna alles van elkaar omdat onze moeders tijdens het kloppen van de matten lief en leed deelden.

In de buurt waar ik nu woon ken ik alleen de mensen die naast mij wonen van naam. Alle anderen spreek ik wel eens op straat in het voorbijgaan. Meestal over niemendalletjes. Maar volgens mij zijn het allemaal wel heel normale gezinnen. Misschien moeten we eens wat vaker bij elkaar en een knuffelbeer meenemen voor de kinderen. Nu hebben ze er nog iets aan.








Namen (38)


Smalbil, Cor - broekverkoper in Staphorst
Smashnova - russische tennister
Sneeboer - uitgever sexbladen
Sneijder - chirurg Haagse Bronovo ziekenhuis
Snoek Jan - visgroothandelaar Volendam
Snoek - dijkgraaf Alm en Biesbosch
Snoep - tandarts in Den Haag
Snoeyen - tuincentrum Leende
Snow - weerman van Channel Four
Sol Tom - zanger
Somers Monique - weervrouw KNMI\NOS
Soppe - getuige-deskundige incestzaak








Bonus


Rekenen is nooit mijn sterkste kant geweest. Als ik lees dat bestuursvoorzitter Michiel Boersma 850duizend euro per jaar verdient, dan gaat zo’n bedrag mijn voorstellingsvermogen ver te boven. Gelukkig schreef De P. deze week een interessant stuk waardoor het ook voor mij inzichtelijk werd. (Even tussendoor: wist u dat steeds meer non-profit instellingen hun directeur bestuursvoorzitter noemen zodat ze niet meer gebonden zijn aan CAO-salarissen. Let maar eens op.)

Maar hoe slecht ik ook kan rekenen, toen ik las dat de aandeelhouders van Essent hadden geapplaudisseerd omdat Boersma de helft van zijn bonus van 161duizend euro had ingeleverd, dacht ik meteen: die zijn gek. Vanmorgen tijdens het productieoverleg op de redactie wist ik het zeker.

Collega’s hadden uitgerekend dat Boersma dus 80 duizend euro aan een goed doel zou schenken (hij houdt dan altijd nog per saldo een dikke zeven ton euri over). Omdat het een schenking is zal hij waarschijnlijk de helft van de belasting kunnen aftrekken. Blijf over 40duizend euro. Een groot deel daarvan kun je volgens mijn collega’s die het kunnen weten, wegwerken via lijfrentepolissen en zo, zodat het hele verhaal de bestuursvoorzitter een duizend of twintig zal kosten. Dat is voor gewone stervelingen zoals u en ik een heel bedrag, maar voor iemand die ruim 800duizend euro verdient natuurlijk een schijntje. Ik ken goochelaars die harder moeten sappelen om een ovatie te krijgen van een weerbarstige zaal.








Demonisch


Mijn oom, die pater had willen worden maar zijn dagen sleet in een bedompte lawaaiige metaalfabriek, was in zijn vrije tijd spiritist. In de familie werd gefluisterd dat hij geesten op riep. Uit het hoofdschudden van mijn ouders en andere ooms en tantes begreep ik dat onze oom die pater had willen worden, op het verkeerde pad was. Een tante uit Indië sprak over geesten alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Maar dat was in Indië en daar was het normaal om contact te hebben met gene zijde.

Mijn vader moest er niets van hebben, ’t Raakte aan het onbekende en dat vrat hij niet. Mijn moeder was er meer dan gemiddeld in geïnteresseerd. Vlak voordat zij stierf gaf ze me een schriftje waarin ze een paar persoonlijke ervaringen met helderziendheid en geestverschijningen had opgeschreven. Ze had me er nooit eerder over verteld. Ik heb ze gelezen, maar ik sta er niet voor open en vond de gebeurtenissen meer toeval dan helderziendheid.

Geesten, kaartleggen, aura’s lezen, occultisme, het is aan mij niet besteed. Ik ben daar veel te nuchter voor. Ik ben ook niet bijgelovig en ik geloof ook niet in horoscopen. Prima, als mensen er baat bij hebben, maar niet voor mij

Hoe smakelijk heb ik dan ook moeten lachen toen ik vanmorgen in de krant las dat Amersfoortse evangelisten bang zijn voor een zandkunstwerk. Dat is gemaakt door Tibetaanse monniken. De evangelisten denken dat er van het kunstwerk demonische krachten uit gaan. Door er naar te kijken kunnen ernstige geestelijke en lichamelijke klachten optreden, denken die evangelisten. Ja, denk ik dan, als het zand in je ogen waait kan dat knap vervelend zijn. Maar verder kan ik dat niet serieus nemen.

En toch. Toch denk ik diep van binnen dat ik op een dag tegenover zo’n zwevend laken sta, dat mij uitlacht om mijn ongelovigheid. Je weet het niet . . .








Frustratie


Soms krullen mijn tenen als ik de Bossche politiek zie modderen. De bestuurders van deze mooie stad lijken bij tijd en wijle absoluut niets te begrijpen van grote stadsproblemen. Ze winden zich enorm op over uithangborden en vlaggen die het historische beeld van de binnenstad zouden vervuilen, maar ze werden twee keer overvallen door de rellen in de Graafse Wijk omdat ze geen idee hadden dat daar iets mis was.

Alle politieke partijen buitelen nu over elkaar om oplossingen te bedenken. Veiligheid staat weer bovenaan de agenda, tot er weer een restauranthouder in de binnenstad de aandacht opeist omdat hij een verboden banier aan de gevel hangt.

Maar gelukkig is er de plaatselijke VVD. Die verblijdde het volk vandaag met een initiatiefvoorstel. Lees even mee: "Het streven zal gericht moeten zijn op een schone en veilige leefomgeving. Immers, hier ligt een direct verband met het gevoel van veiligheid bij de burgers: de veiligheidsbeleving is niet alleen gebaat bij ‘blauw op straat’ maar ook met minder overlast van vuil op straat."

En daarom pleiten de liberalen voor een wijkgericht handhavingsprogramma tegen . . . hondenpoep. ’t Stond er echt.

Nog niet zo lang geleden sprak ik met een filosoof die een diepgaand onderzoek gaat doen naar de innerlijke drijfveren van politici. Ik zei toen dat ik uit pure frustratie over het onbenul van de huidige plaatselijke machthebbers in de politiek zou willen gaan. Hij raadde het me af, volgens hem is frustratie een slechte drijfveer. Het was een charismatische man dus ik liet me gemakkelijk overtuigen, want het is toch veel leuker om ’s avonds naar de film te gaan dan te praten over wijkgerichte handhavingsprogramma’s tegen hondenpoep, terwijl vijfhonderd meter verderop de stad brandt.








Film (Red Dust)


In korte tijd heb ik nu drie films gezien over Afrikaanse thema’s: Hotel Rwanda over de burgeroorlog in Rwanda, Moolaadé over vrouwenbesnijdenis en als laatste Red Dust van Tom Hooper. Deze laatste film vond ik het meest boeiend.

Red Dust gaat over de Zuid-Afrikaanse Commissie voor Waarheid en Verzoening. De hoofdrol wordt fantastisch gespeeld door Chiwetel Ejiofor. Als parlementslid en voormalig ANC-strijder Alex Mpondo gaat hij in de rechtbank het gevecht aan met zijn vroegere beul Dirk Hendricks (een sterke rol door Jamie Bartlett). Hilary Swank (Million Dollar Baby) speelt de advocate van Mpondo.

In de film zit weinig actie, maar ik vond ‘m van de eerste tot de laatste minuut ongemeen spannend. Heel langzaam wordt duidelijk wat de martelingen met slachtoffer Mpondo en beul Hendricks hebben gedaan en hoe zij elk hun eigen waarheid hebben. Stap voor stap worden die waarheden ontrafeld. Tom Hooper velt geen oordeel, hij reikt gegevens aan de de kijker moet zelf oordelen. De gruwelijkheid van de gebeurtenissen wordt met ultrakorte flitsen getoond. De kijker heeft niet meer nodig om te begrijpen wat er is gebeurd.

De inzet van de rechtzaak is dat Mpondo te weten komt wat er met een strijdmakker is gebeurd en dat Hendricks amnestie krijgt. Aan het einde van het gevecht zijn er twee mentaal zwaargewonde winaars.








Inval (3)


U weet vast nog wel dat onze studio vorige week werd overvallen door een rechtercommissaris en zijn vazallen. Ze eisten op hoge toon het ruwe beeldmateriaal van de rellen in de Graafsewijk. Dat hebben wij niet dus vertrok het hele circus na uren touwtrekken met de originele uitzendbanden, die ook gewoon op internet stonden en die door een half miljoen Brabanders waren gezien. Die aftocht via de brandtrap was best een beetje sneu voor het gezag.

In het Brabantse Ossendrecht is een Politieacademie. Nee, geen Policy Academy I, II of III, maar een hele serieuze opleiding. Ze hebben er ook een soort filmset waar ME’ers in opleiding trainen. Studenten mogen zich daar regelmatig in ruil voor een broodje kroket en een glas melk als figuranten laten afrossen. En nou kregen wij vanmorgen van die Politieacademie het verzoek of wij opnames van de rellen in de Graafse Wijk hebben, zo ja of zij die dan mogen hebben, uiteraard tegen betaling. Ze willen ze gebruiken voor lessen gevaarsbeheersing geloof ik.

Kijk, dat vinden wij nou humor. . .








Sproeten


Een jaar of twaalf is hij, het zoontje van onze vriendin. Gisteren gingen ze samen een ijsje kopen. ’t Was een heerlijke dag.

He, ik wou dat het zomer was,” zei moeder.

“Nou, ikke niet,” zei zoonlief. “Dan krijg ik weer sproeten en geen chicks."

Vrouwen vinden sproeten juist leuk,” zei moeder.

“Ja,” zei hij, “die ouwe vriendinnen van jou vinden mijn sproeten grappig, maar chicks niet.”








Los spul

I

Nou dacht ik toch altijd dat absurde situaties worden bedacht om grappige tekenfilms te maken. Maar ik geloof nu toch echt dat grappige tekenfilms worden gemaakt aan de hand van absurde situaties. Vrijdagmiddag zouden we voor een weekend naar de Veluwe gaan. Omdat onze parketvloer na de verbouwing wel een nieuw laagje olie kon gebruiken smeerde ik ‘m vlak voordat we weg gingen helemaal in. Kon ie lekker drogen.

Ik zat al op m’n knieen buiten de kamer om het laatste stukje te doen, toen Poes van het komische duo Poes&Broer (ook voor feesten en partijen: www.poes&broer.com) aan mijn aandacht ontsnapte. Hij trippelde over de net geoliede vloer, helemaal naar het uiterste hoekje van de kamer. ’t Duurde en half uur voordat we hem hadden gelokt.

Ondertussen heb ik wel heel veel nieuwe kattenscheldwoorden bedacht. Ik zou ze u best willen vertellen maar Omroep Brabantmedewerkers worden na de inval van vorige week nauwlettend in de gaten gehouden door de rechter-commissaris, dus ik hou me gedeisd. U hoeft ook niet te bellen, want ik denk dat de telefoons van alle tweehonderd collega’s getapt worden.

Het mooie is wel dat ik alle poezenloggers nu de ogen uit kan steken. Want wie heeft er een parketvloer met poezenpootjesprint?


II


Op de TV in onze hotelkamer zag is gisteravond Piet Hein Donner een toespraak houden tot het CDA-congres. Volgens de minister verkeert ons land in een identiteitscrisis. Dank je de koekoek. Als je het Journaal aan zet en je ziet een mannetje dat zo weggelopen kan zijn uit het Polygoon Journaal van 1956, dan raak je als Nederlander wel in een identiteitscrisis. En als je dan ook nog hoort dat een staatssecretaris voorgesteld heeft de zestiende-eeuwse term excellentie weer in te voeren als aanspreektitel voor een minister, dan raak je als Nederlander zelfs een beetje van het padje.


III

Thuisgekomen las ik in het Brabants Dagblad dat volgens de oppositie in de Bossche gemeenteraad een meerderheid van de Bossche bevolking tegen de herinrichting van de Markt is. Voor wie het niet weet: de Markt is het middelpunt van de stad. Door veel mensen wordt dit plekje beschouwd als het waardevolle, antieke salontafeltje in de huiskamer van de provincie. Wie daar een scheet laat kan zich verheugen in de warme belangstelling van politiek en journalistiek Den Bosch. In beide kampen zijn mensen die niet eens weten dat er buiten de binnenstad nog meer ’s-Hertogenbosch is.

Nu wordt er al jaren (dingen duren lang hier) gestoeid over de herinrichting van die Markt. De oppositie, voornamelijk kleinsteedse amateur-politici, vindt dat alles bij het oude moet blijven. Ze hebben een enquête gehouden via een plaatselijk krantje. En wat concluderen ze: de meerderheid van de Bossche bevolking vindt ook dat alles bij het oude moet blijven.

Rekent u even mee. In den Bosch wonen ongeveer 150.000 mensen. Het betreffende krantje wordt verspreid in een oplage van 95.500 exemplaren. Zoveel formulieren werden er dus ook verspreid. Daarvan werden er 1485 geretourneerd en daarvan waren 1468 mensen het eens met de oppositie. Een meerderheid van de bevolking dus. Besturen is al niet eenvoudig, rekenen blijkbaar nog moeilijker.


IV

Overigens was het fijn op de Veluwe. En omdat ik alweer genoeg aan het woord ben geweest, een kleine foto-impressie












Meneer Frits


Meneer Frits wordt morgen 100 jaar. Maar morgen ben ik er niet dus kan ik er niet over schrijven. Doe ik het toch vandaag. Eindhoven staat op z’n kop want Frits Philips is een levend monument. Zo’n beetje de laatste nog levende industrieel wiens naam aan een multinational is verbonden. Ik heb meneer Frits een paar keer ontmoet. Grappige man, die met een knipoog door het leven gaat. Mensen met een beetje zelfspot zijn aardige mensen. Neem mij nou. . .

Mijn leukste herinnering aan meneer Frits dateert alweer van een paar jaar geleden. De firma Philips bestond honderd jaar en wij wilden de oude heer Philips en zijn zuster, mevrouw Jet van Riemsdijk-Philips, samen een uurtje in de radiostudio. Niet voor een zwaar bedrijfseconomisch verhaal, maar voor een gesprek over hun jeugd. Hoe ging dat nou vroeger thuis in het gezin van de grondleggers van één van de grootste elektronicabedrijven ter wereld?

Aan mij de taak om beiden voor te produceren zoals dat heet. Ze waren allebei erg coöperatief. Maar een paar dagen voor de uitzending belde mevrouw Van Riemsdijk mij op. Of ze goed had begrepen dat ze tegelijk met haar broer Frits in de uitzending zou zitten. Ja, zei ik, dat heeft u goed begrepen. Dan kwam ze niet. Ik schrok van haar resolute weigering en wilde graag weten waarom niet. “Frits is een enorme bemoeial en die probeert mij altijd af te troeven,” zei ze. Ze wilde wel apart in de uitzending. Nou ja, dat moest dan maar en zo werd het afgesproken. Een dag van tevoren belde ze weer. Ze wilde haar broer niet ontmoeten of ik er voor kon zorgen dat zij door de achterdeur naar binnen kon terwijl hij door de voordeur weg ging. Ook dat kon ik regelen.

Op de dag zelf wrong ik mij in een paar bochten om aan de wensen (of grillen, wat u wilt) te voldoen. Ik loodste tijdens de reclame en het ANP-bulletin meneer Frits, die als eerste was geinterviewd, via de voordeur naar buiten en zijn zus via de achterdeur naar binnen. ’t Ging voortreffelijk.

Maar het gesprek met haar was net goed en wel op gang gekomen, toen de deur van de technische ruimte openzwaaide (ik zat daar om te regisseren) en meneer Frits weer binnen kwam. Ik schrok me dood. Hij had zijn zus op de radio gehoord en had zijn chauffeur opdracht gegeven terug te keren naar de studio. “Mag ik even naar binnen,” vroeg hij mij zonder het antwoord af te wachten. Hij stapte de spreekcel binnen, greep de microfoon en begon zijn zus in de uitzending te corrigeren.

Nadat hij zijn zegje had gezegd kwam hij weer in de technische ruimte en bleef zitten, met z'n kont op een tafeltje. Vlak voordat het interview met zijn zus was afgelopen gaf hij mij een hand en vertrok.

Mevrouw Van Riemsdijk kwam een beetje nerveus de spreekcel uit en zei: “Begrijpt u wat ik bedoelde, meneer De Vries?”

Meneer De Vries begreep het.








Inval (2)


We hebben vandaag veel gepraat over de inval gisteren door justitie. ’t Zit diep bij iedereen. Naar buiten toe praten we natuurlijk vooral over de principiële discussie. Moet je wel of geen beelden afstaan? Daar zijn we gauw mee klaar. Je staat geen beelden af die niet al uitgezonden zijn. In ons geval zou dat ook niet kunnen, want wij hebben geen andere beelden.

Intern gaat het ook over de intimiderende manier waarop vooral de mensen van justitie optraden. Er zijn zelfs collega’s die overwegen een aanklacht in te dienen. Justitie heeft vanmiddag een persverklaring uitgeven waarin staat dat ze onze reactie overtrokken vinden. Maar, als zij hun optreden normaal vinden dan is het nog erger gesteld met het normbesef van justitiële medewerkers dan ik al dacht.

Zonder te vertellen wie hij was heeft de rechter-commissaris een archiefmedewerkster gesommeerd banden af te geven. En dat ging echt op een intimiderende wijze, neem dat van mij maar aan. Een radio-verslaggeefster die opnamen maakte van de inval werd door drie mannen ingesloten en toen zij niet snel genoeg haar opnameschijfje inleverde schreeuwde één van hen: “En nou godverdomme hier dat bandje . . .”.  Opgegroeid in een slechte Bossche wijk zeker, die meneer van justitie.

Ik moet wel zeggen dat de politiemensen die de verhoren afnamen correct handelden. Ik heb bij één zo’n verhoor gezeten en ik had de indruk dat die rechercheurs ook niet echt begrepen waarom ze al die vragen moesten stellen. Een politievoorlichter belde vanmorgen spontaan om bezorgd te informeren naar ons welzijn.

De TV-opname van de inval moesten we inleveren omdat de rechter-commissaris bang was voor herkenning op straat. Dat onze verslaggevers en cameramensen zich niet meer op straat kunnen vertonen als wij banden inleveren is blijkbaar niet belangrijk.

Het Brabants Dagblad schreef vanmorgen op voorpagina over de inval. Het draait allemaal om de vraag of wij nou wel of niet die banden hebben gewist en opnieuw hebben gebruikt. De recht-commissaris gelooft dat niet. Naast dat artikel over ons staat een verhaal over het feit dat de AIVD gesprekken met de groep Mohammed B. heeft gewist. Dat deden ze omdat ze te weinig personeel hebben om het allemaal af te luisteren. Nou, wij hebben te weinig geld om ongelimiteerd bandjes te kunnen kopen en te weinig ruimte om al het ruwe materiaal op te slaan. Dus als we dat al hebben wordt het meteen gewist.

Al met al is het toch goed dat we het als journalisten nu eens aan den lijve hebben ondervonden. Ik beschouw het maar als een gratis kijkje in de keuken van justitie. Vooral het gedrag van sommige individuele ambtsdragers was ontluisterend . . .








Inval


‘t Is midden in de nacht. Het uur waarop ik normaal allang slaap. Maar ik ben net terug uit het stadion. God heeft mijn gebed verhoord, maar wat heeft hij ons op de proef gesteld.

Maar alle feestvreugde werd overschaduwd door de inval vandaag bij Omroep Brabant door justitie. Ze wilden banden van de rellen in de Graafse Wijk. En dan natuurlijk het ruwe materiaal, dat niet is uitgezonden. Maar dat bewaren we niet. Dat wilden ze niet geloven en ze hebben ons uren van het werk gehouden en zelfs onze directeur en hoofdredacteur korte tijd aangehouden.

Ik kan me voorstellen dat justitie alles probeert om bewijsmateriaal in handen te krijgen, maar de manier waarop wij zijn behandeld tart elke verbeelding. De overmacht, de arrogantie en de intimidatie waren echt te grof voor woorden. ’t Mag een wonder heten dat wij allemaal zo rustig bleven en die speurders niet met kop en kont uit het raam hebben gesmeten.

Als dit vertegenwoordigers zijn van de Nederlandse rechtsstaat dan is het daar heel slecht mee gesteld. Ik ben er van verschoten dat de politiestaat die sommige Haagse havikken voor ogen staat al zo ver is doorgevoerd.








Schietgebedje


Lieve Heer,

Ik ben Uw goedertierenheid niet waardig
Mijn zonden zijn te groot
’t Is ook niet voor mijzelve
Dat ik mijn ogen ten hemel richt.
Ik wil U slechts vragen
mijn kluppie bij te staan.
Ik vraag niet veel
0-0 tegen Olympique Lyon
is ruim voldoende
Het ontbreken van een doelpunt
Zij U bij voorbaat al vergeven

Amen








Soap

Televisie kijken is niet mijn hobby. TV-series volgen al helemaal niet. En soaps vind ik vreselijk. Geloof me, ik heb het echt geprobeerd, maar na tien afleveringen van Peyton Place ben ik met hevige jeukverschijnselen afgehaakt.

Behalve Six Feet Under, daar ben ik aan verslingerd. Het is een serie over de Amerikaanse “uitvaartfamilie” Fisher. Ik ben er een jaar of wat geleden naar gaan kijken omdat er zo lovend over werd geschreven. De eerste twee seizoenen vond ik het meer dan boeiend, maar dit seizoen begint het steeds meer op een gewone soap te lijken. En ik geniet er van!

’t Leuke van de serie is dat je niet de geijkte mooie mannen en vrouwen ziet, maar gewone stervelingen. En homosexuele mannen die elkaar knuffelen en de mater familias Ruth die in bed duikt met oudere mannen. Heel on-Amerikaans eigenlijk.

En wat kan ik me irriteren aan dat relationele gezeik tussen de homo’s David en Keith. Dan zit ik op het puntje van mijn stoel te roepen dat ze uit elkaar moeten. ’t Is net voetbal. En wat is die Lisa een muts. Ik ben blij dat ze verdwenen is en Brenda weer opduikt. Brenda vind ik een mooie vrouw. Helemaal mijn type. En dan die opgefokte Rico met z’n latino-achterstandsgevoel, z’n depressieve vrouw en z’n onrust stokende schoonzus. En Claire die altijd de verkeerde vriendjes kiest. Ik erger me groen en geel aan het gemuts van die gasten, wat een gedoe allemaal.

Ik zal blij zijn als het weer zondagavond is.








De wijken


’t Is weer rustig in ’s-Hertogenbosch. Ik heb persoonlijk geen last gehad van de rellen. De arbeiderswijk waar ik woon valt net buiten het strijdtoneel.. Zondagmiddag stuitte ik op een roadblock van de politie, maar blijkbaar zagen wij er zo onschuldig uit dat we meteen door mochten rijden.

De hele kwestie heeft me wel bezig gehouden. Jaren geleden moesten de media opeens “de wijken” in om te horen wat “het volk” vond. Civic-journalism heette dat. Er verschenen steeds meer programma’s en series op televisie en in kranten. De vraag die mij als journalist de laatste dagen voortdurend door het hoofd spookt is: wat hebben wij van al die inspanningen geleerd? Volgens mij is er geen eenduidig antwoord. Ik denk dat iedereen een ander antwoord heeft.

Pim Fortuyn kon in ieder geval op de golf van volksmeningen tot grote hoogte stijgen. Hij vertaalde de signalen in klare taal en kreeg vanuit de wijken veel steun. De journalistieke voorhoede in de wijken kreeg versterking want het volk leek aan de macht te komen. Dat gebeurde niet meteen, maar Den Haag schrok wel wakker. ’t Leek wel alsof ze een geheel nieuwe stam hadden ontdekt: de wijkbewoners. Maar ja, uiteindelijk waren het gewoon de middenstandspartijen CDA, VVD en D66 die de macht grepen en er veranderde weinig. Die partijen grepen wel heel opportuun de onvrede van de wijkbewoners om zich te profileren. Ondertussen stak het moslim-extremisme de kop op en sommigen hadden meteen een zondebok.

Waar ik erg mee worstel is de vraag wie nou eigenlijk het volk is waar we zo goed naar moeten luisteren. Ik denk dat dat niet de mensen zijn die voor de SBS-camera’s acteerden. Maar die mensen hebben wel eens te meer aangetoond dat er in dit land iets heel erg mis is. Ik dacht dat ik wel wat gewend was, maar ik schrok van wat ik heb gezien. Niet zozeer van de types die ons werden getoond, maar wel van het feit dat ze ongegeneerd voor de camera optraden (dan laat ik in het midden of ze door SBS volgegoten zijn met bier). Als je dat doet dan ben je in mijn ogen niet zo heel erg snugger.

Maar waar ik het meest van schrok is dat die mensen blijkbaar geen andere levenswijze wordt geboden dan leven in een volkswijk waar eigen wetten gelden. Van de Graafse wijk is bekend dat een handjevol oproerkraaiers er de dienst uit maakt en er ook niet voor terugschrikt anderen te tiranniseren. Dan ben je als kansarme wel heel slecht af als je daar onbeschermd terecht komt. Uiteindelijk versterkt het elkaar allemaal en neemt de verloedering steeds grotere vormen aan. Dat begint met ergernissen over hondenpoep tot aanvallen op mensen die met hulp van SBS bekennen dat ze ooit een stiefdochter hebben misbruikt. De volkswoede kreeg op een onverantwoorde manier een uitlaatklep waar al zo lang naar gezocht werd.

Ik denk dat de Haagse partij die serieus werkt maakt van het aanpakken van de verloedering hoge ogen gaat scoren. Die aanpak bestaat volgens mij niet alleen maar uit fraaie integratieplannen voor allochtonen, maar vooral uit het aanpakken van mensen die hun eigen wetten tot norm hebben verheven en wijken terroriseren. Het betekent vooral ook het fatsoenlijk opvangen van mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen. En vooral bescherming van mensen die zo zwak zijn dat ze zich door de eerste de beste journalistieke charlatan laten misbruiken.

Maar ja, zolang de zelfredzaamheid en de marktwerking leidraad zijn zal het daar wel niet van komen.








Luxe-probleem


We hebben een luxe-probleem. Dankzij een slimme financiële constructie rondom de verbouwing van ons huis hebben we een klein geldbedrag over gehouden. En dat gaan we geheel en al aan onszelf besteden, want we vinden dat we dat verdiend hebben.

Dan kun je een paar dingen doen. Je kunt het bijvoorbeeld weg zetten voor later. Maar zoveel is het nou ook weer niet, dus dat loont op termijn de moeite niet. Bovendien staan wij op het standpunt dat later allang begonnen is en dat je dus nu moet spenderen. De tweede optie is: spullen kopen. Hebben, hebben, hebben. Maar na vijf minuten wisten we al dat wij niet hebberig zijn en helemaal geen nieuwe spullen nodig hebben.

We besloten een verre reis te gaan maken. Sterker nog, van het geld zouden we wel twee keer een verre reis kunnen maken. Dus wij op internet kijken en reisgidsen doorbladeren. ’t Bleek nog niet zo gemakkelijk om ons beider neuzen dezelfde kant op te krijgen. Ik vond China wel wat om te beginnen maar dat wilde mijn lief niet. Zij dacht meer aan een safari in Afrika, maar behalve van Poes&Broer hou ik niet zo van dieren.

Omdat het geen haast heeft dreven we het niet op de spits. De laatste weken bleven de reisgidsen onaangeroerd en kreeg ik steeds minder zin in een verre reis. Ik rekende voor mezelf eens uit dat we voor dat extra geld tig keer voor kortere tijd naar Italië kunnen of korte stedentripjes kunnen maken waar we allebei zo gek op zijn.

Een paar dagen geleden trok ik de stoute schoenen aan en vertelde ik Marlies voorzichtig over mijn nieuwe kijk op de dingen. Zonder een woord te zeggen stak ze mij haar hand toen en zei: “deal”. Ik keek haar vragend aan en zei: “Dat gaat makkelijk.” “Och,” zei ze, “ik dacht hetzelfde als jij, maar ik durfde er niet goed over te beginnen omdat ik dacht dat jij per se ver weg wilde.”

Luxe-probleem opgelost.








Mythes


Onze jeugd in het Betuwse stadje verliep kalm en gemoedelijk. Terwijl in Amsterdam de provo’s zich met geweld los vochten van de knusse jaren vijftig, bouwden wij hutten in de achtertuin van Flipjes jamfabriek. Vaders werkten op de fabriek, moeders deden het huishouden. Er was weinig dat ons leven in beroering bracht.

Af en toe was er een kleine rimpeling, als een zucht wind door een kersenboomgaard op een snikhete zomerdag. Je merkte het aan de opgewonden gesprekken die onze moeders over de groengebeitste schuttingen met elkaar voerden. Wij kinderen begrepen meestal niet precies waar het over ging, maar we begrepen wel dat het iets bijzonders was.

Twee namen zijn mij uit die tijd bij gebleven: Lou de Palingboer en Anton Heyboer. Van Lou de Palingboer heb ik het fijne nooit geweten. Als kind begreep ik dat hij een nieuwe God was, een Messias. Kortstondig was hij bij ons in de buurt het gesprek van de dag. Maar opeens was dat ook weer over. Het woord hype bestond toen nog niet.
Anton Heyboer ging langer over de tong. Hier was sprake van een rare kunstenmaker die in een klein dorpje aan veelwijverij deed. Dat sprak ons kleinsteedse mensen tot de verbeelding.

Nog niet zo lang geleden zag ik een uitzending van Andere Tijden over Lou en toen vielen er heel veel puzzelstukjes uit mijn jeugd op hun plaats. Ik zag dat Lou nog steeds voortleeft in de Lou-mensen. Hij is dus eigenlijk onsterfelijk Anton Heyboer ben ik de rest van mijn leven nog wel eens in de media tegen gekomen, maar nooit meer voelde ik de opwinding over zijn levenswijze als in mijn jeugd. Gisteren hoorde ik dat hij is overleden. In het buurtje waar ik ben opgegroeid zal het niet meer het gesprek van de dag zijn. De moeders van toen zijn allemaal dood of vertrokken.








Namen (37)


Schopp - voetballer Oostenrijks team
Schops - voetballer RKC
Schrijen - uitvaartondernemer in Boxmeer
Schroef - ing. Leider van grondboringen in Brunssum
Schutter Carl de - moordenaar Belgische veearts van Noppen
Schuur Paul -directeur Dorint Hotel
Senten C. - directeur euro-geldverkeer ABN-AMRO
Shag - woordvoerder anti-rokers in VS
Slachter, politieman in Utrecht die wilde hanen moest vangen
Slangen Peter - hoofd bedrijfsbrandweer Quest International Naarden
Slettenhaar - fabrikant van technische borstels
Sleutel, mevrouw - kamerverhuurster in Hoorn
Slijper - diamantbewerker








Tirade


Het wordt een lange tirade, maar ik ben dan ook erg boos.

Elke keer denk ik dat we op de Nederlandse televisie het dieptepunt hebben bereikt. Maar telkens moet ik constateren dat het nog erger kan. Ik maakte me al eerder boos over het SBS-programma “Probleemwijken”, zo ongeveer het slechtste dat ik de laatste jaren heb gezien. Gisteren leidde de uitzending over de Graafse wijk in mijn eigen Den Bosch zelfs weer tot rellen. Buurtbewoners vielen het huis aan van een man die voor de SBS-camera bekende dat hij van kinderen hield.

Nou zijn de mensen in de Graafse wijk licht ontvlambaar om het maar zachtjes uit te drukken, dus ik wil het niet mooier voorstellen dan het is. Maar elke randdebiel weet dat in dat soort wijken alles met de mantel der liefde wordt toegedekt, behalve pedofiele. Als programmamaker – die nota bene al zo lang in die wijken verblijft - hoor je te weten dat zo’n uitzending heftige reacties zal oproepen. Dus heb je een hele grote verantwoordelijkheid en moet je daar zorgvuldig mee omgaan.  Maar niet bij SBS waar alleen de kijkcijfers tellen. ’t Zal ze in Amsterdam of Hilversum een rotzorg zijn dat er in een Brabantse provinciestad iemand wordt afgemaakt en dat er weer dagen onrust is. Ze hebben gescoord, daar wordt over geluld en dat is het enige dat telt.

Natuurlijk zijn de relschoppers verantwoordelijk voor hun eigen gedrag, maar als je zo’n uitzending maakt dan ben je op z’n minst medeverantwoordelijk. En als je niet beseft wat de consequenties van jouw werk zijn dan ben je niet veel slimmer dan de gemiddelde relschopper in de Graafse wijk. Dat soort programmamakers haalt ons vak en de media onderuit. Maar o wee als je er iets van zegt. Dan kom je aan de journalistieke vrijheid. Ze zouden eigenlijk verplicht het boek “Een zondag aan het zwembad in Kigali” van Gil Courtemanche moeten lezen. Dan zien ze waartoe ophitsende media in Rwanda toe hebben geleid (als een boek lezen te veel inspanning is kunnen ze altijd nog naar de film Hotel Rwanda). Ik weet dat het een scherpe vergelijking is, maar het geeft mijn woede het beste weer.

Gelukkig keert de overgrote meerderheid van mijn collega’s zich af van dit soort programmamakers. Maar misschien kan onze vakbond (die altijd voorop loopt als er naar een journalist wordt gewezen) eens namens de beroepsgroep  stelling nemen tegen kwakzalvers die programma’s maken als Probleemwijken.

Ik ben er niet op tegen dat er programma’s worden gemaakt over tokkies, maar neem dan op z’n minst de moeite om dingen in hun perspectief te plaatsen. Bij SBS kennen ze alleen Wie Wat Waar en Wanneer. De vraag naar het Waarom is te ingewikkeld. Hoe komt het dat mensen die nauwelijks het niveau van zwakbegaafdheid overstijgen in wijken worden weggestopt die toch al kwetsbaar zijn? Dat lijkt me beter dan alleen maar een man te laten orakelen dat hij zijn vrouw regelmatig afranselt terwijl zijn vrouw er naast zit. Of, zoals in Eindhoven gebeurde, een duidelijk minder begaafde man met een microfoon om naar de hoeren liet gaan zodat iedereen kon mee genieten.

Een woordvoerder van SBS reageerde vanmorgen laconiek. Zoiets zou in zijn wijk nooit gebeurd zijn, zei hij. Op z’n Bosch’ zou ik willen zeggen: “Nee kut. En als jullie een paar elementaire journalistieke fatsoennormen in acht hadden genomen was het hier ook niet gebeurd.”








Film (Moolaadé)


Jaren geleden was ik in Nicaragua om een radiodocumentaire te maken over ontwikkelingsprojecten.. Eén van de middelen om de achterstand van vrouwen aan de kaak te stellen was een straattheatergroepje, dat overal in de wijken speelde en veel publiek trok. Maar vooral veel discussie op gang bracht.

Ik moest er aan denken toen ik de film Moolaadé van Ousmane Sembene zag. Het verhaal gaat over een vrouw die vier jonge kinderen beschermt die aan een besnijdenis zijn ontsnapt. De film lijkt op een openluchtspel dat wordt opgevoerd door de plaatselijke boeren- en boerinnenorganisatie. Je moet er dan ook niet met door Hollywood verwende ogen naar kijken. Het gaat om het verhaal er achter. Het gaat over de machtstrijd tussen mannen en vrouwen en het gevecht tegen eeuwenoude tradities waarvan vrouwen het slachtoffer zijn en waaraan ze zich willen ontworstelen.

Sembene, zo lijkt het, heeft willen voorkomen dat het een zware film zou worden. Hij heeft er veel humor in gestopt, soms bij het kolderieke af. Maar steeds weer toont hij de kracht en het doorzettingsvermogen van de vrouwen. Uiteindelijk winnen zij de strijd tegen vrouwenbesnijdenis. Alleen daarom is de film al de moeite waard. Zoals het straattheatergroepje in Nicaragua een belangrijke rol speelde bij de emancipatie van de vrouwen, zo zal ook deze film dat kunnen doen.










Communicatie


Ik trap een open deur in als ik zeg dat een burgemeester heden ten dage ook maar een gewoon mens is. De tijd dat we onze pet af namen als hij langs kwam ligt ver achter ons. Trouwens, wie draagt er nog een pet? En burgemeesters hebben ook moderne communicatiemiddelen ontdekt om hun medeburgers te bereiken. Daarin is zelfs een geheel nieuwe trend te ontdekken. Een maand of wat geleden maakte burgemeester Buijserd van het Brabantse Wijk en Aalburg via de website van de gemeente bekend dat hij homo is en een vriend heeft. Zo wilde hij een einde maken aan alle wilde verhalen in het zwaar christelijke dorp.

Burgemeester Van Brummen van het Brabantse Dongen heeft gisteren via een persbericht bekend gemaakt dat hij gaat scheiden. ’t Komt in de beste families voor. Journalistiek is het niet interessant, maar schijnbaar is er iets bijzonders aan de hand want gistermiddag verspreidde de afdeling communicatie van de gemeente Dongen het volgende persbericht:

Deze mededeling verschijnt naar aanleiding van de verhalen die rondgaan over de echtscheiding van dhr. Hans van Brummen en mevrouw Monique van Schijndel. Over de reden ervan willen beiden geen uitspraken doen. Zij distantiëren zich van de verhalen die worden rondverteld en betreuren de negatieve aandacht in deze voor hen zo treurige periode.

Journalistiek is dat nog steeds niet interessant, maar je wordt wel verrekte nieuwsgierig. ’t Is vanuit ons vak gezien al interessant waarom een communicatie-afdeling zo’n stukje verstuurt dat meer vragen oproept dan het beantwoordt. Gelukkig gebeurden er gisteren belangrijker dingen zodat de aandacht van deze banaliteit snel was afgeleid.

Vanmorgen werd mijn nieuwsgierigheid opnieuw gewekt door een klein stukje in de regionale krant BN/De Stem.

Donderdag 7 april 2005 - DONGEN – Burgemeester Hans van Brummen en zijn vrouw Monique van Schijndel gaan uit elkaar. De twee traden begin september 2004 in het huwelijk. Hun relatie, Van Schijndel was communicatie-adviseur bij de gemeente onder Van Brummen, was het gesprek van de dag in Dongen. Ook hun trouwen ging in Dongen over de tong. In een openhartig interview voor hun huwelijk gaf Van Brummen aan dat hij daar sterk aan had moeten wennen. Van Brummen en Van Schijndel distantiëren zich nu van de verhalen die in Dongen worden rondverteld en betreuren de negatieve aandacht voor hun scheiding.

De afdeling communicatie wist blijkbaar van deze publicatie en dekte zich gisteren alvast in. Ik ben uit pure nieuwsgierigheid eens in het BN/De Stem-archief gedoken en zag dat het kortstondige huwelijk van de burgemeester en zijn bijna 30 jaar jongere bruidje in september werd beschreven alsof het een sprookje was. De liefde droop van de pagina’s af.

Normaal zou zo'n scheiding nauwelijks beroering hebben gewekt, maar nu een afdeling communicatie in stelling wordt gebracht voordat er ook maar iets is gepubliceerd zijn er waarschijnlijk onbedoeld mensen op het spoor gezet die ze er in het gemeentehuis liever niet op hadden gehad.

Maar goed 't is wel jammer natuurlijk. Heb je als vent van 59 net een leuke jonge vrouw van 31 aan de haak geslagen en heb je als communicatie-adviseuse net een burgemeester versierd, loopt het huwelijk na een half jaar op de klippen.








Vervuiling


Mijn verbazing over politici wordt per week groter. Ik lees uitspraken van goedbetaalde volksvertegenwoordigers waarbij ik denk: zouden ze zelf wel door hebben wat ze zeggen?

Politieke partijen willen dat staatssecretaris Van Geel het vuile wagenpark harder aanpakt. Da’s goed, maar dan lees ik dat VVD’er De Krom wil dat Van Geel oude wagens opkoopt en naar Polen stuurt omdat het wagenpark daar nog vuiler is. Als je werkelijk diep nadenkt over zo’n opmerking dan krijg je toch hoofdpijn.

Luchtvervuiling is een ernstige zaak. Jaren geleden had ik klachten aan de luchtwegen, zoals dat officieel heet. Die leidden uiteindelijk tot een operatie. Dat hielp niet. Mijn huisarts verzekerde me dat het kwam door de toenemende luchtvervuiling en dat ik er maar mee moest leren leven. Hoewel ik mijn huisarts nooit heb geloofd moet ik wel toegeven dat de klachten ontstonden toen ik onder de rook van één van de grootste verkeersknooppunten in Zuid-Nederland woonde.

Nu is luchtvervuiling weer een hot item. Toevallig hoorde ik van de week hoe enorm het wagenpark is toegenomen. Ik verbaas me al jaren over de gigantische stromen vrachtwagens op de snelwegen. Wij zijn als nijver volkje dagelijks bezig om in lange colonnes grote hoeveelheden goederen van A naar B te slepen. Ontelbare aantallen automobilisten en treinreizigers gaan dagelijks van bijvoorbeeld Brabant naar de Randstad om daar te werken. Als ik daar over nadenk krijg ik hetzelfde zware hoofd als in mijn jeugd toen ik uren zinloos na dacht over de vraag waar het einde van het heelal zou zijn.

Een mens verlangt naar een politicus met een briljant plan om ons land ruimtelijk en economisch zo in te richten dat die problemen echt worden opgelost. Maar zolang ze niet verder komen dan oude auto’s naar Polen sturen is dat ijdele hoop.

By the way. Als meneer De Krom eens naar Zuidoost Brabant zou komen zou het hem opvallen dat de meeste rokende dieselbusjes die  daar rijden een Pools kenteken hebben.








Puzzel


‘t Is scholierenspitsuur in de trein.

Achter mij proberen er een paar een kruiswoordraadsel op te lossen.

“Negen horizontaal. Vrouwelijk geslachtsorgaan,” roept er eentje.

“Eicel,” antwoordt een andere.

Het is even stil.

“Klopt,” zegt die ene.








Bah!


Maandag is mijn dag. Veel mensen gaan dan weer zuchtend en steunend naar de baas, maar ik begin op maandag altijd pas om een uur of tien. Ik start de week  met een uitgebreid ontbijt, de kranten en als het meezit het zonnetje op de eetkamertafel, Poes en/of Broer op schoot. En pas daarna op m’n gemak met de trein en de fiets naar de baas om me weer voor vijf dagen in de waan van de dag te storten.

Maar niet vanmorgen. Even over zevenen belde een collega. Er was een zieke, of ik op stel en sprong kon komen. Vlug uit bed, trap op naar boven om te douchen, trap af naar beneden om aan te kleden, trap op naar boven om een paar broodjes uit de vriezer grissen, trap af naar de voordeur, trap op omdat ik was vergeten Poes&Broer eten te geven, trap af naar de voordeur. Buiten zoeken naar de auto, want mijn lief was de laatste die er mee had gereden en voor de deur parkeren is in onze wijk een illusie. Vol gas de stad uit om op de snelweg aan te sluiten in een file die daar op dat tijdstip nooit staat. Er was een ongelukje.

In de studio haastje-repje om de achterstand in te lopen, vlug een broodje tussendoor en dan heb je het om tien uur al weer helemaal gehad, wetend dat je je eigen late dienst ook moet draaien omdat er niemand anders is die het kan doen.

Bah, wat heb ik er een hekel aan om zo de week te beginnen.








Dromen


‘t Was me de week wel. En dan bedoel ik privé (dat de Paus zou overlijden en dat het D66 Congres braaf vóór zou stemmen lag in de lijn der verwachting). Een zoon die in een depressie schiet omdat zijn zoektocht naar werk niet wil vlotten en die dingen doet waardoor ouders en hun partners (’t zijn moderne tijden) in een gierende stuip schieten. En een escalatie van een sluimerend conflict met een andere zoon. En dat allemaal op één dag, waarschijnlijk is er verband.

Vrijdagavond was de rust weergekeerd en kon ik met een redelijk opgeruimd hoofd naar de premiere van “De Dood van een Handelsreiziger” van Producktiehuis De Wetten van Kepler. Het beroemde verhaal van Arthur Miller over de kleine handelsreiziger die aan het eind van zijn slepende carriere moet concluderen dat zijn dromen dromen zijn gebleven. Ik ben een grote fan van de Wetten van Kepler, maar deze voorstelling vond ik wat tegenvallen. ’t Was statisch en traag. Het minimale decor zal best een functie hebben gehad, maar die heb ik niet kunnen ontdekken.

En toch heb ik geboeid zitten kijken omdat ik het heel confronterend vond. Vader Willy Lomans die zijn dromen nooit heeft kunnen verwezenlijken, vooral de dromen over de toekomst van zijn zonen zijn niet uitgekomen. De Wetten van Kepler heeft dat thema heel sterk aangezet. De teleurstelling, het verdriet en de onmacht die Lomans uiteindelijk de dood in drijven terwijl zijn zonen verder hun leventje leven. Zo dramatisch is het in mijn leven nu ook weer niet, maar er zaten wel veel herkenbare dingen in.

Ik was ook geraakt door het feit dat de zoons een poging ondernemen om vader een leuke avond te bezorgen. Dat gaat mis omdat Willy Lomans zijn eigen verwachtingspatroon op zijn zonen projecteert en daardoor niet in staat blijkt met de jongens op hun eigen niveau te communiceren. Dat was iets om over na te denken.








Namen (36)


Schaap - dierenarts in Limmen
Schaap, N. - voorzitter van de Nederlandse exporteurs van fokrunderen
Schaaphok Aldert - oud-directeur Dorint Hotel
Schakelaar - woordvoerder chauffeurs
Schelvis - medewerkster zeevaartmaatschappij Scandinavian Seaways
Schep -medewerker Brabants Landschap
Scheurwater - deelnemer WK Zeilen
Schilders Mattie - kunstschilder in Gilze Rijen
Schimmel - onderzoeker nieuwe paddestoelen
Schmier Johan - zanger
Schoen - orthopeed in het Carolusziekenhuis Den Bosch
Schoenmakers Miranda - verzorgt publiciteit stichting schoenmakersgilde








Gejat


Het onderstaande stukje heb ik gejat. Heel ordinair gejat. Maar 't is te mooi om 't niet te jatten.

Fractieleider Rouvoet van de ChristenUnie steekt de draak met het paasakkoord, dat moet voorkomen dat D66 uit de coalitie stapt met CDA en VVD, door vragen te stellen aan premier Balkenende en staatssecretaris Van der Laan (Media). Datzelfde paasakkoord bepaalt dat de publieke omroep geen amusementsprogramma's mag uitzenden. Daarom is er volgens Rouvoet alle reden om de NOS te verbieden zaterdag het congres van D66 over dat akkoord uit te zenden. Schertsend maakt hij vergelijkingen tussen wat er de laatste dagen gebeurde rond D66 en amusementsprogramma's. Binnen D66 werd ,,Wie is de mol?'' gespeeld, tussen PvdA en D66 werd het ,,zwarte pieten'' en tussen Hans van Mierlo en het dagblad Trouw ,,welles nietes''. Zaterdag gaat D66 verder met het programma ,,Onderweg naar morgen.''








Tell-Sell


Ik kijk altijd naar de programma's van Tell-Sell. Stom gedoe. Kijk jij wel eens naar die programma’s van Tell-Sell?” vroeg de man aan de bar naast me.

“Nee”, zei ik. “Maar ik kom er al zappend wel eens langs.”

Ik woon in een appartementencomplex waar we een gezamenlijke container hebben,” zei hij. En hij nam een slok van zijn bier.

Mijn hersenen werkten ondertussen op volle toeren, maar de grijze cellen konden geen logische verbinding maken tussen zijn zinnen.

Hij zette zijn glas neer en zei: “Ik zie altijd aan de lege verpakkingen bij de container welke producten er de week daarvoor bij Tell-Sell in de aanbieding zijn geweest,” zei hij.

“Aha.”, zei ik.

En drie maanden later ligt die troep zelf bij de container,” zei hij. “Want bij Tell-Sell verkopen ze rotzooi.”

“Dan hoef je toch niet naar de televisie te kijken om te weten wat ze bij Tell Sell aanbieden,” zei ik.

Nee, eigenlijk niet,” zei hij.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed