Internet


Mijn schoonvader is de zeventig al even geleden gepasseerd. Het is een aardige actieve man. Een echte autodidact, altijd in de weer met snoertjes en stekertjes. Regelmatig schrijft hij gedichten, verhaaltjes en componeert hij liedjes. Hoogtepunt was de compositie van het volkslied voor het dorp waarin hij woont. Vorig jaar heeft het plaatselijke koor het uitgevoerd, waarmee het officieel is geworden. Zelf is hij een meer dan verdienstelijk zanger van het Gregoriaans. Tussendoor knutselt hij allerlei handige dingetjes in elkaar voor hulpbehoevenden. En hij leerde mij zo goed rikken dat ik hem af en toe kan aftroeven.

Een jaar of twee geleden schafte hij zich tot ieders verrassing een computer aan. Een modelletje waarvan de jeugd het bestaan al niet eens meer kent. Vol trots liet hij ons zien hoe je Word-documenten kon openen. Een jaar later kreeg hij een moderne versie van de computer.

Gisteren belde mijn vrouw om naar zijn welzijn te informeren. Hij vertelde dat hij net de monteur had uitgelaten. De monteur? Ja, hij had Internet laten aanleggen, zei hij. En hij had ook een emailadres. Of zijn dochter even een mailtje wilde sturen om het te controleren. Tien minuten later belde hij terug. Rechts onderin stond een envelopje, wat hij nu moest doen? Mijn vrouw legde het uit. Het werkte. Ik weet zeker dat hij de rest zelf wel uitvindt.

Mooi he, dat iemand op die leeftijd nog de luiken naar de wereld open gooit.








Toine


Nog twee nachtjes slapen en dan is het 1 april. Dat betekent dat je als journalist nog meer op je hoede moet zijn dan anders. Want een beetje lolbroek probeert jouw medium te misbruiken voor een 1 aprilgrap. Om nog maar te zwijgen van de mensen die proberen jou naar plekken te lokken om je daar vervolgens hartelijk uit te lachen.

Er zijn vernuftige grappen bij, waarbij je drie keer goed moet lezen om er achter te komen dat je gefopt wordt. Maar er zijn er ook bij waar de ongein zo duimendik bovenop ligt dat het gewoon niet leuk meer is. We kregen er vandaag één van een lid van het Europese Parlement, wiens wiegje in Brabant stond. Toine Manders uit Asten-Heusden. Hij had blijkbaar deze week een uurtje over want hij stuurde een heel epistel.

’t Kwam er op neer dat er vanaf vrijdag een maatregel gaat gelden waardoor waterstofperoxide aan banden wordt gelegd. Om zijn lange mail kort te maken: dat zou betekenen dat er geen haarverven meer mogen worden gebruikt. Hij voert een fictief Tweede Kamerlid op dat hij laat zeggen dat het gevolgen zal hebben voor Nederlanders die hun identiteit ontlenen aan hun haarkleur, zoals de heer Wilders.

Wie zei dat Europarlementariërs saaikloten zijn? Manders in ieder geval niet. Altijd lachen met die gast.








Cultuur


Dik een jaar geleden daagde de Volkskrant mensen uit een artikel te schrijven dat begon met: “Als ik staatssecretaris van mediazaken was dan . . .”.  Nico Haasbroek beet het spits af. Ik schreef daarna dat ik vond dat de omroepen productiehuizen moesten worden en dat de invulling van de verschillende televisienetten veel strakker georganiseerd moest worden.

Medy van der Laan komt nu met een soortgelijke oplossing. Maar zij gaat een stap verder. Ze wil het amusement om het amusement van de publieke netten weren. Dat zou ik niet durven, dat kost namelijk kijkers, dus inkomsten, dus extra subsidie.

Ik “verheug” me nu al op de aangekondigde definitiediscussie (ik heb het woord niet verzonnen, hoor). Er zal worden gediscussieerd over de vraag of een programma wel of geen cultuur is, danwel plat amusement. Van der Laan zelf vind Jantje Smit cultuur. En daar is geen speld tussen te krijgen. Jantje Smit is één van de belangrijkste exponenten van de Nederlandse cultuur.

Kopspijkers wordt door Van de Laan ook aangeprezen. Volgens haar baseren veel mensen hun politieke mening op datgene wat er in Kopspijkers over wordt gezegd. Ik ben een liefhebber van dat programma, maar ik kan Medy op dat punt even niet volgen. Wat ik wel weet is dat de VARA naast Jack Spijkerman een cabaretier heeft gezet als co-presentator zodat ze het programma onder cultuur konden scharen. Ik denk dat ze zich kapot lachen nu ze zelfs als opinionleaders worden aangemerkt.

Ik verwacht dat de omroepen de komende tijd allerlei labels aan programma’s gaan hangen waardoor u er in dingen in gaat zien die u in uw stoutste dromen niet had durven durven. Ik stel voor dat we een grote debatavond organiseren die live op TV wordt uitgezonden. Dan moeten we dat wel doen voordat Van der Laan haar zin krijgt, want groter amusement kan ik me niet voorstellen.








Akkoord


Er is een akkoord tussen D66, CDA en VVD. Het heet: Paasakkoord. De eerste keer verstond ik Paars Akkoord. Dom natuurlijk. Over dat akkoord wordt in de kranten van morgen ongetwijfeld uitvoerig geschreven, maar al die woorden zullen niet het beeld kunnen overtreffen dat ik zondagavond in het NOS-Journaal van acht uur zag.

Het verhaal over het akkoord werd verteld door de presentator. Het ondersteunende beeld liet ons zien dat er een persconferentie was geweest. Ik zag Boris Dittrich achter een staande microfoon, geflankeerd door Jozias van Aartsen en Maxime Verhagen. De scène begon op het moment dat die persconferentie was afgelopen, want de heren draaiden het journaille de rug toe en liepen weg. En toen kwam dat beeld: Maxime legde een bemoedigende hand op de schouder van Boris. Daarna sloeg Jozias half-en-half vaderlijk zijn arm om Boris’ schouders. Die scène vertelde meer dan alles wat ik er morgen over zou kunnen lezen.








Spotten


Wij waren thuis niet christelijk. Onze vriendjes van het gezin achter ons wel. Wij flapten er van alles uit en soms zeiden die vriendjes dat wij spotters waren. Wij spotten met het christelijk geloof. Hun christelijk geloof. Wisten wij veel.

Later, toen ik volwassen was, heb ik me alsnog laten dopen en heb ik belijdenis gedaan. Daarna heb ik tien jaar allerlei bestuurlijke functies vervuld binnen de protestantse kerk, maar sinds een jaar of tien heb ik dat instituut weer vaarwel gezegd. Op een dag zal ik mij vast wel weer in genade laten aannemen, maar wanneer, dat weet alleen . . .

Ondanks alles ben ik nog steeds van mening dat je met geen enkel geloof mag spotten. Bekritiseren ja, maar niet spotten. Toen ik dit stukje dan ook wilde beginnen met “het is volbracht”, schrok ik daar zelf een beetje van. Zo begin je op Eerste Paasdag geen banaal stukje.

Wat is er dan volbracht, zult u denken. De verbouwing. Ik heb gisteren en vandaag (vroeger zou ik dat nooit op Eerste Paasdag hebben gedaan) de hal geverfd. Daarmee is – wat mij betreft – de verbouwing van ons huis klaar. De schilders moeten de nieuwe voorgevel nog sauzen en de nieuwe kozijnen nog schilderen, maar ik ben klaar. En eerlijk gezegd ben ik daar wel blij mee. Alles is prima verlopen, maar ik heb het wel weer even gehad met klussen. ’t Is weer tijd voor een goed boek.








Namen (35)


Rosenbaum, Avraham - rozenkweker in de Negevwoestijn
Roth - woordvoerder Duitse Groenen in discussie met de “roden”
Rothuizen - vastgoedhandelaar Breda
Rovers - criminoloog
Rozen Niek - architect Floriade
Ruikes Sylvia - mondhygieniste Hilvarenbeek
Ruit (firma) - zonweringbedrijf
Ruiter Kees de - organisator Jumping Amsterdam
Runderkamp - slager
Ruygrok Willemien - lesbisch emancipatiedeskundige
Ruyter Harry de - ruiter
Ruyters  paardesportartikelen Nuenen
Schaaf Tjalling - kaashandelaar








Film (The Woodsman)


Mijn makke is dat is ik het altijd opneem voor zwakkeren. In mijn ogen zit er in elk mens wel iets dat de moeite waard is. Op een enkele uitzondering na heb ik aan niemand echt een hekel. De enige groep mensen waar ik geen begrip voor heb zijn pedofielen. Van kinderen blijf je af. Punt uit. ’t Is ook het enige onderwerp waarover ik niet genuanceerd kan denken.

The Woodsman is een film van Nicole Kassell over de pedofiel Walter (Kevin Bacon) die na twaalf jaar gevangenisstraf een nieuw leven probeert op te bouwen. De enige woonruimte die hij kan vinden is tegenover een school en dat zorgt voor enige spanning in een film die traag is en nogal is uitgesponnen.

Toch intrigeert The Woodsman. Ik ging er vol vooroordelen naar toe, er van uitgaande dat mij een begripvol beeld van een pedofiel zou worden opgedrongen. Dat was niet zo. Walter is een man die geen sympathie oproept en die, door zijn verknipte geest, zijn eigen probleem in veel mensen en situaties weerspiegelt ziet. Ik vond dat Kevin Bacon een geweldige acteerprestatie neerzette.

De film geeft een goed beeld van de worstelingen van een pedofiel en dat gebeurt heel lang op een neutrale manier. Totdat Walter een andere pedofiel in elkaar slaat. Het is een scène die buiten de subtiliteit van de film valt, maar ik vond ‘m wel passen omdat het leek alsof Walter daar in gevecht was met zichzelf. Regisseur Kassell gaf daarmee ook toe aan het volksempfinden ten opzichte van pedofiele. Op dat moment verloor de film z’n neutraliteit. Dat appelleerde aan mijn onmacht om over dit onderwerp genuanceerd te kunnen denken,  ik kan me voorstellen dat anderen vinden dat dat afbreuk doet aan de film.








Lousewies


Het grote zwartepieten is begonnen. Volgens CDA en VVD is het de schuld van de PvdA. Volgens de Telegraaf ook. Thom de Graaf wijst zelf met de beschuldigende vinger naar de VVD. De Volkskrant suggereert verraad vanuit D66 zelf. Wilders heb ik nog niet gehoord, maar dat hoeft ook niet om te weten wie er volgens hem achter zitten.

’t Is wat allemaal. Ik hoop eerlijk gezegd dat D66 niet opstapt maar nog gewoon twee jaar mee blijft doen. Ik geef het toe: ik heb wel eens anders beweerd.

En toen was het even stil dezerzijds.

Oké, ik zal het zeggen. Ik moet er niet aan denken dat Lousewies van der Laan uit beeld verdwijnt. Zo, dat is er uit. Ik val op Lousewies. Hoezo nou gefronste wenkbrauwen en meewarige blikken. Ik val op Lousewies. Gewoon. Ik heb een zwak voor sterke hockeymeisjes. Mag ik ja? Heeft u geen afwijking? Is het normaal je kat stukjes te laten schrijven? Dus ik hoop maar dat D66 in de Tweede Kamer blijft.

Dat zal ook wel want als ze er nu de brui aan geven dan tekenen ze hun doodvonnis. En ze zullen toch zeker wel de veertig jaar vol willen maken? Of denkt u van niet? Tja, en wat als ze er wel de steker uit trekken? Dan verdwijnt Lousewies. Dan zou ik erg verdrietig zijn. Of het zou natuurlijk zo moeten zijn dat een andere partij zich over dit toptalentje ontfermt. Dat zou mooi zijn: Lousewies als de blanke Hirsi Ali. En dat ze dan bijvoorbeeld bij de PvdA gaat en ten strijde trekt tegen Tokkies.

Hé, ik krijg allemaal ballen in m’n buik.








Onbegrijpelijk


Paus verschijnt voor het open raam

ROME (ANP) - Paus Johannes Paulus II is woensdagmorgen enkele minuten voor het open raam verschenen om gelovigen op het Sint Pietersplein te begroeten. De kerkvorst zwaaide en zegende de menigte. De afgelopen dagen meldden Italiaanse kranten dat de gezondheidstoestand van de 84-jarige paus was verslechterd.


Welke idioot zet er nou zo'n zwaar zieke man voor een tochtig open raam????








Knekelhuis


Op de bovenste verdieping van het hoofdkantoor van Philips in Eindhoven waren vroeger een paar kantoortjes ingericht voor gepensioneerde topmannen. Ze konden daar hun zaakjes regelen in een passende ambiance. Er was zelfs een secretaresse ter ondersteuning. Zo konden ze, onder de hanenbalken, rustig afbouwen. Insiders noemden die hoek van het hoofdkantoor “Het Knekelhuis”.

Tegenwoordig vertrekken topmannen al lang voor de pensioengerechtigde leeftijd en meestal met een zak geld. Het knekelhuis staat volgens mij leeg. Bovendien is na de verhuizing van het hoofdkantoor naar het Dorp aan het IJ ook de mantelzorg voor bejaarde topmannen afgeschaft.

Het enige knekelhuis dat ik nog ken is de Eerste Kamer. ’t Is een plek voor uitgewerkte politici die daar in alle rust de herfstdagen van hun carrière door kunnen brengen. Ik heb het politieke nut van dit instituut nooit begrepen. Om de paar jaar laat de kukident los en zie je opeens dat de dames en heren regenten (want dat ben je als je op zo’n hoge leeftijd nog politiek bedrijft) tanden hebben.

Meestal blijft het bij wat gemummel. Maar nu is het opeens anders. Er bleek in het stofnest van de Nederlandse politiek geen meerderheid om de wet te wijzigen zodat de burgemeester rechtstreeks gekozen kan worden. En nu hebben we opeens een politiek probleem in ons land. Op het moment dat ik dit schrijf ligt minister Thom de Graaf waarschijnlijk nog te slapen. Als hij straks wakker wordt dan weet hij of hij door gaat als minister of niet. Ik ben benieuwd. Ik durf niets te voorspellen. Als hij consequent is stopt hij er mee. Hij zal toch zo langzamerhand wel inzien dat zijn partij alleen maar is gebruikt als bindmiddel.








Twente


De afgelopen dagen waren niet zo spannend. Of beter gezegd: spanningloos. Behalve natuurlijk zondagmiddag toen ik mij, ver verwijderd van de bewoonde wereld, af vroeg of PSV er in geslaagd zou zijn Ajax van het lijf te houden. In het dorpscafé van Tubbergen vertelde de jeugd mij dat de onzen met 4-0 hadden gewonnen.

De ontspanning was gepland. We hebben zondag, maandag en vandaag een deel van het Twentepad gelopen. Onze dagen waren gevuld met:

*  voldoende zon om de bleke winterhuid een voorjaarsteint te geven
*  veel, heel veel kwetterende vogels met als hoogtepunt de gele kwikstaart
*  traag stromende beekjes
*  veel te laat kraaiende hanen
*  bassende erfhonden
*  een geweldige primeur: Grolsch lentebok!
*  ronkende landbouwmachines
*  leuke hotelletjes (ga vooral eens naar de
Rozenstruik)
*  en natuurlijk aangenaam gezelschap (mijn lief en een goede vriendin van ons)

Kortom: Twente is een mooi land.

Net weer terug thuis zie ik dat u zich erg ingespannen heeft om onderbouwd te reageren op mijn stukje van zondag over een speciaal programma over de laatste verzetstrijders. Ik meen te mogen concluderen dat sommigen het verzet niet helemaal serieus nemen. Nou ja, een kritische kanttekening houdt de toekomstige helden scherp, zullen we maar denken.













Verzet



Eigenlijk heb ik iets stoms gedaan. Ik heb een reactie geplaatst bij meneer Hiram en achteraf had ik dat niet moeten doen want ik denk dat ik per ongeluk een klein goudmijntje uit handen heb gegeven. Hiram schreef over de dood van dr. Loe de Jong onder meer: Een paar dagen geleden overleed dr. L. de Jong en hoewel ik niet meteen begreep waarom, schrok ik daarvan. Inmiddels is me duidelijk wat de dood van de oude jood betekende: De Jong was een getuige. Van de vorige oorlog en de vorige periode van repressie.

Toen ik dat las realiseerde ik me dat er een moment komt dat er geen getuigen meer zijn van de Tweede Wereldoorlog en daar ging mijn reactie over. Ik spoorde daarin jonge aanstormende journalisten aan alvast in hun agenda te schrijven wanneer zij de primeur zouden kunnen hebben van de laatst levende getuige van de Tweede Wereldoorlog. Achteraf denk ik dat dat beter kan. Ik claim hier alvast het concept voor een geweldig televisieprogramma waarin de laatste verzetshelden van de oorlog hun laatste dagen slijten in een besloten omgeving met honderd camera’s.

Ik stel me zo voor dat je minstens een jaar of achttien geweest moet zijn om tot het korps van verzetshelden toegelaten te mogen worden. Laten we er van uitgaan dat het verzet meteen begon toen de oorlog uit brak (voor een TV-serie komt het allemaal niet zo precies). De jongste deelnemers zijn dus ergens in 1922 geboren. Omdat mensen de komende jaren steeds ouder worden mag je er van uitgaan dat die groep ergens tussen 2020 en 2025 uitsterft. Dat is net na mijn pensionering dus het zou voor mij een mooie schnabbel zijn om als adviseur mee te werken aan een programma.

Laten we dan die laatste helden bij elkaar in een verzorgingshuis zetten. Niet zo’n grote anonieme kolos, nee, een buitenhuis. Beetje type Schwarzwaldkliniek voor de sfeer. Alles wat ze hoeven doen is praten over hun verzetsheldendaden. Wij leggen het met camera’s allemaal vast. De serie duurt totdat de laatste verzetsheld live is gestorven. Wat een geweldig document moet dat worden voor het nageslacht van mijn nageslacht.

Omdat ik mar een een simpele rechttoe rechtaan journalist ben heb ik van het uitwerken van programmaconcepten niet zo’n verstand. Maar wie het idee kopen wil kan zich melden. In de jacht op exclusiviteit kun je er niet vroeg genoeg bij zijn. Toch?








Film (Hotel Rwanda)


Hotel Rwanda is een film Terry George. Het is het waar gebeurde verhaal van Paul Rusesabagina (Don Cheadle), die 1268 Tutsi's en gematigde Hutu’s redt van een vrijwel zekere dood door hen op te vangen in het hotel waarvan hij manager is. Het verhaal speelt zich af in 1994 toen in Rwanda in korte tijd bijna een miljoen mensen werden afgeslacht. En de wereld keek toe. Dat laatste is mij het meest bijgebleven van de film.

Paul Rusesabangina is geen held. Dankzij contacten die hij met dure sigaren en karrevrachten Scotch heeft opgebouwd ritselt en rommelt hij om mensen voor de dood te behoeden. Hij wordt een held tegen wil en dank. Maar ondanks al zijn goede relaties wordt hij uiteindelijk door iedereen in de steek gelaten, vooral door het westen. De film houdt het rijke westen een spiegel voor en het beeld is niet fraai.

Hotel Rwanda is geen gruwelijke film in die zin dat geweldsscènes de boventoon voeren. Het is wel een heftige, bij tijd en wijle emotionele film. Natuurlijk zie je beelden waarvan je maag krimpt, maar het gaat toch vooral over de strijd die Paul voert tegen iedereen die hem in de steek laat. Heel typerend is de scène waarin hij de vluchtelingen adviseert om elke invloedrijke persoon die ze kennen te bellen. Hij zegt dan dat zij het gesprek moeten besluiten met een vaarwel, zodat de mensen aan de andere kant het gevoel krijgen dat zij de laatste strohalm zijn. Ze moeten van Paul ook het gevoel krijgen dat ze zich kapot moeten schamen als ze niks doen. Onmacht en schaamte staan centraal in de film.|

Er wordt van de kijkers wel wat voorkennis verwacht, want het is geen film waarin de achtergronden van het conflict uitvoerig worden belicht. Aan de andere kant: is er een begrijpelijke verklaring voor de waanzin die Rwanda jarenlang in z’n greep hield?










Namen (34)


Reeth en Kaltenschnee - jury meest bijzondere WC (toilet dus)
Regter K.D. - advocaat in Amsterdam
Regtuyt T. - medewerker NS
Reinigert -  directeurTankcleaning Rotterdam
Remmen van - autodealer Nieuwegein
Rijk - bestuurslid stichting Bra­bantse uitkeringsgerechtigden
Rijken P. -  woordvoerder SNS-bank Den Bosch
Joop van Rijn en Huib Waal - leiding scholengemeenschap Lek en Linge Culemborg
Riool J. - hoofd van een voedingsdienst
Rippen, Chris -  voorzitter Genootschap Nederlandse misdaadauteurs
Roest - autoverkoper
Rog - vishandel in IJmuiden
Roozen - directeur bloembollenbe­drijf








Boos

De kou van de kale tegels in de hal trok via mijn ongeschoeide voeten snel op door mijn nog slaperige lichaam. Dat kwam omdat ik aan de grond genageld stond. Vanaf de deurmat schreeuwde de Volkskrant mij toe: “Balkenende heeft genoeg van cynisme”. Aan de grootte van de letters zag ik dat het menens was. De kou had mijn hart bereikt en sloeg om in schrik. Hoe vaak was ik op deze openbare plaats niet cynisch? En nu is Balkenende boos. Op mij.

Ik was meteen klaar wakker, zonder de drie bakken zwarte koffie die ik normaal nodig heb om lichaam en geest op gang te krijgen. Tijdens het ontbijt kwam ik er niet toe om de kranten goed te lezen. Ik kon me niet concentreren. Onder de douche bleef het maar malen in mijn hoofd. Balkenende is boos op mij.

Nadat de warme stralen een kwartier lang hun heilzame werk hadden gedaan werd ik wat rustiger en nu voel ik me wel in staat om te lezen waar dat verhaal nou precies over gaat.








Politiek


’t Was maar een tussenzinnetje dat vanmorgen mijn aandacht trok. In de Volkskrant stond een artikel waaruit bleek dat het CDA vindt dat krantenconcerns mogen blijven groeien. Kamerlid Atsma vindt dat krantenuitgevers best zelf voor pluriformiteit kunnen zorgen. Atsma maakt zich alleen zorgen over de monopoliepositie van regionale kranten. En dan komt dat zinnetje: “Volgens hem slaan verslaggevers zelfs raadsvergaderingen over omdat ze toch geen concurrentie hebben”. Als je dat ’s morgens om zes uur in een vrijwel lege treincoupe leest dan kun je omstandig op je voorhoofd wijzen, toch geen mens die het ziet. ’t Is namelijk gelul. Gemekker van een politicus.

Dan nu de nuance. Ik heb in mijn leven honderden raads- en commissievergaderingen verslagen en ik heb er nooit eentje overgeslagen omdat ik geen concurrentie had (die had ik op sommige plekken inderdaad niet). Als je er eentje over sloeg was het omdat er niks bijzonders op de agenda stond. En dat kwam nogal eens voor. Ik denk dat het bij de meeste regionale kranten nog steeds zo gaat. Ik lees elke dag vele edities van verschillende regionale kranten, dus ik kan dat aardig beoordelen.

In de regionale radio- en televisiewereld, zo heb ik gemerkt, is het anders. Regionale RTV-bedrijven hebben een andere functie dan regionale kranten met plaatselijke edities, dus we doen alleen raadsvergaderingen als er echt iets bijzonders is. Maar ik moet toegeven dat veel RTV-journalisten allergisch zijn voor raadsvergaderingen. Ze houden sowieso niet van vergaderingen. ’t Is een wereld van snel scoren en ’t liefst zo smeuïg mogelijk. En dat doe je niet bij een politieke vergadering. Of er moet een relletje zijn.

Maar om te roepen dat journalisten raadsvergaderingen over slaan omdat ze toch geen concurrentie hebben is gelul. Politici die dat roepen moeten in de eerste plaats eens kijken waarom journalisten – en burgers ook trouwens, want de publieke tribunes zijn vaker leeg dan vol – verstek laten gaan. ’t Zou wel eens te maken kunnen hebben met het oeverloze geneuzel in die vergaderingen. Sinds de invoering van het dualisme is het er niet beter op geworden. Wethouders worden steeds professioneler en zijn niet meer afhankelijk van hun fractie. En die fracties bestaan steeds vaker uit goedwillende amateurs die door de achterban zijn gestuurd. Dat botst keer op keer. Nog nooit zijn er zoveel wethouders opgestapt als de laatste jaren.

En dan komt er straks een gekozen burgemeester. Een professional die er volop in gaat om zijn programma te verwezenlijken. Als die niet flink wat bevoegdheden krijgt loopt hij te hoop tegen al die boeren, burgers en buitenlui die de gemiddelde gemeenteraad bevolken.

Misschien dat Atsma er eens een avondje bij moet gaan zitten. Hoewel, hij is politicus, hij vindt het vast leuk.








Vragen


Ik ben weliswaar een filmliefhebber, maar ik hou niet van James Bond-films. Die vind ik zo simpel. Vier spectaculaire scenes met daar omheen een flinterdun verhaaltje. ’t Komt altijd op hetzelfde neer. Mijn vrouw daarentegen mag graag zalig niets doen bij een James Bond-film. Vooral als Pierce Brosnan de hoofdrol speelt. (Daar heeft ze onlangs dingen over gezegd waarbij ze woorden gebruikte waarvan ik niet eens wist dat ze ze kende.) Dankzij de dvd-recorder keek ze gisteravond naar “ Tomorrow never dies”.

Omdat ik door een opkomend griepje te lamlendig was iets anders te doen heb ik mee gekeken. Ongelofelijk wat een simplisme. U kent het wel: de militairen van de vijand zien er indrukwekkend uit, maar slagen er met z’n allen niet in om 007 ook maar één keer te raken, terwijl de held met één salvo zomaar vier mensen uitschakelt. Ik ga mij dan de hele film zitten afvragen wat de vijand voor een eikel is dat hij zulk slecht personeel aanneemt. En wat zouden die dan voor een opleiding hebben?

Er zit een achtervolgingsscene in door een Vietnamees stadsdeel. Bond rijdt met zijn motorfiets de halve wijk aan flarden. En dan ga ik me zitten afvragen hoe al die arme mensen hun nering weer op poten krijgen. Zijn ze wel goed verzekerd? Maar volgens mijn vrouw zijn dat geen vragen die je bij een James Bond-film moet stellen. Daar moet je je sowieso niks bij afvragen.

Maar toch. Aan het eind van de film ligt Bond op een wrak van een stealthboot in de armen van een chinese schone. Ergens midden in de Chinese Zuidzee. Ze worden gevonden door een boot van de Royal British Navy, maar ze houden zich schuil omdat ze nog even van elkaar willen genieten. De boot vaart weg.

En dan vraag ik mij toch af: hoe komen die twee nou thuis?








Klooster


Het aardigste verhaal las ik vanmorgen in de Telegraaf. Topambtenaar Vital Moors van het ministerie van LNV geeft zijn hele bestaan op om bedelmonnik te worden in Thailand. Niet voor een week of een maand, maar de rest van zijn leven. Hij laat alleen een oude vader en een broer achter. Ik ben jaloers dat iemand die mogelijkheid heeft en dat dan ook doet.

Hoe vaak heb ik niet geroepen dat het mij heerlijk lijkt om de rest van mijn leven als monnik te slijten? Ver weg van de woelige wereld. Geen gezeik meer op m’n werk. Niet meer wachten op tochtige stations. Geen confrontaties meer met problemen die niet direct de mijne zijn maar die mij wel uit mijn slaap houden. Gewoon weg, heel ver weg in een klooster zonder kranten, zonder televisie.

’s Morgens tegelijk met de kwetterende vogels op, een stuk brood en een kroes water. Daarna een beetje in de tuin schoffelen. Vervolgens een uurtje of wat op m’n gemakje bidden, een bordje stamppot, dan een kroes koel schuimend kloosterbier, nog even kijken of de kippen goed op hun stok zitten en weer vroeg onder de wol.

Na zo’n ontboezeming kijkt mijn vrouw mij altijd hoofdschuddend aan. “Vluchtgedrag,” zegt ze dan. “Jij zou de druk van het dagelijks leven en van je werk helemaal niet kunnen missen.”
“En jou natuurlijk ook niet,” zeg ik dan tactisch en welgemeend. Dan lachen we wat en gaan verder met leven.

Maar toch. Al ver voordat het verplicht was loop ik dagelijks met mijn paspoort op zak. Want je weet het nooit. Hoewel, ik geloof dat ik denk dat ik het wel weet . . .








Gouden Eeuw


Over honderd jaar schrijft de achterkleinzoon van Dan Brown een boek over een mysterieus land dat na een klimaatverandering helemaal onder water verdween. Net op het moment dat dat land en Nieuwe Gouden Eeuw beleefde. In het verhaal gaat een man op zoek naar de basis van die NGE, een geheimzinnige Onafhankelijkheidsverklaring van ene Geert, een politicus.
Brown IV ontdekt iets heel bijzonders. Die Geert blijkt een paar jaar eerder op het terrein van de beroemde bedevaartplaats voor Bekende Nederlanders, ook wel Hilversum genoemd, te zijn neergeschoten. Iedereen dacht dat het lichaam van deze politicus in Italie was begraven, maar de kleine Brown ontdekt na een bloedstollende nachtelijke zoektocht over de begraafplaats dat de kist leeg is. De politicus was niet dood. Vrienden hebben zijn lichaam verduisterd en in het geheim laten herstellen.
Daarna zetten ze hem een pruik op en gaven hem een andere identiteit, zorgvuldig opgebouwd na een periode van lange afzondering op een geheim militair complex. De Onafhankelijkheidsverklaring, die uiteindelijk wordt ontdekt in een safe-house bevestigt de ware toedracht van het verhaal.

Tot zover de fictie. De werkelijkheid is dat Geert niet de vermoorde politicus is, maar slechts zijn gedrag kopieert. Zijn Onafhankelijkheidsverklaring is op dezelfde populistische leest geschoeid als de beginselen van Pim Fortuyn. Het enige verschil, zo heb ik Geert horen zeggen, is dat hij de oplossingen erbij heeft geschreven. Het vervelende voor Geert is evenwel dat hij nog niet een tiende van de charisma van Fortuyn heeft zodat het mij onwaarschijnlijk lijkt dat Wilders ooit een beweging uit de grond zal kunnen stampen die er toe doet.

Zo bekeken is zijn Onafhankelijkheidsverklaring niet de moeite waard om je druk over te maken. Eén ding houdt mij wel bezig. Hij vindt dat de politiek in handen is van de elite en wil die teruggeven aan het volk. Zodra mensen beginnen over “het volk” word ik wantrouwig. Wie bedoelen ze daar mee? De gegoede middenstand, het ambtenarendom, yuppen, Randstedelingen, provincialen, protestanten, katholieken, moslims, tokkies? Het volk is nogal divers. In ieder geval bedoelen ze mensen die dom genoeg zijn om zonder na te denken achter een vermeende verlosser aan lopen.

Eén geluk hebben deze volksmenners: het volk leert nooit van z’n fouten. Er blijft dus altijd een kleine kans dat mijn theorie dat Wilders het niet redt door de werkelijkheid wordt achterhaald. Het echte leven is immers altijd vreemder dan de meest bizarre fictie.








Bankje


Ik was gisteravond in een klein theatertje ergens in de provincie. Niet als toeschouwer maar als man van. . . Marlies zong er niet zelf, ze presenteerde een concertavond. Een schnabbel zal ik maar zeggen. ’t Theatertje is zeer geliefd bij alle grote Nederlandse cabaretiers en andere kleinkunstenaars. Ze proberen er allemaal hun voorstellingen uit.

We, nou ja Marlies, kreeg de grote kleedkamer toegewezen om haar dagelijkse kloffie te verruilen voor presentatiekleding. In die kleedkamer lag een boek waarin al die groten der Nederlandse klei- en zandgronden een paar aardige regels over het theatertje, het personeel en het publiek kunnen schrijven. Een collectorsitem voor verzamelaars van kleinkunstspullen lijkt me.

In die kleedkamer stond ook een bank waarop al die beroemdheden voor aanvang van de voorstelling zich even neervlijen om de opperste concentratie te krijgen. En ik heb het gewaagd om mijn nederige lichaam een half uur op datzelfde bankje te draperen en er een klein uiltje te knappen.

Ja, ja een mens maakt wat mee op een doorsnee zaterdagavond.








Namen (33)


Praat mevr. v.d. -  voorlichter Unites Garanti Bank
Praat Roel - plv dir. voorlichting ministerie VWS
Prick - arts
Priester - cursusleidster theologische vorming
Prikker - huisarts in Deventer
Proper-Kreukniet - echtpaar
Pupil J. - opticien in Frankrijk
Putten B. van - burgemeester Putten
Raatgever - predikant
Ramp - tandarts Kootwijkerbroek
Rasmussen, dr. Pamela - armerikaanse ornithologe
Rechter de -advocaten in Hulst en Terneuzen
Redelijkheid De - medewerker juridische afdeling Provincie Gelderland








Wapverhaal


Je vlagt, zeiden mensen in mijn jonge jaren als je interlokje onder je bloes uit kwam. Of, bij meisjes, als de onderjurk onder de bovenjurk uit kwam. Je wist niet hoe snel je je kleding moest fatsoeneren, want vlaggen was ordinair. Nu zal niemand meer zeggen dat je vlagt want het is heel gewoon dat onderkleren te zien zijn. ’t Hoort tegenwoordig bij het modebeeld. Bestaan er eigenlijk nog interlokjes en onderjurken?

Het enige dat nog vlagt zijn vlaggen. En daar wil ik het eens even over hebben. Op het industrieterrein waar de studio van Omroep Brabant is weggestopt wapperen heel veel vlaggen. Dat was me eigenlijk nog nooit zo opgevallen, maar toen ik vanmorgen in alle vroegte aan kwam fietsen op het industrieterrein dacht ik aan de wind, want volgens mijn gevoelstemperatuur waait het de laatste weken veel en hard, geloof ik. En elke keer komt de wind uit een andere hoek.
Vanmorgen viel het me zelfs op dat de wind uit een andere hoek waaide dan de vlaggen van het eerste bedrijf deden vermoeden. En dan ga je er op letten, op die vlaggen. Bij vrijwel elk bedrijf wapperen bedrijfsvlaggen. Bij onze studio wapperen er zelfs drie. Eentje van Omroep Brabant, eentje van onze reclamepoot TV8 en eentje van onze toeristische poot Uit in Brabant. Die wapperden allemaal dezelfde kant uit, dus dat zit wel goed.

Maar ik vraag mij wel af waarom bedrijven vlaggen. Wat is daar het nut van? Naamsbekendheid kan het niet zijn, want het grootste deel van het jaar hangen die vlaggen maar wat te hangen en zijn het niet meer dan lapjes stof aan een paal. Bovendien heeft elk bedrijf lichtreclame die je al kilometers ver tegemoet schettert. En als die vlaggen tegengesteld wapperen aan de windrichting dan heb je er als fietser ook niks aan. Ik denk dat vlaggen nutteloos zijn en het vlaggen zelf geen nut heeft.








Film (Vera Drake)


Vera Drake is een film van Mike Leigh. Het is het verhaal van een eenvoudige moeder die al weldoend door het leven gaat. Wie in de armoedige wijk waarin Vera woont haar hulp nodig heeft doet nooit tevergeefs een beroep op haar. Ze poetst, helpt zieken en is de spil van een gelukkig gezin in het Engeland van 1950.
Zonder dat haar man en kinderen het weten voert Vera ook illegaal abortussen uit. Niet voor het gewin, maar om vrouwen te helpen. Vrouwen die in armoedige omstandigheden leven en het hoofd nauwelijks boven water kunnen houden, meisjes die verkracht worden. In die zin is de film niet alleen maar het verhaal van Vera en haar familie, maar ook film over sociale ongelijkheid.
Het eerste deel van de film is even doorbijten. De karakters zijn bijna karikaturaal. Het kantelpunt is als de politie in de woning van de Drake’s komt om Vera op te halen. De scène waarin de inspecteur zich voorstelt en Vera alleen maar zegt: “I know why you are here” zal over vijftig haar klassiek zijn. In drie seconden verandert de blije Vera in een gebroken vrouw. Meesterlijk. Actrice Imelda Staunton stijgt op dat moment boven zichzelf uit.
Vanaf dat moment moet je niet meer alleen glimlachen om dat nijvere vrouwtje, maar wordt je meegezogen in haar leed. En als de rechter uiteindelijk zijn vonnis begint te formuleren hou je je adem in. Op het moment dat hij het uitsprak kon ik nauwelijks de neiging onderdrukken om keihard boe te roepen.








Emotie

Vrouwen kunnen dit stukje overslaan. ’t Gaat over voetbal.

Als kind hing mijn jongenskamertje vol met elftalfoto’s. In de jaren tachtig gaf ik niks om voetbal. Pas toen ik in Brabant ging werken laaide het vuurtje weer op. Bij een journalistieke organisatie in een provincie met zoveel betaald voetbalclubs kun je je er niet voor afsluiten. Tot vijf jaar geleden was ik nog maar een keer of vijf in een voetbalstadion geweest.

Vier jaar geleden kocht ik samen met mijn jongste zoon een seizoenskaart voor FC Den Bosch. De enige reden was dat ik hem dan tenminste één keer in de veertien dagen zou zijn. Het contact met mijn zoon groeide, met FC Den Bosch ging het snel bergafwaarts. Ze degradeerden. Mijn zoon stelde na die degradatie voor om een seizoenskaart voor PSV te kopen. Dat was eigenlijk zijn grote liefde. Ik besloot mee te gaan. Want op de winderige tribune van het Bossche stadionnetje langs de spoorlijn Den Bosch-Nijmegen groeide mijn liefde voor de sfeer die bij voetbal hoort.

Ik begrijp nu wat mensen bedoelen met de opmerking: sport is emotie. En ik begrijp nu hoe keurige mannen gillend en schreeuwend op de tribune kunnen staan. Zelf ben ik niet zo uitbundig, maar als PSV flink scoort kom ik schor thuis. En dat is dit seizoen gelukkig nogal eens. Gisteravond wonnen “we” van AS Monaco. Twee keer vlogen Poes&Broer onder de bank omdat de baas oerkreten slaakte die ze nog nooit in huize De Vries hadden gehoord. Sport is emotie.

Waarom schrijf ik dit? Omdat ik na afloop van de wedstrijd Jack van Gelder en Willem van Hanegem het spel hoorde becommentariëren. Ze hadden een wat onbestemd gevoel omdat het niet zo’n mooie wedstrijd was geweest. Daar hadden ze gelijk in, maar daar gaat het niet altijd om. Sport is emotie.
Ze vroegen zich zelfs af of dat nou typisch Nederlands was dat ze zo onderkoeld deden. Uit ervaring weet ik dat echte Nederlandse voetballiefhebbers helemaal niet zo onderkoeld zijn. ’t Is typerend voor de knabbels en babbels van de sportjournalistiek. Nou ja, journalistiek, ik zou dit liever egotripperij willen noemen. Wie sprak ook alweer de legendarische woorden: “Jack van Gelder? Is dat niet die man dankzij wie Marts Smeets zo intelligent lijkt?”








Zware belasting


Gisteren was het de spannendste dag van het jaar, ik moest mijn belastingformulier laten invullen. Ik heb al 15 jaar dezelfde adviseur. Toen ik de eerste keer bij hem kwam bewoonde hij een statig herenhuis met een gelambriseerd kantoor. Later verhuisde hij naar een chaotisch kantoor in een sjebbie kantoorverzamelgebouwtje. Nu heeft hij z’n kantoor op een slaapkamertje in een nieuwbouw rijtjeshuis.
Het intrigerende aan hem is dat het hem economisch steeds minder lijkt te gaan terwijl zijn uitstraling elk jaar jeugdiger wordt. Ik vermoed al jaren een jonge veeleisende vriendin. Maar ik weet niets van hem en hij weet niets van mij behalve m’n financiële hebben en houwen.
Het is een man van weinig woorden. Hij bekijkt zwijgend mijn papieren en maakt met een potlood aantekeningen op een ruitjesvel. Getalletjes keurig onder elkaar. Dan reikt hij mij zwijgend de papieren weer aan, kruipt achter zijn computer en begint te typen, zwijgend.
Ik staar wat rond, maar behalve ordners en een historische kaart van Brabant is er niets te zien. Dit jaar hangt er voor het eerst een foto van een baby. ’t Kan z’n kleinzoon zijn, maar ook z’n tweede leg. Na een tijdje begint de printer te ratelen en spreekt hij voor de vijftiende keer het verlossende woord: “U gaat ontvangen”. Mijn opluchting is groot, de stilte is verbroken.

Het bovenstaande stukje heb ik vorig jaar maart geschreven. Ik had toen nog geen weblog dus behalve mijzelf heeft niemand het ooit gelezen. Al die tijd heeft het in de krochten van mijn computer gewacht op de dag dat ik het zou kunnen gebruiken, want één ding wist ik zeker: het zou dit jaar niet anders zijn. Ik hoefde alleen 15 te veranderen in 16. Maar hoe vergiste ik me.

Het invullen van de formulieren duurde gisteren twee keer zo lang, want we hebben bijna een uur gepraat. Hij heeft  zijn hart gelucht, ik was tot tranen toe geroerd. Hij vertelde me over zijn zoon, die twaalf jaar geleden drie maanden in het gevang had gezeten omdat hij iemand had doodgereden; die een kindje verloor door verdrinking (de foto in het kantoortje!); wiens vrouw hem verliet drie maanden nadat er een nieuw kindje was geboren; die toen een ongeluk kreeg waardoor hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt was geworden en waardoor zijn bedrijfje op de fles ging. Ik begreep als vader toch wel dat je altijd zorgen blijft houden over je kinderen, hoe oud ze ook worden.

Hij vertelde over zijn eigen sores. Het statige herenhuis dat hij kwijtraakte aan advocatenkosten als gevolg van een rechtzaak. Twee keer won hij, maar hij verloor wel zijn kapitaal. In die tijd verliet zijn vrouw hem, dat kostte hem de rest van z’n geld waardoor hij geen pensioen kon opbouwen. Daarom werkt hij al een paar jaar door na zijn 65ste. Ik had hem tien jaar jonger geschat. Inmiddels heeft hij een nieuwe relatie. Zijn vriendin is ernstig ziek.

Mijn God, wat een leed en al die jaren heb ik dat niet geweten. Ik durfde niet te vragen wat er was geworden van de twee honden  die vroeger vrolijk blaffend door het statige herenhuis dartelden.








Internationale Vrouwendag


Het is Internationale Vrouwendag. Daar kun je als weblogger niet omheen. Zeker niet als je man bent. En helemaal niet als geëmancipeerde man. Toch? Maar wat schrijf je dan? Ik begin gewoon ergens.

Ik ben gevormd door een vrouw, mijn moeder. Niets ten nadele van mijn vader. Hij zorgde er voor dat wij altijd het mooiste houten speelgoed van de buurt hadden, maar voor de gesprekken over emoties, zorgen en vreugde ging je naar moeder. Tot ver in de pubertijd was ze de spil in mijn leven.

Daarna kwamen er andere vrouwen en kwam er een huwelijk. In de laatste fase daarvan waren het vrouwen die mij uit alle crises sleepten. Zij voorkwamen dat ik afgleed in alcoholisme, zij lieten mij zien dat een leven van louter strijd niet normaal is. Zij luisterden naar mijn lulverhalen, naar mijn huilbuien en naar mijn serieuze problemen.

Na de scheiding was het een vrouwelijke hospita die mij enkele maanden opving en bemoederde totdat ik weer op eigen benen kon staan. En toen ontmoette ik mijn huidige vrouw. Die veegde me bij elkaar, zoals ze het zelf wel eens heeft genoemd en die leerde mij wat levensvreugde is. En passant zorgt ze er voor dat ik mijn problemen met mijn zonen de het hoofd kan bieden.

Sterke vrouwen hebben mij op cruciale momenten altijd precies op tijd aan m’n haren uit de put gehaald. Ik begrijp best dat feministes nu zeggen dat ik me laat bemoederen en dat de vrouwendag nou juist bedoeld is om dat soort stereotiepen van vrouwen tegen te gaan. ’t Zij zo. Als de vrouwen in mijn omgeving mij maar begrijpen.








Losse gedachtenstroompjes


’t Wordt boekenweek. Daar kun je als regionale omroep niet omheen. Dus wij denken, denken, denken. Iets met Brabanders die al jaren tevergeefs met een manuscript leuren? “Die beginnen allemaal een weblog,” zei een vriendelijke collega van de bureauredactie radio. “Daardoor is het internet verworden tot het grootste kerkhof van mislukte schrijvers.”

O ja, nog wat. Toen ik vanmorgen binnen kwam was iedereen in jubelstemming: Frans Bauer was vader geworden van een derde kind: Frans Bauer junior. Een belangrijker gespreksonderwerp zou zich vandaag niet meer aandienen. Dachten we. Aan het begin van de middag kondigde onze hoofdredacteur Jan Kriek aan dat hij per 1 juni vertrekt. Hij gaat terug naar de EO, waar hij hoofdredacteur van Netwerk wordt. En meteen waren Frans senior en junior naar de achtergrond verdreven. Kijk, dat je bij Omroep Brabant vertrekt om ergens anders meer met journalistiek dan met managen bezig te kunnen zijn kan ik begrijpen. Maar kondig dat dan niet aan op de dag dat de Bauers op je redactie in het middelpunt staan. Dat is zielig. Voor de Bauers.








Tijgernootjes


Wie kookt bepaalt. Dat is een simpele maar duidelijke regel, die wij al jaren hanteren. Ik kook, dus ik bepaal wat er op tafel komt en ik doe de boodschappen. Mijn vrouw heeft daar wonderwel nog nooit tegen geprotesteerd. Ze is zo makkelijk.

De boodschappen doe ik in m’n eentje want alleen dan komt de militaire precisie waarmee ik dat doe volledig tot z’n recht. Ik maak een boodschappenlijst waarbij ik virtueel door de supermarkt en de rest van het winkelcentrum ga. Als je al zoveel jaren boodschappen doet in dezelfde supermarkt kun je dat bijna blindelings. Op de groentenafdeling willen ze de dingen nog wel eens door elkaar husselen, maar verder houdt mijn supermarkt zich keurig aan de ongeschreven overeenkomst met de vaste klanten.

Op de boodschappenlijst komt precies te staan wat ik de komende dagen nodig heb en het komt maar zelden voor dat er bij de kassa iets in mijn karretje ligt dat niet op mijn lijstje stond. Ik ben geen mens van impulsieve aankopen. Soms ga ik mij te buiten en koop ik voor mijzelf spontaan een zakje tijgernoten. Dat gebeurt op dagen dat ik ’s morgens al weet dat ik ’s avonds mijzelf over geef aan de televisie. Niet dat ik mij als simpele consument gedraag, nee ik ga genieten van het door mijzelf zorgvuldig met behulp van een dvd-recorder samengestelde aanbod. En daar horen tijgernoten bij als symbool van het zalig nietsdoen. Ook als PSV uit speelt en ik de wedstrijd via de buis moet volgen knal ik er ook een zakje tijgernootjes tegenaan. Om zo, al malend met de kaken, de spanning in toom te houden.

De tijgernoten liggen in mijn supermarkt altijd op dezelfde plaats: vierde gang, bovenste schap, derde rekje van rechts. Ze hebben een groene verpakking, dus er kan niks mis gaan. Blind gaan ze in het karretje. Gisteravond was zo’n niets-avond. Ik pakte het groene zakje uit de kast. “He,” zei mijn lief, “ben je van de tijgernoten af”. Ik keek. ’t Zakje had dezelfde groene kleur als altijd, maar op de verpakking stond dat ik de avond zou moeten doorbrengen met geroosterde pinda’s. En dat zijn geen tijgernoten met baconsmaak. DAT ZIJN HELEMAAL GEEN TIJGERNOTEN MET BACONSMAAK!!!!!

Ik voelde me genaaid door de afdeling marketing van Duyvis, door de supermarkt, door iedereen. Ze hebben gewoon zakjes met geroosterde pinda’s in dezelfde kleur verpakking op de plaats van mijn tijgernootjes gezet. En in die marketingtruc ben ik getrapt. Maar ze zullen mij niet hebben. Ik laat mij geen geroosterde pinda’s opdringen. Wat denken die marketingpiepeltjes wel. Woensdag speelt PSV uit tegen Monaco. Drie keer raden waarmee deze jongen voor de buis zit.








Relletje


Wat zal ik blij zijn als het vrijdag is. Ik prakkiseer me suf over het verband tussen het politieke relletje over de gekozen burgemeester en de islam. En ik kan niet uitstaan dat ik die link niet kan vinden. Sinds gistermiddag duidelijk werd dat de PvdA D66 gaat dwarsbomen loop ik al stampvoetend door het huis, maar ik ben bang dat ik zal moeten wachten tot vrijdag. Want dan vergadert het kabinet pas en dan pas wordt er gesproken over de link tussen dit relletje en de islam. Als ik een beetje geluk heb is Hans “ donor” Hoogervorst er eerder uit en laat hij dat via de media alvast lekken. Maar tot die tijd blijft het piekeren. Wat zie ik nou over het hoofd??








Film (Modigliani en 2046)


Eigenlijk ga ik best vaak naar de film. Zeker nu de Bossche cultuurtempel “De Verkadefabriek” geopend is. Een minuut lopen en ik zit in één van de drie filmzaaltjes. 2700 voorstellingen per jaar hebben ze ons beloofd. Ik heb geen verstand van film. Ik ben een pure liefhebber. Ik matig mij niet aan dat ik een afgewogen oordeel kan geven over welke film dan ook, maar ik wil toch af en toe mijn indrukken hier neer schrijven. Gewoon omdat ik het leuk vind en omdat er misschien mensen zijn die een heel andere mening hebben. Dat is eigenlijk nog het meest interessant.

Modigliani

Zaterdagavond zag ik Modigliani van Mick Davis, het verhaal van de alcoholistische schilder uit Livorno, die rond 1920 in Parijs leefde en werkte. Het gaat vooral over de competentiestrijd tussen de door drank en drugs aan lager wal geraakte Amadeus Modgliani en de succesvolle Pablo Picasso. En in die strijd blijft de film een beetje hangen. Er wordt een stereotiep bohemiensfeertje gecreëerd rondom de twee schilders, dat eigenlijk nergens uitgediept wordt. ’t Is een film met soms prachtige plaatjes, maar inhoudelijk is het erg voorspelbaar.

2046

Hoe anders was de film 2046 van Wong Kar-wai, die ik zondagmiddag zag. Een meesterwerk. Volgens sommigen is het een sf-film, maar daar zou ik ‘m niet onder scharen. Het is een verhaal van de schrijver Chow (Tony Leung) die in een obscuur hotel in Hong Kong werkt aan een sf-verhaal. In de kamer naast hem – nummer 2046 – woont een prostituee met wie hij een bijzondere relatie krijgt. De film doet wat fragmentarisch aan, de zoektocht naar de verloren liefdes en de emoties die daarbij horen vormen een duidelijke verbinding. Er is dicht op de huid van de acteurs gedraaid waardoor de scenes heel klein zijn gehouden met veel aandacht voor details. En dat levert prachtige, kunstzinnige beelden op. Ik vond de film echt een ode aan de cinematografie.








Eng


Er zijn dingen waarover ik geen mening heb. Orgaandonatie bijvoorbeeld. Zodra ik bloed of verminkingen zie word ik onpasselijk. Ik vind het eng om met een briefje in mijn portefeuille rond te lopen waarop staat dat ze mijn organen er uit mogen halen.  Anderzijds zal het mij een zorg zijn als ze na mijn dood mijn organen wegnemen om er iemand anders mee te redden. De regeling dat iedereen donor is, mits hij of zij nadrukkelijk aangeeft dat niet te zijn, past bij mijn gedrag om mijzelf te verstoppen voor dit soort enge beslissingen. Ik laat dat graag aan anderen over.

De hele discussie hierover boeit me dan ook niet zo. Totdat ik afgelopen week las dat minister Hoogervorst vond dat mensen die donor zijn voorrang zouden moeten krijgen in het ziekenhuis. Wat mij vooral trof was dat hij expliciet moslims afwees, die volgens hem geen organen willen afstaan maar ze wel willen ontvangen. Polio, was het eerste dat me door het hoofd schoot. Ik moest denken aan vroeger, toen ik in een gebied woonde waar mensen niet ingeënt wensten te worden tegen polio, maar wel in het ziekenhuis opgenomen wilden worden.

Er werd toen ook heftig gediscussieerd, maar het was toch anders. We hadden het toen over onze eigen mensen, een beetje wereldvreemde wezens, maar wel eigen mensen. Nu lijkt de discussie opeens te gaan over heel andere wezens. ‘t Lijkt wel een strategie: hoe houden we de tegenstelling tussen ons en die anderen in stand. Het gebeurt subtiel, maar ’t gebeurt wel. Ik vind de taal van Hoogervorst doodeng. Enger nog dan bloed of verminkingen.

P.S. Ik neem aan dat mensen die hun leven lang gekankerd hebben op allochtonen een briefje moeten tekenen dat ze geen lever van een buitenlander accepteren. Dat wordt al met al nog een hele administratie in de gezondheidszorg. 








Namen (32)


Playfair - beroepsvoetballer
Pleiter mr. -  advocaat
Ploeg, Jan Douwe van der - agrarisch socioloog
Pluimers - veterinair controleur tijdensvogelpest
Pomme, mevrouw - die promotie voor appels doet
Pond (vijver) - oceanograaf Vancouver
Pont - schipper
Poort R. voor de - directeur Stichting Vrijwillige Terminale Zorg
Poot mevrouw - pedicure Haarlem
Post - maatschappelijk werkster postcodeloterij
Post, mevrouw J. - personeelsmedewerkster PTT
Pot Tjeerd - restaurateur Utrechtse Archeologische dienst
Pot - organisatrice vrouwenreizen
Pous de - eindredacteur missiekalender








Paco


Geachte heer Roy van Zuydewijn, Beste Edwin,

Wat een leed is u overkomen, nu jij uw hond Paco niet meer mag zien. Sinds een maand over negen heb ik twee katten en ik weet nu hoeveel een mens van z’n huisdieren kan houden. Ik moet er niet aan denken dat ik Poes&Broer nooit meer zou mogen zien. Nou ja, als mijn vrouw en ik ooit zouden gaan scheiden kunnen we altijd nog ieder één poes meenemen. Maar of ik dan kan kiezen? ’t Wordt dan toch een beetje het verhaal van Sophie’s Choice, wat natuurlijk wel weer een mooi boek kan opleveren.

Maar ik dwaal of. Ik hoorde dat jij uw hond niet meer mag zien omdat op de papieren van de stamboom staat dat uw ex Margaritha de eigenaresse is. Om met uw eX-Schoonzus te spreken: uw was ook wel een beetje dom. Als je met een prinsesjes trouwt moet je nooit een hond kopen met een stamboom. Een stamboom is namelijk voor de familie van uw ex heilig. Sterker nog, het is de reden van hun bestaan. Wat eenmaal in de papieren van een stamboom staat is niet meer uit te wissen. U had beter een bastaardje kunnen kopen, daar hechten ze veel minder aan in die kringen.

Maar nu zit u met een groot probleem. Dit briefje is niet alleen maar om u nog verder de put in te praten, want ik schrijf eigenlijk om u een beetje te helpen. Als ik u was zou ik een protestactie gaan voeren om een omgangsregeling met uw hond Paco af te dwingen. U zou bijvoorbeeld verkleed op het dak van Paleis Soestdijk kunnen klimmen. Dan komt u met een foto in de krant en vinden de mensen u zielig. U moet dan niet in zo’n Batmanpak gaan, want dat past niet bij uw status als ex prins-gemaal in wording. Nee, u moet in een echt prinsenpak gaan.

En daarom schrijf ik, want ik ken in Brabant een heleboel prinsen die hun pakken tot de elfde november niet nodig hebben. Die hangen toch maar doelloos op zolder, dus daar zou u er best eentje van kunnen lenen. Dus als u dat wilt moet u maar even mailen, dan doe ik wel een goed woordje voor u, jou.

Met vriendelijke groet,

Jan

Knuffels van Poes&Broer.








Bananenschil


Kent u die mop van die twee Belgen die op straat lopen. Nee? Nou, er lopen twee Belgen op straat. Een meter of vijftig verderop ligt een bananenschil. Zegt één van die mannen: “ Oh , o, dat wordt weer uitglijden. . .”.

Wat die Belgen met bananenschillen hebben, heb ik met verf. De bouwvakkers zijn binnen klaar en ik ben vandaag en morgen vrij om “het af te werken”, zoals dat heet. Dat betekent texen en schilderen. Daar heb ik geen hekel aan en ik begin dan ook altijd enthousiast. Maar zodra ik de eerste emmertje tex of het eerste blikje verf heb opengemaakt weet ik: dat wordt uitglijden.

Vandaag was dat erg letterlijk. Ik stond op een laddertje, want door de verhoging van ons plafond is de keukentrap niet meer toereikend. Ik was lekker aan het texen toen de onderkant van het laddertje begon te schuiven. Eigen schuld, want ik had het niet goed neergezet. In de 0,3 seconden die het duurde voordat de bovenkant van het laddertje de vloer raakte kon ik bedenken hoe ik mijn val zou breken. Ik deed dat door mijn vlakke hand op de rand van het emmertje met tex te zetten. Maar die emmertjes zijn ook niet meer wat ze geweest zijn want dat kantelde. Gelukkig had ik veel plastic neergelegd zodat de tex niet op het parket liep. Ik zat tot aan mijn elleboog onder de tex. En iedereen weet dat dat niet de bedoeling is, tex moet op de muur.

Op dat moment was mij de lust al helemaal vergaan en ik moest nog vijftig vierkante meter, twee kozijnen van bijna drie meter hoog en een meterkast van 2,50 meter. Ik heb me er doorheen geworsteld, maar om een uur of half vier was ik de overspannenheid nabij, hoewel het na die val best goed ging, behalve dan dat ik nog een fles wasbenzine heb omgestoten. Nee, daar zat de dop niet op.

Inmiddels heb ik lekker gedouched en heb ik mijzelf een witbiertje ingeschonken. Normaal drink ik niet overdag, maar van bouwvakken krijg je heel veel dorst.

’t Gaat nu wel weer met me. En morgen ga even zo vrolijk weer verder.








Sneeuwpret


Toen ik vanmorgen om een uur of tien in de studio kwam voelde ik meteen dat er iets stond te gebeuren. Vanuit het noorden van Nederland waren apocalyptische sneeuwbuien onderweg naar Brabant. De hulpdiensten in onze provincie waren zich langzaam aan het voorbereiden, mijn collega’s stonden al zo strak als een veer.

Ik was op de fiets en wist dat de wind uit het zuidwesten waaide. Tegen het oprukkende sneeuwfront in. Ik vertelde dat, maar ik werd onmiddellijk weggehoond, ik bedierf een feestje. De bijdehante Teletekstcollega, bekend van de smeltende ijsbergen, vertelde dat  in de hogere en de lagere luchtlagen de winden uit verschillende richtingen waaien. Ik fietste over de grond en de sneeuwwolken waren hoog, dus ik mocht geen verband leggen tussen mijn ervaring en dat wat ons bedreigde. Hij kreeg alom bijval.

Iedereen volgde vandaag allerlei weerradars op Internet. Er werd met jaloezie naar de beelden uit het hoge noorden gekeken. In onze radio-lunchuitzending werd over niets anders gesproken. We kregen een mailtje van een luisteraar die ons vroeg op te houden met dat gezeik over sneeuw die er niet was. Tijdens onze eigen lunch keken wij door de glazen wand van ons mediacafe teleurgesteld over het groen/bruine grasveld. Er dwarrelde een eenzaam sneeuwvlokje verbaasd rond.

Rond drie uur begon het ook op het industrieterrein waar onze studio staat en dat voor ons het referentiekader is, flink te sneeuwen. Om half vier hield het op, een kwartier later konden we niet eens zien dat het gesneeuwd had. ’t Voelde als een coitus interruptus. Het vieruurjournaal toonde beelden uit Noord Nederland. “Da’s nep”, zei iemand. “Dat is Oost-Duitsland”. Wij niet, dan zij ook niet . . .

“We kunnen toch altijd nog een item maken dat Brabant ontsnapt is aan een vreselijke natuurramp,” grapte ik. Je zag hier en daar tekenen van dankbaarheid. De radiosamensteller had opeens gaten in z’n uitzending omdat de geplande items over ingesneeuwde Peeldorpen niet door gingen. De leukste van ons stel schreeuwde om sneeuwkanonnen. De TV-verslaggever bereidde zich voor op een kruisgesprek met de Tv-presentatrice over de voorbereidingen die de hulpdiensten hadden getroffen op sneeuw die niet kwam. Want je kunt er niet omheen, om sneeuw die niet valt.

“Volgens de radar zou het hier toch echt moeten sneeuwen,” riep de bulletinlezer om kwart over vijf. Hij begon z’n bulletin om half zes met de mededeling dat Brabant geen last had van sneeuw en dat hij daarom met ander nieuws begon. De presentator van de uitzending tussen zes en zeven kon melden dat het in het uiterste noordwesten van de provincie sinds een uur sneeuwde.

Tegen half zeven stapte ik op de fiets, er lag geen vlokje sneeuw. Pas toen de trein het station van ’s-Hertogenbosch binnen rolde zag ik waar de sneeuwgrens lag. Mijn stad was bedolven onder een laag van zeker drie centimeter. In mijn straat voerden de studenten luidruchtig een sneeuwballengevecht. Gezellig. Sneeuwpret.








Wildmenu


Iedereen die een paar centen over heeft kan binnenkort een vorkje mee prikken met Geert Wilders. Voor 2000 euro mag je bij hem aanschuiven voor een copieus diner gelardeerd met een pittige speech van Geert zelf. Zo hoopt hij geld bijeen te krijgen om zijn politieke werk te kunnen doen. Want Geert krijgt geen subsidie voor zijn zegenende werk.

En wat wil nu het geval? Ik heb de hand weten te leggen op het exquise menu.

                                                                     Voorgerecht

                     Een tot op het bot gefileerd is-lam op een bedje van in haat gezaaide veldsla

                                                                     Tussengerecht

                                                                     Gebakken lucht

                                                                     Hoofdgerecht

                                             Op heet vuur geroosterde liber-alen overgoten
                     met een saus van holle woordenbrij en gegarneerd met uitgeperste vruchtelingen


                                                                     Nagerecht 

                                                         Stijf opgeklopte haagse bluf

                                                                     Tot slot

                                                         Koffie met rauwe hoofdkoekjes

                                                        Wijn: chateau migraine blonde





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed