Verbouwing
We zitten op dit moment midden in de verbouwing. De oude voorgevel van ons huis is gesloopt en de nieuwe is inmiddels opgetrokken. Het gaat voorspoedig. Er waren een paar kleine dingen die niet voorzien waren. Zo bleek er geen fundering te zijn waar die wel had moeten zijn, maar de aannemer had dat snel opgelost. Ook bleek de oude verwarmingsradiator niet meer teruggeplaatst te kunnen worden omdat hij te hoog was. En zo zullen we nog wel wat van die kleine akkefietjes tegen komen.
We leven al een week in een totaal verduisterde, koude woon/slaapkamer, want er is een tussenwandje opgetrokken. Als het echt te deprimerend wordt hebben we altijd nog het bovenhuis. Dat is een voordeel van zo’n gek pand als het onze.
Je leven wordt er wel een beetje door ontregeld, want veel dingen staan niet op hun plaats en het sleutelrekje hangt er niet meer, dus ben ik de hele dag m’n sleutels kwijt. Van die dingen. Niks ernstigs.
Het "uitzicht" op straat
Dat ene woord
Bos. Wouter Bos. Woutertje Bos. Wat een prachtige naam voor de hoofdpersoon in een spannende kinderboekenserie. Jeugdliteratuur natuurlijk, die de kritiek van Michaël Zeeman kan doorstaan. Woutertje Bos in Welzijnsland. Woutertje Bos voert Oppositie. Maar het eerste in de reeks kan maar één titel krijgen: Woutertje Bos op Zoek naar het Woord. Want, zo las ik zaterdag in de Volkskrant: Bos zoekt nog naar dat ene woord dat bekt en alles zegt. Dat ene allesomvattende woord om zijn missie mee aan te duiden.
Na het lezen van het verhaal vond ik de oppositieleider nog meer dan anders een Don Quichot, maar dan zonder Sancho Panza. Hij zegt het zelf, hij heeft geen front bencher(s). Hij trekt als een razende door het land, maar blijft onzichtbaar. Ook dat ontkent hij niet. Moeilijk hoor om een woord te verzinnen voor iets dat onzichtbaar is. Iemand had het al eens geprobeerd met “praktisch progressief”, maar dat vond hij niks. Ik ben heel slecht in oneliners en slogans, dus ik kan ook niets voor hem betekenen.
Ik weet meestal wel wat er onder de mensen leeft. De meeste regionale journalisten hebben daar een antenne voor. Jaren geleden was Pieter van Geel te gast in onze studio voor een interview met een landelijke zender (wij verlenen wel eens faciliteiten). Hij was toen nog geen staatssecretaris maar Gedeputeerde van Noord-Brabant. ’t Was op een zondagmorgen dus er waren maar weinig mensen in de studio. Ik begeleidde hem en na afloop dronken we een bak koffie aan het barretje bij de koffieautomaat. Het was in de hoogtijdagen van Paars. Van Geel dacht dat het nog lichtjaren zou duren voordat zijn CDA weer in het pluche plaats kon nemen. Ik bestreed dat en legde hem uit dat het volk het politiek correcte meer dan zat was. Op straat werd bijna gesmeekt om normen en waarden. En ik vertelde hem dat zijn partij daar garen bij zou spinnen. Hij dacht dat het daar nog veel te vroeg voor was. Bij de eerstvolgende verkiezingen kreeg ik al gelijk. Met dit verschil dat niet zijn partij, maar de LPF de grote winnaar zou worden. Op het moment van ons gesprek, bestond die club overigens nog niet.
Voor goede voorspellingen kan Wouter Bos best een keer op de koffie komen, maar aan dat ene woord kan ik ‘m niet helpen. Ik denk dat hij het moet zoeken in “praktisch realisme” of “sociaal realisme”. In ieder geval niet in saamhorigheid. Mensen willen elkaar best helpen, maar de tijd van dwangmatige naoberschap is voorbij, bovendien spreekt dat jongeren niet aan. Multi-cultureel is ook uit. Buitenlanders knuffelen behoort tot de folklore. ’t Is leven en laten leven, balancerend op een slap koord waaronder een stevig vangnet hangt.
Namen (27)
Lust J. - sexraadsman Auckland
Lynch -verdachte brute overval
M. Boot - praeses Leidse studentenzeilvereniging
Maagdenburg dhr v.d. - voorzitter Bredase actiegroep tegen komst bordeel
Manneke Nelleke - auteur boek "Vrouwen van kaliber" over politievrouwen
Mannetje ’t mevrouw - bestuurslid St. Bureau voor Emancipatiezaken in Den Bosch
Maria Moll - zangeres
Matroos Gerben medewerker Rotterdamse scheepsbevrachter
Mehlkopf Peter - bakker in Aken
Mol de -rioleringswerken
Mol - directeur koffiebranderij de Drie Mollen in Den Bosch
Mol-Kip - echtpaar
Moll - directeur begrafenisvereniging
Realistisch
Onze dagelijkse redactievergaderingen verlopen soms als een pingpong-spel. Meningen en gedachten vliegen over tafel. En net als bij pingpong moet je geconcentreerd blijven. De laatste week ben ik erg moe. De dagen verlopen ietwat chaotisch door allerlei akkefietjes, waaronder de verbouwing van ons huis.
Daarom was ik er vanmorgen niet helemaal bij, maar op een gegeven moment maakte de chef nieuwsdienst een opmerking, die hij liet volgen door de woorden: “ik geloof dat ik rechts word”. Die hoorde ik heel duidelijk. En ik hoorde mezelf zeggen: “Je wordt niet rechts, maar realistisch”.
Maar nou kan ik toch met geen mogelijkheid meer terughalen waar hij het daarvoor over had. Moet ik toch maandag eens vragen, want als hij vindt dat hij rechts wordt ik vind dat hij realistisch wordt, dan ik het heel interessant te weten waarom. Toch?
P.S. Met Poes&Broer gaat het goed. Ze hebben de verbouwing tot jeweetwelkater goed doorstaan. Ze lopen nog een beetje duf rond, maar zijn even aanhalig als altijd. Volgens de dierenarts waren het de vriendelijkste katers die hij ooit had gezien. Maar ja, zeggen wij niet tegen elke jonge moeder dat haar baby de mooiste ter wereld is. . .
Dichter
Ik heb niets met poëzie. Gedichten die ik snap durf ik niet tot de poëzie te rekenen en gedichten waarbij de woorden elkaar weliswaar ritmisch opvolgen maar die verder een eigen leven leiden breken mij dusdanig het hoofd dat ik voortijdig af haak. ’t Ligt aan mij, niet aan de dichters.
Vroeger schreef ik voor de hele familie Sinterklaasgedichtjes, want ik ben journalist. Ja, ik heb dat verband ook nooit begrepen, maar blijkbaar ben je dan eenoog in het land der blinden.
Het enige dat ik uit mijn pen krijg is van het niveau:
Poesjes kunnen heel goed sluipen
En met hun soeple poesjeslijf
Jagen zij heel onverwacht
De stuipen
Op ieders vege lijf.
Kijk, dat bedoel ik nou. Daar kun je mensen toch niet mee lastig vallen. Niet doen dus. Dichten is een vak.
Toch heb ik gisteren met plezier gekeken naar de verkiezing van de Dichter des Vaderlands. Niet dat ik ooit iets heb gelezen dat Komrij en/of Vinkenoog in die hoedanigheid hebben geschreven, maar ik mag Joost Prinsen wel. Volgens mij is hij altijd naturel of hij belazert de kluit op meesterlijke wijze. Ik vond ‘m gisteren niet zo sterk, maar het programma vond ik wel vermakelijk. ’t Was niet zo zwaar, zo maak je de edele dichtkunst toegankelijk.
Wat mij wel verwonderde was de keus voor Driek van Wissen. Ik dacht altijd dat Dichters des Vaderlands in gezwollen taal aan den volke kond deden van hun kijk op het lief en leed van de natie. Maar toen ik Driekus zijn rijmelarijtje over de tasjesroof hoorde voordragen wist ik dat de Dichter des Vaderlands er ook voor mij is.
Te dom
Voor het eerst wordt er in Nederland een landelijke volksraadpleging gehouden. Een referendum. Over de Europese Grondwet.
En wat lees ik in mijn ochtendkrant: Het referendum is niet bindend. PvdA, GroenLinks en D66 beloven de mening van de bevolking te volgen, de andere partijen doen geen toezeggingen.
Omdat ik te dom ben om deze logica te volgen zal ik de politiek niet lastig vallen met mijn advies.
Verraad
Poes&Broer liggen hier vredig naast elkaar te soezen. Niet wetend wat hen te wachten staat.
De afspraak met de dierenarts is voor vrijdag gemaakt.
’t Is beter, zeggen ze.
Anders gaan jullie ongewenste nestjes maken, zeggen ze.
En dan worden jullie in het voorjaar niet vervelend, zeggen ze.
Je voelt er niets van, zeggen ze.
Je bent binnen een dag weer op de been, zeggen ze.
Sorry mannen . . .
Belet
Op de afdeling van Marlies werkt sinds gisteren een nieuwe stagiair. Als ik haar mag geloven, een super beleefde jongeman die iedereen met U aanspreekt. Dat is opmerkelijk in de doorgaans informele wereld van de media.
Gistermiddag, op zijn eerste werkdag, ging zijn mobiele telefoon. Hij vroeg aan de collega’s of hij. . . . Nee, wacht even, dat moet ik anders opschrijven om de sfeer recht te doen. Gistermiddag, op zijn eerste werkdag, ging zijn mobiele telefoon. Hij vroeg zijn collega’s BELET om het prive-telefoontje te mogen beantwoorden.
Ik ken de knaap niet, ik weet niet hoe hij heet, maar ik draag hem bij deze voor voor de titel van stagiair van de week . . .
Uierzalf
De nieuwste hangplek voor bejaarde hypochonders is de apothekersbalie bij de De Etos. Gelukkig hoef ik daar bijna nooit gebruik van te maken. ’t Gaat goed met me. Af en toe schaf ik me wat van die niemandalletjes aan: een doosje aspirines, een flesje mondwater, een hoestdrankje. Vroeger kon je die dingen gewoon aan de balie kopen bij een kauwgom kauwend meisje. Tegenwoordig hebben ze voor diezelfde spullen bij de Etos een apothekersbalie waar je wordt geholpen door een meisje met een intelligente uitstraling, vooral veroorzaakt door haar witte jas.
En daar, op die plek, worden de meest vreselijke ziektes besproken. De oude dame die voor mij was klaagde tegen het meisje in de witte Etos-jas over uitslag op haar hoofd. Ze boog over de balie, deed het weinige haar dat ze had opzij en toonde de oorzaak van haar kwellingen. Of het meisje daar iets voor had. Het meisje deinsde acheruit. “Ik uuuuhhh. . . ga het even aan de drogist vragen,” zei de zelfverklaarde apothekersassistente.
Na een minuutje kwam ze terug met de mededeling dat mevrouw naar de dokter moest. Dat had ze gedacht. Daar was mevrouw al geweest en die wist er geen raad mee. Terwijl ze toch echt verging van de jeuk. Ze smeerde heur haar elke dag in met uierzalf. Dat verzachtte het prikkelende gevoel, maar de uitslag verdween er niet door. Het meisje knikte. Uierzalf verzacht het prikkelende gevoel. “Maar u moet toch naar de dokter, zegt de drogist,” zei het meisje. De dame ging er eens goed voor staan. De dokter kon haar niet helpen.
Het meisje dacht koortsachtig na, met één blik op de groeiende rij. Plotseling herinnerde ze zich les twee uit het handboek ETOS-apothekersbaliemedewerkster. “Dan moet u vragen of de dokter u doorverwijst naar een specialist,” zei ze kordaat. De oude dame erkende op slag haar meerdere in het meisje in de witte jas. “”Dus ik moet naar de specialist?” vroeg ze. "Ik ga maandag meteen een afspraak maken met de dokter voordat mijn haar uit gaat vallen”,
“Nou ja,” grapte ze zelf, “dan kan ik altijd nog een pruik kopen".
“Dat lijkt me een gat in de markt voor de Etos,” zei ik.
Het meisje lachte. Ik vond ‘m zelf niet zo. . .
Eerwraak
Er zijn dingen in dit land die ik niet begrijp. Afgelopen weekend zag ik in een uitzending van NOVA dat minstens honderd vrouwen in Blijf-van-mijn-lijf huizen gevaar lopen vanwege eerwraak. Twee recente wraakacties waarbij vrouwen werden gedood maken duidelijk dat hier sprake is van hele serieuze bedreiging. De Federatie Opvang wil nu aanpak van die eerwraak. Dat zou tijd worden.
Maar wat ik niet begrijp is dat de politie niets kan doen tegen die bedreigingen. Dat bleek al in de NOVA-uitzending en dat las ik vanmorgen ook mijn kranten. Nou moet jij eens een vaag bedreiginkje op internet zetten aan het adres van willekeurig welke bekende Nederlander. Dan heb je binnen de kortste keren een een Arrestatieteam over de vloer en ga je een paar weken op water en brood. Ook al weet iedereen dat jij een beetje getikt bent en alleen maar stoer wilde doen. En de BN'er krijgt een legertje zware jongens om zich heen dat wel zes Blijf-van-mijn-lijf huizen had kunnen bewaken.
Het ene leven is in dit land schijnbaar meer waard dan het andere.
Brabo Welle
Een curieus verhaal afgelopen zaterdag in het Volkskrant Magazine. TV-criticus Wim de Jong schrijft dat Brabanders een steeds nadrukkelijker rol spelen in de media en de cultuur. De Jong hoort steeds vaker Brabantse tongvallen in reclamespotjes, in het cabaretcircuit en in het nieuws. Hij vraagt zich af of er sprake is van een Brabo Welle in Hilversum.
Nee, dat is er niet. Los van een onjuistheid hier en daar (hij heeft het over een Brabantse die bloedserieus de diensten van de SNS-bank aanprijst (“zokanudook”), terwijl een dove kan horen dat dat een Limburgse is) komt het verhaal tien jaar te laat. Of de vraagstelling was verkeerd.
Sinds ik in 1988 bij de enige echte regionale omroep voor Brabant werk heb ik handenvol collega’s naar Hilversum zien vertrekken. Die welle waar De Jong over schrijft is dus al minstens vijftien jaar aan de gang. Het eerste dat al die collega’s moesten doen was hun zachte g laten wegslijpen door een logopedist. ’t Zou mijn niet verbazen als een zevende deel (te vergelijken met het aantal Brabanders in Nederland) van de mensen die in Hilversum werken Brabantse roots heeft, maar ik denk dat hun aantal groter is. Alleen dat hoor je niet meer. Ik kan met gemak een handvol bekende presentatoren opnoemen die een aantal jaren geleden bij ons aan de koffie-automaat gezellig Brabants stonden te kleppen, terwijl je nu zweren dat ze uit het Gooi of Amsterdam komen.
Wat de laatste tijd mondjesmaat geaccepteerd wordt is de Brabantse tongval, maar dan wel in die eerder genoemde volgorde: reclamespotjes, cabaret en het nieuws. Want de meeste Hilversumse mediabazen associëren een tongval nog steeds met dom. Maar dat is iets anders dan te suggereren dat Brabanders de schroom van zich af hebben gegooid en oprukken in de media. Ze zijn namelijk al heel lang en heel diep in alle media geïnfiltreerd. Maar dat viel nooit zo op, want Brabanders schreeuwen dat niet van de daken. Die gaan gestaag hun gang, doen hun ding en hebben verder schijt aan Holland.
Klaagzang
’t Was een kloteweek qua reizen. Sorry, mooier kan ik het niet maken. U moet weten dat ik vijfmaal per week de afstand tussen mijn huis en de studio van Omroep Brabant in drie etappes afleg. Vijf minuten te voet, 18 minuten per trein en zeven kilometer op de fiets. Dat gaat meestal goed. Maar deze week was een dieptepunt.
Het stormde en regende telkens als ik op de fiets stapte. De storm waarvan ik ’s morgens slechts met uiterste inspanning had kunnen winnen, had zich ’s avonds gedraaid om zich te revancheren. Vrijdag was het droog toen ik opstapte, maar na twee kilometer hagelde het grote stenen. Voordat ik maar kon bedenken mijn regenbroek aan te trekken stond het water al in mijn schoenen. En dan trap je door waardoor je drijfnat thuis komt.
De trein reed deze week vaker niet dan wel op tijd met als dieptepunt de woensdagavond. Toen deed ik twee uur over het stukje waar ik anders 18 minuten over doe. Tweemaal moest ik ruim een half uur en een uur wachten op tochtige stations, die helemaal niet op mijn route liggen. De kou die toen in mijn lijf trok is er nog niet uit. Dat kwam omdat iemand de trein had gekozen voor zijn laatste rit naar de hemel.
Als je elke dag met de trein reist word je minstens twee keer per jaar opgehouden doordat mensen de trein kiezen om uit het leven weg te vluchten. ’t Stukje waarop ik reis is berucht. Toen onze trein woensdag noodgedwongen z’n eindstation vond op een plek die anders nooit meer is dan een tussenstop ontstond er meteen veel commotie. Na de bekende - meestal nietszeggende - mededelingen via de speakers zag je iedereen naar zijn telefoon grijpen. De man naast me had na een minuut ruzie met degene aan de andere kant van de lijn want een geplande afspraak moest een dag worden opgeschoven. Zakenmannen vloekten. Mensen renden daarna van het ene perron naar het andere omdat treinen niet hier maar daar vandaan vertrokken. De kuddes botsen halverwege op elkaar en maakten ruzie.
Omdat treinen uitvielen raakten andere treinen overvol, mensen knokten als ratten voor een plekje. Een KLM stewardess die via een omweg naar Amsterdam moest wrong zich opgewonden door de menigte naar de deur. Ze dacht dat het met duwen en trekken sneller gaat, maar ze ontmoette alleen boze blikken en geïrriteerde opmerkingen. NS-personeel werd overstelpt met vragen dat het ook niet kon beantwoorden, mensen raasden en tierden over het gebrek aan service. Minder ervaren reizigers klampten iedereen aan. Thuis moesten zorgvuldig bereide maaltijden in de koelkast.
En dat allemaal omdat iemand het leven niet meer aan kon op een natte winderige dag, midden in de spits op mijn traject.
Namen (26)
Letter Alfred de - maker van naamplaatjes in Amsterdam
Leunen Jan van - organisator expo over geschiedenis werkstoel
Lievenoogen - opticien in Hilversum
Lightfoot Paul -danser en choreograaf
Ligtvoet - directeur bedrijf orthopedische en andere hulpmiddelen
Ligtvoet Arjen - woordvoerder van Wandelmarkt Op Lemen Voeten
Lijf Van - bestuurslid Koninklijk Genootschap Voor Fysiotherapie
Liplijn - technicus omroep Flevoland
Lofvers - predikant
Lok Wouter - man die proefkonijn is voor haargroeimiddel
Long - chinese arts die penissen verlengt
Lonkhuizen van - makelaar Weesp
Loop Edwin v.d. ultraloper
Lopes - atleet
Omgekeerde wereld
We kunnen nu met z’n allen wel net doen alsof de wereld in brand staat, maar zo werkt dat natuurlijk niet. Want in het eerste weekend van februari is het gewoon carnaval en dan zal de rest van de wereld toch even moeten wachten. De eerste tekenen van die omgekeerde wereld zijn al zichtbaar in de stad.
Ik ben geen carnavalsvierder.Ik ben in mijn beginperiode in Brabant heus wel eens mee geweest, maar ’t zit niet in m’n genen en dan ga ik drinken om een beetje in los te raken, maar ja u weet wat er dan gebeurt. Dan ga je in allerlei billen lopen knijpen die daar niet van gediend zijn, dan vallen er klappen en zo komt het eerbiedwaardige feest der zotten aan z’n slechte naam. Terwijl carnaval dat niet verdient. Echt niet, oprecht gemeend.
De echte Brabanders vieren carnaval op een nette manier. Natuurlijk wordt er wel eens iemand wakker tussen de verkeerde lakens, maar daar is de biecht voor. Trouwens, mag ‘t. De echte Brabanders zijn hardwerkende mensen, kijk maar eens naar de economische cijfers. Precies, Zuidoost-Brabant is één van de economische motoren van ons land. En dat komt echt niet omdat ze hier het hele jaar lopen te lamballen.
’t Carnaval in Den Bosch is nog eens extra bijzonder. ’t Wordt aangevoerd door de koudste kak van de stad, maar daar moet even doorheen kijken (er Omheen kun je niet). Je moet er vooral niet mee spotten. Ze doen er alles aan om de eeuwenoude regels te handhaven. Nu is er bepaald dat keiharde apres-ski muziek en feestvierders met levensgrote tatoeages niet in het Amadeirohuis mogen. Dat is het hoofdkwartier van Oeteldonk. De afgelopen jaren liepen er nogal wat van die foute types, van boven de rivieren, binnen. En dat kan natuurlijk niet in een ontmoetingshuis voor echte Oeteldonkers. Dus dit jaar mogen er alleen mensen binnen die – zo lees ik in de plaatselijke krant – het echte “gevuul” hebben. En die mensen zijn te herkennen aan het embleem van de Oeteldonkse Club op hun boerenkiel.
Maar verder is het hier wel gezellig. Voor de niet-caranavalsvierder is het alleen vervelend dat het openbare leven een week stil ligt en dat zelfs de supermarkt maar beperkt open is. Even alle gekheid op een stokje. ’t Carnaval in Oeteldonk is echt heel anders dan in andere plaatsen. Ik heb hieronder een klein stukje geplakt over het Oeteldonkse Carnaval, zodat u er van doordrongen raakt dat het geen zottigheid is.
(lees meer)
Expliciet
Nog niet zo lang geleden voerden we op de redacie felle discussies over de vraag of we moesten melden dat het Marokkaantjes waren als we schreven dat een groep jongeren overlast veroorzaakte. Jarenlang was het in de journalistiek not done om afkomst te melden. ’t Was niet relevant, zeiden we.
Langzamerhand veranderde dat. Nu melden wij en de meeste andere media gewoon de afkomst van verdachten. Relevant of niet. Discussies worden hier (althans bij ons) niet of nauwelijks meer over gevoerd.
De afgelopen dagen heb ik veel gelezen over de vrouw die een in Amsterdam een Marokkaanse tasjesrover dood reed. Vanmorgen las ik voor het eerst in de Telegraaf dat het een Surinaamse vrouw was. Zou dat nou relevant zijn? (Overigens wel lullig voor al die rechts-extremisjes die gisteren op hun sites de vrouw volop prezen. Die zullen wel op hun neus kijken als ze merken dat ze een lintje willen voor iemand van een bevolkingsgroep waar ze normaal geen spaan van heel laten).
De reden waarom ik hier op kom is een kop die ik vanmorgen in dezelfde Telegraaf zag: “Verdachten tegeldrama volwassen Hollanders”. Zou de koppenmaker ons duidelijk hebben willen maken dat we niet steeds de beschuldigende vinger moeten uitsteken naar buitenlanders. Of zou het zo bijzonder zijn dat misdrijven door Hollanders worden gepleegd dat we dat expliciet gaan melden?
Kort gesprek
Ik had vanmorgen tijdens het passeren een kort gesprek met mijn geheime vriend Aap Stam
- Aap, heb jij gehoord dat in Amsterdam een jongen is doodgereden door een mevrouw
die hem achtervolgde?
- Die jongen had wel het tasje uit haar auto geroofd.
- Dat zeggen ze, maar dat moet nog wel bewezen worden.
- Kom, kom Jan. Die mevrouw gaat toch niet voor niets achter die jongens aan. Ik ben
geneigd te zeggen: dan moet je maar geen tasjes roven.
- Ho, ho, Aap. Zo ken ik je niet . . .
- Kijk, ik ben er op tegen dat iemand eigen rechter speelt, maar als je tasjes rooft dan loop je
willens en wetens risico.
- Ja, maar je gaat toch niet iemand als een dolle achtervolgen en ondersteboven rijden. Volgens
mij kun je de oplossing van misdrijven het beste gewoon aan de politie over laten.
- Wat zou je zelf gedaan hebben?
- Aap wat kun je soms toch onmogelijke vragen stellen. Gelukkig hoef ik daar niet over na te
denken. Wij hebben een tweedeurs-auto, dus de tasjes op onze achterbank kunnen
niet geroofd worden.
- Struisvogel!
- Namaakaap!
Haren
“Er zaten twee lange blonde haren in mijn handdoek”, zei mijn donkerharige vrouw gisteravond.
Mijn geweten is zo rein als pasgevallen sneeuw, dus ik zei oprecht: “Wat gek.”
“Tja, waar die nou vandaan komen?,” zei ze, zonder een spoor van achterdocht.
Dat was het eigenlijk. Tenslotte is ons leven geen goedkope B-film.
Geheugen
Mijn geheugen functioneert doorgaans goed. Niet dat ik me alles tot in detail herinner, maar als zich bij de omroep iets aandient weet ik meestal wel of we er eerder aandacht hebben besteed of niet. Het archief brengt dan bijna altijd uitkomst.
Vorige week werd de gehele Nederlandse pers verrast door een verhaal uit Eindhoven. In de buurt van de Catharinakerk wilde men skeletten uit de middeleeuwen gaan opgraven om het DNA te onderzoeken. Leidse wetenschappers hadden zich daar voor aangemeld.
Op het moment dat ik aan het werk ging was het journaille al in rotten van drie uitgerukt. Ergens in één van de vele kamertjes in mijn hoofd werd het wat onrustig. Ik kende het verhaal. Het archief bracht uitkomst. Een jaar geleden hadden de plaatselijke krant en wij hetzelfde gemeld. Met dit verschil dat het toen alleen nog maar een wild idee was van de plaatselijke archivaris. Toen bleken er zoveel haken en ogen aan te zitten dat het onmogelijk leek. Maar de vraag wat er nu is veranderd waardoor men denkt dat het wel kan werd door niemand gesteld. Niemand had zich immers in de voorgeschiedenis verdiept.
Vroeger (ik moet dat woord toch eens uit mijn vocabulaire schrappen, ’t maakt zo oud) dook elke journalist eerst in het archief alvorens de telefoon of het sleuteltje van de bedrijfsauto te pakken. Maar dat doen er niet veel meer. Iedereen vindt liever zelf het wiel uit. Geschiedenis is iets voor de oudere collega’s.
Toen ik vanmorgen de Volkskrant op de deurmat zag liggen werd mijn oog getrokken door de openingskop: “Idee Kamer: wie zwijgt is donor”. De archiefkasten in mijn hoofd begonnen spontaan te rammelen. Laden schoven vanzelf open en dicht. Ik zou toch gezworen hebben dat die hele kwestie van het donorschap al lang bij wet geregeld was. Daar schreef ik al over toen ik nog bij de krant werkte en dat is minstens vijftien jaar geleden. Maar nee, ’t blijkt dat ze daar nog steeds over bakkeleien. Tja, sommige kwesties hebben zoveel eeuwigheidswaarde dat zelfs mijn geheugen er door op het verkeerde been wordt gezet.
Stokje
Mijn moeder waarschuwde mij vroeger altijd voor kettingbrieven. Die waren in de jaren zestig erg populair. Je kreeg dan een leuke brief van iemand die je door moest sturen aan vijf andere mensen. Uiteindelijk kreeg jij dan geloof ik duizend brieven. Of zoiets. Mijn moeder vond dat onzin. Vermoedelijk omdat mijn vader, die in die tijd postbode was, dan om zou komen in het werk. En hoewel ik met altijd schuldig voelde omdat ik kettingen verbrak was de wil mijn moeder te plezieren sterker. Later werden kettingbrieven ontdekt als reclamemiddel om mensen geld uit de zak te kloppen. De wereld barst van de mensen die zelfs nog geld ruiken in een hoop stront.
Nu kreeg ik van Aangespoeld een soort kettingbrief. Een estafettestokje, dat ik al bij andere loggers was tegengekomen. Volgens mij kan het geen kwaad, dus laat ik maar doen.
CD 2004:
Om u de waarheid te zeggen koop ik bijna nooit CD’s. Wij hebben een bescheiden verzameling klassieke CD’s voornamelijk dankzij het feit dat Marlies bij AVRO Klassiek werkt. Dat ga ik verder niet uitleggen. De laatste DVD die ik kocht was er één van Rowwen Heze, het live-concert in de tent in America. Pas toen ik thuis kwam ontdekte ik dat ze niet op toernee waren geweest naar de States. Doet aan de kwaliteit niks af.
Boek 2004:
Doorgaans koop ik elke maand een boek. Ik ben geen lid van de bibliotheek want ik moet er niet aan denken dat ik een mooi boek terug moet geven. Vorig jaar heb ik heel weinig boeken gekocht omdat ik veel tijd aan mijn studie Italiaans heb besteed. Maar één van de meest intrigerende boeken die ik heb gelezen was “De zaak Arbogast” van Thomas Hettche. Hans Arbogast krijgt levenslang wegens lustmoord. Maar alleen Arbogast weet wat er werkelijk is gebeurd. Het verhaal is gebaseerd op een waargebeurde rechtzaak in Duitsland in de jaren 1953-1969. Iedereen raakt verstrikt in de vraag of Arbogast nu wel of niet schuldig is.
TV 2004:
Ik kijk niet zo veel TV, maar op nummer 1 staat met stip Six feet Under, de belevenissen van een familie-uitvaartbedrijf in Amerika.
Aankoop 2004:
De gouden armband, die vergezeld ging van mijn huwelijksaanzoek aan Marlies. (Om misverstanden te voorkomen: die was niet nodig om haar over de streep te trekken!)
Prestatie 2004:
Hier schiet mij werkelijk niets te binnen.
Bestemming 2004:
Calabria (zie ook het foto-album in de linklijst).
Nieuw stokje:
Naar Wereldpeer, mijn goede collega die een homolog heeft dat zelfs voor een verstokte hetero vermakelijk is.
Behoedzaam
Zoals de antilope de leeuw als natuurlijke vijand heeft, zo heeft de journalist de adverteerder als natuurlijke vijand. Er zijn journalisten die politici en bestuurders als natuurlijke vijanden zien, maar de burgemeester, de wethouder en de oud-wethouder in mijn kennissenkring zijn de meest integere mensen die ik ken. Veel meer integer dan de gemiddelde journalist.
De adverteerder is degene die met irritante boodschappen ruimte in beslag neemt die beter besteed had kunnen worden aan nieuws. Ik weet wel dat er zonder advertenties geen media zouden zijn en dus alle journalisten thuis op een houtje zouden bijten, maar het kenmerk van een natuurlijke vijand is dat dat altijd je vijand blijft. Ook als je allang vrienden bent.
Het meest irritante zijn al die middenstanders die je op ongelegen tijden van alles proberen aan te smeren. Vanmorgen had ik om kwart voor negen al de eerste beller die mij een lening probeerde aan te smeren. In de Volkskrant las ik dat mensen in de binnenstad van Groningen een straatje om lopen om de venters en de enquêteurs te ontlopen. Mijn eigen reactiebox wordt dagelijks geplaagd door commentspam. Om nog maar niet te spreken van mijn email. Als ik elk aanbod van viagra zou hebben aangenomen zou ik nu een wereldwonder zijn. Ook lees ik in de krant dat Amerika e-mail weert uit Europa vanwege de ongewenste reclame.
In het nieuwe voetbalseizoen gaan de samenvattingen van wedstrijden naar John de Mol. Gegarandeerd dat dat Italiaanse toestanden worden waarbij de tijd die een blessurebehandeling vergt wordt gevuld met een ultrakort spotje. En als je dat tien keer hebt gezien, dan onthoud je de naam van de adverteerder wel.
Kortom, het wemelt in deze moderne wereld van de natuurlijke vijanden van de journalist. Vandaar dat wij zo behoedzaam door het leven gaan.
Ma
Wij hebben bij ons favoriete restaurantje gegeten. Bah, ik ga al meteen de fout in. Ik haat de term “favoriete restaurantje”. ’t Doet me denken aan toeristen die twee weken liggen te bakken aan een Spaanse costa, dag in dag uit bij het vertrouwde Broodje van Kootje eten, twee keer vreemd gaan in een Spaans restaurant samen met tientallen medelanders en die dan thuis vertellen dat ze zo’n fantastisch restaurantje hebben ontdekt. Hún favoriete restaurantje.
Maar goed, we hebben dus gegeten bij een restaurant waar we vaker komen. We eten regelmatig op verschillende plekken buiten de deur, maar bij deze wat vaker dan bij andere. ’t Is maar dat u niet denkt dat wij burgerlijk zijn. Dat betreffende restaurantje (ik haat verkleinwoorden) heette vroeger Chinees Restaurant Het Oosten. Maar na twee maanden verbouwen is er een trendy chinees eetcafé uit ontstaan. ’t Heet nu dan ook Asian Fushion & Bar Ma. Toevallig zag ik vorige week op het Grotemensen-Journaal dat dat een trend is in Nederland: Chinese restaurants verbouwen tot trendy eetcafés. Nou, dat is hier dus gebeurd.
Ma is de achternaam van de eigenaar, meneer Ma. Hij kent ons zo langzamerhand en wij kennen hem. Ma betekent paard. Dat weet ik niet van mezelf, dat heeft meneer Ma ons verteld. Het logo van zijn Asian Fushion & Bar is dan ook een prachtig mahoofd.
We maken altijd even een praatje met meneer Ma. Meestal over eten, eettrends, kortom van die diepgravende culinaire gesprekken. Mijn klassiek geschoolde vrouw probeerde het eens over een andere boeg te gooien. Tot mijn stomme verbazing hoorde ik haar plotseling vragen: “Bent u familie van Yo-Yo Ma?” Ik dacht even dat ik gek werd. “Bent u familie van Yo-Yo Ma?” Ik keek haar aan en zei: “Lieve schat, er zijn 1 miljard chinezen. Denk je nou echt dat meneer Ma familie is van Yo-Yo.” Meneer Ma keek ons vriendelijk lachend aan. Nee, hij was geen familie van de beroemde violist.
“Cellist,” zeiden wij allebei tegelijk. Meneer Ma lachte vriendelijk.
Namen (25)
Kurt Moll - zanger
Kut - vrouwenarts (voormalig DDR)
Kwak - Koreaanse judoka tijdens OS 2000 in Sydney
Kwalik - rebellenleider Papoea's die gijzelaars nam
Kwast v.d. - verf- glashandelaar in Leiden
Lam - woordvoerder van de rundvee-dierenartsen
Lam T. - dierenarts
Lander - woordvoerder van vereniging cabinepersoneel vliegtuigen
Lappen, Laura - stoffenverkoopster op de Albert Cuyp
Latten, dhr - CBS onderzoekt samenlevingsvormen
Leeflang - verwijderaar van asbest
Leegwater Peter - voorzitter afdeling marathonschaatsen KNSB
Leer van der - baptistenpredikant en voorzitter van de Evangelische Alliantie
Leeuw de -medewerker natuurhistorisch museum
Leeuw, de - vertegenwoordiger Gezondheidsdienst voor Dieren
Ontslag
Een zeer curieus verhaal kreeg ik toegespeeld van een collega. Hij had het uit The Guardian. Die schrijft dat een Britse boekverkoper ontslagen is omdat hij een on-line dagboek bijhield. Op zijn log schreef hij over de minder leuke dagen op zijn werk en maakte hij satirische grapjes over zijn “sandalen dragende” baas.
Zijn werkgever, Waterstone’s in Edingburgh, vond dat de schrijver van het weblog, Joe Gordon, het bedrijf een slechte naam had bezorgd. Er was sprake van “groot wangedrag”. Gordon werd zonder waarschuwing ontslagen, zo lees ik in het artikel. Uiteraard zijn de lezers van zijn log solidair. Er zijn er zelfs die de boekhandel boycotten.
Ik dacht even dat mij dat nooit zou kunnen overkomen (nou schrijf ik geen negatieve verhalen over mijn bedrijf, hoewel dat best zou kunnen. Noem mij één bedrijf waar geen smetje aan zit. En laat ik eerlijk zijn: ben ik vrij van smetten?) omdat ik bij een bedrijf werk waar het vrije woord het handelsmerk is. Maar Waterstone won vijf jaar geleden een prijs met een reclamecampagne over vrijheid van meningsuiting. Op een foto was een verbrand boek te zien met als onderschrift: “Adolf Hitler, Pol Pot & Mao Zedong hadden over een ding gelijk. De macht van boeken.”
’t Is maar dat u het weet. . .
Tevreden
Marlies was erg tevreden met de kadootjes die ik had gekocht. Vooral de zoetwaterparels vielen in de smaak. Dat wil niet zeggen dat ik mijn leven deel met een hockeymeisje. Verre van dat. Hoewel, wat is er mis met hockeymeisjes?
Eerlijk gezegd. . .
Nee, laat ik dat nou eens niet eerlijk zeggen. . .
Psycholoog
Mijn collega zat aangeslagen achter haar bureau. Vuurrode konen, tranen in haar ogen. Ze voelde zich onheus bejegend door andere collega’s. Ik geloof haar zonder voorbehoud, ze is één van de weinigen die ik op haar woord geloof.
Ze had zich suf gebeld om het adres te achterhalen van de vriend van de vrouw die een paar dagen geleden zo tragisch om het leven kwam toen iemand vanaf een viaduct een stoeptegel op haar auto gooide. Het slachtoffer was een Brabantse, vandaar onze aandacht voor de zaak. Mijn collega had met een bezwaard gemoed stad en land afgebeld en uiteindelijk het adres van de vriend achterhaald, maar niet zijn telefoonnummer, dat is geheim. Dan is er nog maar één oplossing: iemand op de bonnefooi er op af sturen. En daar haperde onze doorgaans goed draaiende machine. En mijn collega had daarvan ten onrechte de schuld gekregen.
Maar dat was niet het enige waardoor ze lichtelijk aangeslagen was. We zijn wat gewend. Ze had ook nog de opdracht gekregen iemand te bellen van wie een familielid nog steeds vermist is na de tsunami. De man die ze aan de telefoon kreeg had haar verrot gescholden. Hij vond dat ze ranzig bezig was. Hij viel mijn collega aan op haar mens-zijn terwijl zij toch alleen maar als journaliste belde. Ze snapte de reactie van die man best, maar het is lastig als je je morele bezwaren aan de kant hebt gezet vanwege je vak en dat dat dan niet begrepen wordt. Ze zei het niet, maar ik geloof dat ze zich na die twee klussen een lijkenpikker voelde. We worstelen vaak met dit soort dingen, ik heb er al vaker over geschreven.
De vriend van de vrouw die door de stoeptegel werd gedood wilde heel graag zijn verhaal kwijt in de media. Hij liep leeg, zoals we dat zo oneerbiedig noemen. Hij had er na afloop ook een goed gevoel bij dat hij zijn verdriet en woede over de onvoorstelbare dood van zijn vriendin aan iedereen had kunnen laten zien. Radio en televisie als psycholoog, als uitlaatklep. We vertellen elkaar vaak dat ook dat af en toe nodig is.
U
Zo af en toe smaak ik het genoegen een bezoek te brengen aan de collega’s van de Vlaamse Radio en Televisie, de VRT. Gisteren was ik in hun hoofdkwartier aan de statige Auguste Reyerslaan met z’n herenhuizen waar bejaarde Brusselaars in weldaad van hun pensioen genieten.
Brabanders dwepen met België. Er zijn zelfs groepen die een eenwording tussen het Nederlandse Brabant en Vlaanderen nastreven. Een heilloze weg, maar het zorgt voor verbroedering. Ik heb niet zo veel met het land België. ’t Past niet in mijn bijna dwangmatige gevoel voor orde en netheid. ’t Liefst zou ik meteen gaan opruimen zodra ik bij Hazeldonk, Eersel of Poppel de grens over steek. Maar de Belgen daarentegen kunnen bij mij een potje breken.
We waren in het walhalla van de Vlaamse mediawereld om ervaringen uit te wisselen over diversiteit. In heel Europa doen heel veel radio- en televisiestations dat. Het komt op twee centrale vragen neer: hoe maken we onze programma’s zo dat ook allochtonen zich er in herkennen en hoe krijgen we meer allochtone collega’s binnen boord.
Het hoofdkantoor van de VRT is een vreselijk lelijk gebouw. Belgisch. ’t Doet nog ’t meest denken aan een kolos uit de vooroorlogse Oostblok tijd. Koud en kil. Maar binnen ontmoetten we alleen maar warmte en hartelijkheid. Niet alleen onze diversiteitscollega’s wachtten ons op, nee, de Directeur Programmering had in haar agenda drie uur vrij gemaakt om ons simpele zielen van een regionale omroep uit Nederland vorstelijk te ontvangen.
Het grootste gedeelte van het gesprek voerden we onder de lunch, want zo gaat dat in België. En als ik lunch zeg dan bedoel ik lunch. Een uitgebreide kouwe schotel, goede wijn en vruchtengebakjes na. Hoe schril is het contrast met ons eigen bedrijfsrestaurant waar sinds vorige week de broodjes gezond en de fruitsalade van het menu werden geschrapt omdat het klaar maken daarvan te veel werk is.
Belgen, daar zeg je met recht U tegen.
Objectief
De meisjes in de trein discussieerden vanmorgen heftig over hun nieuws van die dag. Dat ging over Naomi, het 3-jarig dochtertje van een zwakbegaafd stel dat zo tragisch aan haar einde kwam. De meisjes baseerden hun mening op een artikel in één van de ANP-folders die dagelijks op alle stations voor het grijpen liggen en ook wel Metro of Spits worden genoemd.
“Moet je lezen,” hoorde ik het ene meisje zeggen. “Naomi woog nog maar tien kilo toen ze dood ging.”
Ja, maar,” zei het andere meisje. “Ze was ook nog maar drie jaar. Misschien is dat wel normaal voor een meisje van drie.”
“Ja dat weet ik eigenlijk ook niet,” zei het ene meisje. “Misschien wel”.
“Nou ja,” hoorde ik het ene meisje zeggen. “Moet je kijken wat hier staat! De ouders waren gebroken van verdriet.”
“Wat zou jij zijn als je kind dood ging ” vroeg het andere meisje.
“Schiet toch op,” zei het ene meisje. “Dat is toch geen objectieve journalistiek.”
“Hoezo niet?” vroeg het andere meisje.
“Nou, dan doe je net alsof die ouders dat kindje niet vermoord hebben,” zei het ene meisje.
Het bleef even stil achter me. Ik denk dat het andere meisje haar vragend heeft aangekeken, want het ene meisje nam weer het woord. “Die ouders hebben zelf dat kind vermoord, dat weet toch iedereen. Kijk hier staat het, ze is gestorven aan het sje. . sje. . . shaken-baby-syndroom. Dat moeten die ouders dan toch gedaan hebben. Dan heb je toch geen verdriet.”
P.S.: de rechtbank heeft de ouders vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
Boekje
Al 44 jaar sleep ik het mee. Veertien huizen en het halve land door. Mijn blauwe boekje. Als iemand mij gevraagd had: heb jij dat blauwe boekje nog steeds, dan had ik zonder aarzelen ja gezegd. Maar als me gevraagd was waar het lag, zou ik het niet geweten hebben.
In een bui van opruimwoede kwam ik het weer tegen. ’t Valt van ellende uit elkaar. ’t Blijkt dat mijn blauwe boekje van 1 januari 1961 is. De dag waarop mijn ouders mij als 5-jarig jongetje overdroegen aan kleuterjuffrouw Marcella. Ik denk dat ik op die dag gehuild heb.
In het boekje met de harde kaft staan de eerste gedichtjes en regeltjes die ik heb geleerd. Ze zijn er in schoonschrift in geschreven. Het eerste is geschreven in een jong meisjesschrift, dat moet juffrouw Marcella zijn geweest. Alle andere versjes zijn geschreven in het prachtige ouderwetse handschrift van mijn moeder. En er staan ook de allereerste regeltjes in die ik zelf heb geschreven. Mijn handschrift is leesbaar, dus daar moet ik uren op gezwoegd hebben. Alle liedjes riepen wel herinneringen op, behalve dit:
Arabine, koetrine
Van je trif troef traf
Prrrr, laat je beentjes gaan
Arabine koeterine
Van je trif troef traf
Ha, die is af.
Ik heb er genoeglijk even in zitten bladeren, maar nu gaat het weer terug in het ouderwetse geldkistje dat ook al minstens vijftig jaar oud moet zijn. Je kunt het alleen maar open krijgen door de sleutel in tegengestelde richting te draaien. Dat was om boeven op het verkeerde been te zetten.
Pffff. . . . .
Jezusmina, wat zijn er veel juweliers in 's-Hertogenbosch. . .
Uit(ge)slapen
Mijn geliefde is volgende week jarig. Normaal weet ik al weken, zo niet maanden van tevoren wat ik haar zal geven. Maar dit jaar heb ik een cadeaublock. Nou heb ik haar de afgelopen jaren ook wel erg verwend (ho, ho, dat zijn haar eigen woorden) dus wat moet je dan nog geven. Normaal gesproken krijg ik in oktober meestal wel een hint die mij op het juiste spoor zet, maar die heb ik dit keer niet gekregen. Of ik heb niet goed opgelet natuurlijk.
Nou wil het geval dat ik maandag vrij ben dus dan kan ik de hele dag in de stad inspiratie opdoen. Ze heeft me inmiddels wel een beetje geholpen. Aan de eettafel natuurlijk waar wij dagelijks het leven in het algemeen en dat van ons in het bijzonder doornemen. Ze vertelde dat een afspraak die we vrijdag zouden hebben naar zondagavond was verschoven.
“Daar ben ik eigenlijk niet zo blij,” zei ik. Ik spreek niet graag op zondagavond af omdat we allebei ’s maandags vroeg op moeten.
“Hoezo,” was haar repliek, “jij bent maandag vrij. Dan kun je uitslapen.”
“Nee,” pareerde ik, “ik moet vroeg op want ik moet de hele dag op kadootjesjacht.”
“Je kunt gewoon uitslapen,” zei ze, “want de juweliers in de stad zijn pas na de middag open”.
Heerlijk, ik kan maandag uitslapen.
Wijsje
Soms fluit of zingt iemand een wijsje dat vervolgens urenlang in jouw hoofd blijft hangen. En zonder dat je het merkt is het opeens ook weer de kuierlatten genomen. Wijsjes leiden een nomadenbestaan.
Een soortgelijke ervaring had ik gisteren met een regel in een ANP-bericht. De schrijver meldde dat Brad Pitt en Jennifer Aniston gaan scheiden. Dat raakte me niet. Sterker nog, ik wist niet eens dat ze verkering hadden. Nee, ik werd gegrepen door het laatste zinnetje in dat bericht. De auteur meldt ons dat het paar in 2000 in Malibu in het huwelijksbootje stapte. En dan komt die laatste zin: “De ceremonie werd bijgewoond door vele sterren”.
En die drong zich als een wijsje in mijn hersenpan. Wat zou de schrijver met die zin hebben willen zeggen? Wat voegt dat toe? Wordt daarmee het belang van het echtpaar Pitt-Aniston verklaard en verhoogt dat de importantie van het bericht? En is dat dan voor de schrijver een legitimatie voor zijn troosteloze arbeid: het schrijven van artikeltjes over echtscheidingen?
Kijk, dat zijn nou dingen waar ik me tijdens het poetsen het hoofd over kan breken.
Namen (24)
Kraan Erik van der - kraanmachinist in Rotterdam
Kraan v.d. - 300.00ste klant waterleidingmaatschappij Noordwest Brabant, die gehuldigd werd
Krassenberg - tattooverwijderaar
Krijger Alex - auteur boek over korps Commandotroepen
Krijgsman - erkend vredesactivist
Krijt J.A. - directeur basisschool Ede
Kroon - tandarts Berkel Enschot
Krot-Boers - aannemer in Amsterdam
Kruidenier - groothandel in fruit
Kruis van 't - hervormd theoloog
Krul mevrouw - eigenaresse Headline haarmode Delft
Kuijt - haringvisser
Krenten
Krenten zijn het, die binnenstadsregenten uit 's-Hertogenbosch die zichzelf burgemeester en wethouders noemen. Ze willen geen geld geven voor de slachtoffers van de tsunami want ze willen zorgvuldig om gaan met belastinggeld. Een principekwestie zeg maar. Ik heb me er al twee keer boos over gemaakt en dan moet het genoeg zijn. Een mens moet niet doorslaan.
Maar vandaag was er goed nieuws. De kunstenaar Ralph Posset gaat vrijdagavond duizenden krenten storten voor het stadhuis van Den Bosch om daarmee aan te geven dat hij het college van B&W krentenkakkers vindt.
Posset kwam al keer eerder in het nieuws toen hij de Bosschenaren op een ochtend verraste (eigenlijk denk ik schokte) met honderden door hem in alle kleuren geschilderde dildo's, die hij her en der in de stad had neergelegd. Daarmee protesteerde hij tegen de vertrutting van Nederland. Op menig salontafeltje in de stad prijkt nu zo'n dildo. Zonder gêne, want hij is eerlijk gevonden. Lachen.
Het tweede goede nieuws konden we vandaag melden. Ik denk dat het "eind goed, al goed" wordt.
Klnkrs
’t Onderzoek zelf kende ik niet. Ik las er pas vanmorgen over in de rubriek Niche van de Volkskrant. Het onderzoek was uitgevoerd door mensen van het Centrum voor Nederlandse Spraak van de Universiteit van Antwerpen. Die hadden ontdekt dat vooral in onze Randstad de mensen steeds sneller gaan spreken en dat ze steeds minder klinkers uitspreken.
In Niche las ik dat het resultaat zelfs verbijsterend is. Soapsterretjes, nieuwslezers, voetbaldeskundigen, weervrouwen en bewindslieden slikken klinkers in om maar zo snel mogelijk hun boodschap uit te dragen.
Dat verbaast me niks. Mensen moeten hun woorden wel samenpersen willen ze een statement kunnen maken. Veel verslaggevers worden op pad gestuurd om soundbytes of quootjes te halen die niet langer zijn dan twintig seconden. Anders, zo is de algemene mening, zapt de luisteraar of kijker naar de concurrent. Of erger nog: anders komt de reclame in het gedrang.
Elvis of Toon of toch Elvis
30.000 euro hebben de luisteraars en adverteerders van Omroep Brabant opgebracht ten bate van 555. ’t Was ook bij ons een bijzondere dag. Er heerste een groot gevoel van saamhorigheid en verbroedering, net als in de rest van Nederland. Opeens leek de tweedeling in ons land vergeten. De menselijke geest is flexibel en kort van memorie.
Honderden Brabanders hebben de afgelopen dagen actie gevoerd voor de slachtoffers van de tsunami. Een eindeloze stroom mailtjes en telefoontjes is aan mij en mijn collega’s voorbij getrokken (alleen mijn eigen gemeente ’s-Hertogenbosch wil niks geven. Of had ik dat al verteld? Nou ja, die lamlendige ambtelijke starheid kan niet genoeg benadrukt worden. Hier worden ze alleen wakker als het water in de Binnendieze stijgt.)
We hebben op onze redactie geprobeerd alles zo goed mogelijk in kaart te brengen, maar op sommige momenten werd het wel eens te veel. Zo overweldigend waren de acties (behalve de gemeente ’s-Hertogenbosch, die . . . O, nee dat heb ik al verteld.)
Het mooiste telefoontje kwam van Toon. U kent ‘m niet, maar wij wel. Hij is de zelfbenoemde Nederlandse reïncarnatie van Elvis en hij staat regelmatig op de stoep met wonderbaarlijke ervaringen, zoals zijn Elvis-beeld dat, gelijk Maria, regelmatig huilt. Toon belde me gistermorgen op en dat ging ongeveer zo:
“Ja, hier ’t is mee Toon. Ge wit wel, Elvis. Wa me nou toch is overkomme. ’t Beeld he vandaog gehuild en da’s normoal allenig in augustus. En ik hai een teke gekrege oit d’n himmel van Elvis zelf. Hij he min gevroage al zunne fans over hil de wireld op te roepe geld te geve vor 555. Ik gaoi daollik ok nog me ANP en Reuters belle, maor ik doch da ik jullie d’n primeur zou geve. Ik staoi in een telefoncel nauw, dus ik gif effe main mobiele nummer. Kunde gij main effe terugbelle?”
We hebben Elvis teruggebeld en we hebben Elvis in de uitzending getrokken. Wat kan ’t schelen. Op zo’n dag is elke euro er één.
Actie
Vandaag voert een grote groep webloggers actie. Ze gaan op wit ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de zeebeving en om aandacht te vragen voor de inzamelingsactie. Een sympathiek gebaar, maar ik ga niet op wit omdat die actievorm mij niet aanspreekt. Webloggers, die bovendien journalist zijn, hebben de gave van het woord. Daarom blijf ik mijn dagelijkse stukje schrijven.
Mijn internetcollega steekt plotseling zijn hoofd om mijn beeldscherm.
“Dat vind ik nou toch zo’n gelul hè,” zegt hij.
Ik schrik op uit een geconcentreerd werkje.
“Wat is er?” vraag ik.
“Hoor je dat niet? Dat zo’n verslaggever aan een provinciebestuurder vraagt waarom Brabant maar 250.000 euro geeft voor de slachtoffers in Azië, terwijl Overijssel en Gelderland veel meer geven.”
Ik kijk mijn internetcollega vragend aan.
“Wat kan dat nou schelen wat iemand anders geeft,”zegt hij. “Iedereen geeft toch gewoon wat hij kan missen. Je gaat dat toch niet met anderen vergelijken. Dat vind ik zo’n gezeik.”
Mijn internetcollega heeft gelijk. Iedereen moet geven wat hij kan missen. ’t Kan bijvoorbeeld vandaag tijdens de landelijke inzamelingsactie. Of morgen. Of in het weekend als u uw administratie doet. ’t Maakt niet uit, ’t gironummer is al die dagen hetzelfde: 555. Als u het maar niet vergeet!
Remkes
Al een paar dagen wil ik iets schrijven over minister Remkes, die op Tweede Kerstdag in Thailand was, zijn ministerie meldde dat het goed met hem ging en op het strand ging liggen. Maar mijn gedachten over deze kwestie laten zich slecht ordenen.
Enerzijds ben ik van mening dat mensen ongestoord van hun vakantie moeten kunnen genieten en dat hij weinig had kunnen doen, anderzijds vind ik dat mensen met een publieke- en een voorbeeldfunctie op zo’n moment een blijk van medeleven moeten geven. Maar zelfs daarvoor zijn zijn politieke voelhorens niet genoeg ontwikkeld.
Aan de andere kant kun je je afvragen of iemand uit puur electoraal gewin z’n neus moet laten zien. “Een loslopende minister had hier niks toegevoegd,” heeft hij vandaag in Phuket gezegd. Hij vindt de ophef in Nederland “hype-achtig”. Hoe dan ook, hij lijkt mij ongeschikt voor het vak van politicus.
Mijn respect gaat vandaag uit naar al die honderden Brabanders die nu actie voeren voor 555. Zij geven wel thuis. Zoals:
* De familie Willink uit Oosterhout die actie voert een kindertehuis in Prithipura waar ze
banden mee hebben
* Maarten Janssen uit Boxmeer die een gesponsorde fietstocht gaat houden
* Annie Heuvelmans uit Udenhout die een mini-kermis uit de grond heeft gestampt
waarvan de opbrengst bestemd is voor 555
* Marie-Louise Verpaalen uit Prinsenbeek die in het hele dorp collectebussen heeft neergezet
* De tienjarige Ben Tyrell uit Schijndel die zelf kleurboeken heeft getekend en verkocht
ten bate van de slachtoffers van de zeebeving.
Geen respect heb ik voor het bestuur van mijn eigen stad ’s-Hertogenbosch. Het is het enige grotestadsbestuur in onze provincie dat geen extra geld geeft de slachtoffers van de ramp in Azië. “Wij verwijzen naar de landelijke actie,” zei een woordvoerder.
Zouden ze op het Bossche stadhuis geen baantje hebben voor Remkes? Coordinator internationale hulpacties van de (onneembare) vestingstad 's-Hertogenbosch lijkt me wel passend.
Stroomopwaarts
Laatst vroeg iemand aan mij hoe ik aan de naam Stroomopwaarts kom. Het heeft te maken met mijn kleivette geboortegrond. Ik ben geboren en getogen in Tiel, op een boogscheut van de Waal. De winterdijk, de zomerdijk, de uiterwaarden, de strandjes, de kribben en de rivier waren ons speelterrein.
De rivier zorgde altijd voor sensatie. Vooral in de winter. Dan stond het water vaak tot aan de rand van de winterdijk en liepen onze kelders vol. Met emmers schepten wij dan het water weg. Ouders mopperden, kinderen plonsden binnenshuis Ik herinner me zelfs nog de beruchte winter van 1963 toen de Waal helemaal dichtgevroren was en wij niet op de dijk mochten omdat metersgrote ijsschotsen ons zouden kunnen verwonden.
In de zomer speelden we op de strandjes, die toen nog niet zo vervuild waren. Ik ben er geloof ik ontmaagd, maar ik weet niet zeker of het pubergepruts van toen meetelt. De rivier heeft ook twee vriendjes genomen die, net als de grote jongens, probeerden zwemmend de overkant te halen. Ze waren niet sterk genoeg om uit een draaikolk te komen. Eén heb ik er gezien toen hij uit het water werd gehaald. Dat beeld raak ik niet meer kwijt. Vanaf die dag heb ik een enorm ontzag voor water.
Uren zaten we aan de wallenkant naar de schepen te kijken. Stroomafwaarts kenden we wel dat was ons eigen Nederland, we droomden vooral van de verre oorden die stroomopwaarts lagen. Wat zou ik nog eens graag een weekje met een binnenvaartschap stroomopwaarts gaan.
Toen ik mijn vrouw een jaar of twaalf geleden leerde kennen was ik een zorgelijk tiepje zoals zij dat zo fraai uitdrukte. Een calvinistische sombermans. Ik wilde ook altijd tegen de stroom in. “Je moet eens wat minder tegen de stroom op roeien en je wat meer stroomafwaarts laten meevoeren,” zei ze altijd.
Stroomafwaarts vond ik een mooi woord voor mijn weblog. ’t Had iets te maken met de rivier die mij zo dierbaar is (wie daar is opgegroeid zal altijd blijven houden van al het water dat stroomt) en het zei iets over de manier waarop ik zou willen leven. Totdat mijn zoon zei: “’t Klinkt een beetje negatief. Zoals bergafwaarts. Alsof je vindt dat alles in de wereld bergafwaarts gaat. Volgens mij ga je dan vanzelf alleen maar negatieve stukjes schrijven. Stroomopwaarts past ook beter bij jou, want je zegt wel dat je mee wil dobberen op de stroom, maar zo zit jij helemaal niet in elkaar.”
En zo is het gekomen.
Aan de eettafel
’t Gaat er bij ons aan de eettafel wel eens fel aan toe. Dat heb je wel eens als de één bij een landelijke omroep werkt en de ander bij een regionale. Ik heb nogal eens kritiek op haar wereldje en zij wil nog wel eens een kanttekening plaatsen bij het mijne. Maar toegegeven, zij is genuanceerder dan ik.
Mijn kritiek gaat meestal over de geldbedragen die ik langs hoor komen en waar wij alleen maar van kunnen dromen. En de aantallen mensen die zij beschikbaar hebben voor klussen en wij niet. En de tijd die zij krijgen om iets te doen en wij niet. En de (veel) grotere aantallen kijkers en luisteraars die wij in onze provincie hebben dan zij. Af en toe sla ik wel eens door maar dat houdt de gesprekken aan de eettafel scherp.
Ik was er ook niet zo rouwig om dat het voetbal naar John de Mol ging. Dan kunnen die publieken het geld mooi gebruiken om betere programma’s te maken en uit die ratrace met de commerciëlen stappen. En daarom was ik ook wel blij met het bericht dat ik vandaag las. Joop Daalmeijer, de vertrekkende netcoördinator van Nederland 2, zei dat de organisatie Publieke Omroep samen met de afzonderlijke omroepen tientallen televisieprogramma's kritisch tegen het licht gaat houden en kijken of ze nog langer bestaansrecht hebben. Namen wilde hij nog niet noemen, maar hij heeft ze schijnbaar wel in het hoofd: tientallen programma’s waarvan het bestaansrecht tenminste betwijfeld wordt.
’t Verbaast me niks. . . Alleen jammer dat de omroepen bij een kritische beoordeling van Daalmeijer wel gewoon door mogen gaan met dat programma. Want kom niet aan de macht van de zuilen.
Sorry schat dat je je nu weer voor je collega's moet verantwoorden voor het wangedrag van je echtgenoot, maar het is natuurlijk wel typisch Hilversumsch. Een club mensen die heel veel werk gaat verrichten dat verder geen enkel gevolg zal hebben. Eet smakelijk!
Drieëenheid
Terwijl mijn broer achter dat kittige zwart-wit gestreepte ding van drie huizen verder aan zit, lig ik al sinds kerstavond onder die rotboom.
"We hebben geen geld voor een kerststal," zei de baas.
"Daarom ben jij nou de os, de ezel èn het schaap," zei het vrouwtje.
Toen kwam er nog een hoop gezever over eervol, verantwoordelijkheid en iets over een ereplaatsje in de poezenhemel. Allemaal gelul volgens mij. Ik zal blij zijn als het 6 januari is. Tenminste . . . als ik dan niet namens deze fijne familie als Balthazar, Melchior èn Kaspar met een centenbakje langs de deuren moet
Namen (23)
Koers Heleen - voorzitter Femme Finance, beleggingsclub voor vrouwen
Koetje en Kalff - twee mensen in hetzelfde militaire peleton
Kok Ruud - chefkok Feyenoordstadion
Kommer mevrouw - hoofd klachten NS
Konijn J. - slager
Koopal, Diederik - reclamemaker
Koopen Joop - eigenaar Zeeuwse Rijdende Supermarkten
Koopman - Duitse inkoper groenten
Koopmanschap - voorzitter Kamer van Koophandel Breda
Kop Rien - kapper in Roosendaal
Koster - dominee in Rotterdam
Koster - woordvoerder landelijke werkverband kath. homo-pastores
Koudijs Gert - directeur van de Nederlandse schaatsbond
Kraai - begrafenisondernemer Princenhage
Oudejaarsavond (2)
Dit stukje had ik vannacht moeten schrijven toen de bron die gevoed was met Pinot Gris nog niet was opgedroogd. Dan was het leuker, lyrischer, romantischer en scherper geworden. Maar op dat moment zouden mijn vingers waarschijnlijk verdwaald zijn over het toetsenbord en zouden de woorden in mijn hoofd onbegrijpelijk tevoorschijn zijn gekomen.
Oudejaarsavond verliep in pais en vree. Geraakt was ik toen ik op het Journaal voor de zoveelste keer het leed zag dat de zeebeving in Azie heeft aangericht. Ik kan er bijna niet met droge ogen naar kijken. Het Journaal werd op een heel onorthodoxe manier afgesloten, met een gedicht. Ik vond de woorden niet zo sterk, maar het gebaar was goed. Ons nationale nieuwsinstituut legde z’n masker van onaanraakbaarheid af en toonde mededogen. Ook dat is journalistiek.
Lebbis en Jansen dan. De Volkskrant-recensent had gelijk. Er stonden twee mannen die geen raad wisten met het vrije woord en niet verder kwamen dan wat scheldpartijen waarbij niemand werd gespaard. Ik vond het te simpel om er nog meer woorden aan te spenderen.
Halverwege Kopspijkers vroeg ik aan Marlies: “Heb jij eigenlijk mijn weblogje van vandaag gelezen. Eigenlijk was het een regelrechte liefdesverklaring."
"Dat heb ik gelezen," zei ze.
Waarom zeg je er dan niks over," vroeg ik. Ze zegt er namelijk altijd iets over.
"Je wordt bedankt. Ik had een hele speech ingestudeerd voor als de klok twaalf slaat. En nou weet je het," zei ze
Toen de klok twaalf sloeg en wij elkaar innig het beste wensten zei ze niet veel.
"Dat was een klein speechje," zei ik.
"Ik kreeg tranen in m'n ogen toen ik je weblogje las," zei ze. "En verder heb je al het gras voor mijn voeten weggeveegd."
"Geveegd?" vroeg ik.
"Gemaaid natuurlijk zeikerd. Ik kan zo in Kopspijkers."
"Gelukkig nieuwjaar schat".
"Gelukkig nieuwjaar, dat we maar lang bij elkaar mogen zijn."
