Dé foto


Van oudsher ben ik een krantenlezer. Gelukkig kan ik beroepshalve alle landelijke- en alle regionale ochtendkranten in Brabant lezen. Op een ochtend als vandaag ben ik nieuwsgierig hoe al die kranten omgaan met de foto van Mohammed B. Die zonder balkje welteverstaan.

De Telegraaf heeft de foto over anderhalve kolom op de voorpagina. Het Algemeen Dagblad heeft een kleine foto op de voorpagina en een grotere op een binnenpagina. Het AD legt in het commentaar uit waarom de foto wordt geplaatst: “Hij zocht zelf de publiciteit. Dat maakt de beslissing om zijn ware gezicht te laten zien gemakkelijker”.

De Volkskrant plaatst ‘m niet, zonder verdere toelichting. Trouw plaatst de foto ook niet en geeft een verklaring. Deze krant vindt dat er geen opsporingsbelang mee is gediend en dat de privacy van Mohammed B. zwaarder telt.

Van de drie regionale kranten plaatsen het Eindhovens Dagblad en BN/De Stem de foto wel. Het Brabants Dagblad (onderdeel van hetzelfde concern) doet het niet. Als verklaring geeft het BD dat de privacy zwaarder telt dan het opsporingsbelang. Hoofdredacteur Tony van der Meulen schrijft ook nog dat hij zich heeft verbaasd over justitie. Ze zijn altijd zeer terughoudend met informatie over verdachten, behalve nu het ze goed uit komt, schrijft hij een beetje rancuneus.

En het Financieele Dagblad? Dat besteedt er helemaal geen aandacht aan. Maar ja, welke lezer van het FD (vooral zakenmannen die willen uitstralen dat ze succesvol zijn) komt nou ook in de omstandigheid waarin hij Mohammed B. zou kunnen ontmoeten. Laat staan dat hij informatie zou kunnen geven die voor justitie interessant zou kunnen zijn.

P.S. Het Agrarisch Dagblad zweeg er ook over. Dat meldde wel dat kunstmatige inseminatie bij kippen in zicht komt. Dan hoeven hanen voortaan de eieren niet meer te stempelen, zal ik maar zeggen. Waar ontleen je als haan dan nog je bestaansrecht aan? En hoe moet het dan met het spreekwoord  “een goede haan wordt niet vet . . ."








Gemert


Naast me, aan de andere kant van het gangpad van de trein zaten twee stokoude grijze mannen en een jonge, donkere jongen. De twee mannen waren in een heftig gesprek gewikkeld. ’t Ging over de oorlog. Er vielen grote woorden als onderduikers, fusilleren, dood en gedenkplaat. De jongeman keek met een schuin oog naar de twee. Hij probeerde, net als ik, te begrijpen waar ze het precies over hadden, maar ze spraken in korte afgemeten zinnen, zonder duidelijk verband. Begrijpelijk voor elkaar, maar voor buitenstaanders bleef de kern van de zaak bedekt.

In een moment van stilte boog één van de mannen zich voorover naar de jongen en vroeg op een dwingende toon: “Waar kom jij vandaan?
“Oit Gimmert,” zei de donkere jongen. Zijn zwaar Oostbrabantse accent verraste me.
De oude man keek vertwijfeld naar zijn strijdmakker. Je zag z’n wereldbeeld wankelen.
“Gimmert,” herhaalde de man tegen niemand in het bijzonder.
“Gemert,” verduidelijkte de donkere jongen nu zonder accent. “Dat ligt achter Helmond. In de Peel.”

De oude man herstelde zich. “Ja, maar waar ben je geboren?” vroeg hij triomfantelijk.
“In Gemert,” antwoordde de jongen.
De veteraan zocht steun bij zijn makker. Ik wachtte gespannen af.
De jongen zag de vertwijfeling, dacht even na en toonde toen zijn grootmoedigheid: “Maar mijn opa is van Sumatra,” zei hij.

Je zag een kleine glimlach om de mond van de oude veteraan. Zijn wereldbeeld was hersteld.
“Gemert,” zei hij, “dan ben je nog wel even onderweg jongen….”








Logica


Mijn opa van vaders zijde werd eind negentiende eeuw geboren. Mijn overgrootouders noemden hem Johannes Hendrikus. Zijn roepnaam werd Hannes. Helder en duidelijk.

Mijn vader kreeg de namen Jan Hendrik met als roepnaam Jan. Nog steeds helder en duidelijk.

Ikzelf kreeg precies dezelfde doop- en roepnamen als mijn vader. In onze familie houden ze niet van fratsen.

Gisteren kregen we een geboortekaartje van ver-weg-bekenden Ze waren vader en moeder geworden van een zoon. Thymo is zijn naam. Maar hij zal door het leven gaan als Pim.

Ik heb geprobeerd de logica te doorgronden, maar het is me niet gelukt. Ach, als hij maar gezond is. Toch?








Namen (19)


Hommel -  medewerker Bijenkorf
Hond de en Halsband - collega's Philips Nederland en Vlaanderen die vaak contact hadden
Hond Ton de - fotograaf Eindhovens Dagblad die van Hok naar Honk fotografeert
Honda Kiyoshi - autoontwerper Mitsubishi
Hoogstad Arie - stedenbouwkundige
Hoor Annemiek ten - voorzitter commissie doven en slechthorenden
Hooyschuur -  architect Amsterdam
Hoppe - sectormanager café en barbedrijven Horeca Nederland
Hoppe -  voorzitter Anonieme Alcoholisten
Houtsma -  timmerman Mierlo








Cursus (2)


Managementcursus gehad.
Soms moet je kort en zakelijk zijn.
Aan het eind van de middag thuis.
Een warm weerzien. Ik heb haar gemist.
Een hapje eten in de stad.
Verhalen buitelen over elkaar heen.
We proberen 2x3 dagen in vijftien minuten te vertellen.
Er is iets geks gebeurd op haar werk.
Managementcursus. Ik heb een oplossing.
“Je snapt er niks van”.
“Maar het is toch zo simpel. Want . . .dan. . .”
“Ja maar het ligt net iets anders. Want . . .”
“Ja, maar dat zei je net niet.”
“Jezus, man, je zit niet meer op cursus.”
In het weekend ga ik afdraaien.








Cursus


Ooit werd ik geroepen tot het ambt van manager. Dat moet een jaar of vijftien geleden zijn. ’t Ging zoals zo vaak in de journalistiek: in het land der blinden wordt eenoog tot koning gekroond. Anciënniteit is belangrijker dan de gave. Van de ene op de andere dag werd ik uit mijn vak gerukt om daarna zes jaar lang te vergaderen over de aanschaf van opnameapparatuur, de kleur van de deuren van de studio’s, de zachtheid van het toiletpapier. Uren heb ik roosters zitten maken.

In die tijd heb ik een hekel gekregen aan mensen die met de CAO onder hun hoofdkussen slapen of die elke maandagmorgen ziek zijn omdat ze in het weekend zwaar zijn wezen stappen. Het is ook de periode waarin mezelf vreselijk ouderwets ben gaan voelen. Er werd van boven op je hoofd gezeken en aan de onderkant pisten ze op je schoenen. Na zes jaar ben ik er mee opgehouden om terug te keren in het vak van journalist.

Onlangs wees mijn chef mij er op dat ik best een cursus zou mogen volgen als ik daar behoefte aan zou hebben. Aan cursussen heb ik altijd behoefte dus ik zocht een leuke uit. Die was te duur. Het wordt nu een cursus management en journalistiek. Hoewel het niet mijn eerste keus was, lijkt het me heel nuttig. Bovendien ben ik ouderwets opgevoed dus ben ik dankbaar dat mijn baas die investering in mij wil doen.

Toen ik aan een jonge collega vertelde dat ik die cursus zou gaan doen vroeg hij me: “Wat kun je daar mee worden?” Goeie vraag. Wat kun je daar mee worden? Wat wil je er mee worden als je 49 bent en alle stadia al hebt doorlopen? Ik wil eigenlijk alleen maar wijzer worden en ik heb er alle vertrouwen in dat die cursus mij daar bij gaat helpen.

Betekent wel dat ik er de komende dagen niet ben.








Cees (2)


Ik had niet over correspondent Cees moeten beginnen, want nu buitelen de anekdotes over hem de hele dag door mijn hoofd. ’t Vervelende is dat ’t van die voorvalletjes zijn waar je bij geweest moet zijn wil je er om kunnen (glim)lachen. En de meeste zijn vervaagd. Eén ding is me altijd bijgebleven.
Eerst even de duiding. Bij correspondenten moet je niet denken aan Max Westerman of Charles Groenhuijsen. Welnee, onze vooruitgeschoven posten waren dorpsonderwijzers, fabrieksarbeiders, huisvrouwen en postbodes die a raison van elf cent per regel een centje bij verdienden met stukjes over de plaatselijke geitenfokvereniging.

Cees was pater familias van een – laten we zeggen – goedaardig, volks gezin. Hij verdiende de kost voor vrouw en een handvol kinderen in een fabriek. Wat hij daar precies deed weet ik niet, maar hij kon in ieder geval altijd voor de krant op pad. Cees schreef zich de vingers blauw om zijn loontje aan te vullen. (Hij gebruikte heel veel carbonpapier want zijn verhalen gingen naar verschillende dag- en weekbladen: één voor de prijs van vier.) Dat leverde vaak ellenlange verhalen op die slechts met de grootste moeite tot een begrijpelijke tweekolommer omgebouwd konden worden.

Dus af en toe toog ik naar de arbeiderswoning van Cees om hem te overreden wat korter te schrijven. Op een keer overkwam me iets vreemds. Nadat Cees mij had begroet en de hond mij drijfnat had gelikt werd me een plekje op de bank toegewezen. Na een minuut of tien hoorde ik achter die bank een licht gegrom. Ik dacht dat het de hond was, maar die lag aan de voeten van Cees, tegenover mij. Toen het gegrom aan hield en mijn gastheer zonder blikken of blozen maar door bleef praten, draaide ik mijn hoofd naar rechts. Achter de bank staken twee dikke benen, gestoken in dikke pantykousen, uit. Ik keek naar Cees.
“Dat is mijn vrouw,” zei hij. Mijn mond zakte open. “Die doet altijd een middagdutje op de bank, maar omdat jij nu kwam is ze achter de bank gaan liggen.”








Cees


Opeens kwam het gesprek aan ons bureaublok op voetbalclichés. Iemand riep iets en toen vlogen ze als stuiterballen in het rond.

Het bruine monster spatte uiteen op de dwarsligger Het spel golfde op en neer. De bal is rond. De wedstrijd eindigde zoals hij begon. De wedstrijd kantelde in de tweede helft. Het werd een brilstand. De scheidsrechter hield de kaarten op zak. Na de thee. Na het laatste fluitsignaal. . .

Van die dingen. Dat deed mij denken aan Cees.

Wij hadden vroeger bij de krant een plaatselijke correspondent in Putten. Cees Does. Hij was dag en nacht in touw en schreef over alles en nog wat. Dikke enveloppen met dicht beschreven kopijvellen ploften dagelijks op onze deurmat. Ook over de wedstrijden van de hoofdmacht van de plaatselijke FC (ook een mooi cliché).
Sterker, als zijn kluppie thuis speelde was hij ook nog eens grensrechter. Cees deed al aan participerende journalistiek voordat het woord was uitgevonden. Zijn verhalen waren altijd een aaneenschakeling van clichés. ’t Begon met de zin “direct nadat de bal aan het rollen was gebracht” en het eindigde altijd met de woorden “na het laatste fluitsignaal zochten de spelers tevreden/teleurgesteld de kleedkamer op”.

Eén keer week hij daar van af. . . Zijn jongens hadden verloren en dat was, zo besloot hij zijn verslag, "de schuld van de slecht fluitende arbiter, die onvoldoende op de attent vlaggende grensrechter Does lette. . .”








De Ergste


Een beetje gek was het wel toen ik vorige week HP/De Tijd open sloeg. Ze hadden een Top-20 samengesteld van De Ergste Nederlander Ooit. Op de twintigste plaats stond Jan de Vries. Er was een hele verkiezing aan vooraf gegaan. Tot mijn schande moet ik bekennen dat dat voortraject mij geheel was ontgaan.

Ik had wel iets meegekregen over de verkiezing van De Grootste Nederlander Ooit, maar omdat ik dat zo’n flauwekul vind had ik me er niet serieus in verdiept. En toen ook nog eens bleek dat Pim Fortuyn was gekozen wist ik zeker dat ik er niks aan gemist had. Leuk werd het pas de volgende dag, toen de KRO op hangende pootjes bekend moest maken dat niet Pim maar Willem van Oranje eigenlijk meer stemmen had gekregen. Ze hebben het niet hersteld. Zo zijn katholieken, ze biechten een keer, kopen een aflaat en gaan vrolijk verder.

Maar die uitverkiezing van Jan de Vries boeide me wel. Ik besloot om dat eens uit te zoeken. Voordat ik daar goed en wel aan toekwam hing de Top-20 al op het prikbord bij mijn bureau. Bij elke naam stond een portret in pentekening en u raadt het al, bij nummer twintig stond mijn kop. Kantoorhumor is de beste humor. Nu heeft een goede psych mij jaren geleden geleerd mijzelf niet al te serieus te nemen dus ik lachte hartelijk mee. En niet eens als een boer met kiespijn.

Maar ’t wrong toch een beetje. U moet weten dat ik een gekend aantal vijanden heb die er niet voor terugdeinzen om mij op die lijst te krijgen. Dus ik ben eens op internet gaan zoeken. Bleek dat die meneer Jan de Vries die op nummer twintig van de lijst van De Ergste Nederlander Ooit staat de projectontwikkelaar was (hij is inmiddels overleden) die de stad Utrecht het winkelhart Hoog Catharijne door de strot heeft geduwd. Enerzijds was er de opluchting, anderzijds de teleurstelling. Ik had onsterfelijk kunnen worden. . .








Spreekwoorden


Hoe je het ook wendt of keert, elk spreekwoord moet ooit door iemand als eerste gebruikt zijn. Ooit moet er een boer geweest zijn van wie een kalf verdronk in de put. Zijn vrouw had hem al zo vaak gewaarschuwd dat die put gevaarlijk was. Om van het gezeur af te zijn dempte de boer de put. De vrouw vertelde tegen haar buurvrouw dat de man de put gedempt had nadat het kalf verdronken was. De buurvrouw vertelde het tegen haar man. Die vertelde het in de herberg (veel meer gebeurde er indertijd niet in een dorp) en daar zat toevallig een koetsier. Die vertelde het verhaal vijf dorpen verder op een pleisterplaats en van daaruit waaierde het verhaal het land door. En uiteindelijk wist iedereen dat de boer de put gedempt had nadat het kalf was verdronken. Niemand kende die boer, laat staan het kalf, maar de uitdrukking bleef.

Zo ongeveer stel ik me de geboorte van een spreekwoord voor. Mijn vrouw en kat Marcus hebben vandaag een poging gedaan een bijdrage te leveren aan de Nederlandse taal. Ik geef het maar door (de tijd dat mannen iets bedachten en vrouwen het verder vertelden is tenslotte voorbij).

Als de kat op de mat ligt kan de mens niet muizen. . .

Wanneer we dat spreekwoord moeten gebruiken? Ja, dat weten we pas over een paar honderd jaar natuurlijk. Zo gaat dat met spreekwoorden.
En wat zou het dan mooi zijn als iemand ergens in 2237 opeens denkt: hé, waar zou dat spreekwoord vandaan komen en dat die persoon dan via Google gaat zoeken en ontdekt dat ik de eerste was die dat heeft opgeschreven en dat het mijn vrouw en mijn kat waren die het eigenlijk hebben bedacht. Wat een geweldige taalkundige ontdekking zou dan op onze naam komen. Misschien krijgen wij wel een plaatsje in het letterkundig museum of een standbeeld in mijn geboorteplaats, naast Flipje van de Betuwe. . .

Of ik niks beters te doen heb? Nee, vandaag niet . . .








Namen (18)



Vandaag staat de absolute topper uit mijn collectie er bij: de heer Hemelrijk


Hazenbergdirecteur dierenbescherming
Heer de -  predikant
Helder mevrouw - werkster
Heling H.G.J.C. - lid vrijwillige politie Den Bosch
Hemelrijk de heer  - medewerker Nationaal Luchtvaart en Ruimtelaboratorium én woordvoerder Jehova's Getuigen
Hemelsoet B. - RK nieuwtestamenticus 
Hengel -  vishandelaar in Hengelo
Herder de, mevrouw - eigenaresse hondenuitlaatcentrum
Hetebrij - humanistisch raadsman Srebrenica-militairen
Hiel Joop - kousenhandelaar in Amsterdam
Hinterleiter -verzorgt rondleidingen in het Anne Frankhuis
Hockey Joe - Australische minister van sport








Zoektocht


Alle bergruimtes in huis heb ik overhoop gehaald. Alle kastjes heb ik binnenstebuiten gekeerd. Maar ik heb ‘m niet kunnen vinden. Sinds de laatste keer dat ik ‘m gebruikt heb is er ook nogal wat gebeurd. Ik ben in die tijd een keer of zes verhuisd. Misschien is ie wel tijdens één van die verhuizingen weggegooid want dat zijn uitgelezen momenten om schepen achter je te verbranden. ’t Kan ook best zijn dat mijn kinderen er mee speelden toen ze klein waren en ik daar zo gek van werd dat ik ‘m onvindbaar verstopt heb.

Sorry, ik vergeet helemaal te vertellen wat ik zoek. M’n rateltje. Dat ding waarmee ik begin jaren tachtig herrie maakte in Amsterdam als protest tegen de aanschaf van kruisraketten. Samen met 499.999 andere mensen. Ik heb dat rateltje weer nodig want het kabinet wil die vernietigingswapens alsnog aanschaffen.

Hoezo, wie maakt zich daar heden ten dage nog druk over? Zou u denken? Zou er echt niemand meer gaan protesteren op het Museumplein in het Dorp aan het IJ? Tja . . . dan sta ik wel een beetje voor gek natuurlijk, in m’n eentje met dat rateltje. Stel je voor zeg, dat iemand denkt dat ik zo’n provinciaaltje ben dat daar al brallend z’n vrijgezellenavond staat te vieren.
Dan stop ik maar met zoeken. Ik denk trouwens toch dat ik in de loop der tijden het rateltje samen met een paar idealen naar de stort heb gebracht.








Valse bankbiljetten


In de de  stroom nieuwsberichten die ons dagelijks bereiken zit af en toe een bericht van het justitieel parket in Turnhout, net over de grens in Belgie. Soms heeft het betrekking op iets dat met Brabant te maken heeft, maar meestal kunnen we er niks mee. Deze kwam vanmorgen. Ik vond 'm te leuk om ongepubliceerd te laten.

Vorige week werd in de pers gemeld dat KBC te Westerlo 60 biljetten van 50 euro zou aangetroffen hebben waarvan men vermoedde dat ze vervalst waren. Verder onderzoek, door een deskundige van de Nationale Bank, heeft aangetoond dat de biljetten niet vervalst waren. Misschien is het nuttig dat dit bericht gepubliceerd wordt, aangezien het risico bestaat dat handelaars briefjes van 50 euro zouden gaan weigeren, gelet op de eerdere berichtgeving in de pers.








Vaatwasmachine


Het allereerste ANP-bericht waar vanmorgen mijn oog op viel was dat een vaatwasser goed is voor de relatie. (Tja, ’t stond nu eenmaal bovenaan de lijst toen ik mijn computer opstartte.) Een klein stukje daar uit:

"De belangrijkste reden mag dan tijdsbesparing zijn, toch is een op de vijf Nederlandse mannen van mening dat een vaatwasser in huis goed is voor je relatie. De vaatwasser voorkomt namelijk echtelijke ruzies over het doen van de afwas, concludeert vaatwasmiddelenfabrikant SUN in een donderdag gepresenteerd onderzoek onder 549 mensen."

Wij zijn bewust vaatwasserlozen, wij doen elke avond samen de vaat en bespreken dan samen de besognes van de wereld in het algemeen of die van onszelf in het bijzonder.

Ik stuurde het bericht bij wijze van gebbetje naar mijn vrouw met de opmerking “Hebben wij niet nodig”.

Ze antwoordde:

"God, wat een humbug...... dat ze zich eens met wezenlijke dingen gaan bezighouden...... Ik vind afwassen (meestal) het hoogtepunt van de dag..... Wat hebben wij toch een goeie relatie eigenlijk he....... "
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx


Van zo’n keihard tegenonderzoek zullen die bordenwassers van Sun lelijk op hun neus kijken.








De dood


Onze eerste kantinejuffrouw, een charmante Indonesische dame, is er mee begonnen. Ze sprak in verkleinwoorden: broodje, soepje, yoghurtje. Alle dames na haar zijn in verkleinwoorden blijven spreken. Zelfs Ineke, die toch al de “derde generatie” kantinejuffrouwen was. Ineke is onverwacht overleden. Ze was net zo oud als ik, veel te jong.

Het nieuws zorgde vandaag voor een oorverdovende stilte. Ze was heel hartelijk en nooit was haar iets veel. Soms gaf ze je iets extra’s en daarbij trok ze dan een brede glimlach. Wat er over bleef werd vaak op de bureau’s gezet van de mensen die avonddienst hadden. Ze was niet bij ons in dienst maar bij een cateringbedrijf. ’t Maakte ons niks uit, ’t was gewoon een aardige, zorgzame collega.
Ik kende haar eigenlijk alleen maar in haar groene uniform. Eén keer heb ik haar in gewone kleren gezien. Ze had vakantie en moest in de buurt zijn. Samen met haar man kwam ze even snel een broodje eten in haar eigen kantine. We hebben er nog grappen over gemaakt.

“Twee sneetjes, kroketje, appeltje, melkje. Is dat sinaasappeltje van thuis of van mij?” vroeg ze altijd, zij was de baas van de bedrijfskantine. En opeens is ze weg. Zomaar, zonder dat we afscheid van haar konden nemen.








Zij wel (3) . . .


(Door Marlies)

Ik kan het niet laten, sorry, excuses, ik ga voor jullie door het stof. . . het is sterker dan mijzelf. Hier is dan de bekentenis: ik bezoek graag kerstmarkten. Ik weet het, het is erg.... heel erg en ik hoop maar dat onze vriendschap sterk genoeg is om het te overleven, maar ik weet nu al dat ik ook volgend jaar weer zal gaan kijken.

De eerste heb ik al bezocht vóórdat jullie wisten dat ze al open waren: de Intratuin-kerstmarkt. En daar heb ik iets gezien dat mij deed bekennen dat ik aan deze verslaving lijdt en dat mij dit stukje deed schrijven. Want dat was zo erg, erg, erg..... Nietsvermoedend reed ik mijn karretje rond daar in Rosmalen. Ik parkeerde het af en toe in een hoekje waar niemand er last van zou hebben (het was niet erg druk, alleen die-hards) en liep rond als een kind dat in een snoepwinkel het allerlekkerste uit mag zoeken. Dan was ik mijn karretje weer kwijt en mocht ik nog een keer langs al het lekkers, maar nu van de andere kant.

En het werd alleen maar mooier . . . Veel goud en rood en diepblauw en paars, veel grinnek-dingetjes (ik ben gek op ondeugende engeltjes), veel dingen waarvan ik de aanschaf overwoog, maar teruglegde nadat ik mij voor de geest had gehaald hoe mijn echtgenoot vol afgrijzen zou kijken als ik ermee thuis zou komen. Veel dingen die ik wilde onthouden voor als ik eens een cadeautje moest vragen aan een vriendin (of cadeau wilde geven).

En toen gebeurde het. Ik stond voor een prachtig aangeklede tafel, mooie glazen, mooi bestek en borden, kaarsen erop, alles in een diepe, donkerpaarse tint. Maar wat stak daar op de stoelen? Zag ik dat goed? Vleugels? Ja hoor: vleugels, van veren gemaakt met een driehoekig stoffen hoekje aan de binnenkant. En waar steek je die gruwelen op: juist, op de rugleuning van rechte eetkamerstoelen, zodat het lijkt alsof degene die op die stoel zit vleugels uit zijn/haar rug heeft groeien. . . Afschuwelijk, wat een kitsch. . . Mijn mond viel er van open.
Maar volgend jaar ga ik weer. . .








Fatsoensrakker


Ik heb nog niet eerder zo’n lastige discussie meegemaakt als die nu wordt gevoerd. Minister Donner wil de wetsartikelen waarmee smadelijke godslastering zou kunnen worden aangepakt afstoffen. Als je in een journalistieke omgeving zegt dat je begrip hebt voor de intentie van Donner’s woorden ben je eigenlijk automatisch een outcast. Want nergens heerst meer een “alles-moet-kunnen” mentaliteit dan daar. (Behalve natuurlijk wanneer journalisten bekritiseerd worden, maar dat terzijde).

Steeds moet ik uitleggen dat ik de manier waarop Donner zijn ideeën over het voetlicht heeft gebracht op z’n zachts gezegd ongelukkig vindt. Maar dat hoort al bijna niemand meer want dan ben ik al bedolven onder de beschuldiging dat ik “dus vind dat je kunstenaars en andere beoefenaars van het vrije woord van tevoren moet vertellen wat ze wel en niet mogen zeggen.”
Nee, dat vind ik niet. Ik vind alleen maar dat je mensen die anderen bewust kwetsen en beledigen daar achteraf best op mag aanspreken. Dus, zegt men, wil ik mijn normen en waarden aan anderen opleggen. Of ik wel begrijp dat wat ik fatsoenlijk vind voor anderen helemaal niet over de schreef hoeft te zijn? En of ik wel begrijp dat in een bepaalde context het woord “geitenneukers” best grappig kan zijn? Ze vinden mij een fatsoensrakker, geloof ik.

Zes jaar geleden begon de politie in Midden- en West Brabant een offensief tegen mensen die agenten uitscholden. Iedereen die “kutwout” zegt tegen een politiepet wordt voor de rechter gesleept. En ik heb er op de rechtbankrollen wat langs zien komen de afgelopen jaren. Ik zeg ’t maar, misschien heeft iemand er iets aan.

P.S. Ik heb ‘m niet van mezelf, maar als je boos bent op een politieman of –vrouw die nog heel jong is, dan kun je ook vragen of hun vader wel weet dat hij/zij met zijn pak aan op straat loopt. Hij schijnt heel hard aan te komen maar verder geen juridische consequenties te hebben.








Donkerrood


Mijn vrouw is niet zo van cosmetica, ze maakt zich nooit uitbundig op. Bij ons in huis tref je dan ook geen kaptafel aan. Op de badkamer staan wel potjes, tubetjes en doosjes, maar die badkamer is zo klein dat je er niet met z’n tweeën in kunt, dus ik ben er nooit bij als die potjes open gaan.

Afgelopen weekend stond ze op het podium, in het volle licht en dan moet je wel wat op je snoet smeren, zo heeft ze mij geleerd. We waren er een uur van tevoren en omdat ik geen zin had al die tijd alleen aan de bar te hangen, ging ik mee de kleedkamer in. Als man van heb je zo je privileges. Uit haar tas kwamen tot mijn verrassing al die potjes en tubetjes. Het grijs-bruine potje bleek een soort saharazand te bevatten dat ze met die kwast uit de badkamer op haar gezicht kwastte. Daar werd ze mooi bruin van. Uit dat witte potje kwam een  creme waarmee ze mooi glanzend haar maakte. Uit dat rode potje kwam een rood poeder voor de konen. Uit dat zwarte tasje kwam een kwastje waarmee de oogwimpers en de wenkbrauwen zwart werden gemaakt. En twee tubes (of zijn dat stiften) lippenstift: rood en donkerrood. Ze wierp een blik op haar kleding en ik dacht: donkerrood! Zij ook.








Gelezen (5)


Hoofdredacteur Tony van der Meulen in zijn wekelijkse column in het Brabants Dagblad naar aanleiding van de uitvaartplechtigheid voor Theo van Gogh.

"Daaromheen was er echter weer veel van die stuitende Grachtengordelgeestigheid, waar ik in toenemende mate allergisch voor word. Alles is leuk, moslims "geitenneukers" noemen is zelfs zo leuk dat op het rouwfeest twee opgezette geiten stonden opgesteld. De hele wereld is één Amsterdams café, en wat kan het ons allemaal verdommen, want onze kroeglol heeft de air van een maatschappijvisie."








Haat en angst


De zondagochtenden zijn meestal de beste ochtenden. ’t Is stil in de straat, vaak schijnt het zonnetje op de eettafel die vol ligt met kranten. Cappuccino, één poes op schoot en één in z’n hangmat tegen de verwarming. Vanochtend waren de omstandigheden niet anders, maar de kranten wilden niet echt meewerken aan een vredig zondagochtendgevoel. Twee woorden knalden uit pagina’s: angst en haat. Moslims die bang zijn dat wij Nederlanders ons voorbereiden op een tweede Kristallnacht. Nederlanders die bang zijn voor moslimbommen.
’t Komt me allemaal zo wezensvreemd voor. Ik ben niet zo snel bang en een zo sterk gevoel van haat dat ik iemand pijn zou willen doen is mij vreemd. Maar goed, ik ben geen moslim en ik voel niet elke dag de priemende ogen van wantrouwige Nederlanders in mijn rug; ik hoef me niet elke dag te verantwoorden voor dingen waar ik niks mee te maken heb. En de moslims in mijn wijk hebben mij nog nooit een strobreed in de weg gelegd.
Ik heb de laatste dagen veel nagedacht over wat er in dit land gaande is, maar hoe je het ook wendt of keert, de tekenen voor een tweede Kristallnacht heb ik nog niet gezien evenmin als een massale mobilisatie van moslimextremisten. Ik ben er van overtuigd dat het rechts-extremisten zijn die én moskeeën én kerken in brand steken om ons tegen elkaar uit te spelen . De vraag is wat ze daar mee willen? Volgens mij niks anders dan sensatie schoppen want wie de forums op hun pagina’s leest ziet niks anders dan holle kretologie zonder enig perspectief. Ik vind dat dat aspect in alles wat ik lees onderbelicht blijft.
Na de moord op Theo van Gogh was er niet alleen maar woede, er waren ook bijeenkomsten waar Nederlanders en moslims samen hun afschuw lieten blijken. Na de aanslagen op islamitische scholen in Uden en Eindhoven (wij Brabanders hebben ook iets uit te leggen) stonden autochtonen en allochtonen opnieuw hand in hand. Ze vormden zelfs samen een menselijk schild rondom de school in Eindhoven. Daar stonden mensen schouder aan schouder die zich niet van de wijs laten brengen door kleine groepen extremisten die er baat bij hebben dat onze maatschappij ontwricht wordt.
Zo lang dat gebeurt heb ik vertrouwen in de veerkracht van onze samenleving. Die is namelijk gestoeld op eeuwenlang polderen omdat dat de enige manier is waarop je met zoveel mensen op zo’n klein stukje aarde kunt samenleven.. Dat poets je niet zomaar weg. Maar polderen is geen vrijblijvende bezigheid. Het betekent veel samen discussiëren en dat mag van mij op het scherpst van de snede.
Wat dat laatste betreft wil ik iedereen het verhaal van Willem de Bruin in de Volkskrant aanbevelen (Reflex, pagina 14 “Om de hoofden en harten”). Hij schrijft:  “Het grootste gevaar dat ons bedreigt is dat niemand nog durft te discussiëren. Dat wij uit angst steeds meer van onze vrijheid inleveren in de hoop daar meer veiligheid voor terug te krijgen. Tegelijkertijd zou het geen kwaad kunnen als we af en toe, voor we ze uitspreken, even stil staan bij wat we met onze woorden willen bereiken, of het doel is te overtuigen of slechts te ‘zeggen wat men denkt’. De schaduwzijden van de islam laten zich ook benomen zonder het gebruik van adjectieven als “geitenneukers”. Hier prevaleert de klassieke deugd van de zelfbeheersing. Noem het beschaving.”
Waarvan acte!!








't Briefje


Onze TV-ploeg kwam gisteren opgewonden terug van het front. Dat was voor de gelegenheid het dorpje Liempde waar met veel machtsvertoon een opleidingskamp van de PKK was opgerold. (Overigens moet ik nog zien of er voldoende bewijzen op tafel komen om aan te tonen dat de verdachten iets anders deden dan studeren). De opwinding had te maken met een briefje dat de cameravrouw en de verslaggever net buiten het plaats delict hadden gevonden.
Er stond iets in het Turks op geschreven, dachten ze en het zou wel eens heel belangrijk kunnen zijn. Met een aantal mensen bogen we ons over het briefje. Helaas was er niemand die de Turkse taal machtig was, maar we hebben met z’n allen genoeg naar TV-programma’s met Turkse onderschriften gekeken om te zien dat dit geen Turks was. Wat ons ook opviel was dat de tekst op een gedicht leek.
En wat er dan een adrenaline wordt geproduceerd op zo’n redactie. Heerlijk. Met een aantal mensen hebben we internet afgeschuimd om er achter te komen welke taal het zou kunnen zijn. ’t Leek uiteindelijk nog het meest op Koerdisch, maar dan net niet. Wist u trouwens dat er complete cursussen Duits-Koerdisch op internet staan? Uiteindelijk besloten we dat het Koerdisch moest zijn. Dat lag natuurlijk ook wel het meest voor de hand.
En dan ga je bellen met elke Turk die je kent, hoewel je weet dat een Turk geen Koerd is en omgekeerd, maar je moet ergens beginnen. Ze wilden ons wel helpen maar niemand sprak Koerdisch, laat staan een tekst die waarschijnlijk in dialect was geschreven. Zelfs de Koerdische lief van één van onze collega’s kwam er niet uit evenmin als zijn netwerk. Na lang zoeken (we hadden het kookpunt van opwinding al bijna bereikt) vonden we – voor zover bekend – de enige officieel beëdigde tolk-vertaler Koerdisch in Nederland. Die dacht dat hij ons wel kon helpen, maar hij zat ergens in Nederland in de trein en dat zou dus veel te lang duren, want de deadline naderde.
Uiteindelijk kwam iemand op het lumineuze idee om een Nederlandse professor te bellen van wie we wisten dat hij alles over Koerdistan wist. Op onze vraag of hij ook de taal machtig was antwoordde hij: “Ja hoor, stuur dat briefje maar even.” Een half uur later hadden we de vertaling. Het was, schreef de professor ons, geschreven door iemand die de taal niet echt goed beheerste dus het had hem wel wat moeite gekost. ’t Bleek een marslied over guerrilla’s die ten strijde trekken.
Heerlijk zo’n vrijdagmiddag vol saamhorigheid bij Omroep Brabant








Namen (17)


Ham A. -  inkoper vlees bij grootgrutter Jan Linders
Ham, de heer -  slager
Ham, Boris v.d. -  Prijs het Dier die mensen wil bewegen minder vlees te eten
Hambeukers, de heer -  hoofdinspecteur AID belast met controle varkenspest
Hamburger drs. C. - voedingsarts
Hamer, de heer - voorzitter Partij van de Arbeid
Hamer firma - gereedschapswinkel in Vught
Hamster Hommo - dierenarts Voorthuizen
Hanenmaaijer -  soldaat die tijdens vogelpest controleerde
Hare Wout v.d. -  kapper in Amsterdam
Haring Mariel - visverkoopster
Haring, de heer -  woordvoerder inzake aangespoelde potvis op Terschelling








(W)armer


Ten tijde van de Molukse gijzelingen sprak een christelijke collega bij de krant waar ik toen werkte in volle overtuiging de gedenkwaardige woorden: “Als God toch wil dat deze dingen gebeuren laat ze dan tenminste in ons verspreidingsgebied gebeuren.”
Ik heb deze week vaak aan die opmerking gedacht. Want het was (buiten de randstad) vooral in ons uitzendgebied te doen. Dat trekt een enorme wissel op de menskracht van onze omroep. Tot en met woensdagavond hebben veel collega’s overuren gedraaid en we haalden donderdagmorgen dan ook opgelucht adem toen in de nacht alleen maar een klein brandje was geweest in een katholieke school. Zo ver waren we al.
Donderdag konden we een heel klein beetje afdraaien en naar een rustig weekend e verlangen, maar vanmorgen was het weer raak: in het lieflijke Brabantse dorpje Liempde werd een PKK-trainingskamp opgerold. Weer alle hens aan dek.
Er is in Brabant de Stichting Poëzie op Straat die langs de invalswegen naar onze provincie borden geplaatst wil zien met de tekst “Op weg naar Brabant wordt de wereld warmer”. Het is een regel uit een gedicht van Harriët Laurey. Die regel is door het provinciebestuur afgewezen omdat men bang is dat vandalen de “W” zullen weghalen. ’t Wordt nu “Welkom en Brabant, natuurlijk vernieuwend”. Als ik de stichting of het provinciebestuur was zou ik voorlopig even helemaal niks langs de snelweg zetten.
Alle hectiek van de afgelopen week heeft wel de veerkracht van onze organisatie getoond. Was ik vorige week afgepeigerd, deze week overheerst een gevoel van kracht.








Mevrouw Heijmans


Mevrouw Heijmans was gisteren even de held van de dag. Zij deed live op Nederland 2 verslag van de gebeurtenissen in de door een politiemacht belegerde Antheunisstraat in Den Haag. Waar de officiële verslaggever Nicole le Fever urenlang niets te melden had, kon mevrouw Heijmans de spanning er nog een beetje in houden omdat ze toevallig wel een goed uitzicht had.
Maar of de informatie van deze gelegenheidsreporter nou zo betrouwbaar was? Jan Mulder en Wim de Jong hebben er vandaag in de Volkskrant al prachtig over geschreven. Ik kan er nog wel iets aan toevoegen. Tijdens de ontknoping van de zinderende dag bedelde NOS-presentatrice Aldith Hunkar mevrouw Heijmans om een laatste ooggetuigenverslag. Hoe zagen de mannen er uit die door de politie uit het huis waren gehaald? "'t Zijn slanke mannen," zei mevrouw Heijmans. "Maar hoe zien ze er uit," vroeg Aldith. "Slank," zei mevrouw Heijmans. Wij schreeuwden dat Aldith wilde horen of ze donker getint waren, een baard hadden of een djelebba droegen. Maar mevrouw Heijmans hoorde ons niet. Ze kon of wilde niets anders zeggen dan dat de mannen slank waren.
Vanmorgen zag ik in de Telegraaf en het Algemeen Dagblad de foto van één van die mannen. Oordeel zelf over de betrouwbaarheid van de waarnemingen van mevrouw Heijmans.









Peer en Kees


Oorlog in de provincie. Mijn provincie, de provincie waarin ik leef. Poging tot brandstichting in een moskee in Breda. Aanslagen op islamitische scholen in Eindhoven en Uden en een kerk in Boxmeer in brand gestoken. Althans dat dachten de daders, want de kerk was al lang een sportschool. Veel kerken in mijn provincie zijn sportscholen, tapijthallen, supermarkten of afgebroken. We zijn namelijk sinds een aantal decennia van God los, maar vermoedelijk beperkt het benul van aanslagplegers zich tot de periode 1933-1940.
Gelukkig is het morgen de ellufde van de ellufde. Dan wordt in de Zuidelijke Nederlanden ’s avonds om elluf over elluf het nieuwe carnavalsseizoen geopend en zijn we tot half februari allemaal één.
Wie zin heeft in een feestje: in ons eigen Bossche Oeteldonk worden morgenavond de nieuwe Peer en zunne Kees gekozen. Die twee schertsfiguren zijn de komende maanden de burgemeester en zijn assistent van Oeteldonk. Dat is weliswaar lager dan Prins Amadeiro maar het zijn niet te onderschatten functies die ver uitstijgen boven die van de burgemeester en de secretaris van 's-Hertogenbosch. Bij de geruchtenstroom over wie Peer en Kees worden verbleekt de stroom geruchten over de toestand van Arafat.
Oh jee.  Ik bedenk me opeens dat u daar helemaal niet binnen mag. Dat is alleen voor leden. Voor de inner-circle zeg maar. Verschil moet er zijn.  Zelfs ik mag er niet binnen. Jammer, maar misschien is er iets leuks op TV.








Heidag


Op de islamitische school in Uden was een haattekst tegen Marokkanen gekalkt. Dat was heel dom van de daders. In de eerste plaats omdat je niet zulke teksten moet kalken, in de tweede plaats omdat het een Turkse school is. Maar de daders malen vast niet om zo'n futiliteit. Ze zijn dom.
Nu er twee groepen allochtonen getroffen zijn wilden we vanmorgen bij Omroep Brabant de Provinciale Islamitische Raad spreken. Dat bleek niet te kunnen. De dames en heren van de Raad waren namelijk onbereikbaar want ze hadden vandaag hun . . . heidag.
Beste, lieve mensen van de Raad willen jullie mij een plezier doen? Neem alstublieft alleen onze goede gewoontes over. . .








Maan


’t Was nog donker toen ik vanmorgen de voordeur achter me dichttrok. De maan hing op een schuit boven de stad, rustend op twee sterren. Eén van de mooiste teksten van De Dijk nestelde zich in mijn hoofd.

De wind jankt als een manke hond om zijn weggelopen baas
De regen stort bij bakken op de stad
De nacht hangt als een natte dweil aan een maan van ouwe kaas
Herfst - ik heb er nooit veel mee gehad

Hoewel ik wist dat ik dit vandaag niet meer kwijt zou raken heb ik het toegelaten. Gewoon omdat ik vandaag de hele dag iets moois in m’n hoofd wilde horen.








Internet


’t Zal een jaar of tien geleden zijn dat wij bij Omroep Brabant spraken over de vraag of wij ook iets op internet zouden moeten doen. Een collega sprak toen de legendarische woorden: “Niet in investeren, da’s een hype, over een paar jaar heeft niemand het meer over internet”. ’t Was geen beroerde vent, hooguit een beetje onbehouwen.
Internet, ’t is een bijzonder medium. Vanmiddag las ik dat de taal op internet na de moord op Theo van Gogh verhard is. Vooral in forums worden soms dingen gezegd die tot voor kort niet denkbaar waren. Vooral anoniem natuurlijk. Je weet dat het gebeurt en toch schrik je er weer van.
Beroepshalve hou ik de sites bij van enkele organisaties die wij van henzelf niet extreemrechts mogen noemen. Vandaag was hun belangrijkste nieuws de aanslag op de islamitische school in Eindhoven. Hoewel je weet hoe daar op die sites op gereageerd wordt is het toch steeds weer schrikken.
Maar minstens zo erg is het verhaal dat vrienden mij gisteren vertelden. Ze hebben twee dochtertjes van nog geen tien. Die onbedorven meiden zijn nu vooral gefixeerd op Sinterklaas. Ze kunnen zelf “googelen” en dus zochten ze via de woorden “aankomst” en “sinterklaas” naar de dag waarop de Goedheiligman zijn stoomboot in ons land zou afmeren. Tot ontsteltenis van de ouders leverde die zoekvraag vooral pornosites op. Je weet het en toch schrik je er elke keer weer van.
Internet, 't is een bijzonder fenomeen en dat is het.








Huzarenstukje


Bestaan ze nog? Mannen die elke zaterdag, geschoeid met rubberen groene laarzen en en emmers als pistoolholsters aan hun zij, de auto wassen. Ik vroeg het me af toen ik gisteravond op een feest met iemand sprak over de Huzaren van Boreel. Het was zo’n feest, waar ik mijn lever kopje onder heb geduwd in de witte wijn uit wraak voor de zes weken die hij mij in 1963 met geelzucht aan het bed kluisterde. In zo’n setting ligt het voor de hand dat de Huzaren langs komen. Toch?
In mijn wijk heb ik nog nooit iemand z’n auto zien wassen. ’t Is een volkswijk aan de rand van de oude binnenstad waar studenten, eerste generatie allochtonen, bijna uitgestorven Bosschenaren., yuppen en mensen zoals wij vreedzaam naast elkaar leven. ’t Gaat er nooit over auto’s, behalve dan dat we die nooit voor onze eigen deur kunnen parkeren, want niemand heeft een voortuin laat staan een oprit. Daarom kun je ook nooit zien welk statussymbool er bij wie hoort. Sowieso staan er in ons wijkje weinig auto’s die het predikaat statussymbool waardig zijn. Misschien heb ik daarom nog nooit iemand met emmers in de weer gezien.
Degene die ik op het feestje sprak vertelde dat hij sinds kort paard reed. Elke zaterdag de bossen in om een uurtje te rijden. En daarna drie uur lang het paard rossen. Een bezigheid die hem minstens evenveel genoegen verschafte als het rijden zelf. Als zelfverklaard poezenvader begreep ik die dierenliefde. Hij vertelde dat in zijn buurt vroeger een buurman elke zaterdag urenlang zijn auto vertroetelde. Als alternatieve jongeling had hij deze uitspatting van kleinburgerlijkheid nooit begrepen. Maar nu hij als een gearriveerde middenklasser elke zaterdag paard reed en roste begreep hij het wel. Buurman was namelijk lid geweest van de Huzaren van Boreel, Neerlands belangrijkste cavalerieregiment. Die was gewend elke dag uren lang z’n paard te rossen. En toen hij te oud werd voor de militaire dienst roste hij elke zaterdag met dezelfde  overgave z’n auto.
Het mooie van feesten is dat, naarmate de avond vordert, de verhalen interessanter worden.








Namen (16)


Guerra, Sandra -  Ambassadrice bij Kuipers ivm project Zinloos geweld
Gulden-Piek - echtpaar
Haan de - hoofd pluimveesector NCB
Haan de - vogelwachter Zestienhoven
Haan Nico de  - woordvoerder vogelbescher­ming
Haan N.  - poelier in Vinkenveen
Haan, Martine de  - woordvoerder ministerie van landbouw tijdens vogelpest
Haan - medewerkster dierenambulance Almelo
Hagenzieker -  voorzitter apothekersorg. KNMP
Hakken mevrouw - actievoerster tegen kappen van bomen in Tilburg
Hakmanschoenmakerij in Staphorst








Provocatie


Gistermorgen vertelde onze chefnieuwsdienst me dat er een directeur van een regionale omroep is die aan al zijn collega’s in den lande had voorgesteld om dinsdagavond samen Submission te vertonen. Als eerbetoon aan Theo van Gogh. Mijn chef is geen man van flauwe grappen, dus ik nam zijn mededeling meteen voor waar aan. Hoewel ik zijn antwoord kende vroeg ik toch: “ wat doen wij?”. ”Daar doen we niet aan mee. Dat is pure provocatie,” zei hij.
Ik had er gisteren iets over willen schrijven, maar ik besloot het niet te doen. Omdat ik niet wilde dat iemand zou weten dat ik tot een vakgroep hoor waarin mensen werken die voorstellen om dinsdag Submission te vertonen. Maar vanmorgen stond het in verschillende kranten en was het te horen op het NOS-Radionieuws. RTV Noord-Holland en RTV Utrecht denken er serieus over.
Ik schaam me dat ik tot dezelfde “kaste” behoor als de bedenkers van dit onzalige plan. Voor mij zijn het domme regionalen die zich even willen laten horen in de grotemensenwereld, vervolgens hun keutel intrekken en op verjaardagsfeestjes aan iedereen het stoere stukje uit de Volkskrant laten zien.








Vermoeiend


Ik vind de moord op Theo van Gogh veel vermoeiender dan de moord op Pim Fortuyn. De moord op Fortuyn werd gepleegd door een milieuactivist. Dat was helder. Er zijn in Nederland nog maar zo weinig milieuactivisten dat er voor escalatie vanuit die hoek niet hoefde te worden gevreesd. En de velen die postuum op de dode politicus stemden vormden niet echt een direct gevaar. De enigen voor wie die moord vermoeiend was waren de LPF’ers, die daarna de koers kwijt waren en tot vermaak van velen zichzelf marginaliseerden.
Maar de moord op Van Gogh is iets anders. De dader is een moslimfundamentalist. En dat betekent, althans in de journalistieke omgeving waarin ik werk, veel denken, praten, denken, praten. Over mogelijke escalatie, over je eigen verantwoordelijkheid daarin. . Hoe maak je een goeie mix van alle meningen die jouw omroep bereiken, variërend van rechts-extremisten tot geitenwollen knuffelaars. Dat betekent voortdurend scherp zijn op jezelf en op elkaar. Er was een heftige discussie met een collega toen ik zei dat ik het met Remco Campert eens was dat Van Gogh door de vreselijke dingen die hij heeft gezegd niet als held van de vrije meningsuiting de geschiedenis moet ingaan. Ik heb de blaren op m’n tong moeten lullen om uit te leggen dat ik daarmee niet de moord goedkeurde. Dat is vermoeiend, heel vermoeiend.
Er waren ook verrassende dingen, aangename en minder aangename. Weldenkende mensen die opeens dingen zeiden waar ik van schrok. Collega’s die opeens ruwe bolsters met blanke (of eigenlijk gekleurde) pitten bleken. Een zoon die het nieuws over de moord pas heel laat vernam maar die tot mijn aangename verrassing een dag lang naar CNN keek om de presidentsverkiezingen in Amerika te volgen.
Met mijn collega, die één van de Palestinadeskundigen in Nederland is en die heel veel weet van de islam, heb ik veel gepraat over de naderende dood van Arafat en de gevolgen die dat zal hebben voor het Midden-Oosten.
Vanmiddag had ik een gesprek met een jongere collega’s met wie ik eigenlijk alleen zakelijk spreek en die na een half uur een geestverwant bleek te zijn als het gaat om de haat-liefde verhouding die ik heb met de journalistiek. Dat was een heel aangename ervaring. Op zo’n moment kom je tot de conclusie dat je eigenlijk verdomd weinig weet van de mensen met wie je dagelijks om gaat.
Het was, ondanks alle ellende, ook een rijke week. Maar het was bij tijd en wijle vooral verwarrend en vermoeidend. Vanavond ga ik met de poezen op schoot en een goed glas wijn in m’n luie stoel afdraaien.








Het vervolg. . .









Dansen op het graf


Eerst was er het ongeloof.
Daarna de schok.
Toen groeide de verontwaardiging.
Vervolgens ontstak de woede.
Daarna was er de ontlading.
Groot op de Dam, marginaal in Den Haag
Toen greep de angst om zich heen.
Gevolgd door waakzaamheid.
Dat ging gepaard met oproepen tot kalmte.
Er werd geroepen om harde maatregelen.
De volgende dag kwamen de eerste tegengeluiden.
Was de provocateur de hoeder van het vrije woord?
De komende dagen zullen daarover felle polemieken gevoerd worden.
Dan begint het politieke debat.
Alles volgens een beproefd patroon

Of toch niet. De politici roepen om het hardst de kalmte te bewaren. Er mogen in ons land geen etnische spanningen ontstaan.   Een beschaafde dialoog met respect voor elkaars mening, daar pleiten ze voor. Politici zouden daarbij het goede voorbeeld moeten geven. Maar dat is moeilijk.
Omroep Brabant kreeg vandaag een mailwisseling toegestuurd tussen de Eindhovense politici René Kerkwijk (fractievoorzitter van Groen Links) en Paul Verhaegh (fractievoorzitter van Liberaal Eindhoven). We hebben er lang over gediscussieerd of we die publiekelijk zouden maken. We besloten het te doen. ’t Zijn volksvertegenwoordigers, publieke figuren met een hele speciale verantwoordelijkheid, zeker dezer dagen. We hebben de mailwisseling zelfs integraal op onze website geplaatst. Daar heb ik ‘m van gepikt. Omdat ik niet tegen mensen kan die dansen op iemands graf. (lees meer)








Zij wel. . . (2)


(Door Marlies)

Ik had me voorgenomen vooral geen stukje te schrijven over de brute moord op Theo van Gogh. Dat doet iedereen al en wie zit er dan op mij te wachten.....? Maar een micro-gebeurtenis op het station vanochtend deed mij toch reageren.
Nooit en nooit pak ik de krant aan die mij ’s ochtends onderaan de roltrap van het station opgedrongen wordt. Ik brom zoiets als “goedemorgen” (mijn humeur is ’s morgens vroeg niet optimaal) en hoop daarmee mijn ontwijkgedrag een beetje goedgemaakt te hebben. Als ik het krantje wil lezen vind ik er genoeg van terug in de trein en ik wil ’s morgens nog effe geen nieuws aan mijn kop, nog niet......
Blijkbaar heeft de man in de ruim drie jaar dat ik hem ’s ochtends ontwijk mijn gezicht onthouden want vanochtend sprak hij mij voor het eerst aan...... toen ik mijn schouder van hem wegdraaide en iets bromde dat op “mmmmooôôôghe” leek vroeg hij met enig licht verwijt in zijn stem: “Zelfs vandaag niet?”
Nee, zelfs vandaag niet...... juist vandaag niet..........








Verrassend


Mijn zoon (21, 12 ambachten/13 ongelukken) belde gisteravond om af te spreken hoe laat we elkaar zouden treffen voor de wedstrijd PSV-Rosenberg. Hij rebbelde over de kansen van onze club. Ik zei dat mijn hoofd er eigenlijk helemaal niet naar stond vanwege de moord op Theo van Gogh. "Ja, ik heb iets gehoord," zei hij. "Ik zat net nog even op MSN en daar zei iemand dat na Pim nu Theo is vermoord. En toen ik vroeg welke Theo, zei hij dat dat iemand uit de politiek was. Ik dacht dat dat die met dat witte haar was. Maar dat is niet zo, toch? Ik moet nu nog even kijken wat er precies gebeurd is."
"Nee," zei ik verbijsterd. "Het is Theo van Gogh. "Die ken je toch wel?"
"O ja, dat is die dikke die altijd zo tekeer gaat," zei hij.
"Maar hou jij dan het nieuws niet bij?" vroeg de journalist in mij verbijsterd.
"Ik was vandaag helemaal alleen thuis en heb de hele dag naar CNN gekeken omdat ik wilde weten hoe de presidentsverkiezingen in Amerika gaan. Ja, en op CNN melden ze niet dat er in Nederland iemand is vermoord."








Shit!!


Theo van Gogh. ’t Is nog maar acht uur geleden, maar alles is er al over gezegd want bij gebeurtenissen van nationale importantie vissen de media de vijvers met deskundigen en politici met sleepnetten leeg.
Vanmorgen las ik op het ANP dat in Amsterdam een agent gewond was geraakt bij een schietpartij. Amsterdam, dat is buiten ons gebied. Even later riep een collega dat Theo van Gogh doodgeschoten was. Hij had het gelezen op Nu.nl en die baseerde zich weer op onze collega’s van AT5. Bij die schietpartij was ook een agent gewond geraakt. Hadden we met z’n allen ergens overheen gelezen? Nog eens dat bericht er bij gepakt. Niks over Van Gogh.
De TV op Nederland 2 gezet. Het Journaal maakte melding van een schietpartij in Amsterdam maar dat Theo van Gogh daarbij betrokken is kon niet worden bevestigd. We speurden met z’n allen alle mogelijke nieuwsbronnen af. Links en rechts dook toch de naam van Van Gogh op. Het moest zo zijn.
Ik mailde het nieuws aan mijn vrouw, die weliswaar bij een landelijke omroep werkt maar niet op een nieuwsredactie. Ze mailde terug dat het wel een publiciteitsstunt van Theo zou zijn. Ik vertelde dat tegen de collega’s die het dichtst bij mij zaten. Ja, vast. Dat moest het zijn. Er werd alweer gelachen. Even later verscheen op het ANP het bericht dat het productiebureau van de filmregisseur zijn dood bevestigde. We probeerden onszelf wijs te maken dat het een goed geregisseerde stunt was, Van Gogh waardig.
Weer naar het “grotemensenjournaal”. Die herhaalden het nietszeggende verhaal van even daarvoor. Dan maar naar RLT5. Daar was de dood van Theo van Gogh een feit.
’t Grote speculeren begon. Als het toch zo moest zijn dan hoopten we dat Van Gogh op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was geweest en in een vuurlinie terecht was gekomen die niet voor hem bedoeld was. We durfden nog niet echt te denken aan een aanslag, laat staan aan een aanslag op basis van zijn kritiek op de islam. De eerste getuigenverslagen verschenen in beeld en op papier. We hoorden mensen die een man hadden zien wegrennen met een islamitisch uiterlijk. Gelul! Wat is dat? Iemand met een snor? Maar het werd steeds duidelijker. Er waren mensen die zeiden dat de dader een djelebba droeg. Maar het kon ook een lange regenjas zijn geweest. ’t Was vast een regenjas.
We bespraken in een brainstormsessie onze werkwijze, want nieuws van nationaal belang is ook voor ons publiek van belang. Opvallend in die vergaderingen was dat iedereen zich er van bewust was welke verantwoordelijkheid we als mediabedrijf hebben als toch zou blijken dat het een aanslag was, gepleegd door een buitenlander. Onze collega die met een Palestijnse man is getrouwd hief bijna letterlijk haar ogen ten hemel en zei: laat het een idioot geweest zijn.
Tegen enen keken we naar de persconferentie van Cohen, Welten en Van Wijk. De verdachte was een man met de Nederlandse en de Marokkaanse nationaliteit.
“Shit!" riep een collega uit de grond van zijn hart.








Bovenkamer


In mijn adolescente jaren heb ik niet onverdienstelijk volleybal gespeeld. We trainden in de plaatselijke gimmestiekzaal en we speelden onze wedstrijden in de grote sporthal. Op de piepende vloer was een ingewikkeld lijnenpatroon getekend, want behalve volleybal werd er ook zaalvoetbal, handbal en basketbal gespeeld. Gelukkig had elke sport z’n eigen kleur zodat wij alleen maar één van de zes blauwe velden in de gaten hoefden te houden. (’t Kunnen ook de gele zijn geweest, maar dat doet er nu even niet toe). Er werd in dezelfde hal ook waterpolo gespeeld, maar het spreekt voor zich dat dat in een andere ruimte was.
Nou dacht ik toch dat volleybal nog steeds in een sporthal werd gespeeld, danwel op een beach. Maar dat is niet zo. Want gisteren hoorde ik recordinternational en volleybaltrainer Peter Blangé bij Langs de Lijn zeggen: “Het spelletje wordt tegenwoordig in de Bovenkamer gespeeld.”
Leerzaam programma dat Langs de Lijn. Maar je vraagt je wel af wie in Nederland zo’n grote lege bovenkamer heeft dat daarin een spelletje volley. . .?

Sorry, sorry, sorry. Dit is te flauw voor woorden. Dit lokt alleen maar reacties uit in de trant van: JPB, Leo Beenhakker, Albert Verlinde, de Tokkies.
Dat moet ik niet willen. Vergeet dit stukje. Sorry.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed