Zomertijd Wintertijd
’t Geschiedde in die dagen dat de krant waar ik werkte nog 1 aprilgrappen had. ’t Was ook in de periode dat zomer- en wintertijd nog niet zo gewoon waren als nu en mensen nog echt ’s nachts om twee uur opstonden om de klok te verzetten. Want dat moest.
De grap had alles te maken met de zomertijd. Een collega maakte in een één-kolommertje op de voorpagina de mensen wijs dat de invoering van die zomertijd met een week zou worden uitgesteld. Omdat we de strikte regel hadden dat een beetje intelligente lezer uit het artikel moest kunnen begrijpen dat het om een grap ging schreef mijn collega als motivatie voor het uitstel. “Minister-president Van Agt vindt dat Nederland op dit moment nog niet toe is aan een uur langer daglicht.” Hoe dom moet je dan zijn om daar in te trappen.
Dat bleek de volgende ochtend bij het begin van de tientallen kerkdiensten in Barneveld. Honderden mensen kwamen een uur te laat. In sommige kerken was dat geen probleem, want daar duurden de diensten ruim twee uur zodat de gelovigen toch nog een flink stuk konden meepikken, maar de meeste diensten liepen al op hun eind toen de laatkomers binnen kwamen. De predikanten en hun volgelingen waren woedend op de krant. De voorgangers riepen het volk op massaal het abonnement op te zeggen.|
's Maandags kregen wij de bal die we gekaatst hadden keihard terug. Meer dan tweehonderd kerkgangers verbraken de relatie met ons. Desalniettemin wordt deze grap volgens mij door de bedenkers van toen nog steeds als hun beste beschouwd. Persoonlijk denk ik dat ze een nog betere hebben gehad, maar die vertel ik volgend jaar op 1 april. Bij leven en welzijn.
Schlagermusik
Er hangt iets in de lucht, ik voel ‘t. Of eigenlijk moet ik zeggen: ik hoor het. Het begon een paar weken geleden toen ik bij mijn vader was. De radio stond op een Duitse schlagerzender. Mijn vader is oud, dus dan zoek je daar nog niet meteen iets achter.
Maar deze week gilde een collega dat we nog beter een uurtje schlagermuziek konden uitzenden dan "de bagger die er nu uit de boxen komt". En onmiddellijk kreeg hij van alle kanten bijval. Een uurtje schlagermuziek, daar zouden we veel mensen een plezier mee doen, zo leerde een mini-enquête op de redactie. En deze week was er ook nog een documentaire over Rex Gildo op TV.
Vanmorgen was ik in het winkelcentrum om boodschappen te doen. Daar hadden de plaatselijke neringdoenden een tweederangszanger uitgenodigd om mij en honderden andere mensen te vermaken. Ik weet niet hoe het al die anderen verging, maar ik heb nog nooit zo snel boodschappen gedaan. De man zong namelijk Duitse schlagers en dan ook nog zo beroerd dat ik er blaren van op m'n oren kreeg.
Dat kan toch allemaal geen toeval zijn. Heb ik iets gemist? Is er een revival van de schlagermusik? Dan hoop ik maar dat die van korte duur is.
Namen (15)
Groen - Groen Links-burgemeester Uithoorn
Groen, Jim, Mike en Emiel - grasbaanracers
Groen, Piet - tuincentrum in Z.O. Beemster
Gronde v.d. - woordvoerder Philips Aviation
Groot de-Klein de -echtpaar in Tiel
Groot, Klaas de - voorzitter van de Friesche Vereniging voor Kleine Mensen
Groothengel A. - directeur Dolfinarium Harderwijk
Gross-Klein - Matthias en Mirjam
Grossnickel - voorz. COC Groningen
Grotepunt-Borsten - echtpaar
Bazelconventie
Ik heb al eens vaker iets geschreven over mooie woorden en taal. Maar vanmiddag viel mijn oog op het ANP wel op een wel heel merkwaardig woord: Bazelconventie. Kijk er even heel goed naar, ik wacht wel even.
Het eerste wat ik dacht was: is niet elke conventie een hoop gebazel? Maar bij verdere lezing bleek het wel degelijk over iets te gaan.
Bazelconventie besluit tot verantwoorde ontmanteling sloopschepen
Er moet een verplicht systeem komen dat het mogelijk maakt om sloopschepen op een verantwoorde manier te slopen. Dat is vandaag in Geneve besloten door de Bazel Conventie. Staatssecretaris Van Geel van Milieu is blij met de beslissing die nu genomen is. .Dit is een duidelijk signaal aan alle landen om tot een effectieve internationale regeling te komen.
Arafat
Yasser Arafat ernstig ziek en Fidel Castro met botbreuken in het ziekenhuis. Castro maakte na zijn val eerst zijn toespraak af en Arafat poseerde na het slechte nieuws in een soort pyamapak voor de verzamelde wereldpers. ’t Klinkt misschien banaal maar soms denk ik wel eens: die twee zijn al lang dood en opgezet en worden mechanisch aan de gang gehouden. Vorige week zag ik bij Kopspijkers een student dat met een dode poes had gedaan, dus ’t kan.
Het is niet mijn bedoeling om met Arafat en Castro te spotten. Integendeel, ik zal het uitleggen. Als je in 1955 geboren bent dan heb je in de wereld al veel langs zien komen. Op TV dan natuurlijk. De eerste wereldgebeurtenis die ik bewust meemaakte was de moord op president Kennedy. Ik kwam thuis van school en mijn moeder vertelde het me (moeders zaten toen op je te wachten met thee en een snee peperkoek).
Daarna is er nog veel gebeurd. Amerikaanse en Russische presidenten kwamen en gingen. Hoeveel ministers heb ik niet gekend? Van TV dan natuurlijk. De provotijd trok voorbij, er woedde een koude oorlog, de eerste buitenlandse gastarbeiders kwamen naar Nederland (wat waren we bang voor die donkere mannen), de eerste mens liep op de maan, oliecrises braken uit toen ik net m’n eerste autootje had, er kwam een gat in de ozonlaag, ’t werd perestrojka, de gulden verdween, mijn fiets kan niet meer onbewaakt tegen de voorgevel staan, de Berlijnse muur viel, de moeder die elke middag op me wachtte stierf.
Maar wat er ook gebeurde, er zijn twee constante factoren in de periode van de wereldgeschiedenis waarvan ik deel uit maak. En dat zijn Arafat en Castro. Ze zijn er altijd geweest. En als beide mannen dan in dezelfde week iets overkomt waardoor je aan hun verscheiden gaat denken is dat best raar.
Geuren
Een mooi interview laatst in de Volkskrant met scheidend directeur Jacques Troch van Grolsch. Hij houdt zich niet bezig met overnames en schulden en zet de werknemer op de eerste plaats. Troch praat over de moutlucht, die vroeger om de brouwerij hing. Die heerlijke zoete lucht, die hij tegenwoordig vanwege milieuregels moet wegfilteren. Doodzonde vindt hij dat, niet alleen voor hemzelf maar ook voor de omwonenden. Geuren geven volgens Troch kleur aan een omgeving.
Dat deed mij denken aan mijn jeugd die ik doorbracht in de achtertuin van jamfabriek De Betuwe in Tiel. ’s Morgens werd ik wakker met de heerlijke geur van jam in m’n neus. Ik kon ruiken wat voor jam ze maakten: aardbeien, kersen, peren. Soms werd ik verrast door de geur van rinse appelstroop, hoewel ik niet wist wat rinse betekende. Dat ware hoogtijdagen waarop we in de buurt tegen elkaar zeiden: ze maken vandaag rinse appelstroop, hhhmmm heerlijk. (Ik weet nu zeker dat niemand, volwassenen noch kinderen, toen wist wat rinse betekende. Maar dat zei je niet want als buurman van De Betuwe gaf je dat niet toe.) Van een filter hadden wij nog nooit gehoord. En niemand klaagde, de geuren hoorden bij ons leven.
Geheim
Ooit had ik een document nodig dat verstopt zat in de PC van een collega die op dat moment thuis was. Ik belde hem op en vroeg hem zijn passwoord te geven. “Dat is geheim,” zei hij gedecideerd. “Dat snap ik,” zei ik, “maar ik heb het echt nodig.” “Dat is geheim,” hield hij vol. Ik raakte geïrriteerd. “Zeik niet zo,” zei ik. “Geef dat passwoord, ik beloof je dat ik er geen misbruik van zal maken en morgen vraag je aan de systeembeheerder een nieuw passwoord.” “Ik heb je mijn passwoord al twee keer gegeven,” zei mijn collega. “Het is geheim. G.E.H.E.I.M.”
Geheim blijft een raar begrip. Vanmorgen las ik in mijn beide ochtendbladen dat kabinet en vakbeweging geheime besprekingen voeren. Op het moment dat ik dat las klopte dat niet, want als ik het weet zijn die besprekingen niet geheim. Als ze wel geheim waren zou ik het niet lezen.
Je doet iets in het geheim als je per se niet wil dat anderen dat weten. Maar uit de krantenartikelen begreep ik dat bronnen dicht bij het vuur gelekt hadden. Dat doen ze niet voor niks. Ze willen helemaal niet dat het geheim is. Er worden vorderingen gemaakt dus moet iedereen dat weten.
Dat woord geheim wordt vaak gebruikt om de spanning wat op te voeren. Of het wordt gebruikt om aan te geven dat jij als journalist iets hebt ontdekt dat nog niemand weet. Maar ja, als mijn twee ochtendbladen het weten, weten alle andere het ook.. Gelukkig voor journalisten lezen de meeste mensen maar één krant zodat het lijkt alsof alleen die van hen dat geheim kende.
Geheim gebruik je ook om te suggereren dat er iets gaande is wat niet in de haak is. Maar wat is er mis met een sociaal akkoord? En geheim kun je ook nog gebruiken om je verontwaardiging te laten blijken over het feit dat er dingen gebeuren waar jij als journalist buitengesloten bent. Want er is natuurlijk niemand die schrijft: “Kabinet en vakbonden overleggen met elkaar op een rustige plek waar ze niet voor de voeten worden gelopen door ons”. Dat doe je niet.
Verleidingen
Als journalist sta je wel eens bloot aan verleidingen. Nee, niet van vrouwen (of mannen). Dat was vroeger, toen het beroep nog omgeven was met een waas van romantiek en geheimzinnigheid. Dat soort verleidingen is nu alleen weggelegd voor de BN’ers in het vak. Hoewel, nu ik dit opschrijf bedenk ik me opeens dat het vroeger ook spannender geweest kan zijn omdat ik toen meer haar dan buik had. Maar, daar gaat het nu even niet over. Nee, dit gaat over ernstiger zaken.
De verleiding om iets te laten gebeuren dat niet in de haak is. Soms word je gebeld door mensen die dreigen bijvoorbeeld ergens de ruiten te gaan ingooien of een emmer stront uit te gieten over de balie van een gemeentehuis. Wat moet je dan doen? De politie bellen of voor het sappige verhaal gaan? We discussiëren er wel altijd over. We hebben min of meer de afspraak dat we wel bellen als er mensen of dieren in gevaar zijn. Gelukkig voor ons is dat nog nooit gebeurd, want zo'n proeve van burgerzin zou wel eens te zwaar kunnen zijn.
Er zijn ook journalisten die een beetje uitlokking niet schuwen. Persoonlijk ben ik daar niet voor. Je doet verslag van wat er gebeurt, maar je maakt geen deel uit van die gebeurtenissen. Als het niet spannend genoeg is heb je pech.
Toch heb ik me gisteren – in mijn functie als hoofdredacteur van dit weblog – schuldig gemaakt aan uitlokking. Ik kocht een fotoalbum en daar stond op dat het geschikt was voor het bewaren van nog niet ingeplakte foto’s. Tja, dan heb je een dilemma want als je er foto’s in plakt zijn het geen nog niet ingeplakte foto’s meer. En als je ze er los in doet vallen ze er steeds uit. Ik besloot de wat oudere donkerharige dame achter de toonbank een uitspraak te ontlokken die ik zou kunnen gebruiken. Maar ze reageerde stoïcijns. Ik kon de foto’s er gewoon in plakken, zei ze. Ze sloeg het bedrag aan en vroeg of ik een tasje wilde. Shit, weg was m’n verhaal. Bovendien zag ik thuis dat er op stond dat het boek een omtrokken omslag had waar je nog niet ingeplakte foto's in kon bewaren. Dan kan je maar beter helemaal je mond houden. . .
Herfstdepressie
Ik zou willen dat sommige eikels in mijn leven net zo snel verdwijnen
als de snelheid waarmee de eikels op het fietspad
onder het voorwiel van mijn fiets wegschieten.
Habseligkeiten
Habseligkeiten. Dit woord is afgelopen weekend door een deskundige jury uitgeroepen tot het mooiste Duitse woord. ‘’t Betekent zoiets als spulletjes, hebbedingetjes. Habseligkeiten. Mooi woord.
’t Doet me denken aan een ontmoeting die ik jaren geleden had met een ruige engelse motorvent. Hij sprak me aan omdat ik een T-shirt droeg dat reclame maakte voor een motorblad. Ik heb niets met motors (misschien later als ik in een midlifecrises raak) en hoe ik aan dat shirt ben gekomen weet ik echt niet meer. Maar goed, we raakten aan de praat. Deze ruige boy bleek vaak in Brabant te komen, hij had er vrienden. Op een gegeven moment vroeg hij mij wat ik het mooiste Engelse woord vond. Na enig nadenken zei ik: flabbergast. ’t Betekent dat je overdonderd bent. Ik kon me bij dat woord wel iets voorstellen, bijvoorbeeld iemand die staat te flabberen met z’n oren van het overdonderd zijn.
Zijn gekste Nederlandse woord was vloerbedekking. Nadat hij het had uitgesproken (floooerrrbedeking) lag hij nog zeker een minuut in een deuk. Zo gek vond hij het.
Habseligkeiten. Ik heb bedacht wat ik het mooiste Nederlandse woord vind. Een tijdje geleden heb ik geschreven over mooie Nederlandse woorden, maar ik heb er geen waarde aan toegekend. Ik vind het woord geloken heel mooi. Geloken ogen. Ja, die zijn heel mooi.
Gelezen (4)
Op een spandoek dat vanmiddag tergend langzaam van hand tot hand ging door het Philipsstadion:
"Koeman kijk nog maar eens heel goed rond,
het is de laatste keer dat je hier stond"
Zo, nu gaat mijn vrouw mij resetten zodat ik van een voetbalsupporter verander in een liefhebbende echtgenoot die over een uurtje een heerlijke ovenschotel gaat maken.
Gelezen (3)
Onder de kop “De oneindige begeerte” staat in de Volkskrant een interview met de filosoof Rutger Claassen. Hij pleit voor een langzamer leven. Claassen zegt onder meer:
“Mensen zijn niet alleen wezens die arbeiden en consumeren, maar ook wezens die scheppen – bijvoorbeeld in kunst en wetenschap – of handelen, in vrijwilligerswerk, politiek of de zorg voor anderen. Er zijn ook wensen die we niet meteen kunnen zien als een bevrediging van onze individuele verlangens, maar meer als een bijdrage aan het groter geheel. Dat moet je heel breed zien. Neem iemand die een weblog schrijft. Dat doet hij natuurlijk omdat hij het leuk vindt, maar ook omdat hij een netwerk wil creëren en zijn visie met anderen wil delen.”
Gasboeren
’t Zijn bekende verhalen, het overkomt iedereen en ik heb het al eens eerder meegemaakt en toch maak ik me er kwaad over. Gasboeren die ongevraagd het maandbedrag verhogen.
Teruggekomen van vakantie bemerkte ik de door Essent eenzijdig genomen beslissing om ons maandbedrag met 17 euro te verhoging. Ik belde naar de afdeling klantenservice en vroeg waar die verhoging op gebaseerd was. De dame vertelde dat dat te maken had met de jaarafrekening. Ik had, zei ze, 219 euro meer verbruikt dan ik had betaald. Nou had ik die jaarafrekening nooit gezien (omdat ik erg zorgvuldig ben met mijn administratie weet ik zeker dat hij nooit is aangekomen) dus het klonk wel logisch. Maar omdat ik er niet tegen kan dat andere mensen zomaar over mijn portemonnee beschikken en omdat Essent de laatste maanden bij ons vooral in het nieuws is geweest vanwege spooknota’s, vroeg ik haar die verhoging terug te draaien. Dat deed ze met de opmerking dat ze dat altijd doen als mensen er om vragen (let vooral even op die laatste vijf woorden). Maar waarom ik dat dan wilde? Omdat ik er niet aan mee wil werken dat de gasboer een spaarpotje maakt waar hij rente van trekt. Dat kan ik zelf beter. Ze gaf het nog toe ook.
Vandaag kreeg ik een kopie van de jaarafrekening. Het tekort bleek nog geen twee tientjes, de rest van het bedrag bestond uit het nieuwe maandelijks voorschot.
’t Voelt toch een beetje als een pak suiker kopen, alvast betalen voor de pakken die je misschien het komende jaar nog zult aanschaffen, waarna ze de suiker uit de handel nemen.
Bah, ik hou niet van gasboeren.
Namen (14)
Geloof van 't - lid kerkeraad
Geloof, Van - pastoor in Hulst
Gilles Marie Louise - zangeres
God - deurwaarder die Hasseltse Kerk Tilburg ontruimde
Godthelp dr. ir J. - adj-directeur van de afdeling technische menskunde
Goedgedrag - commissaris politie Curacao
Gordijn - Marijke onderzoekster RUG relatie slaapstoornissen/depressie
Gout Arjan - directeur Stichting Eerlijk Zaken Doen
Graat, Wilma - vishandel
Grave Luckey - crematiebegeleidster in Weert
Grave -voorzitter uitvaartvereniging
Griep J. - huisarts Barsingerhorn
Vier katten
Wie mij ziet zal het niet geloven, maar vroeger was ik een pismenneke, een schraoie schram, een onderdeurtje. Omdat ik op 30 september ben geboren was ik een vroege leerling: op m'n vijfde naar de eerste klas lagere school en op m'n elfde naar de eerste klas middelbare school. Ik was altijd de kleinste, de tengerste en ik sloot me misschien wel daarom altijd aan bij de grootste en sterkste jongens van de school. Ik wilde er bij horen.
(Op een keer hadden we een akkefietje gehad met een paar politiemannen en we werden met een man of tien ontboden op het politiebureau. Terwijl we stonden te wachten op de te verwachten lijfstraffen zei een agent tegen mij: zo jungske heb jij ook de grote broek aangetrokken. Zelden was ik zo beledigd).
Ik wil altijd ergens bij horen, lid van zijn. Lang houd ik het nooit vol bij georganiseerde groepen want daar ben ik veel te individualistisch voor. Nu wil ik weer heel graag bij de webloggers horen. Ik heb van diverse collega's in deze schone tak der kunsten begrepen dat je dan met enige regelmaat over poezen moet schrijven. Dus voordat ik met loggen begonnen heb ik mij twee poezen aangeschaft. U kent ze wel: Fidel en Marcus. En die zijn toch leuk! Maar ik kan er niks over schrijven wat ook maar een beetje origineel is. Ik heb namelijk op zoveel logs al zoveel over poezen gelezen, daar kan ik nooit meer overheen. Om er toch bij te horen heb ik een gedicht gejat van Ingmar Heytze dat in het Hollands Maandblad stond.
Vier katten
Je leeft misschien een kat of vier.
De eerste leert je: liefde, wreedheid,
spin. Vang vogels. Hemelval.
Als ze doodgaat ben je groot
en wakker voor je eigen dood.
De tweede woont in streepjes zon.
De derde is van groot gewicht.
De vierde likt met ruwe tong
een hand die koud niet meer van jou
op stugge linnen dekens ligt.
Mooi hè??? En ik voel me nu zo geaccepteerd!
Luie voorlichters
Goedemorgen met de afdeling communicatie van de VNG.
Goedemorgen met Jan de Vries van Omroep Brabant. Ik heb een aantal vragen over de algemene ledenvergadering van de VNG.
U moet eerst op onze website kijken. En als u dan nog vragen heeft kunt u bellen.
Waarom denkt u dat ik bel?
Dat weet ik natuurlijk niet.
Omdat ik al op uw website heb gekeken en daar niet de antwoorden op mijn vragen vond.
O, dus u hebt al op onze website gekeken en nu belt u.
Ja.
Dan verbind ik u door met een voorlichter.
Dank u wel mevrouw.
Ik hou van afdelingssecretaresses die de instructies van luie voorlichters stipt opvolgen. Zucht. . . . .
Zij wel . . .
Mijn vrouw is heel blij met mijn weblog. “Kan ik in ieder geval lézen wat er in je hoofd om gaat als je weer eens een half uurtje in jezelf teruggetrokken bent,” zegt ze. Na verloop van tijd merkte ze op: "dat schrijven kan ik ook". Ik bood haar meteen een logje aan, blij dat ik eindelijk gebruik kon maken van mijn hoofdredactionele bevoegdheid om iets te kunnen plaatsen of te kunnen weigeren.
(Door Marlies)
Donderdagochtend kwart over zeven. Ik sta op mijn gebruikelijke plekkie op perron 3 van het station. Schuin achter mij ratelt het geluid van een koffer over de tegels. Het geluid van de voetstappen van de twee mensen komt er nauwelijks bovenuit. Ze zijn in een zacht, maar fel sissend gesprek gewikkeld. Ik versta er niks van maar mijn aandacht is getrokken. Ik neem ze vanuit mijn ooghoeken even in het vizier. Het zijn een man en een vrouw.
Ze komen binnen gehoorsafstand. Hij (aarzelend, zacht, op verontschuldigende toon): “Zal ik de koffer dan maar hier neerzetten?” Zij (fel, koud): “Dat doe je maar en over vannacht wil ik het niet meer hebben, ik vind toch al dat ik mij genoeg ingehouden heb!” Mijn aandacht is nu definitief getrokken, maar ik wil niet binnengetrokken worden in hun gesprek, dus spits ik slechts overdrachtelijk de oren.
Uit mijn ooghoeken zie ik hem dralen, om de koffer en om haar heen. “Zal ik dan maar gaan......? Dus uh, je bent om vier uur....?” Zij, bits: “Ja om vier uur en zorg dat je er bent. Ga nu! Ik wil er niet meer over praten!” Hij schuifelt weg en ik draai voorzichtig mijn hoofd: hij dreutelt in de richting van de roltrap: een voorovergebogen, grijzende man. . .
Ik draai terug en verval in gepeins: Goh, wat zouden ze vannacht uitgespookt hebben en wat een heks is zij. Het geratel van dekoffer wekt mij weer, verdraaid, ze komt in mijn richting. Toch nog zo onverhoeds dat ik er bijna van schrik verschijnt haar hoofd om de hoek van mijn elleboog: twee felle kleine grijze ogen achter een brilletje en sluik, bijna onverzorgd haar. Ze neemt me kort op en constateert dan teleurgesteld: “Oh, u bent een vrouw.” Ik, de woorden verontschuldigend de toon allerminst (wat een heks zeg): “Ja, ik ben een vrouw, het spijt me.....” Zij weer: “Ja, maar dat zie je van achteren niet!” Ik stap opzij en spreid mijn armen alsof ik mijn statement dat ik toch echt een vrouw ben wil onderschrijven. Ze monstert mij gemelijk. “Ik had u willen vragen mijn koffer in de trein te tillen, maar dat kan een man natuurlijk beter dan u...!!” Nu moet ik echt lachen: “Ja, dat kan een man waarschijnlijk echt beter dan ik.”
Ze snuift nog eens minachtend en met de koffer ratelend achter zich vervolgt ze haar weg. Ik draai terug in mijn oude positie en zie vanuit mijn ooghoeken (vlak voordat de trein binnenrijdt) nog net dat ze bij de eerstvolgende man bot vangt. Ze ratelt verder. ’t Mag lijen dat ze het niet haalt met die koffer.
Wat een kostgangers zijn er toch op zo’n perron op een willekeurige dag om kwart over zeven ’s morgens.
Maar wat hebben die twee nou vannacht besproken??
(Hoofdredactioneel naschrift: schrijfster dezes kan heel goed kaartlezen, rijdt auto als een vent, drinkt jenever, rookt sigaartjes en draagt pakken van goede snit. Maar van de voor-, zij- en achterkant is ze onmiskenbaar een vrouw)
Geschiedenis
De geschiedenis begint voor mij pas begrijpelijk te worden vanaf het jaar 1000. Na Christus welteverstaan. Alles wat daarvoor gebeurde (behalve natuurlijk de geboorte van Christus zelf) valt buiten mijn benul. Maar Paestum en Pompeï waren indrukwekkend. Daar had ik een beeld bij die oude geschiedenis.
Toen ik dit verhaal vanmiddag aan een vriendin vertelde merkte ze op ik niet de enige ben met weinig besef van de oudheid. Haar zoontje had haar ooit gevraagd of ze het vroeger niet eng had gevonden met al die dinosaurussen. (Voordat iedereen flauwe grappen gaat maken: onze vriendin is een blom van begin 40). Het knaapje was toen een jaar of vijf of zo.
Hopelijk komt het met hem en de geschiedenis wel goed. . .
Gevecht
De journalist en de mens in mij (van tafel en bed gescheiden, maar vanwege de hypotheek voor de wet nog bij elkaar) vechten regelmatig een hevig gevecht.
Waarom deze ontboezeming? Het Eindhovens Dagblad publiceerde een verhaal dat er medische dossiers van patiënten van het Maxima Medisch Centrum op straat lagen. Nou ja, op straat, in een afvalcontainer voor oud ijzer. Iemand had ze daar “gevonden” en naar de krant gebracht en die zag er logischerwijs (althans volgens de logica van de journalistiek) wel brood in.
Wat was er gebeurd? Een medewerker van het ziekenhuis had per ongeluk de verkeerde ladekastjes in de afvalcontainer gegooid. En dat was ontdekt door iemand die in die container aan het snuffelen was. Hij bracht de dossiers onmiddellijk naar de krant. De journalist in mij zou precies hetzelfde gedaan hebben (met dit verschil dat ik er niet mee naar de krant gegaan zou zijn, maar naar m’n eigen bedrijf natuurlijk). Zonder scrupules.
De mens in mij zou in hevige gewetensnood zijn geraakt. Uit het verhaal in de krant blijkt dat de vinder met de dossiers naar de media is gegaan omdat hij vindt dat het ziekenhuis onzorgvuldig met dossiers is omgesprongen en de privacy van mensen in het geding is. Dat is natuurlijk zo. Maar waarom snuffelde die man in de afvalcontainer van het ziekenhuis? Waarom is hij met de dossiers naar de pers gestapt? Als je dat doet weet je zeker dat minstens tien op rellen beluste journalisten de papieren zullen uitpluizen. Dat gebeurt niet als je even naar het ziekenhuis belt om ze op deze fout te wijzen. Wie schendt hier nou de privacy?
Maar mensen ruiken sensatie en weten dat daar podia genoeg voor zijn. Ze rennen naar de media om nog jaren later met het beduimelde krantenknipsel de held te kunnen spelen op suffe verjaardagsfeesten bij de buurtjes van hiernaast. En journalisten publiceren dit soort dingen maar al te graag. Want misstanden moeten aan de kaak gesteld worden. Maar behoort een menselijke fout wel tot het domein waarbinnen de waakhond van de democratie moet gaan bijten?
Als journalist zeg ik: vinder bedankt voor het sappige verhaal en op het schild met die man. Als mens zeg ik: je had die dossiers gewoon terug moeten geven aan het ziekenhuis, klootzak.
Journalistiek leidt tot een zekere mate van gespletenheid.
Vakantie (1)
Elke ochtend keek ik vanuit ons bed door de glazen balkondeur over het dal, het strand en de zee. Als het grijs was en er beneden hier en daar nog een lichtje brandde was het vroeg en kon ik me nog een keer omdraaien. Als het zonnetje al op het water scheen sprong ik op om naar het dorp te lopen om verse broodjes te halen.
Vanmorgen zag ik weer het dal, het strand en de zee. Maar toen ik m'n ogen open deed veranderde het beeld in het rode gordijn dat onze slaapkamer thuis scheidt van onze woonkamer. In de diepvries trof ik nog een paar oude broodjes en op de tafel in eetkamer lagen twee stapels kranten en de post te wachten.
Vakantie (2)
Voor iemand zoals ik die het nieuws op de voet volgt is een vakantie een soort afkickproces. Als we wat langer gaan (grote vakantie, zeg maar) dan begint het na een week zonder krant, TV en radio te kriebelen. Ik begin dan meestal met het luisteren naar de Wereldomroep. Eerst om de andere dag, dan elke dag. Nooit lang, maar net lang genoeg om een beetje te weten wat er in de grote boze buitenwereld gebeurt. Na anderhalve week ga ik voorzichtig wat kranten kopen, want na drie weken volkomen blanco thuis komen vind ik onverantwoord.
Tijdens een korte vakantie sluit ik me wel helemaal af. Geen krant, geen radio. Dan begint het na een halve week wel te kriebelen (ik sta net even langer stil bij een kiosk om stiekum een flinke hijs krantenkoppen te nemen) maar ik sla me er manmoedig doorheen. Als ik thuis kom sta ik wel de volgende ochtend vroeg op om de zes regionale- en de zes landelijke kranten meteen te lezen. Niet uitputtend maar met de Franse slag.
Deze keer kon dat ook. De regionale kranten had ik al uit voordat ik m’n ontbijt op had. De belangrijkste gebeurtenis in ’s-Hertogenbosch was de begrotingsbehandeling, maar toen in de inleiding las dat die dodelijk saai was, heb ik de rest overgeslagen. Een goede verslaggeefster bespaart je een hoop onnodig leeswerk. In de landelijke kranten las ik dat kabinet en vakbonden nog steeds met elkaar overhoop liggen. Er was dus in een week niks veranderd. Opvallend was wel dat de gestaalde kaders om het leiderschap van Jan-Peter Balkenende riepen. Ze zouden toch wel weten dat in de woestijn niemand je hoort.
Weinig gemist dus. Nou u heeft ook niet veel gemist hoor. ’t Allerergste gebeurde woensdag, toen we een bergwandeling wilden gaan maken. Ik gooide een fles met oud water leeg om er nieuw in te doen. Uit de gootsteen steeg een sterke lucht op. Had ik toch per ongeluk de schnaps weggegooid die onze vrienden met gevaar voor eigen leven door de douane hadden gesmokkeld. Gelukkig waren er geen kille herfstavonden waarop we die schnaps goed hadden kunnen gebruiken. Nee, we konden elke avond toe met koele wijn. . .
Vakantie (3)
Voor wie liever wat plaatjes kijkt
ons logeeradres
napolitaanse negotie
napolitaanse ambacht
napolitaanse devotie
een kerk in verval
Namen (13)
Fakkeldij, de heer - belichter bij het NOB
Fluit, G.J. - scheidsrechter in de regio Amsterdam
Fokker, de heer - schapenfokker
Folter de, de heer - rijexaminator
Folter de - tandarts in Riel
Fortuyn, mevrouw - belastingadviseur
Fried Boer - vlaamse frietverkoper
Fuik - visgroothandel
Fuikje, de heer - palingvisser
Gamble, Neil - directeur casino Sydney
Gans, de heer - advocaat dierenbescherming Noord Nederland
Geld, van der - hoogleraar belastingrecht
Even pauze
want we zijn een weekje hier
Nee, u hoeft zich geen zorgen te maken. Die beslissing is met ons volle verstand, vrijwillig en zonder enige dwang genomen.
Nee hoor, dat is ook geen probleem. Dank u. Ik kan goed tegen de zon.
We hadden bij het inpakken van de koffers nog een klein probleem met een verstekeling . . .
. . . maar dat is opgelost. Hij blijft samen met z'n broer in de vertrouwde handen van onze huisgenoten.
Niks vergeten? Shit 't is zaterdag. De namendag.
Dr. Dokter - hoogleraar huisartsengeneeskunde
Draaier - choreograaf
Drijver Carel - hoofd Oceanen en kustgebieden van WNT Zeist
Droogsma - weerman
Duim, mevrouw - handlezeres
Duits, de heer J. - vertaler Frans-Engels
Eco Matser - woordvoerder Greenpeace
Eigenbrood, Gert - exploitant eetgelegenheden NS-Stations
Eismann - handelaar in diepvriesproducten
Engelen - begrafenisondernemer in Roermond
Engelen-Heere - firmanaam zakenpartners
Even kijken. Is er nog iets in m'n hoofd dat ik moet opruimen. Een stukje verbazing of verontwaardiging. O ja, tuurlijk. De jongensbesnijdenis. Sinds de uitvinding van de boekdrukkunst heeft nog nooit een Nederlandse journalist zich daar druk over gemaakt. Maar we hebben nu een nieuwe opinionleader: Ayaan Hirsi Ali. Zij heeft er over gesproken en dat heeft een flinke hand vol journalisten een week werk opgeleverd. Er is een heuse maatschappelijke discussie over ontstaan. Omdat mevrouw Hirsi Ali zich vooral keert tegen oude volksgebruiken wil ik jullie vragen of iemand volgende week namens mij een euro in deze meningenmachine wil stoppen en op het knopje " carnaval" wil drukken. Het geld betaal ik terug.
Ik ben maar een weekje weg, maar moet ik niet een advies achterlaten? Misschien een tipje voor de journalisten in het Dorp a/h IJ. Er is deze week opschudding ontstaan over Officier van Justitie Joost Tonino. Hij zette een computer met waardevolle gegevens aan de straat. Die werd opgepikt door een taxichauffeur en toen waren de poppen aan het dansen. Wat ik in het nieuws mis is een verhaal over de taxichauffeurs. Zijn dat de nieuwe voddenrapers? Verdienen ze zo slecht dat ze op die manier een extra zakcentje bij elkaar moeten scharrelen voor hun gezin? Wat verdienen ze dan zo gemiddeld bij? Komen ze wel eens vaker bijzondere dingen tegen op hun strooptocht? Is er een circuit waarin die gevonden spullen worden verhandeld? Afijn, dat soort dingen wil ik lezen als ik terug kom.
Er was nog iets dat wilde vertellen. O ja! We zijn donderdag naar een flamencovoorstelling van Girasol geweest. Niet zo'n luidruchtig gestamp als in Lloret de Mar, maar een voorstelling die met zoveel integriteit en zoveel liefde voor de dans en de muziek is gemaakt dat ik 'm van harte wil aanbevelen.
Nou ben ik wel klaar om te vertrekken. Wedden dat als we in Italie de koffers open maken er een poes in zit . .
Bizar (slot)
Het derde bizarre verhaal begon met een heleboel kabaal in de hal van ons oude omroepgebouw, een voormalige kerk aan de rand van het centrum van Eindhoven. Een collega en ik gingen de gang in om te kijken wat er aan de hand was. Een verwilderde man stond als een bezetene tegen de balie te schoppen. De telefoniste zat wit weggetrokken op haar stoel. We sprongen er tussen en de man bedaarde, maar we kregen hem met geen mogelijkheid buiten de deur. Z’n ogen spoten vuur, dus we bleven op onze hoede.
In mijn naïviteit dacht ik hem te kunnen kalmeren met een bakkie koffie en ik nam hem mee naar mijn kantoor. Daar gingen we aan een kleine vergadertafel zitten. De koffie en een sjekkie brachten hem tot rust. Hij vertelde dat hij al jaren werd geschaduwd door de geheime dienst en hij eiste dat ik naar de minister-president zou bellen om daar een eind aan te maken. Ik was zo dom om hem te vertellen dat dat niet zomaar kon, in plaats van de telefoon te pakken, een fakegesprek te voeren en hem gerust te stellen.
Op een gegeven moment leek hij gekalmeerd en ik stelde hem voorzichtig voor te vertrekken want ik had nog wat anders te doen. Hij vloog overeind, deed z’n trui omhoog en trok een broodmes uit z’n broekband. Hij kwam om de tafel heen naar mij toe. Ik greep een stoel om me te verdedigen en begon hard te gillen. Op dat moment stormden enkele collega’s binnen die het al niet erg vertrouwden en een oogje in het zeil hadden gehouden. Mijn belager liet onmiddellijk z’n mes vallen en ging weer zitten. Bijna op hetzelfde moment kwamen er ook twee politiemannen binnen want één van de collega’s had al eerder met de politie gebeld omdat hij een slecht gevoel had bij de situatie. Die mannen kwamen dus precies op tijd.
En mijn belager? Ik hoorde dat hij voorgoed was opgesloten in een psychiatrische inrichting.
Bizar (2)
Nog een bizar geval uit m’n loopbaan. Tijdens een vergadering ging de directeur van een plaatselijk transportbedrijf in het openbaar nogal te keer tegen de krant waar ik werkte. Terug op de redactie vertelde ik dit voorvalletje – zonder er al te veel waarde aan te hechten - aan mijn hoofdredacteur. Die bedacht zich geen moment, greep z’n typemachine en schreef een briefje aan de man. Daarin stond dat hij het niet netjes vond dat de man zo op de krant schold zonder zelf met ons contact op te nemen. Een dag later belde de secretaresse van die transportdirecteur. Of we langs wilden komen voor een gesprek. Dat wilden we wel.
In zijn kantoor aangekomen deed de man heel nadrukkelijk de deur achter ons op slot. Vervolgens ging hij, zonder enige inleiding, door het lint. Hij stond met wiekende armen voor ons en dreigde ons te vermoorden als wij niet een verklaring zouden schrijven waarin stond dat hij helemaal niets verkeerd over de krant had gezegd. Maar zo makkelijk gaven wij ons niet gewonnen. Hij dwong ons in twee fauteuils te gaan zitten en zelf nam hij plaats achter zijn bureau. “Zo,” zei hij, “jullie komen er niet meer uit voordat jullie die verklaring hebben geschreven.” Hij ging door met het werk waar hij mee bezig was. Mijn hoofdredacteur en ik keken elkaar verbijsterd aan.
We probeerden met de man te praten, maar elke keer als we onze mond open deden vloog hij overeind, ging met gebalde vuisten voor ons staan en dreigde ons te vermoorden. Hij was enorm groot en wij werden steeds kleiner. Het kantoor van de man was door een glaswand gescheiden van een grote ruimte met typistes. Iedereen moet hem tekeer hebben zien en horen gaan maar niemand vertrok een spier. Af en toe kwam de broer van de transportondernemer (die wij goed kenden) langs het glas gelopen, maar ook hij deed niks. De situatie duurde uren en verliep volgens hetzelfde patroon: wij probeerden in gesprek te komen, dan wel naar de deur te lopen waarna de man opvloog en ons bedreigde.
Aan het eind van de middag zagen we opeens onze eigen directeur over de administratie van het transportbedrijf aankomen. Hij was in gezelschap van de broer van de man die ons vasthield. Onze “gijzelnemer” verliet het kantoor, ging in gesprek met die twee heren en verdween. Daarna kwam onze directeur binnen en zei: “Kom, we gaan weg. . .” We hebben er nooit meer over gesproken.
Anderhalf jaar geleden stond er een interview met mijn toenmalige hoofdredacteur in ons vakblad De Journalist, hij zat veertig jaar in het vak. Gevraagd naar zijn twee vervelendste ervaringen noemde hij ook dit voorval.
(wordt vervolgd)
Bizar (1)
De afgelopen maanden heb ik al eens terloops verteld dat journalisten regelmatig worden geconfronteerd met mensen die volkomen gestoord zijn.. Het probleem is dat je dat niet altijd meteen door hebt. Mensen kunnen heel overtuigend verhalen vertellen die later volstrekt idioot blijken te zijn. De komende dagen zal ik een paar verhalen vertellen over bizarre en angstige ervaringen
Op een dag belde een man, die een gesprek met mij wilde over een delicate kwestie. Hij wilde door de telefoon niet vertellen waar het over ging. We maakten een afspraak en een dag later stond er een keurige heer met een uitpuilende aktetas op de stoep. Hij vertelde dat hij een voormalig Tv-technicus was en dat hij een groot geheim had ontdekt. Namelijk dat er tijdens bepaalde Tv-programma’s codes werden doorgegeven aan communistische cellen in Nederland (we zaten in de koude oorlog, dus alles was mogelijk en ik was nog jong en onervaren). Hoe dat precies in z’n werk ging wilde hij pas vertellen als ik beloofde dat ik het zou publiceren. Hoewel ik in beginsel iedereen serieus neem tot het tegendeel is bewezen, moest ik nu toch wel hard lachen.
Hij liet zich niet uit het veld slaan. Hij vertelde dat hij na de ontdekking van het geheim de ziektewet in was gewerkt. Uit zijn tas haalde hij een indrukwekkende correspondentie tussen hem en talloze instanties. Ik beloofde in ieder gevel die stapel te lezen. Nadat hij weg was belde ik met het bedrijf waar hij gewerkt had. Ze kenden hem, maar wilden niets zeggen. Ze deden zelfs nogal geheimzinnig. Uit de paperassen ontvouwde zich een hevig schriftelijk gevecht tussen de man en de instanties om zijn verhaal aan de grote klok te kunnen hangen. Ondertussen belde hij enkele keren per dag met mij om te vragen of ik er over zou gaan schrijven. Ik hield de boot een beetje af, maar het intrigeerde me wel. Het was een heel raar verhaal, maar uit de brieven noch uit de gesprekken met de man kreeg ik de indruk dat hij gek was. ’t Was een keurige heer die mondeling en schriftelijk helder formuleerde en zeker geen wartaal uit sloeg.
We hebben weken gesteggeld want ik wilde sluitend bewijs. Hij wilde dat niet geven voordat ik hem had beloofd te zullen publiceren en ik weigerde die belofte te doen Op een zondagavond belde hij me op. Hij zou mij het sluitende bewijs de volgende dag overhandigen zonder verdere voorwaarden vooraf. Hoewel vervuld van cynisme wachtte ik toch met een zekere spanning op zijn bezoek. Op de afgesproken tijd meldde hij zich. Uit zijn aktetas kwam weer een stapel papier. Ik nam het pak aan en bladerde. Wat ik zag waren tientallen pagina’s met autokentekens.
“Wat is dat”? vroeg ik.
“Dat zijn de kentekens van alle auto’s die zaterdag op het CDA-congres in Barneveld waren”, zei hij
“Nou en”? vroeg ik.
“Dat bewijst toch dat er een geheim complot is”, zei hij. De schellen vielen van mijn ogen.
’t Heeft nog weken geduurd voordat ik me van hem had bevrijd.
Toen ik al jaren uit Barneveld weg was hoorde ik dat hij zich op een brommer te pletter had gereden tegen een vrachtauto.
(wordt vervolgd)
Tokkies
Het Bossche artiestenbureau Jan Vis heeft de Tokkies gecontracteerd. Wie kent ze niet? De onaangepaste familie die dankzij de exploitatie door enkele Tv-stations wereldberoemd werd in Nederland. Die familie, die het lopende bewijs is dat dankzij de ranzige media iedereen een bekende Nederlander kan worden. Ze zijn ooit uit hun isolement gehaald om aan te tonen hoe mensen aan de onderkant van de samenleving leven. En wat is er verder mee gebeurd? Is de politiek verontwaardigd in de bres gesprongen voor de minderbedeelden, heeft het geleid tot een groot maatschappelijk debat? Welnee, de Tokkies zijn verworden tot kijkcijferkanonnen. En iedereen lacht zich blauw.
En ze zijn geliefd die Tokkies, tjonge jonge wat zijn ze geliefd. Geen feestje zonder hun aanwezigheid. Maar er is een probleem. De Tokkies komen wel eens te laat of zelfs helemaal niet opdraven. Artiestenbureau Jan Vis uit Den Bosch (onthoud die naam!) heeft zich nu over hen ontfermd met een contract. Hij gaat er voor zorgen dat ze op tijd komen op feestjes of in de discotheek. Voor 2000 euro komen ze bier tappen en mogen de gasten met de Tokkies op de foto. Artiestenbureau Jan Vis zal dat niet uit menslievendheid doen.
De Tokkies, alleen het woord al, alsof het een uitheemse diersoort is. Waarom zetten we ze niet meteen in een kooi. Dan kunnen ze ook nooit meer te laat komen. En dan laten we Jan Vis elke dag een bakkie voer door het luikje schuiven. Bah, wat een land!
Hè, dat lucht op!
LPF ontploft
Volgens mij heb ik nu door waarom er steeds gedonder is bij de LPF. Nawijn legde het gisteravond in het NOS-Journaal klip en klaar uit: "Herben heeft het kruid (já, já ik weet wel dat het kruit is, maar ik citeer Nawijn, já) zelf in het lontvat gegooid." Tja, dan moet de zaak wel ontploffen. . .
Lef
Ik heb lang getwijfeld of ik het u zou vertellen. Nog steeds weet ik niet of ik het moet doen. Met dit kabinet aan de macht is het helemaal niet het geschikte moment om het te bekennen. Maar de aandrang om het wel te doen is onbedwingbaar. Ik doe het gewoon. Ik ben ooit lid geweest van. Nee. Van het CDA. Nou, dan moet de rest van het verhaal ook maar.
Ergens begin jaren tachtig was er een politieke crisis in het dorp waar ik journalist was. De plaatselijke lijsttrekker van het CDA was overleden en de lokale afdeling dobberde stuurloos rond. Wekenlang vochten de bloedgroepen achter gesloten deuren om het leiderschap. Dat leverde spannende verhalen op, dankzij een lek dat ik had gevonden Op een zekere maandag zou er een ledenvergadering zijn waarop de knoop zou worden doorgehakt. Alleen toegankelijk voor leden. Mijn collega van de concurrerende krant was lid van het CDA en lachte in haar vuistje. Zij zou de volgende dag in geuren en kleuren verslag kunnen doen van de ongetwijfeld tumultueuze vergadering en ik had het nakijken. Zelfs mijn tipgever had besloten niet meer te lekken. De mannenbroeders hielden de rijen gesloten.
Op donderdag besloot ik tot een onconventionele stap. Ik belde de secretaresse van de plaatselijke CDA-afdeling – de vrouw van een toenmalig Tweede Kamerlid – en meldde me aan als lid. ’t Was even stil aan de andere kant van de lijn. In zo’n dorp kent men elkaar en ze zei: “Ik weet wat jij van plan bent, maar dat gaat niet door.”
“Dus ik kan geen lid worden van het CDA?” vroeg ik.
“Nee, zo werkt dat niet,” zei ze.
“Dan bel ik een bevriende relatie bij de krant om te vertellen dat het CDA lidmaatschap weigert aan een eerzame burger,” zei ik.
’t Werd weer even stil. “Laat me even ruggespraak houden,” zei ze, “ik bel je over een uur terug.”
Ze was oorspronkelijk van ARP-huize dus ze kwam haar belofte na. Samen met de voorzitter had ze een strategische zet bedacht. De partij zou mij een acceptgiro sturen en zodra het geld binnen was zou mijn lidmaatschapskaart worden opgestuurd. ’t Kreng, dat redde ik dus nooit meer voor maandagavond.
Ik stelde voor het geld contant te betalen. Ze vroeg weer bedenktijd. En weer belde ze keurig terug. Contant betalen kon, dan moest ik zaterdagmorgen naar de penningmeester. Die zou mij dan een kwitantie geven en dat zou dan een tijdelijk bewijs van lidmaatschap zijn.
“Mag ik dan maandag meteen naar de ledenvergadering,” vroeg ik vals.
“Ja,” zuchtte ze.
Op maandagavond stapte ik het vergaderzaaltje in één van de kerkdorpen binnen. Ons kent ons in zo’n gemeenschap en heel veel mensen kwamen op me af om te vertellen dat het een besloten vergadering was. Ik wapperde slechts hooghartig met m’n kwitantie. Verwijtende en lovende blikken waren mijn deel. Een enkeling knipoogde stiekem.
De vergadering zou om acht uur beginnen, maar het werd een stief kwartiertje later want het bestuur had een kort spoedberaad. Toen het achter de tafel plaats had genomen deed de voorzitter een mededeling vooraf. Ze hadden bepaalde ontwikkelingen geconstateerd (’t ging over mij, ik voelde het) en daarom hadden ze besloten dat iedereen die mededelingen zou doen over het verloop van de vergadering onverwijld als lid van het CDA geroyeerd zou worden. Ik barstte in lachen uit. Zij die hadden geknipoogd grinnikten binnensmond.
De volgende dag stond het verhaal in de krant. Ze hadden na veel stemmingen gekozen voor de kandidaat die ikzelf in een analyse als de enig acceptabele had voorgesteld. Nog voordat ze me konden royeren heb ik zelf m’n lidmaatschap opgezegd.
P.S.: de hoofdredacteur betaalde me het lidmaatschapsgeld terug.
Inburgering
Ik ontmoette haar voor het eerst toen mijn vrouw en haar man samen een concert gaven. Bij die eerste kennismaking – alweer jaren geleden - werd natuurlijk de onvermijdelijke vraag gesteld “wat doe jij?’. Daarmee immers nemen wij elkaar in dit land de maat. Zij bleek violiste en ik vertelde dat ik bij Omroep Brabant werkte. Ze begon te lachen. Binnen dertig seconden lepelde ze in vlekkeloos Nederlands maar met een onmiskenbaar accent de titels van onze programma’s en de namen van onze belangrijkste presentatoren en verslaggevers op. En die kon ik allemaal zomaar aanraken? Ja, dat kon ik, bij wijze van spreken. Toen was het mijn beurt om te lachen. Wat bleek? Sinds haar komst naar Nederland had ze zoveel mogelijk naar Omroep Brabant geluisterd om de taal te leren. Haar imitaties van mijn collega’s zijn tot op de dag van vandaag onovertroffen.
De vriendin over wie dit stukje gaat is één van de leukste vrouwen die ik ken. In ieder geval is het de leukste allochtoon die ik ken. Hoogblond. IJslandse. (Ja, dat zijn ook allochtonen.) Gisteren waren we uitgenodigd om bij onze goede vrienden te komen eten. Zij vertelde dat ze met verbijstering had gekeken naar de herdenkingsbijeenkomst voor André Hazes. Ze dacht dat ze na zoveel jaar inburgering toch alles van Nederland had begrepen, maar dit ging haar verstand te boven. We zeiden dat ook veel Nederlanders met verbazing hadden gekeken. Maar het had ook wel een functie zei ze. Ja, zeiden wij, nationale rouwverwerking en zo. Nee, zei ze, ik heb weer drie nieuwe woorden geleerd van de schoonvader van Hazes: makkuhhhrrrr, gabbuhhhrrrr, en gozurhhhrrrr.
Zware beroepen
Nee, ik stond gisteren niet op het Museumplein. Dit kabinet is niet mijn kabinet, maar ik ben evenmin gecharmeerd van de demagogie van de vakbeweging. De Volkskrant zette deze week op een rijtje wie er meer leugens verspreidt, het kabinet of de vakbeweging. ’t Was een gelijkspelletje met een licht veldoverwicht voor het kabinet. Ik hul mijzelf in neutraliteit. De één komt daar mee weg, de ander wordt onder de voet gelopen.
Wat mij in de hele discussie op dit moment wel bevreemd zijn de concessies die worden gedaan aan mensen met zware beroepen. En dat dan alleen maar de brandweermannen, de bouwvakkers en de verpleegsters worden genoemd. Die zijn blijkbaar op hun 55ste zo versleten dat ze meer clementie moeten krijgen dan anderen. Geen moment twijfel ik aan de zwaarte van deze beroepen en geen moment zou ik een vervroegde uittreding van deze mensen in de weg willen staan. Maar ik vraag me af of die clementie niet voor veel meer mensen zou moeten gelden.
Ik heb geen zwaar fysiek beroep, althans ik loop niet dagelijks met brandslangen, straatklinkers en patiënten te zeulen. (Ik heb als verslaggever wel heel vaak in de vieze rook gestaan, maar daar koos ik zelf voor.) Maar: van mijn 17de tot mij 19de heb ik als fotografisch zetter 8 uur per dag achter een typemachine gezeten (RSI en ARBO bestonden toen nog niet). Meestal werkten we een paar keer per week over, dus weken van 45 tot 50 uur waren heel normaal. Van mijn 19de tot mij 21ste werkte ik er als freelance verslaggever bij. Minder dan vijftig uur per week werkte ik nooit.
Daarna werd ik als vaste verslaggever verantwoordelijk voor de nieuwsvoorziening in enkele gemeenten. We hadden een avondkrant dus dat was elke morgen om zeven uur beginnen met kopijbewerking. Dan werkte je door tot een uur of vier om vervolgens drie avonden per week naar raads- en commissievergaderingen te gaan. Een jaar of vier draaide ik weken tussen de 50 en 60 uur.
Toen kreeg ik een leidinggevende functie en kon ik delegeren. Meer dan 40 uur per week was ik niet in touw, maar ook niet minder. Van mijn 32ste tot mijn 36ste werkte in een strak 36-urig rooster. Dat was voor mij heel bijzonder, maar de eerste dienst begon wel ’s morgens om zes uur en de laatste eindige officieel ’s nacht om twee uur, maar meestal werd het vier uur. Die onregelmatigheid vond ik fysiek heel zwaar.
Daarna had ik een aantal jaren een managementfunctie. Minimaal 45 uur in de week, maar meestal langer. Daarna weer een paar jaar in dat rooster van 06.00 tot 07.00 uur en vervolgens heb ik vier dagen per week van 07.00 tot 16.30 uur gewerkt. Dat was heel prettig want dan had je lichaam regelmaat en altijd een lang weekend om bij te tanken. Sinds driekwart jaar is dat weer veranderd in een vijfdaagse werkweek met wisselende diensten, maar wel overdag.
En elke dag opnieuw wordt er van journalisten verwacht dat ze iets nieuws bedenken, daarom hebben ze 24 uur per dag hun antennes uit staan. We werken bovendien de hele dag in een kippenhok waar mensen in en uit vliegen, waar dag en nacht radio’s en televisies aan staan, telefoons rinkelen en waar je ook nog eens geconcentreerd moet werken.
Journalistiek is fysiek niet zwaar, het is ook geen roeping maar een levenshouding, maar het put geestelijk af en toe behoorlijk uit. Datzelfde geldt natuurlijk voor heel veel andere beroepen. Daarom ben ik er voor dat het recht om na veertig jaar te stoppen niet is voorbehouden aan stratenmakers, brandweerlieden en verpleegsters.
Namen (12)
Dikmans, de heer - kok
Dobber - medew. Amsterdam Canal Cruises
Docter G. - sectiehoofd operatiekamer Sint Josephziekenhuis Veldhoven
Doeleman - keeper betaald voetbal
Dokter C. - tandarts in Amsterdam
Dokter Henk - coordinator gipsvluchten Rotterdam airport
Dokter - arts bij SOS-traumateam
Dollar David - medewerker wereldbank
Donkers, de heer - verantwoordleijk voor de lichtmasten langs de snelweg rond Eindhoven
Doodeman Theo - contactpersoon UBO uitvaartverzekeringen
Doove, Dennis - medewerker audiocentrum hoorwinkel Van Boxtel in Eindhoven
Dorst, de heer - medewerker waterschap de Dommel
