Volwassen
Vandaag ben ik aan mijn vijftigste levensjaar begonnen. Dat wil dus zeggen dat ik volgend jaar op 30 september Abraham ga zien. Deo Volente natuurlijk, want die Veluwse invloed raakt een mens niet meer kwijt.
Vroeger (dat woord komt steeds vaker voor in mijn vocabulaire) heb ik, in een ongetwijfeld overmoedige bui, gezegd dat ik op m’n vijftigste volwassen wilde zijn. Daarvoor golden voor mij een paar criteria: eerst denken en dan pas praten, sowieso wat vaker zwijgen (waardoor er een interessante geheimzinnigheid om je heen hangt, zoals je die wel eens in indianenfilms ziet ), minder opvliegend en alwetend zijn en nog een paar andere dingen. ’t Meeste moet ik nog realiseren.
(Toen ik een kind was dacht ik dat je volwassen was als je alles begreep van verzekeringen en belastingen. Maar dat heb ik opgegeven.)
Deze week zei een collega dat ik steeds milder word. Blijkbaar ben op de weg die ik wilde gaan, maar ik heb wel het gevoel dat ik mijn doelen te hoog heb gesteld. Maar goed, ik heb nog een jaar.
En wee de vrouw die nu durft te zeggen dat mannen altijd kinderen blijven.
Verbreezering
Nederland heeft er vanaf vandaag een woord bij: verbreezering (van de maatschappij). Althans voor mij was het nieuw. Ik las het vanmorgen in de Volkskrant.
In Leeuwarden is Manuel Fetter doodgestoken tijdens een avondje stappen. Het lijkt een geval van zinloos geweld nadat Fetter een opmerking had gemaakt over een kapotgegooid bierflesje. De horecaondernemer Ido Siderius noemt Manuels dood een gevolg van de “verbreezering van de maatschappij.” Zijn verklaring tegenover de krant luidde als volgt: “We douwen jonge kinderen aan de zware alcohol. De horeca heeft te veel dollartekens in de ogen. (…) Vroeger gingen we om drie uur ’s nachts naar huis. Nu om zeven uur ’s ochtends en nog liever om negen uur. Kruipend. En dan gaat het uitschot naar de snackbars en de shoarmatenten. Daar is geen enkele politiecontrole.”
Volgens mij heeft Ido Siderius een punt.
Wat me opviel in de krant was dat in de kolom naast zijn uitspraak (maar dan ook echt pàl er naast) een advertentie stond waarin een fles Dujardin Vieux werd aangeprezen. Wie ‘m koopt krijgt er twee originele Coca Colaflesjes bij. In de tijd dat de krant nog niet elektronisch werd opgemaakt, maar gewoon met lijm en een mesje, zouden we die advertentie ergens anders op de pagina hebben gezet. Dat was een kwestie van fatsoen. Noem het voor mijn part een kwestie van normen en waarden. Maar ja, dat was ver voor de breezers.
Scoringsdrift
’
t Zal u opgevallen zijn. Ik ben af en toe vrij cynisch over het vak dat ik uitoefen (en en passant dus over mijzelf). Volgens mij is dat begonnen toen iemand bedacht dat journalisten de wijken in moesten om de vox populi op te tekenen. Dat was een goede gedachte want de journalistiek en zijn publiek waren uit elkaar gegroeid, dus het werd tijd voor nivellering.
En we trókken massaal de wijken. Maar we vroegen ons onvoldoende af wat we nou eigenlijk moesten met al die meningen die we daar hoorden. We verhieven ze gemakshalve tot de maat der dingen. En wie niet mee deed werd voor arrogant versleten.
We merkten wel dat de mensen in de wijk het ongeluk op de hoek veel belangrijker vonden dan een conflict in een Midden-Amerikaans land. Dus we begónnen al die ongelukken te melden om de pas ontdekte hongerigen te voeden. Er werden steeds meer programma’s uitgezonden met ongelukken, rampen en rellen. Het woord sensatie nivelleerde mee, dat werd “de wil van het volk”. Het scoorde als een gek.
En het werd gekker en gekker: we kregen Big Brother, 112-programma’s, make-over programma’s, alleen de spermashow haalde het niet. Maar dat is een kwestie van tijd, let maar op.
Ergens in die periode kreeg mijn onvoorwaardelijke geloof in en liefde voor de media een kleine knauw. En nu las ik vanmorgen dat de TROS apetrots is dat ze de uitzending van de herdenking van André Hazes voor de neus van RTL hebben weggekaapt. Ze hebben bij RTL zitten slapen, zei Gerard Baars, programmadirecteur van de TROS. Zijn cynische glimlach verzin ik er hier ter plaatse bij.
De dood als scoringsdrift van de media. Ik kan er niet aan wennen.
Vriend
Ik heb een geheime vriend: Aap. Aap Stam. Bij daglicht is hij een enorme boomstronk (sorry Aap) maar als ik 's morgens in het donker langs 'm fiets is hij een gorilla, die wat voorovergebogen met z'n knuisten op de grond steunt. Als ik 'm passeer groet ik 'm altijd in gedachten: "mogguuhh Aap". Als het donker is dan is dat heel normaal, overdag vind ik mezelf een beetje kinderachtig. Soms regent het heel hard en moet ik tegen een oostenwind in torsen, klep voor de ogen, bril beslagen. Dan vergeet ik wel eens te groeten. Maar altijd als ik Aap vijftig meter voorbij ben roept hij in stilte: "He, De Vries zeggen we niks meer.... " 't Klinkt altijd geanimeerd, want Aap snapt wel dat het weer soms zo tegen zit dat m'n hoofd even niet naar hem staat.
Gehoord
Collega A (een man): "He, ik lees hier op het ANP dat Volvo een auto heeft laten ontwerpen voor en door vrouwen."
Collega B (een vrouw): "Nou dan ben ik benieuwd wat ze daar voor speciaals in hebben zitten."
Collega A (die man): "Ik denk een chauffeur. . ."
Sorry dames, hij was te mooi om te laten lopen. En jullie snappen wel dat ik dat nooit zou durven zeggen
Obers
Vorige week hoorde ik op Radio 1 een item over Franse obers. Die ken ik niet anders dan als horkerige types die je liever zien gaan dan komen. Wat bleek? Volgens de correspondent in Parijs hadden de obers dat nu zelf ook door en hadden ze besloten hun leven te beteren. Hoe dat nou precies zal gebeuren werd me niet helemaal duidelijk want de interviewer wilde van de correspondent vooral weten wat er mis is en niet hoe de Franse obers hun imago denken te verbeteren. Negatief scoort nu eenmaal beter dan positief.
Gisteren zaten we op een terrasje van het clubhuis van een visclub. Daar kwamen we toevallig langs nadat we het terras van een even verderop gelegen uitspanning aan onze neus voorbij hadden moeten laten gaan vanwege de onafzienbare rij wachtenden. Het terrasje van de visclub was veel leuker, het lag aan een (u raadt het al) visplas. En er was plaats genoeg. Al snel bleek waarom. Ze schonken alleen koffie, thee en fris. En een terras zonder bier is in onze contreien geen pleisterplaats. Mijn vrouw bestelde een ijsthee en ik een cappuccino. Toen de ober de bestelling kwam brengen zette hij de ijsthee voor mijn vrouw op tafel. Daarna keek hij besluiteloos beurtelings naar haar en naar mij en hij vroeg: “en de cappuccino??”
“Die is voor mij,” zei ik ook nog.
Neef
We zijn naar de verjaardag van een tante van mijn vrouw geweest. Daar hebben we een neef ontmoet die we al jaren niet meer hadden gezien. Hij was inmiddels van onderwijzer op de basisschool opgeklommen tot lid van het managementteam van een regionale vmbo-school.
Sterker nog: hij had een leer-werkplan ontwikkeld dat de aandacht had getrokken van minister Van der Hoeven. Op uitnodiging van onze neef was de minister op zijn school komen kijken en nu was zijn school, mede dankzij hem, een voorbeeld voor de rest van het land.
De komst van een minister en de voorbeeldfunctie, zo vertelde onze neef, hadden nogal wat voeten in aarde gehad. Organisatorisch dan. Dat had hij zich niet gerealiseerd toen hij Maria van der Hoeven een briefje schreef. Eigenlijk, zei hij, was het organiseren van zo’n bezoek een grotere klus dan het uitdenken van het plan. “Maar weet je wat nou de grootste hobbel was,” zei hij, “wie de koffie voor de minister zou inschenken. Ik leidde haar rond, dus ik had daar geen tijd voor. De rector van de scholengemeenschap wilde geen moment van haar zijde wijken, dus die weigerde ook. De sectordirecteur voelde zich er te goed voor en ons plannetje om het een leerling te laten doen strandde omdat ze te zenuwachtig werden bij de gedachte dat ze een minister koffie moesten geven.”
Op moment werd onze neef door zijn moeder, de jarige tante, gevraagd even met de schalen met hapjes rond te gaan. Dat deed hij meteen, want hij voelt zich nergens te goed voor. Maar nou weet ik nog niet hoe dat met die koffie is afgelopen, want dat gespreksonderwerp kwam niet meer terug. Moet ik ‘m toch eens vragen als ik hem over een paar jaar weer zie.
George en Osama
Nog even over die conferentie Tuning into Diversity waar ik gisteren over schreef. Ik sprak er een collega van de BBC. Hij vertelde dat zij na 9/11 zeventig procent van de islamitische luisteraars was kwijtgeraakt omdat ze wel heel nadrukkelijk de link legden tussen islam een terrorisme.
Al praten kwamen we op Irak. Op een gegeven moment zei hij: "Bush heeft zo'n hekel aan Osama Bin Laden omdat hij teveel van zichzelf in hem herkend. 't Zijn alletwee door en door verwende rijkeluis-zoontjes die geen raad weten met hun tijd en daarom de meest waanzinnige dingen doen."
Die vond ik te leuk om te laten lopen. . .
Namen (11)
Das, de heer - medewerker ministerie Natuurbeheer
Dekking - veefokkersbedrijf in Waalwijk
Dement William - psychiater
Desi Bell - zangeres in Voorthuizen
Dick Taat - onderwijzer
Dick de heer - arts die als eerste penisvergroting deed
Diender de heer - politieman Eindhoven
Diepenbroeck mevrouw - eigenaresse postorderbedrijf sexy lingerie
Diggelen van - glaszetter in Rotterdam
Dijk ir. HHG van - directeur water van Rijkswaterstaat
Linkse voorhoede
De tijd dat journalisten op dezelfde hoogte stonden als advocaten, doktoren en notarissen ligt ver achter ons. Gelukkig maar want er zijn advocaten en notarissen waarmee ik niet vergeleken wil worden. Over doktoren geen kwaad woord.
Ik moest er vanavond aan denken. De afgelopen twee dagen ben ik op de internationale conferentie “ Tuning into Diversity” geweest. Dat was een internationale meeting (ja, zo heet dat dan) van mensen die bij diverse Europese organisaties werken zoals RTV-stations, organisaties voor minderheden, anti-discriminatiegroepen en noem maar op. Er waren vertegenwoordigers van de BBC tot een lokale migrantenzender uit het Deense Arhus.
Het streven van al die mensen is – kort samengevat - om meer vertegenwoordigers uit etnische minderheden, maar ook gehandicapten, in hun organisatie te krijgen en hun programma’s beter af te stemmen op die groepen. Omroep Brabant doet mee in dat project en daar ben ik best trots op.
We wisselden ervaringen uit met diversity-managers (die trekken dus de kar), programmamakers, redactiechefs enzovoort. En wat bleek: het gaat overal heel langzaam met het maken van programma’s die interessant zijn voor anderen dan blanke mannen en vrouwen uit de middenklasse.. Telkens weer hoorde ik hetzelfde: het zijn vooral de programmamakers – lees: journalisten – die er in de waan van de dag niet bij stil staan.
Vroeger behoorden journalisten tot de correct linkse voorhoede, maar inmiddels, zo werd mij van diverse kanten verzekerd, behoren de meeste journalisten tot de grijze middenmoot. Ik moet nog eens heel diep nadenken over wat ik daar van vind, maar ik kan op voorhand niet ontkennen dat het wel herkenbaar is.
Toen ik thuis kwam lagen de Volkskrant en het Brabants Dagblad op de eettafel. Vanaf beide voorpagina’s keek mij André Hazes aan. Ik had het nieuws al gehoord maar nog geen krant kunnen lezen. De Volkskrant besteedde niet alleen de halve voorpagina aan het nieuws over zijn dood, ook de hele voorpagina van het katern de Voorkant was aan Hazes gewijd. De krant had er zelfs een commentaar over geschreven waarin hij de beste naoorlogse volkszanger werd genoemd. Ik hou niet van zijn muziek, maar die typering is terecht. Mooi toch dat de krant die vroeger de correct linkse voorhoede de maat nam en zelf voorop ging heden ten dage zoveel aandacht besteedt aan André Hazes.
Ach. . . journalisten, ’t zijn eigenlijk net mensen.
Tijs, Lodewijk en Aart-Jan
Zelden zo’n opruiend stukje publieke TV gezien als Netwerk gisteravond. ’t Meest irritante zat ‘m in de ankeiler. Er werd een debat aangekondigd tussen minister De Geus en FNV-voorman De Waal. De centrale vraag, zo werd mij toegeschreeuwd, was of beide mannen nog wel door één deur konden, De Waal had immers de uitgestoken hand van De Geus geweigerd. Dat werd in die ankeiler zwaar aangezet. De eerste keer dacht ik: wat lomp van die De Waal. Maar de tweede keer hoorde ik De Waal verbaasd zeggen: “maar ik heb je toch al een hand gegeven”. Het bleek dus iets genuanceerder.
Toen ik verstrikt was in Netwerk zag ik het hele fragment. Voor het oog van de camera’s drong De Geus aan op nòg een hand van De Waal want dat wilden de mensen thuis graag zien, zei de door een mannetjesmaker getrainde minister. En verdomt De Waal nam de uitgestoken hand van De Geus wel aan. Maar dat was er in de ankeiler afgeknipt.
En dan het gesprek zelf. Beide heren verschilden stevig van mening maar het was Lodewijk voor en Aart-Jan na. ’t Waren geen vrienden maar ze stonden elkaar helemaal niet persoonlijk naar het leven. Aan het eind kwam die grappige EO-interviewer Tijs met de vraag waarvan we al een half uur wisten dat hij zou komen en waar hij zich al een half uur op verkneukelt had: wilt u elkaar een hand geven? Natuurlijk deden ze dat.
Nee. . . dat is een hele aanwist voor Netwerk, die EO. . .
Pension Hommeles
Een bommelding! Iedereen op de redactie veert op. ’t Is in Helmond. Twee collega’s rukken aan de stadsplattegrond. De producer TV heeft al een cameraman en een verslaggever op pad. De exacte plaats wordt nog doorgebeld. De radioverslaggever is ook al in vliegende vaart onderweg. De bulletinlezer rent naar de studio met twee regels tekst die meer vragen oproepen dan ze beantwoorden. Pension Hommeles.
Via scannermannen komt tegenstrijdige informatie binnen. Er wordt een bioscoop ontruimd. Nee, de ambtenaren moeten het stadhuis uit. De bioscoop èn het stadhuis worden ontruimd. Nee, alleen de stadswinkel moet leeg. Iemand heeft een verdacht pakketje naar de winkel gestuurd. Nee, er is een bompakket in de winkel neergezet. Iedereen staat op scherp terwijl iedereen er z’n hand voor in het vuur durft te steken dat het loos alarm is.
En dat was het ook. Een asielzoeker die zijn verblijfsvergunning kwam regelen was zijn tas vergeten. Toen een ambtenaar hem nariep liep hij door want hij verstond geen Nederlands. De ambtenaar sloeg onmiddellijk alarm. Later kwam de asielzoeker zelf het koffertje ophalen.
Waar zijn de tijden dat bommelding alleen nog maar een grappig woord was dat thuishoorde in het rijtje bommelding, pijpetuitje, slaplantje en toentomatentomatentomatentovrat*?
* voor wie hem niet kent: to en tom aten tomaten tom at en to vrat (nou. . . wij vonden hem vroeger wel leuk)
Zwijg over Amsterdam
We waren dus een paar dagen in Duitsland. Na het diner vleiden we ons in de zetels rond de dichte haard (ik had wel open haard kunnen schrijven maar dan zou ik ten onrechte de indruk gewekt kunnen hebben dat het vuur brandde. En om nou te schrijven de uite haard is ook zo raar. Toeë ogen, zoals Hugo Claus schrijft, is weer wel mooi. Waar wilde ik ook alweer heen? Oh ja). Er zaten al een man en een veel jongere vrouw een meisje nog bijna. Later voegden zich twee echtparen uit Vlaanderen bij ons.
Ik vroeg aan de man en de vrouw die er al zaten waar ze vandaan kwamen. Oorspronkelijk kwam hij uit Suriname en zij uit Curaçao, maar hij woonde nu in Amsterdam en zij in Hoofddorp. Om het krakende ijs definitief te breken zei ik – oprecht gemeend – dat ik Amsterdam de boeiendste stad van Nederland vind.
Dat had ik niet moeten zeggen, want hij was het er helemaal niet mee eens. Hij durfde niet meer op zaterdagavond op het Leidseplein te zitten. Ik vertelde hem dat wij dat twee weken geleden nog zonder gevaar hadden gedaan. Dan hadden we geluk gehad, zei hij.
t Gesprek kwam nu goed op gang, vooral omdat de Vlamingen zich begonnen te roeren. In no time switchten we van de criminaliteit in Amsterdam naar de verloedering van Nederland, het overmatige drugsgebruik in ons land, de vermoorde vader van de jonge vrouw uit Curaçao, haar kindje dat drie maanden in een couveuse had gelegen, het onbeschofte gedrag van Belgische ziekenhuisbezoekers, de Vlaamse taalstrijd die in stand wordt gehouden door de politiek. Zware kost in een weekend waarin we vooral de draaglijke lichtheid van ons bestaan wilden voelen.
De volgende keer zwijg ik over Amsterdam.
Prangende kwestie
We hebben de afgelopen dagen doorgebracht in het stukje Duitsland dat tegen Luxemburg aan ligt. Een beetje wandelen, een beetje lezen, een beetje eten, een beetje ouwehoeren met de andere gasten in het dorpshotel. Even de zinnen verzetten. We troffen het enorm goed met het weer. De zon scheen volop en de natuur was nog overweldigend groen. En toen drong zich plotseling een prangende kwestie aan mij op.
Pakweg twintig jaar geleden verscheen er op de Nederlandse televisie een alarmerende documentaire die was gemaakt door de Duitse televisie. 't Ging over een geheel nieuw fenomeen: zure regen. Ik herinner me een Duitse deskundige die aangetaste bomen liet zien. De toon van de repo was dat de laatste dagen voor de natuur geteld waren.
Natuurlijk was het in Nederland ook meteen code rood voor de natuur. Ik werkte toen als journalist op de Veluwe en nog dezelfde week trokken ik en enkele collega's van aanpalende media en een boswachter de wouden in. De man wees ons op de toppen van bomen die waren aangetast. Hij vertelde er wel bij dat het alleen de uitheemse soorten waren die leden onder de bedorven regen, maar toch. . .
We schreven ons suf over deze nieuwe bedreiging van de natuur, die indirect een bedreiging was voor de gehele mensheid.
Afgelopen dagen, tijdens onze tochten door het groene Duitse land vroeg ik me plotseling af: hoe zou het toch met de zure regen zijn. . .?
Namen (10)
Buysen, de heer - medewerker van de afdeling (TV) buizen van Philips
Cafe, Gabriella - voorlichtster Stichting Horeca en Onderwijs
Camping, Eduard - medewerker reisorganisatie Travellers Utrecht
Carriere, mevrouw E. - personeelsadviseur NS
Childs, Greg - directeur afdeling kinderprogramma's BBC
Coward, mister - woordvoerder VN tijdens oorlog in Bosnie
Croonen, de heer - tandarts in Veldhoven
Croquet, Mark - cateraar bij de opnames van Baantjer
Daalder, Lukas - econoom bij de Rabobank
Dansers, mevrouw - trainster ijsrevue
. . . .
Museum Slager
Als je vanuit de Bossche Kerkstraat de Torenstraat oversteekt, langs de St. Jans Kathedraal loopt, de pastorie passeert, het Sint Jans Klooster en het Sint Janskerkhof voorbij gaat, kom je in de Choorstraat, waar de rijke roomse tijd heeft stilgestaan. Hoe vaak ben ik daar al niet door gelopen zonder acht te slaan op het Museum Slager in die straat.
Dat is ook wel een beetje de schuld van het museum. Van buiten valt het eigenlijk niet echt op. Het is een straatje met palazzi, zoals de Italianen dat noemen. Het museum is slechts herkenbaar aan een door de Bossche welstandscommissie welwillend goedgekeurd schild. Wie er binnen wil moet aanbellen.
Gisteren hebben we op een regenachtige, winderige, zomaar doordeweekse vrije dag op de bel gedrukt. Een vriendelijke man haalde ons binnen alsof we familie waren. Er waren binnen nog meer van die vriendelijke mensen en een handjevol bezoekers. We schreven onze naam in een boek (“we krijgen subsidie naar rato van het aantal bezoekers”, zei een dame) en we werden in een zijkamertje gezet voor een korte dia-voorstelling. Daar ontvouwde zich de geschiedenis van de Bossche schildersfamilie Slager. De stamvader, zonen, dochters, schoondochters en een kleinzoon hebben in bijna twee eeuwen honderden schilderijen gemaakt. Een groot deel daarvan hangt achter die deur in de Choorstraat.
We kregen een prive-rondleiding van enkele vrijwilligsters die met zoveel enthousiasme vertelden over de schilderstukken dat het leek alsof ze ze zelf hadden gemaakt. De familie Slager is inmiddels uitgestorven, maar de vrijwilligsters spraken over hen alsof ze elk moment allemaal weer binnen konden stappen. Het is een prachtige verzameling portretten, landschappen, stadsgezichten en stillevens. Ze worden op een simpele maar doeltreffende manier gepresenteerd in twee statige herenhuizen die zeker onderdeel zijn van een bijzondere museale ervaring. Na zo’n rondleiding voel je je bijna lid van de familie Slager.
Dus: nooit meer een dagje Den Bosch doen zonder een bezoekje aan het Museum Slager. Vanuit de Bossche Kerkstraat langs de St. Jan, de pastorie, het Sint Jans Klooster en het Sint Janskerkhof naar de Choorstraat, waar de rijke roomse tijd heeft stilgestaan.
Verkadefabriek
We hebben een nieuwe cultuurtempel in ’s-Hertogenbosch: De Verkadefabriek. Inderdaad, vroeger maakten ze er koekjes. Vanaf ons huis is het precies 1 minuut en 15 seconden lopen. Gelukkiger zullen we ons leven wel niet meer worden. We hebben een vervallen fabriekscomplex zien opbloeien tot een werkelijk schitterend gebouw met twee theaterzalen, drie filmzalen (voor de betere films), een restaurant en repetitieruimtes voor enkele productiehuizen. Zonder enig cynisme zeg ik dat onze stad en onze wijk een geweldige culturele impuls hebben gekregen. Het ontwerp is van Hubert-Jan Henket, dus de kenners weten dat het er van buiten en van binnen piekfijn uitziet.
Op 28 september gaat De Verkadefabriek officieel open. Deze week is er proefzitten. Dat betekent dat mensen voor een habbekrats alvast kennis mogen maken met het nieuwe gebouw. Natuurlijk zijn we gisteravond bij de buren op bezoek geweest. We zagen een try-out van Theo Maassen. Ik geloof dat het not done is om over try-outs te schrijven, dus dat doe ik ook niet.
De voorstelling was duidelijk nog in een prenataal stadium. Maassen zat temidden van grote vellen papier waarop steekwoorden stonden. Logisch bij een try-out. Het podium van de zaal is gelijkvloers, dus na afloop moesten mensen over dat podium naar de uitgang. Totaal verbijsterd was ik toen tien, vijftien mensen zich op die vellen papier stortten en er mee aan de haal dreigden te gaan. Dankzij het ingrijpen van de geluidsman konden ze worden gered.
De Verkadefabriek is nu al niet besteed aan dergelijke provincialen. Hopelijk kwamen ze omdat de kaartjes voor het proefzitten zo goedkoop waren en zien we ze hierna nooit meer terug.
deze foto is gemaakt door Joep Lennarts
De tijd vervaagt herinneringen
Darfur. Hoe lang lezen we al dat daar wordt gemoord en verkracht? Drie maanden? Een half jaar?? Langer? De tijd vervaagt herinneringen. Per maand komen er zes- tot tienduizend mensen om. Vijftigduizend tot nu toe. Anderhalf miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen. Vanmorgen las ik in de Volkskrant dat de EU Sudan dreigt met sancties. De EU ministers hebben berichten bereikt van massale en ernstige schendingen van mensenrechten, schreef de krant. Maar van volkerenmoord willen ze niet weten. Nu dreigen ze dus met sancties. Wat een daadkracht! Ondertussen tikt de dodenteller door.
Ho, ho. Ik ben nog niet uitgemopperd.
Als vijfhonderd mensen iets zeggen dan willen wij journalisten maar al te graag geloven dat er een kern van waarheid in zit. Maar ik geloof niet dat Sylvie Meis de hoer van Amsterdam is. Zelfs niet als het vijfhonderd inwoners van ‘s-Gravenhage zijn die dat roepen.
De scheldpartij aan het adres van de vriendin van Ajax-voetballer Rafael van der Vaart is wel aanleiding voor heel veel opwinding. Plotseling zijn de wekelijkse spreekkoren in de Nederlandse stadions weer hot news.
Natuurlijk is het schandalig dat zulke dingen worden geroepen maar vorig jaar werd “onze” Mateja Kezman een massagraf in geschreeuwd. Ik heb de bobo's er niet over gehoord. En die van ons droegen in de eerste wedstrijd tegen Ajax na het begin van de bombardementen op Bagdad een spandoek met de tekst: “Bush, don’t forget Amsterdam”. Ik heb de bobo's er niet over gehoord. Maar Sylvie en Rafael zijn The Dutch Beckhams en sprookjes mag je niet verstoren.
Er wordt nu gedreigd met het stilleggen van wedstrijden. Hoe lang wordt daar al mee gedreigd? Tien jaar? Twintig jaar? De tijd vervaagt herinneringen.
En collega zei vanmorgen tegen me: kun jij niet eens wat alternatieven aandragen voor die spreekkoren. Volgens mij lezen die mijn weblog niet, maar vooruit. Hier is mijn avondvullend alternatief dat ik in welwillende overweging wil geven aan de liturgiecommissie van de harde kern van PSV:
(lentissimo grave)
We hebben een J We hebben een A We hebben een N We hebben een V We hebben een E We hebben een N We hebben een N We hebben een E We hebben een G We hebben een O We hebben een O We hebben een R We hebben een O We hebben een F We hebben een H We hebben een E We hebben een S We hebben een S We hebben een E We hebben een L We hebben een I We hebben een N We hebben een K We hebben Jan Vennegoor of Hesselink (2x)
Klonen
Er zijn twee beroepen die ik van m’n leven niet zou willen uitoefenen: advertentieacquisiteur en sportjournalist. Ik heb namelijk geen enkel talent om wat dan ook te verkopen. Bovendien heb je als acquisiteur dagelijks te maken met benepen middenstanders en daar moet ik helemaal niet aan denken. Om sportjournalist te kunnen zijn heb ik te weinig affiniteit met andere sporten dan voetbal. Ik vind het heerlijk om naar PSV te gaan, maar ik moet er niet aan denken dat ik dagelijks met die jongens zou moeten praten.
Bij Voetbal International (overigens een onderhoudend blad) hebben ze volgens mij een manier gevonden om zo min mogelijk met voetballers uit den vreemde in aanraking te hoeven komen. Ze gebruiken gewoon steeds hetzelfde verhaal en vervangen alleen de naam. Vorige week is met zoek en vervang de naam van Damarcus Beasley, het nieuwe wonderkind van mijn kluppie ingevoerd. Dat kon zonder probleem want die zei precies hetzelfde als Eric Addo, Leandro, Farfan, Vonlanthen en al die anderen indertijd. Ze kozen voor PSV omdat Romaria en Ronaldo daar gespeeld hebben. Ze hopen allemaal in het voetspoor van hun helden te treden. Na een paar weken hebben ze best moeite met aanpassen en wij supporters hebben nog steeds de ware Eric, Leandro of Darmarcus niet gezien. Ze beloven ons allemaal veel doelpunten. En ze hopen allemaal op de steun van God.
Wij hopen ondertussen met hen mee.
Harry
Huilen? Nee. . . dat doe ik niet meer. Ja, vroeger als kind. Tuurlijk toen wel. En in de laatste jaren van mijn eerste huwelijk dronk ik m’n tranen nog wel eens los. Zoveel dat mijn tranen zijn opgedroogd.
Ik schiet wel eens vol, ja. Bij uitvaarten en bij massale bijeenkomsten. En als ik het Wilhelmus hoor. Ja dan moet ik m’n neus wel eens snuiten. Maar tranen? Nee.
Of zoals gisteren in het PSV-stadion, na de wedstrijd PSV-RKC (die om te huilen was, maar dat deed ik niet). Met twintigduizend man namen we afscheid van voorzitter Harry van Raay, Toen de kleine grijze man vanuit de spelerstunnel naar de middenstip liep schoot ik vol, ikvoelde twee druppels over mijn wangen. Maar dat is toch geen huilen? Kom zeg. Tranen om zoiets banaals als een voetbalvoorzitter die afscheid neemt. Tuurlijk. Harry van Raay was de enige echte voetbalpresident van Nederland. Il Presidente. Maar daar laat je toch geen traan om. Stel je voor. Ik ben een volwassen, nuchtere vent. Geen watje. En die druppels? Regen?? Ja. . . weet ik veel. . .
Namen (9)
Branden, de heer van den - brandwacht gemeente Woensdrecht
Brands, de heer - woordvoerder Brandweer Best
Breedlove, de heer - onderzoeker naar psychische gevolgen sexuele ervaringen
Broodbakker firma - slager in Eindhovense stadsdeel Vaartbroek
Brugmans - tonpraoter uit Helmond
Builder - aannemersbedrijf in Nuenen
Buis, de heer - medewerker NV Westerscheldetunnel
Bull, de heer - technicus Mil Marketing Board die zich bezighoudt met kunstmatige inseminatie
Bus, Jeroen - medewerker Drentse vervoersmaatschappij
Bussman - busbedrijf in Duitsland
Collecte
We zaten nog wat na te tafelen toen hij binnen kwam.
“Ik heb van de week twee keer voor de kankerbestrijding gecollecteerd.”
Mijn zoon heeft de gewoonte met de deur in huis te vallen. Mijn van verbazing open zakkende mond spoorde hem aan de rest van het verhaal te vertellen.
”Ja, d’r belde een of andere kerel en die was verkeerd verbonden. Hij dacht dattie iemand aan de lijn zou krijgen die altijd voor de kankerbestrijding collecteert. En toen zei ik dat ik dat niet was maar dat ik ook wel een avondje wilde lopen.”
Zo. . .
“Maar ja, ik moest twee keer want de eerste keer deed er niemand meer open na half acht. Maar ik zag wel dat ze gewoon thuis waren.”
Ooohh...
“Dus toen ben ik de volgende dag terug gegaan, maar ik heb wel meteen gevraagd waarom ze de eerste keer niet open deden. Ze zeiden allemaal dat ze ’s avonds nooit open doen als er gebeld wordt. Dat vinden ze te gevaarlijk.”
Ja, ja. . . Terwijl hij dit vertelde scheurde hij een enveloppe open.
“Kijk, d’r zit een bedankbrief in, he. . . en een lepeltje. Da’s voor m’n uitzet.”
Uitzet??
Hij vertrok naar zijn eigen verdieping in ons huis. Bij het afruimen van de eettafel zag ik dat de bedankbrief achter een pan lag. Er zat een acceptgiro aan vast voor de kankerbestrijding.
Hij heeft niet alleen een goede inborst, die zoon van mij, ’t is ook nog een linkmiegel.
Beginnersfoutje
Gisteravond op video gekeken naar een eerder opgenomen aflevering van “Allemaal Theater”. Nadat die was afgelopen viel ik midden in het nieuwe programma “Ticket”. Volgens de AVRO een informatief soms scherp programma over wat er allemaal te zien is op het gebied van theater en film en gepresenteerd door Tooske Brugem. Dat sloot goed aan. Dacht ik. Maar wat een schril contrast met Allemaal Theater. Harm Edens en Gert Jan Droge die zichzelf belangrijker vonden dan de informatie en Tooske die het gat tussen die twee opvulde.
Maar ik bleef kijken want ik was te lui om te zappen. Tot Droge opeens zei dat alle kijkers theaterliefhebbers moesten zijn want anders zouden ze nu wel op SBS6 naar het voetballen kijken. “Dat moet je niet zeggen,” zei Tooske, “want anders zapt…..”
Ik denk dat ze “ iedereen weg” heeft gezegd, maar toen zat ik al in de wedstrijd Nederland-Tsjechie. Lieve Toos. Neem van een omroepwerker in de provincie aan dat je nooit zoiets moet zeggen. En vertel dat ook tegen meneer Droge. Maar, toch bedankt. 't Voetballen was niet geweldig, maar beter dan Ticket.
9-9-1974
Het is vandaag op de kop af dertig jaar geleden dat mijn eerste stukje werd gepubliceerd. Een verslag van de huldiging van mevrouw Looyen. Ze was 25 jaar directrice van een kettingkastenfabriek in Barneveld. Ik herinner me nog dat ik de hele avond heb zitten luisteren naar toespraken, koffie heb gedronken en een vorkje heb meegeprikt. ’t Was in zaal Vinkenborg, maar die bestaat niet meer. Ik was toen 18, bijna 19. ’t Lijkt een opdrachtje van niks, maar bedenk wel dat het in die tijd heel bijzonder was dat een vrouw 25 jaar aan het hoofd van een fabriek stond, zeker in het mannenbroedersbolwerk Barneveld. Ik kreeg dus best wel meteen al belangrijke klussen 
Vijf jaar geleden liet ik me tegenover mijn vrouw (toen nog mijn vriendin, nu ook nog wel, maar….afijn laat maar) ontvallen dat ik 25 jaar in het vak zat. Ze vroeg me langs haar neus weg waar mijn eerste stukje over ging en op welke dag dat was gepubliceerd. Ik vertelde haar het verhaal van mevrouw Looyen en zei dat in mijn hoofd de datum van 6 november hing. Verder hebben we er het hele jaar niet meer over gesproken.
Op 6 november 1999 gingen we op bezoek bij vrienden. Die hebben een fantastisch tuinhuis waarin we de beste uren van ons leven hebben beleefd: goeie gesprekken, heerlijk eten, goeie wijn. Een plek waar we de grootste lol hebben gehad en we intens verdriet hebben beleefd toen hun zoon verongelukte. Die avond ging ik (achteraf bewust gestuurd) als eerste het tuinhuis binnen, al bij voorbaat genietend van een heerlijke avond. Op tafel stond een enorme bos rozen en achter mij begonnen mijn vrouw (sorry vriendin) en onze vrienden “lang zal hij leven” te zingen. De rozen waren voor mij vanwege mijn 25-jarig journalistenjubileum en mijn vriendin overhandigde mij een pakje. Ik pakte het voorzichtig uit en daar kwam een lijstje tevoorschijn met achter het glas een kopie van mijn eerste verhaaltje.
Ze had hemel en aarde bewogen om het te krijgen. Ze had de hoofdredacteur van mijn eerste krant (de Barneveldse) gebeld. Die had haar doorverwezen naar het gemeente-archief waar ook het krantenarchief is ondergebracht. De archivaris was nog dezelfde die er indertijd werkte en hij herinnerde zich mij nog. Ze vertelde hem wat ze zocht. Het duurde dagen voordat hij terugbelde, want wat bleek, de datum was niet 6 november maar 9 september 1974. Maar hij was blijven zoeken omdat wij vroeger zo prettig hadden samengewerkt.
En nu hangt het mooiste cadeautje dat ik als journalist ooit heb gekregen bij ons in de eetkamer. Meestal vragen bezoekers: wie is die mevrouw Looyen? En dan heb altijd een verhaal. . .
O.H.V.Z.
Bij de AVRO loopt momenteel de televisie documentaireserie “ Allemaal Theater”. Een productie van Ireen van Ditshuyzen, één van onze beste documentairemaaksters. Het is een prachtige serie en terecht heeft Joop van den Ende zich er boos over gemaakt dat hij pas ’s avonds om elf uur wordt uitgezonden. Een absolute blunder van de netcoördinator. Dat krijg je als je met z’n allen een zender moet delen, zei hij die het onbeschrijflijke geluk heeft te werken bij een omroep die baas is in eigen huis.
Mijn eerste kennismaking met toneel moet dateren van begin jaren zestig. Hoewel ik nu weinig televisie kijk, was ik er al wel vroeg bij. Mijn opa had in het Betuwse stadje waar we woonden een winkeltje in elektrische apparaten. Volgens mij deed mijn familie flinker over de nering van opa dan hij verdiende. ’t Winkeltje zelf heb ik nooit gezien (’t was van voor mijn tijd), maar wel het pandje en dat was geen megastore, zal ik maar zeggen.
Hoe dan ook, opa en oma hadden er wel een televisie aan overgehouden. Eenmaal in de week mochten wij komen kijken. (Eén keer mocht ik voor straf niet omdat ik – geheel per ongeluk – met een bezemsteel door het ruitje van onze schuur had gestoten. Een groter onrecht is mij daarna nooit meer aangedaan). Na verloop van tijd kregen wij een eigen televisietoestel.
Op een avond moesten wij direct na de boterhammen in de teil. Dat was vreemd want normaal mochten we na het eten nog even spelen. Dat kwam, zo zei mijn moeder, omdat ons een verrassing wachtte waar we klaar voor moesten zijn. Mijn broertje en ik werden gek van nieuwsgierigheid. Wat kon ons, eenvoudig ambtenarengezin, op zaterdagavond overkomen dat een vroege wasbeurt rechtvaardigde? We sleurden aan moeders rokken maar ze was niet te vermurwen. We hielden vol en na een uur lichtte ze een tipje van de sluier op en sprak ze vier magische letters: O.H.V.Z. Meer kregen we er ook niet uit, onder geen voorwaarde. We raaiden (zo heette dat toen) ons suf. We waren er zeker van die O en die H voor Ome Henk stonden. Dat was goed nieuws want een avondje met Ome Henk betekende een avondje vol sterke verhalen. En we zouden mogen opblijven. Die V en die Z, daar kwamen we niet uit, maar onze avond kon al niet meer stuk.
In de loop van de avond werden we plechtig verzocht plaats te nemen voor het televisietoestel. Voor de gelegenheid was er chocolademelk, maar geen Ome Henk. En toen begon het: een toneelstuk op televisie. Op Hoop Van Zegen. Glunderend keken mijn ouders ons aan. Was dat nog eens een verrassing?
Anderhalf uur lang moesten wij naar een onduidelijk zwart-wit tafereeltje op een podium kijken. Mensen spraken een raar soort grotenmensentaal en zwaaiden heel wild met hun armen. Hoogtepunt bleek het moment te zijn waarop een oud volks vrouwtje met de idiote naam Kniertje uitriep dat de vis duur betaald werd. En aan het eind huilde iedereen.
Ik ben waarschijnlijk getuige geweest van een historisch moment in de geschiedenis van de Nederlandse televisie. Maar op dat moment had ik liever Ome Henk over de vloer gehad……
Kniertje (lees meer)
Ondernemen
Als ik de ochtendbladen van vandaag mag geloven dan zijn de onderwerpen waarmee de verschillende Nederlandse universiteiten hun academische jaar openden een fraaie weerspiegeling van mijn persoonlijke ervaring. Op de universiteiten van Eindhoven en Tilburg ging het er vooral over dat ondernemen een vak moet worden en boven de rivieren werd er vooral gekankerd op het kabinet.
Ik ben geen Brabander van origine. Sterker: ik heb langer boven de rivieren gewoond dan beneden. Ik ben geboren en getogen in de Betuwe, daarna heb ik op de Veluwe gewoond en sinds 1989 dus in Brabant. Toen ik op de Veluwe vertelde dat ik naar Brabant zou verhuizen keek men mij vreemd aan. Voor mensen op de biblebelt is Brabant het voorgeborchte van de hel, vol “roemsen” die heiligenbeelden en de moeder van Jezus aanbidden. Een land waar op zondag de mensen vanuit de kerk rechtstreeks de kroeg in duiken. Je zag ze gruwelen bij de gedachte.
Maar Brabant was ook, zeiden zij die er wel eens waren geweest, het land van de gezelligheid en de gastvrijheid. Nou, dat is betrekkelijk. Die gastvrijheid ontmoet je vooral als mensen je nodig hebben. Het ons-kent-ons gevoel is diep geworteld en in sommige delen van de provincie houden ze de rijen goed gesloten.
Kommer en kwel beneden de rivieren? Geen sprake van! ’t Is hier goed wonen zolang je mee aandoet. Het leuke is dat mensen hier gemoedelijker met elkaar omgaan al blijft het vaak oppervlakkig. ’t Is een beetje Amerikaans: de beste vrienden voor tien minuten.
Absoluut positief is dat Brabanders heel ondernemende mensen zijn. Ze komen altijd waar ze wezen moeten, desnoods met een heleboel geritsel. Brabanders zijn nou eenmaal mensen die graag hun eigen boontjes doppen. Ze hebben eeuwen in een generaliteitsland geleefd. De overheid is iets van ver weg, een noodzakelijk kwaad waar je je niks van moet aantrekken en waar je dus ook niet op hoeft te kankeren. Smokkel, illegale jeneverstokerijen, wietzolders, nergens tierden en tieren die zo welig als in Brabant. Hier trekken ze hun eigen plan en laten ze zich de zeik niet lauw maken. Gewoon ondernemen.
A-F-S-T-A-N-D H-O-U-D-E-N!!!!!
In de stad zag ik een aanplakbiljetje van een dansschool. Binnenkort beginnen ze met nieuwe cursussen "Zuidamerikaans". Ik heb het nooit verder geschopt dan de quickstep, de engelse wals en als uitstapje de jive.
Ach ja, dansles. . . ’t Was 1972 in Barneveld en de dansschool heette Van Tellingen. Avond aan avond gaven meneer en mevrouw Van Tellingen les is de bovenzaal van de enige katholieke school in de wijde omgeving. Elke andere school zou deze ontering van goede zeden resoluut hebben geweigerd. We leerden stap, spreid, sluit, stap spreid, sluit. ’t Was het enige verzetje in de dorp en de enige mogelijkheid om een meisje te ontmoeten. Er was wel een café, maar dat was voor die paar mensen die helemaal van God los waren, de bar wekte dan ook altijd de indruk van ver na sluitingstijd.
Meneer en mevrouw Van Tellingen waren klein en gedrongen, maar ze zwierden elegant en lichtvoetig door de zaal als ze ons de passen voor deden. Ze hadden er de wind flink onder. Dansen was een uiterst serieuze aangelegenheid, die weliswaar uitsluitend werd beoefend door hen die niet bij de strengste kerken hoorden, maar die zeker niet aanstootgevend mocht zijn. De muziek waarop wij plichtmatig onze rondjes door het bovenzaaltje stampten knerpte uit twee boxjes die met draadjes waren verbonden met een pick-up, bediend door meneer Van Tellingen. Zijn kokette vrouw stond in het midden om aanwijzingen te geven. In de pauze was er fris.
Feest was het op zaterdagvond, dan was het vrij dansen in het Barneveldse Concertgebouw. Daar had in het begin van de vorige eeuw de harmonie eens een concert gegeven, vandaar de naam. Maar toen was het niet meer dan een flinke zaal, zoals in elk dorp, met een groot podium waar de jongelingenvereniging eenmaal per jaar een toneeluitvoering hield en met een kleine bar achterin. Evenmin moet het woord vrij letterlijk worden genomen. Meneer en mevrouw Van Tellingen waakten ook nu als een vader en moeder over hun leerlingen. Vrij betekende dat je zelf kon beslissen of je danste of niet. Maar wie te lang aan z’n tafeltje bleef zitten werd door het echtpaar Van Tellingen streng toegesproken.
’t Begon om al zeven uur, dus meteen na de avondboterhammen schoten wij onze danskleren aan en karden we op de Batavus naar het Concertgebouw. ’t Begon zo vroeg omdat het om half twaalf (‘laatste ronde…”, riep meneer Van Tellingen om kwart over elf) onverbiddelijk voorbij was. Immers, om twaalf uur begon de Dag des Heeren en dan hoorden wij niet meer over straat te zwalken.
De vrije dansavonden verliepen altijd volgens een vast patroon: een rondje quickstep, een rondje engelse wals (allemaal keurig in dezelfde richting langs de tafeltjes die tegen de muren stonden), enzovoort en één rondje jive, waarbij we (vanwege het zwaaien en draaien) de hele vloer mochten gebruiken. Meneer Van Tellingen zat als een vorst op het podium achter een tafeltje met daarop de pick-up. Zijn eeuwige bruine combinatie verving hij op de feestelijke zaterdagavond door een blauw pak of een blauw-grijze combinatie. Vanzelfsprekend droeg zijn vrouw een zwarte feestjurk.
Tussen de rondjes door mocht je aan de bar een pilsje halen, maar zodra meneer Van Tellingen zijn pick up startte ging je of dansen of zitten of plassen.
Naarmate de tijd vorderde (zo tegen negenen) begonnen het bier en de puberhormonen te werken. De meisjes werden steeds mooier en wij trokken ze steeds dichter tegen ons aan. En dat was het moment dat meneer Van Tellingen (geholpen door zijn vrouw die staande naast haar man de boosdoeners aanwees) keihard ingreep.
. . . .Kgggrrrrhhhhh. . . De naald van de pick up kraste over de plaat (vaak “Mijn naam is Haas”, dat in die tijd erg populair was) en uit de boxjes aan de wand klonk het strenge: A-F-S-T-A-N-D H-O-U-D-E-N!!!!! Wij duwden de meisjes onmiddellijk een armlengte van ons af. Als de naald weer met een kreunend . . .kkkkggggrrrhhhhh. . . in de groeven werd gelegd was dat voor ons het sein terug te keren in het gareel van het Barneveld van de jaren zeventig.
Neerlands Hoop
“Oh nee he,” riep ik vannacht toen ik op onze Amsterdamse hotelkamer voor het slapen gaan nog even Teletekst keek.
“Wat is er”? vroeg mijn vrouw vanuit de badkamer.
“Bram Vermeulen is dood,” zei ik.
“Jeetje,” zei ze.
Ik was geschokt, maar bedacht me meteen dat ik Bram Vermeulen na zijn breuk met Freek de Jonge schromelijk links had laten liggen. Ik ben een Freek-adept en de koers die Bram in sloeg vond ik niet leuk. Mooier kan ik het niet maken. Maar Bram&Freek waren als Neerlands Hoop (In Bange Dagen) wel mijn helden. Zij schudden het Nederlandse cabaret op met hun harde maatschappijkritische confrontaties. In die tijd zag ik verschillende van hun shows en ik had LP’s. Bram&Freek waren samen met Koot en Bie de mensen over wie wij spraken.
Toen De Jonge en Vermeulen uit elkaar gingen was dat een schok, maar ook wel begrijpelijk. Ze ontwikkelden zich in een andere richting. Ik koos voor de richting die Freek de Jonge in sloeg. Een paar weken geleden was ik bij een leesvoorstelling van “De Vergrijzing”, een intiem feestje in het Koningstheater in ’s-Hertogenbosch. En toen wist ik weer waarom deze man zo bewonder. Hij is een groot verhalenverteller.
Net nu hij in het middelpunt van de belangstelling staat omdat hij zestig is geworden, sterft de man die hem indertijd wakker schudde zoals De Jonge dat zelf zei in een reactie op de dood van Bram Vermeulen. Zo’n scenario hadden ze in de jaren zeventig zelf kunnen bedenken.|
Waarom ben ik eigenlijk geschokt door de dood van Bram Vermeulen als ik hem na de breuk niet meer echt gevolgd heb. Ik weet het niet? Misschien omdat hij een idool uit mijn jeugd was. Omdat hij één van degenen was die niet alleen Freek de Jonge wakker schudde, maar ook mij en vele generatiegenoten met mij. Misschien wel omdat ik nu zeker weet dat dat nooit meer terugkomt.
Namen (8)
Bos K. - medewerker Staatsbosbeheer
Bosgenoegen de heer Van - campingeigenaar
Boslooper Paul - man uit Wapse die wandeltochten organiseert
Bossens de heer - boswachter in Leende
Bot de heer - ortho-manuele therapeut
Botman - orthopedagogisch chirurg in Heemstede
Bouman - aannemer
Bouwmeester - aannemer in Amsterdam
Braam de heer - eigenaar van een tuincentrum
Brand de heer van den - bestrijder van perevuur
Beslan
Voor vandaag had ik een vrolijk stukje gepland over mijn danslessen. Maar de beelden van naakte kinderen die vluchten uit een school in Beslan in Ossetie blokkeren elke vrolijkheid. Ik heb ze meerdere keren gezien, vanaf het moment dat het NOS-Journaal vanmorgen met de rechtstreekse uitzending begon tot en met het Journaal van acht uur. Ik werd er voortdurend naar toe gezogen. Telkens weer die kinderen, bebloed en met de doodsangst in de ogen.
De berichten waren vandaag verwarrend, ze spraken elkaar tegen. Op dit moment weet nog steeds niemand hoeveel dodelijke slachtoffers er zijn, misschien wel 150. Op zo'n moment spoken er zoveel vragen door mijn hoofd, net als door de hoofden van iedereen neem ik aan. Waarom begon dat vuurgevecht? Was er geen andere oplossing? Waarom worden die kinderen gepakt? Ach, te veel om te stellen. Ik probeer me in te leven in het duivelse dilemma waar de mensen voor stonden die beslisten dat er ingegrepen zou worden. Honderden kinderen die al dagen zonder eten en drinken waren, onberekenbare terroristen. Had je dat moeten laten voortduren? Ik durf er geen oordeel over uit te spreken.
Zelfkennis
Op weg naar het station kwam mij een fietser tegemoet. Een verstandelijk gehandicapte, één hand aan het stuur, in de andere hand een vishengel. Toen wij elkaar passeerden groette hij mij uitbundig en stak hij de hengel in de lucht. Ik kende hem niet, bromde iets terug en dacht: die spoort niet, wie groet er nou zo uitbundig een vreemdeling. Maar naarmate ik er langer over nadenk betwijfel ik of hij degene is die niet spoort. . .
Winnaars
Mijn internetcollega, wiens hersens immer op volle toeren draaien, zei vandaag: “Als je bedenkt dat het eerste zaadcelletje dat het eicelletje bereikt tot nieuw leven leidt kun je zeggen dat wij mannen hier als winnaars onder elkaar zijn.”
Een vrouwelijke collega die opmerkte dat alle mannen doorzichtig zijn pareerde hij met: “Beter doorzichtig dan nodeloos gecompliceerd.”
Vind je het gek dat journalisten het schnabbelcircuit in worden gezogen.
