De Ayaan-methode
Het is Ayaan Hirsi Ali weer gelukt. Met een filmpje van Theo van Gogh (ook nooit te beroerd om te provoceren) in Zomergasten heeft ze voor enige beroering gezorgd. Volgens mij beperkt die beroering zich tot het Nederlandse journaille, want als ik dat mag geloven zijn de moslimorganisaties in Nederland niet echt van streek (ze kennen de Ayaan-methode). Het filmpje is in feite een aanklacht tegen onderdrukking van de vrouw door de islam.
Ik vond het een indrukwekkend filmpje, maar ik ben geen fan van Hirsi Ali. Of eigenlijk moet ik zeggen dat haar stijl niet de mijne is. Ik ben niet zo’n provocateur, maar meer een lobbytype..
Wat me bezig houdt is de gretigheid waarmee de media op de kwestie duiken. Tuurlijk, ’t is een relletje, dus dat wordt gevreten. En moslims zijn nog wel een generatie of twee hot. Maar diegenen die in de kielzog van Ayaan het lot van de moslimvrouwen aan de kaak zeggen te stellen, moeten mij toch eens vertellen wat ze allemaal al hebben gezegd en geschreven over de streng gereformeerde vrouwen op de Veluwe, waar ik zeventien jaar tussen heb gewoond.
Tot op de dag van vandaag hebben die vrouwen weinig tot niets te vertellen. Ze zijn gekleed in hoogsluitende (vaak zwarte) jurken, dragen altijd dikke kousen en zijn doorgaans getooid met hoeden, waardoor alleen hun gezicht te zien is. Vrouwen mogen geen politiek bedrijven, ze mogen geen televisie kijken, ze mogen alleen het Reformatorisch Dagblad lezen, ze doen alleen boodschappen bij winkeliers uit eigen kring en ze zitten op scholen en Bijbelclubs met louter gelijkgezinden. Ze hebben meestal geen werk buitenshuis en baren veel kinderen. Voor hen geldt slechts het Woord des Heeren en de Wil van het Gezinshoofd. Het Clara Wichman Instituut heeft geprobeerd een bres te slaan in het mannenbroedersbolwerk, maar dat lukte niet echt. ’t Is ook moeilijk vechten tegen onze eigen cultuur.
Uit het midden van deze vrouwen is er nog nooit één zo ver doorgedrongen in de media als Hirsi Ali. Zelfs daar krijgen ze de ruimte niet voor.
Vanderlei De Lima
Vanderlei De Lima. Wat een poëtische naam en wat een prachtige sportman. Hij lag aan kop in de marathon toen hij door een gestoorde Ierse ex-priester uit balans werd gebracht en kostbare seconden verloor. We zullen nooit weten of hem dat het goud heeft gekost, maar het leek hem ook niet te deren. Zelden heb ik zo’n blije man over de streep zien komen. Hij zwaaide uitbundig, lachte van oor te oor en kuste de bronzen medaille alsof hij nooit een grotere hartstocht had gekend. Als pleister op de wonde kreeg hij de Pierre de Coubertin-medaille als blijk van sportiviteit en Olympische waarden.
En die gek die Vanderlei aanviel? Die werd veroordeeld tot 3600 euro boete en een jaar voorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het uitspreken van het vonnis hield de rechtbank rekening met de verwarde toestand van de ex-priester. Tientallen miljoenen euro’s heeft Griekenland uitgetrokken om de Spelen te beveiligen en één verwarde priester lukt het om de droom van Vanderlei De Lima aan diggelen te gooien.
Bij de aanblik van dit drama zou ik het leed van die kleine Vanderlei het liefst op een schouders nemen, maar die behoefte is jaren geleden door een kundige psycholoog uit mijn hoofd gepraat.
Voor mij staat Vanderlei De Lima op dezelfde hoogte als Pheidippides, die 490 jaar voor Christus, na de gedenkwaardige boodschap Niké in elkaar stortte en overleed. Hij was dood maar mijn held Vanderlei De Lima zal moeten leren leven met de vraag of hij de nummer één had kunnen zijn. Het leven is onrechtvaardig.
Pas later. . .
Een groepje lagere schoolkinderen hangt wat verveeld rond. Vraagt het ene jongetje aan het andere: “jij was er gisteren toch ook bij”. Het andere jongetje: “waarbij…?” Het ene jongetje: “aardbei…ha, ha”. Hij is de enige die lacht.
Ik vraag me af hoe lang het geleden is dat ik zelf zulke grapjes maakte. Veertig jaar? Ik deed dat op verjaardagen waarop alle ooms en tantes in een kring in de woonkamer zaten. Koffie, cake, advocaatje, citroenbrandewijn, zelfgemaakte bowl, zoutjes en sigaretten die ik rechtop in wijnglazen had mogen zetten.. Mannen en vrouwen apart. Ik zie ze allemaal nog zitten, familieleden waar ik als kind van acht tegenop keek.
Opa en oma, die zo dement was dat ze me voortdurend verwarde met neefjes. Mijn oom en tante uit Rotterdam, die altijd piekfijn gekleed waren, als één van de eersten met de wagen kwamen en altijd spraken over dure aankopen. Pas veel later hoorde ik dat ze de ene lening met de andere aflosten.
Mijn grappige oom uit Zaandam, die sigarenboer was, maar liever pater was geworden. ’t Paterke, noemden we hem. Hij leek als twee druppels water op opa. Vroeger was hij een verdienstelijke amateur-bokser en hij liet zich nog graag door ons kinderen uitdagen. Hij keerde pas later terug in de schoot van de familie, want er was iets met zijn vrouw waardoor de anderen een tijdje afstand hadden genomen. De ooms en tantes deden er nogal geheimzinnig over. Pas veel later begreep ik dat zij de dochter was van de voddenboer in ons dorp. Beneden z’n stand getrouwd dus. En natuurlijk mijn lievelingstante uit Zeist. Een vrijgezelle verpleegster, die als enige in het buitenland was geweest. We hingen aan haar lippen als ze vertelde over de bergen in Zwitserland.
En Oom en Tante uit Bos en Lommer, die zo zuinig waren dat ze met de fiets de hele stad door trokken op zoek naar de voordeligste boodschappen. Zij spraken over Dirk, die Dirk van den Broek bleek. We waren jaloers omdat er in ons dorp niet zo’n winkel was. Ze hadden die echte Amsterdamse humor, waarvoor wij uren op de uitkijk stonden totdat hun rode Volkswagentje onze straat in draaide. Pas later begrepen wij dat die humor gespeeld was om te verbergen dat ze het elkaar thuis tot een hel maakten.
En onze Indische tante, die zo lief was, maar die altijd alleen kwam omdat onze Oom een jappenkampsyndroom had. En de ruige oom uit Amersfoort, de allerstoerste en allergrappigste in mijn kinderleven. Dan was hij er een paar jaar wel, dan weer een paar jaar niet. Pas jaren later hoorde ik dat hij zijn vrouw haar hele leven had bedrogen. Na haar dood trok hij op z’n zeventigste in bij een snolletje van 28.
Ach familie, de meeste zijn dood en die nog leven heb ik al twintig jaar niet meer gezien.
Namen (7)
Boom dr. B.K. - schrijver van een boek over nederlandse bomenkunde
Boom dhr. v.d. - initiatiefnemer van een kinderbos in Gemert
Boom Frans v.d. - bestuurslid Amsterdams Natuur- en Milieueducatiecentrum
Boom Frans van den - meubelmaker in Steensel
Boomkamp dhr - boomkweker in Hazelo
Boorder dhr - tandarts
Boot Willem - maritiem medeweker Terschelling Magazine
Bootsman - schipper van de Volendam 13
Borst - ambtenaar ministerie die borstonderzoek coordineert
Bos - boswachter op Texel
's-Hertogenbosch
Er ligt me al een paar dagen een berichtje aan te kijken, waarvan ik aanvankelijk dacht: waar maken mensen zich druk over? Maar naarmate ik het vaker lees begin ik het belang van de kwestie in te zien. Het gaat om het volgende.
LONDEN (ANP) - De Verenigde Naties (VN) willen een einde maken aan de verwarring over topografische namen. Volgend jaar krijgen regeringen een handleiding om internationale standaardnamen te kiezen voor landen, steden en rivieren. De VN willen bijvoorbeeld dat de metropool Peking door iedereen bij de Chinese naam, Beijing, wordt genoemd en de Indiase stad.Bombay moet weer officieel Mumbai heten. Veel plaatsen kennen meerdere namen. Dat kan ernstigere gevolgen hebben dan simpele verwarring bij toeristen of postbodes. Hulpverleners en reddingswerkers weten soms niet waar ze heen moeten. In de eerste Golfoorlog zijn er bommen op de verkeerde plek terechtgekomen vanwege een misverstand over plaatsnamen.
Ik ben vooral getroffen door de passage dat er verkeerde steden werden gebombardeerd omdat er twijfel was over de juistheid van de naam. Ja, lach maar, maar ik woon in een stad met twee namen. Wij spreken over Den Bosch en wij schrijven over ’s-Hertogenbosch. Er is een Genootschap dat zich er voor beijvert dat wij ook over ’s-Hertogenbosch gaan spreken, maar die club speelt een marginale rol in de stad. En dat vind ik achteraf heel dom want zo blijft de verwarring bestaan.
U ziet daar nog steeds de ernst niet van in? Ik zal het uitleggen. Stelt u zich voor dat ergens in een woest ver afgelegen berggebied mensen besluiten Huis Ten Bosch op te blazen. Hoe gemakkelijk kan er dan spraakverwarring ontstaan waardoor die bom in het stadhuis van Den Bosch wordt gelegd? En beseft u wel dat dat hemelsbreed dichtbij ons huis is. Of stel u voor dat ik net langs dat stadhuis loop… Daar moet een mens toch niet aan denken.
Kortom: word allen donateur van het Genootschap ter Bevordering van de Naam 's-Hertogenbosch . . .
Spelling
Het Brabants Dagblad opende vanmorgen met het nieuws dat de Nederlandse spelling weer op de helling gaat. Dat blijkt uit vertrouwelijke stukken van de Nederlandse Taalunie. De uitzonderingsregel bij de tussen-n-regel zou op de nominatie staan te verdwijnen. ’t Eerste wat ik dacht toen ik het las was:
Wa is dè vur skè. . .le zeivur. (lees meer)
Bevrijding
Boven de rivieren staan mensen er waarschijnlijk niet bij stil, maar Brabant maakt zich op voor Bevrijdingsdag. Of eigenlijk Bevrijdingsdagen, want in elk dorp en elke stad is dat een andere dag. Toen ik zelf nog boven de grote sloot leefde dacht ik dat 5 mei Bevrijdingsdag was. Maar in het zuiden wordt dat in september gevierd, driekwart jaar eerder. De opmars van de geallieerden begon namelijk in het zuiden en zo tegen het eind van oktober 1944 was dit landsdeel al bevrijd. Nu is dat dus zestig jaar geleden en dat wordt in Brabant groots herdacht. Iedereen is blij. Nou ja iedereen? Laatst hoorde ik iemand opmerken: als we niet waren bevrijd had PSV nu in de Bundesliga gespeeld. Voetbalvolk...! Ze hebben een historisch besef dat reikt tot de laatste Nederland-Duitsland in Portugal!
Nou zitten we nog met één probleempje. Gisteren werd bekend dat in Nederland sinds twee maanden meer Duitse dan Nederlandse eurobiljetten in omloop zijn. Hoe leggen wij dat nou volgende maand uit aan al die hoogbejaarde Amerikaanse en Canadese oud-strijders voor wie het alweer voor de vijfde keer de laatste keer is dat ze naar onze herdenking komen? (lees meer)
Hadje'nbeetjeweer?
Langzaam maar zeker druppelen de collega’s weer binnen, de meeste bruinverbrand. (Wij zijn begin mei op huwelijksreis geweest, dus vakantie is voor ons een eeuwigheid geleden.) Bijna iedereen kan op een hartelijk welkom rekenen, sommigen worden gekust, maar daar zijn ze bij ons niet zo scheutig mee (we zijn hier Hilversum niet!)
De eerste vraag is steevast: hoewast? De tweede vraag hangt sterk af van de teint van de verloren zoon of dochter. De bruinen krijgen te horen: “goed weer gehad zo te zien”. De witten: “hadje’nbeetjeweer?” Die zinnetjes heb ik de afgelopen anderhalve week vaak gehoord.
De verhalen zijn bijna allemaal positief, afgezien van een regenbuitje, dat dan wel weer lekker fris was na een tropische dag. Sommigen hadden in door toeristen overspoelde gebieden een uniek plekje gevonden: campings waar midden in het hoofdseizoen toch alleen maar Fransen of Italianen stonden (afhankelijk van het land) zodat de Hollandse “gezelligheid” Goddank aan hun voorbij was gegaan. Een enkeling was midden in de rimboe op een restaurantje gestuit waar alleen de “lokalen” kwamen eten wat de pot schafte. De echte bofkonten ontdekten ongerepte strandjes.
Ik verkeer momenteel tussen louter tevreden mensen.
Het woord van de meester....
. . .Als mensen zeggen: “ik zal jou eens de waarheid vertellen”, dan komt er iets onacceptabels. De waarheid kan niemand aan, dus die moet vormgegeven worden. En dan begin je al te liegen, de waarheid af te zwakken. We communiceren niet rechtstreeks met elkaar, maar met een boogje, met een vorm en daarmee moeten we verleiden. In de huidige cultuur is die vorm helaas steeds belangrijker geworden. We laten ons leiden door de leugen. Het is onbegrijpelijk dat de president van de Vereniging Staten van het begin af aan een leugenaar is. Je vraagt je af: als je zo machtig bent, waarom spreek je dan de waarheid niet? Heeft ie eindelijk de positie eens te vertellen waar het op staat, gaat-ie liegen! Ik zou iets ander zeggen, denk je dan. Alleen: als jij iets anders zegt, kom je nooit in die positie. . .
Freek de Jonge in de Volkskrant
Kindartiesten
Het is zomer, de tijd van braderieën en festivalletjes. Vroeger namen mensen genoegen met kraampjes, stoelen matten en een oliebollenkraam. Tegenwoordig horen daar artiesten bij. Het meest vertederend zijn kindartiesten, bovendien ben je als organisator verzekerd van een dankbaar publiek: vaders, moeders, ooms, tantes, opa’s, oma’s en buurtjes.
De kinderen van het evenement waarover ik dit verhaal oppikte konden zich voor hun optreden verpozen in een soort portocabine. Een van de medewerksters stapte dit onderkomen binnen en zag een artiestje dat erg veel aandacht kreeg van een morsige naar zweet stinkende man. Ze schrok en de meest wilde verhalen spookten onmiddellijk door haar hoofd. Wat te doen?
Ze rende naar een collega. Die wist het ook niet, goed nadenken, zei ze want voor je het weet heb je een rel en is de goede naam van de evenement in het geding. Een derde collega was kordater. Die stapte resoluut de portocabine binnen. Ze trotseerde de morsigheid en de zweetlucht, gaf de man een hand en stelde zich voor. “En wie bent u,” vroeg ze zo neutraal mogelijk.
De man pakte zijn groezelige tas, haalde er een legitimatiebewijs uit en zei: “Ik ben van de Arbeidsinspectie en controleer of deze kinderen niet te lang op het podium staan…”
Taboe
Wie z’n kinderen tot het middelpunt van het heelal heeft verheven kan dit stukje maar beter overslaan.
Er zouden in Nederland geen taboes meer bestaan. Da’s moeilijk te bepalen want een taboe is iets wat onbespreekbaar is, dus hoe weet je dan of iets een taboe is als niemand er over spreekt. Zelf praat ik liever over moeilijk bespreekbare zaken. En dan denk ik dat kinderen zo’n kwestie is, misschien zelfs wel het laatste echte taboe.
HP/de Tijd heeft deze week een prachtig verhaal over de zogenoemde “ kindervrijen” die het niet meer pikken dat zij, zelf bewust kinderloos, opdraaien voor de lasten van andermans kinderen. Ik blijf het een uitermate interessante kwestie vinden omdat ik uit ervaring weet dat de “strijd” tussen kindervrijen en ouders die een onvoorwaardelijke bloedband hebben met hun kroost, een ongelijke is. Mijn vrouw is bewust kinderloos en ik heb twee zonen uit mijn eerste huwelijk. Dat betekent heel veel water bij de wijn doen en eerlijk gezegd denk ik dat kindervrijen meer water bij de wijn doen dan kinderblijen. Misschien heb ik daarom wel zo veel respect voor kindervrijen.
Ik kan me hun irritatie heel goed voorstellen. In de inleiding van het verhaal in HP/de Tijd staat het probleem goed samengevat (zoals dat in een inleiding hoort): “Collega’s met kinderen die de kantjes ervan aflopen. Vrienden die alleen nog maar over hun kindje kunnen praten. Gezinnen die overal de rust komen versjteren.” Ik herken het wel, maar praat er maar eens over. Het is onbespreekbaar, een taboe. Je mag je er niet mee bemoeien. Als je er iets van zegt ben je een kinderhater, een egoïst. De norm is nog het gezin, meer nog: het kind.
Jarenlang hielden de kindervrijen zich koest, zo lees ik in het weekblad, maar tegenwoordig hebben ze een eigen belangenclub: World Childfree Association en een eigen website www.kindervrij.org.
Interessant, heel interessant….
Namen (6)
Boekenogen dhr, medewerker Woordenboek der Nederlandse Taal
Boekhoudt dhr, voorzitter beleggingsclub Nuenen
Boekraad, medewerker uitgeverij SUN
Boer, dhr de, bestuurslid gewestelijke Tuinbouwraad
Boetekees dhr, lid tuchtcommissie KNVB
Boey dhr, voorzitter Vereniging Gevangeniswezen
Bom dhr, secretaris organisatie voormalig verzet WO II
Bonebrake dr., chiropractor
Bonk, gewichtheffer
Bons firma, autoschadebedrijf Veghel
Raar bedrijf
Soms kan ik me erg boos maken over dingen die ik lees. De RK-Kerk heeft een aantal jaren geleden smartegeld betaald aan ouders van een 12-jarig meisje dat was misbruikt door een priester. En nu eist de RK-Kerk dat geld terug van verzekeraar Aegon want volgens de kerk was het een bedrijfsongeval en daar zijn ze voor verzekerd.
Ooh, zit dat zo? De kruistochten, de inquisitie, de mensen die in WO II door de Heilige Stoel in de steek werden gelaten en de aids-slachtoffers van het condoomverbod. Zijn dat ook bedrijfsongevallen?
Of sla ik nou door?
Croquetten
Journalistiek is een raar vak en journalisten zijn eigenheimers. Door alles wat ze dagelijks meemaken worden ze cynisch, wantrouwend en soms paranoïde. Zelfkritiek is niet onze sterkste karaktertrek, in tegenstelling tot het bekritiseren van anderen. Nu heeft het Tv-programma Reporter een lijst openbaar gemaakt met schnabbels van journalisten. De naam van Pim van Galen van Den Haag Vandaag kom ik in verschillende artikelen tegen. Hij schijnt ambtenaren getraind te hebben die hij als journalist kritisch moet volgen. Pim van Galen heeft, net als ik, bij de Barneveldse Krant gewerkt. Ik weet niet of hij dat nog op z’n CV heeft staan, dus vertel het maar niet verder. Toen was hij in ieder geval, samen met Remi van der Elzen (die ook in Barneveld is begonnen), het linkse geweten van de Gelderse Vallei.
De vraag wat je als journalist nou wel en niet mag buiten je werk is al zo oud als het vak zelf. En er zijn zoveel meningen als journalisten. Algemeen wordt gesteld dat in geen geval je onafhankelijkheid in het geding mag komen. Maar ja….wie bepaalt tot hoever het elastiek rekt. De discussie deed mij denken aan een voorvalletje, nu bijna dertig jaar geleden.
Een van de eerste opdrachtjes die ik als jongezel van de krant kreeg was een interview met een uitgerangeerde slager die een eenmanskrokettenfabriekje was begonnen. Dus trapte ik op de groene Gazelle naar de andere kant van het dorp, schrijfbloc onder de snelbinders. De vrouw des huizes deed open. Nog voordat ze haar man had geroepen vertrouwde ze me toe dat mij bij vertrek een kleine geste zou wachten: een doosje zelfgemaakte kroketten, een woord dat zij uitsprak als croquetten. Zonder na te denken zei ik: "Journalisten mogen niets aannemen mevrouw". Na mijn resolute NEE tegen de kruisraketten was dat het belangrijkste principiële statement van mijn leven tot dan toe. Ze keek me geheimzinnig aan.
De slager zelf was een ondernemende man. Hij had immers zijn zaak opgegeven om zich in het ongewisse avontuur van een beginnend krokettenimperium te storten. Na het tweede kopje koffie met Barneveldse sprits aan de keukentafel begon de rondleiding. Die was ook meteen afgelopen, want aan en bedrijfsruimte van vijf bij vijf, met een krokettenmachine en wat verpakkingsmateriaal valt niet veel te zien.
Terug in de keuken kreeg ik een indringende verhandeling over het procede dat, na toch nog een heel gedoe, moet leiden tot een kwaliteitscroquet. "Schrijf dat woord maar op in je bloqueje", zei mevrouw. Na een uur of drie, je had toen nog tijd voor de mensen, was het afscheid van dit boeiende echtpaar onvermijdelijk. Ik schudde de handen die al honderden croquetten hadden gedraaid en liep naar de achterkant van het fabriekje, waar mijn fiets stond. Wel hier en daar!!! WIJ MOGEN NIKS AANNEMEN!!!!, had ik gezegd! Onder mijn snelbinder, waar mijn schrijfbloc hoorde, was een doos croquetten gebonden. Hem was ik al die tijd niet uit het oog verloren, dus zij moest het geweest zijn. Ik was ten einde raad: teruggeven, gewoon op de grond smijten of... mee naar huis nemen? Wat zou mijn moeder trots zijn, wij hadden nog nooit iets gewonnen. Die laatste gedachte deed mij de eed van journalistieke trouw vergeten. Ik speerde naar huis, de doos met één hand vasthoudend. De kruisraketten had ik tegen kunnen houden, de kroketten niet.
Een week later had ik spijt toen ik mijn broertje van elf tegen een opdondertje uit de buurt hoorde pochen: "wij ete al de hele week lekker krokette, want mijn broer is zjoenalis..."
Later ben ik hem nog eens tegengekomen, de krokettenman. Hij liep huis-aan-huis te folderen. Zijn onderneming was mislukt, hij probeerde het nu als evangelist. Of ik nog eens wilde komen interviewen..... Ik wimpelde hem meteen af, want ik had inmiddels mijn fiets verruild voor een autootje en God weet hoeveel foldertjes er in een kofferbak gaan.
Tinus
TimmieTV (15/08) was blij dat Leontien van Moorsel tijdens de wegwedstrijd van haar fiets viel. Hij houdt niet van Leontien. Wij in Brabant houden wel van Leontien, die wij liefkozend Boekelse Tinus noemen. Ze komt namelijk uit Boekel in het oosten van Brabant.
In het begin van haar carriere, toen ze alleen nog maar door Omroep Brabant werd geinterviewd, kon je ook nog hóren dat Leontien uit Boekel kwam. Nondepie, wat kon die boerenmeid plat Brabants praten. Tegenwoordig zit Leontien verstopt in het lichaam van een Rotterdams sprekende dame. Maar wij weten wel beter. Die stadse madam is onze eigen Brabantse heldin, vooral vandaag toen ze Olympisch goud won.
Ik volg de Olympische Spelen niet echt, maar vanmiddag kon ik er niet omheen. ’t Was stil op de Brabantse straten. Alle televisies op de redactie, in ons bedrijfsrestaurant, in de hal en op kantoor van de baas stonden afgestemd op Nederland 2 en iedereen volgde de verrichtingen van onze Leontien. We vlogen elkaar om de hals toen zij goud won. En hoe fantastisch was het moment toen Jack van Gelder haar probeerde te interviewen. Onze Boekelse zat huilend en kreunend van de pijn op haar fiets. “Kom even van je fiets,” zei Jack. “Nee,” zei Tinus, die net weer aanzette, “ik moet naar mijn schoonmoeder.” Brabant schreide…
Kontzak
Een jaar of vijftien, misschien wel twintig geleden, las ik in de krant dat wij, net als de Amerikanen, binnenkort met een portemonnee vol plastic pasjes zouden lopen. Ik kon me dat niet voorstellen. In de Oude Wereld zouden wij eeuwig met de vertrouwde gulden, het kwartje, het groene briefje van vijf en de riks blijven betalen. We weten allemaal hoezeer ik ongelijk had.
Ik heb nu bijvoorbeeld plastic om m’n bedrijf binnen te kunnen; 2 bankpasjes en een creditcard; 4 klantenpasjes, pasjes van 2 verschillende videotheken, plastic om het voetbalstadion in te kunnen, een voordeelpas van een cultureel centrum, een kaartje van de ziektekostenverzekering, een ANWB-pasje, enzovoort, enzovoort. Dat vereist een portemonnee met heel veel insteekgleufjes.
Afgelopen weekend heb ik een nieuwe gekocht. Een mooi ding, maar na het uitpakken bleken er allemaall kartonnen voorbeeldpasjes in te zitten. Die moest ik er allemaal uithalen. Dat is nog niet zo erg, maar iemand heeft ze er ook handmatig ingestopt. Nou heb ik al eens eerder bekend dat ik de ballen verstand heb van economie. Maar als de fabrikant van die portemonnees dat niet meer zou laten doen, dan wordt zijn portemonnee toch de helft goedkoper?
Of zou het een arbeidsproject in een ontwikkelingsland zijn? Zou het extra geld dat ik moet betalen ten goede komen aan arme mensen, die niet eens een bankpas hebben? Daar zou ik vrede mee hebben, maar ik ben bang dat het vooral de fabrikant zelf is die rondloopt met een uitpuilende beurs in z’n kontzak.
Leasekip
Tony van der Meulen is hoofdredacteur van het Brabants Dagblad. Een tijdje geleden kwam hij landelijk in het nieuws omdat hij ruzie had met Youp van ‘t Hek. De cabaretier voelde zich gestalkt door een medewerkster van de krant en hij sloeg in zijn column in NRC keihard terug. Van ’t Hek schreef in een fake-verhaal dat Van der Meulen er een buitenechtelijk vriendinnetje op na hield. Dat hield de columnistengemoederen een dag of vijf behoorlijk bezig.
Tony trok zich een paar maanden geleden terug in zijn huis. Dat had niks te maken met de ruzie met de cabaretier. Nee, hij wilde onderzoeken hoe het was om zonder mobieltje, e-mail, fax en andere geneugten van de moderne tijd te leven. Al die tijd moesten wij als lezers van de krant zijn wekelijkse column missen. Maar zaterdag kwam Tony uit z’n hol gekropen. Hij beschreef dat het niet mee viel om zo geïsoleerd te leven. Eerlijk biechtte hij op dat hij een beetje gezondigd had. Dat geeft in Brabant niks, want vergiffenis is in deze provincie gauw geschonken. En hij schreef dat hij er doorheen was gesleept door een nieuwe vriendin. Zou Youp dan toch…?
Nee….. Na de infantiele lezertjes een beetje warm gemaakt te hebben (een uit de tijd geraakte literaire truc) blijkt zijn Carolien een adoptiekip waarover hij vol liefdevol twee kolommen lang schrijft. Als iemand zich een paar maanden terugtrekt om z’n gedachten te ordenen dan verwacht je toch een inspirerend stuk. Maar nee, ’t leidt tot een verhaal over een leasekip. Youp van ’t Hek die fakeverhaaltjes schrijft over een buitenechtelijke relatie, een hoofdredacteur van een regionale krant die na maanden denken een adoptiekip opvoert. Waar moeten wij eenvoudige webloggers ons nog aan optrekken??
Sorry ik moest het even kwijt.
Ikzelf
Bij Puur (12 augustus) las ik een opmerkelijk stukje. Ze had bij een andere logger een foto gezien waar ze zelf al fotograferend op stond. Haar veronderstelling, dat zij dan een foto zou kunnen hebben van degene die haar had gekiekt, bleek juist.
Het valt me op dat webloggers nogal eens treinscènes beschrijven. Niet verwonderlijk want elke regelmatige reiziger weet dat treinen en hun bevolking een voortdurende inspiratiebron zijn. Omdat ik dagelijks met de trein reis en er zoveel webloggers zijn is het wachten op de dag dat ik mezelf ergens beschreven zie.
Als u ooit ergens dit leest:
…de man tegenover mij was verdiept in de Volkskrant. Toen de conducteur onze coupe binnen kwam pakte ik direct mijn kaartje. Hij daarentegen maakte geen aanstalten. Pas toen de conducteur bij onze bank stond legde hij langzaam zijn krant neer, deed zijn tas open, pakte zijn portemonnee en toonde een jaarkaart. “We hebben zeker geen haast vandaag,” zei de conducteur. “Ik pas mijn tempo aan aan de NS,” zei de man tegenover mij met een cynische glimlach om de lippen. De conducteur liep hoofdschuddend verder…
dan zat ik tegenover de auteur.
Namen (5)
Bink, voorzitter Harley Davidsonclub
Bisschop ds., predikant in Breda
Bisschop-Cardinaals, echtpaar
Blauw-Wit, echtpaar
Bloemen Maarten, boomkweker in Venhorst
Blom Astrid, verzorgt cursussen liturgisch bloemschikken
Boddy J.H., fysiotherapeut in Amsterdam
Boddy, begrafenisondernemer in Hull
Boef D. den, advocaat
Boek Michiel, uitgever bij Strengholt
Tjezus man
DEN HAAG (ANP) - Bij nieuwe voorlichtingscampagnes van de overheid moet meer rekening gehouden worden met gevoelens in de samenleving en moet kwetsend taalgebruik worden vermeden. Dat heeft minister Hoogervorst (Volksgezondheid) vrijdag geschreven aan de Tweede Kamer, naar aanleiding van vragen van de ChristenUnie. Die partij had zich boos gemaakt om het gebruik van de uitroep ,,Tjezus man'' in een recente Postbus 51-campagne waarin jongeren gewezen werd op het gevaar van onveilig vrijen.
Toen ik dit bericht las dacht ik: waar maakt een mens zich druk over. Maar ik weet beter. ' t Is nog maar twintig jaar geleden dat ik bij de Barneveldse Krant werkte. Zeker geen christelijke krant, maar wel een krant in een streng religieus gebied. Dus wij gebruikten dat soort woorden niet, want dan hield je geen abonnee over. Als iemand zei dat het hem geen donder kon schelen, mochten wij hem niet letterlijk quoten. 't Werd dan: geen zier. (Ik geloof dat donder iets te maken heeft met donder en bliksem en dat wordt door grote groepen christenen gezien als straf van God.) Wij schreven Heere, met twee E's. En je vloekte niet en als je dat toch per ongeluk deed dan was er onze redacteur geloofszaken die zei: "mag het ietsje minder collega."
In Brabant is mijn taalgebruik, laat ik zeggen, veranderd. Tjezus is nog wel het minste wat ik zeg als er iets mis gaat. En dan is het interessant te zien dat er nog steeds minderheden zijn die daar over vallen en dat om hen te gerieven een minister daar rekening mee houdt. Dat lijkt me voor alle minderheden in ons land een hoopvol signaal.
Calabria
Pizzo. Chiesetta di Piedigrotta
Om over na te denken....
gelezen in een bulletinbericht van een niet nader te noemen omroep...
. . .de vermoedelijke oorzaak van het ongeval is nog onbekend. . .
Zingen
Ik heb een zwak voor vrouwen die zingen. En dan bedoel ik niet de lallende vrouwen die onder de afwas met Frans Bauer meebleren, maar vrouwen die de moeder aller kunsten professioneel of als serieuze amateur beoefenen. Er is niets dat mij zo raakt als een vrouw die met passie zingt. Die vrouwen staan bij mij per definitie op een voetstuk
Ik heb het geluk dat ik getrouwd ben met een semi-professionele operazangeres. Als er in onze relatie ooit spanning van betekenis zou ontstaan dan zou ik haar onmiddellijk vragen Visi d’Arte aan te heffen. Zeker weten dat ik mijn boosheid kwijt ben.
Misschien komt het omdat ik zelf een zangstem heb als een schorre kraai. Toen ik mijn vrouw leerde kennen en zij nog parttime als zandpedagoge werkte, was haar stelregel: “iedereen kan zingen.” Tegenwoordig is die regel: “iedereen kan zingen….behalve Jan”. Op de middelbare school had onze zangtang (jargon voor een onuitstaanbare zangjuf) een koortje opgericht op een moment dat ik ziek was. Ze had mij op de lijst gezet. Ik protesteerde hevig, maar ik moest meedoen. Tijdens de eerste repetitie zei ze: “Als jij echt per se niet mee wil doen, dan hoef je niet…”.
Gisteravond op het Festival Boulevard in ’s-Hertogenbosch zijn we naar een concert van de Molukse Julia Lo’ko en de Ethiopische Minyeshu geweest. Twee wereldwijven uit de stal van Leonie Jansen, die bovendien allebei heel mooi zijn. Vooral de opzwepende muziek van Minyeshu en haar band Chewata stond als een huis. Als u ooit de kans krijgt haar te zien optreden laat die dan niet voorbij gaan.
Minyeshu & Chewata
Fahrenheit 9/11
Een paar jaar geleden had ik wat geld over en mijn zoon had een reis verdiend. Hij mocht de bestemming kiezen. Ik hoopte vurig op iets exotisch als de binnenlanden van China, maar pubers willen naar Amerika, de bakermat van de Big Mac. Als correct links denkende journalist (’t was voor de Fortuyn-wende) vond ik dat niet kunnen. Maar beloofd was beloofd.
En ik heb er geen moment spijt van gehad. Wat een fantastisch mooi land is dat. De grootsheid, de enorme ruimte en het geweldige natuurschoon (ik kom bijvoeglijke naamwoorden tekort) hebben mij overdonderd. Het was de facade die mij imponeerde en mij even deed vergeten hoeveel Amerikanen onder de armoedegrens leven. (Sinds die tijd valt het me op hoe vaak in Amerikaanse films over life insurance wordt gesproken.)
Datzelfde had ik toen ik gisteravond Fahrenheit 9/11 van Michael Moore zag. De beelden waarmee Bush belachelijk wordt gemaakt zijn groots en meeslepend, maar ik kon me geen moment losmaken van de gedachte dat het maar beelden waren, slim gemonteerd. Ik vond de film per saldo plat en oppervlakkig. Het was een aaneenschakeling van zorgvuldig uitgekozen materiaal met maar één doel: Bush beschadigen. Ik miste diepgang, maar daarvoor moet je niet bij Amerikanen zijn.
Spijt? Nee hoor, ik ben blij dat ik de film gezien heb. Het is voor een journalist goed te beseffen hoe je met materiaal kunt manipuleren en hoe groot je verantwoordelijkheid is.
Overigens denk ik niet dat deze film van erg grote invloed zal zijn op de verkiezingen, Hij zal de geschiedenis ingaan als een gedateerde momentopname en uiteindelijk eindigen als lesmateriaal voor studenten van de filmacademie of voor studenten ethiek.
Filosoof
Theo Maassen toonde tijdens zijn favoriete TV-avond (zondag Zomergasten) een fragment waarin filosoof Ad Verbrugge vertelde – als ik het goed heb begrepen – dat wij mensen willen consumeren en dat wij daardoor sterk gericht zijn op het uitwendige (zeg maar de leverancier die ons artikelen aanbiedt) en minder goed bij onszelf kunnen zijn. ’t Bevestigde mijn inzicht dat filosofen mensen zijn die logische verklaringen bedenken voor dingen waar wij gewone stervelingen achteloos aan voorbij gaan.
Ik hou van mensen die nadenken over alledaagse dingen en dat dan zo aan mij uitleggen dat ik denk: natuurlijk! Dat ik daar zelf nou niet op kwam. Maar u kent het probleem: druk, druk, druk en geen tijd om na te denken over de logica van het leven.
U kent vast ook wel het kantoorprobleem dat de pennen op zijn. Bij ons zijn elke dag alle pennen op. We accepteren dat als een alledaagse logica. Maar nu heeft één van mijn collega’s er in zijn vakantie over nagedacht. Zijn filosofie is dat iemand die snel een pen nodig heeft het eerste, het beste exemplaar grijpt wat voorhanden is; die pen vervolgens achteloos in de zak steekt en ‘m vervolgens op een ander bureau achterlaat, waarna een andere collega’s het ritueel herhaalt. In de visie van mijn collega zou dat betekenen dat er op elk bureau wel een in de steek gelaten pen zou moeten liggen. Maar dat is niet zo en dat houdt hem erg bezig.
Ons antwoord dat mensen die pennen mee naar huis nemen was ‘m te simpel. “Wij hebben hier zulke goedkope rotpennen, die wil niemand hebben,” zei hij.
Hij gaat zich nu buigen over de vraag waar al die pennen dan blijven. Lijkt me een mooi beroep, filosoof.
Keerzijde
Het mooie weer heeft ook een esthetische keerzijde. Mijn treinreis drong mij vandaag de volgende beelden op:
man met lichtblauw overhemd, donkerblauwe korte broek, witte sokken, sandalen en AKTETAS
man met groezelig hemd, bierbuik, bloemetjes korte broek, veel okselhaar en stinkend als de hel
vrouw met heel kort truitje en hele dikke buik
vrouw met heel strak paars zomerjurkje, hele dikke buik, dito achterwerk en goudkleurige slippers
man met bermuda, blote pens, grijze sokken en ouderwetse blauwe gympies
zwerver met een wintertrui
Wissen
Deze week had ik het er met een collega over dat onze hoofden zo vol zitten en dat we eigenlijk af en toe de harde schijf in ons hoofd zouden moeten kunnen opschonen. Maar toen we probeerden te bedenken welke herinneringen we dan voorgoed zouden willen wissen bleven we allebei steken.
Ik heb er de afgelopen dagen nog eens over nagedacht. Mijn stelregel is dat de dingen die ik doe iets aan mijn leven moeten toevoegen en dan kom je tot de conclusie dat je van de meeste dingen wel iets geleerd hebt. Zelfs van de meest ingrijpende dingen. En als je die wist, dan wis je ook een stuk levenservaring.
Dramatische dingen die ik heb meegemaakt zijn een korte gijzeling door een doldrieste man die boos was over een verhaal dat ik alleen nog maar van plan was te gaan schrijven; een bedreiging met een jachtgeweer door een boer op wiens erf ik mij bevond en een aanval door een idioot met een mes. ’t Liep allemaal goed af. Zelfs aan mijn mislukte eerste huwelijk heb ik geen trauma’s overgehouden die ik zou willen wissen.
Na lang nadenken kwam ik maar op twee banale dingen die van mijn harde schijf af mogen. Een kanotocht op de Amer die zo gevaarlijk was dat ik dacht dat ik het niet zou overleven. En een korte vakantie op een camping voor alleenstaanden. Mijn ex stond er met mijn twee zonen en ik loste haar na een week af terwijl ik op dat moment niet meer alleenstaand was. Ik kwam terecht tussen zweverige, zoekende types die mij niet lagen en omgekeerd.
Dat zijn de twee momenten dat ik me doodongelukkig voelde. Dat valt dus reuze mee.
40 uur
Zaterdag is het altijd poetsdag. We nemen elk de helft van ons huis onder handen, mijn vrouw nummer tien en ik nummer twaalf zeg maar. Ik heb geen hekel aan poetsen, 't is werk waar je bij na kunt denken. Niet zelden gaan mijn gedachten met me op de loop als ik de stofzuiger hanteer of de keukenkastjes sop. Het is niet altijd even verheffend wat er zich in mijn brein afspeelt, dat moet ik wel toegeven. Soms probeer ik de tijd te benutten voor een bijdrage aan een grote maatschappelijke discussie maar meestal zie ik m'n eigen betrekkelijkheid in tegen de tijd dat ik de emmers opberg. Eenvoudig werk leidt in mijn geval meestal maar tot eenvoudige gedachten.
Vandaag spookte de 40-urige werkweek door m'n hoofd. Ik stam nog uit de tijd dat we 42 uur werkten, later werden dat er 40 en nu zijn het er 36. Ja, dan heb je best veel vrije tijd. Nou wil het geval ook nog dat veel journalisten 24 vakantiedagen hebben plus 5 extra vrije dagen. Dat is een ingewikkeld verhaal dat ik eigenlijk nooit goed heb begrepen. 't Heeft er geloof ik mee te maken dat een journalist die bij een brand staat om vijf uur niet kan zeggen toedeledokie, ik ga naar moeders pappot als de vlammen nog uit het dak staan. Nou om dat te compenseren krijgen veel journalisten vijf extra vrije dagen. Tegenwoordig zitten we allemaal in een rooster geperst en er zijn heel wat mensen die dat extra uurtje keurig compenseren. Er zal nu vast wel een andere reden voor die vrije dagen zijn.
Ik heb nooit zo'n moeite om m'n 29 vakantiedagen op te krijgen: drie weken grote vakantie, twee keer een weekje tussendoor en dan heb ik nog vier dagen over voor lange weekenden en zo. Ze gaan allemaal schoon op. Maar ik ken mensen die met de beste wil van de wereld hun dagen niet opkrijgen. Enerzijds omdat ze zichzelf zo onmisbaar vinden dat ze "de zaak" nog geen dag alleen willen, anderzijds omdat ze zich in hun vrije tijd vervelen. Gevolg: heel veel dagen over en die worden jaar na jaar meegesleept en die een bedrijf meestal veel geld kosten.
Als we het nou eens zo regelen dat mensen die dagen over hebben in de gelegenheid worden gesteld die te "verkopen" aan collega's die nooit genoeg vrije tijd hebben. Misschien hoeven we dan niet over een 40-urige werkweek te praten.
Nou ja, dat moet een poetsende econoom maar eens uitvogelen...
Namen (4)
Bekke de heer, kaakchirurg
Belle Frans van, directeur Nederland van het Amerikaanse Telecombedrijf Worldcom
Berk de heer van de, boomkweker
Berkvis firma, zeevisgroothandelaren
Bethlehem de heer, CDA-gemeenteraadslid in Helmond
Beuken E. medewerker van de bomenploeg in Amsterdam-Noord
Bier John en Marjolijn, uitbaters tapperij de Heerlijkheid in Bergen
Bijl de heer, boswachter in Heeze
Bijlvoet Saskia, danseres en eigenaresse van een dansschool
en dan nog twee bijzondere uit Limburg
Billekens-Jeuken, echtpaar
Billekens-Schone, echtpaar
Van Heemst en Wolfsen
In Rotterdam is deze week een man opgepakt omdat hij zonnende vrouwen onverhoeds aan hun tenen likte. Zoals mijn tante zaliger (een struise psychiatrisch verpleegkundige met schoenmaat 43) vroeger al zei: "Jongen, er lopen meer gekken buiten het hek dan binnen het hek." Je moet toch wel behoorlijk van het padje zijn als je niets vermoedende vrouwen zoiets aandoet.
De man is opgepakt, maar wat bleek: hij kan niet worden vervolgd want het likken van andermans tenen komt niet voor in ons wetboek van strafrecht. Gelukkig. Ik zeg het nog keer: Gelukkig hebben wij de PvdA Tweede Kamerleden Van Heemst en Wolfsen. Die kennen het vlaamse spreekwoord "ge gaot nie me maine tene spele..." want die stelden hier onmiddellijk vragen over aan de minister van justitie.
Na het zomerreces zal een klein legertje ambtenaren zich gedurende enkele dagen met de kwestie gaan bezighouden. Die ontdekken dan dat tenenlikken inderdaad niet strafbaar is gesteld door onze voorvaderen. Die stammen ook nog uit de tijd dat voetfetish niet bestond, mensen hadden in die tijd namelijke maar een paar kousen, dus het kwam niet bij iemand op aan die vieze voeten te gaan likken. Dan gaat er een batterij juristen aan de slag om een wetsartikel te wrochten en zullen de Eerste- en de Tweede Kamer er na een uurtje vergaderen een beslissing over nemen. In dat debat zullen Van Heemst en Wolfsen een hoofdrol voor zich opeisen.
Let op mijn woorden: in 2007 krijg je 16 uur werkstraf voor het ongewenst likken van tenen, dat zal ze leren die viezerikken. (Tenminste, als niet volgende week blijkt dat het verhaal is verzonnen door twee zomerzotte politievoorlichters die wel eens wilden uittesten hoe klakkeloos journalisten in komkommertijd hun hersenspinsel overnemen. Maar voorlopig zet ik m'n geld op de carrieres van Van Heemst en Wolfsen.)
Mijn vrouw leest nu even mee en zegt: "Jezus wat een onzin, je geeft zo'n vent toch een enorme trap onder z'n jeweetwel. Dan ben je er toch vanaf."
Ben ik het niet mee eens, de lichamelijke integriteit van mensen moet je bij wet regelen. We leven niet meer in de tijd van de inquisitie.
Komkommertijd
Buurmeisje: “Buurman u bent journalist he?”
Buurman: “Ja, hoezo?”
“Wat is nou komkommertijd?”
“Dat is in de zomer als er helemaal niks gebeurt en er niemand thuis is om iets aan te vragen. Dan weten journalisten niet waar ze over moeten schrijven."
" Schrijven journalisten dan over komkommers of zo?”
“Nee, ze schrijven dan vooral over dieren.”
“Wat voor soort dieren dan?”
"Nou bijvoorbeeld over de noordamerikaanse korenslang die ergens is gevangen; het heidehaantje waardoor de Strabrechtseheide niet paars wordt; een bejaarde kreeft die niet wordt gekookt omdat de vishandelaar hem een fijne ouwe dag wil bezorgen; een zalm die een forel verwekt; de vraag of een archeopteryx nou wel of niet kon vliegen; een winkelcentrum dat niet gebouwd mag worden omdat er een modderkruiper in dat gebied leeft; een piranha die in Honkong een jongetje in z’n vinger bijt. Ja van die dingen eigenlijk. En natuurlijk over de wespenplaag en over honden die je niet in een warme auto mag laten zitten omdat ze dan dood gaan. En ook over het zevenstippelig-lieveheersbeestje en kevertjes…"
Buurmeisje: “Buurman u bent journalist he?”
"Dus eigenlijk is er nog best wel veel te schrijven. Kunt u niet eens iets geks bedenken met dieren?"
“Ja hoor, daar is elke journalist heel goed in…”
Vandaag geen stukje want m'n stoel was bezet
Ter info
Ter info staat bij ons altijd boven een mailtje waarvan iemand alleen maar kennis hoeft te nemen. Het Belgische dagblad De Morgen publiceerde op 31 juli een artikel over weblogs. Voor wie het nog niet heeft gelezen en er in geinteresseerd is, hierbij ter info.
Gebrek
Gun elke gek zijn gebrek. Een gevleugelde uitdrukking van mijn moeder, ze overleed zes jaar geleden. Het was haar manier om ons kinderen duidelijk te maken dat iedereen gelijk is en dat je niemand mag veroordelen. Waar wil ik eigenlijk naar toe? O ja, gebreken.
Gisteravond keek ik naar het NOS-journaal. Philips Freriks presenteerde. Nee, ik ga het niet over zijn gebrek hebben, maar over mijn eigen gebrek: mijn paranoia als het gaat om de bejegening van “de provincie” door “Hilversum”.
Het eerste onderwerp van het Journaal was de voordracht van Neelie Kroes voor eurocommissaris. Balkenende had het nieuws net daarvoor bekend gemaakt in Middelburg. Freriks las het nieuws voor en schakelde over naar een verslaggever ter plaatse. Dan denk je als kijker dat de eerste vraag zal zijn: “Hoeveel kans maakt Kroes op een zware post?” want daar draait het de afgelopen weken in de discussie om.. Maar nee de eerste vraag (of eigenlijk hoorde ik meer een kreet van verbazing, waarschijnlijk bedoeld om het nieuws op te leuken) aan de verslaggever die "naar Middelburg was afgereisd" was: “Waarom moest dat eigenlijk in Middelburg …?” Tja, als Den Haag of Hilversum niet het middelpunt van het nieuws zijn dan hoort daar voor alles een verklaring voor gegeven te worden.
’t Is mijn paranoia, ik weet ‘t. En ik moet me er ook niet druk over maken. Maar gun mij m’n gebrek, mijn moeder zou er blij mee geweest zijn.
Opwekken
Opwinding vandaag op de redactie over een artikel in de Eindhovens Dagblad. Dat schrijft dat PSV heel graag wil dat Mark van Bommel bij de eerste voorrondewedstrijd voor de Champions League is. Maar, de vrouw van Van Bommel is hoogzwanger en het leek er vanmorgen op dat Mark dus aan het kraambed zou zitten in plaats van op de grasmat lopen.
Nu lazen we in de krant dat PSV vindt dat de bevalling dan maar voortijdig ingeleid moet worden zodat de jonge vader van huis kon. Gelukkig bleken met mij alle collega's het er over eens dat dat ethisch heel bedenkelijk is.
Vanmiddag is het kind geboren, een zoon naar we vernomen. Het is niet duidelijk of dat natuurlijk ging of dat de moeder een handje is geholpen. Maar dat doet er ook niet toe. Alleen al het idee... (lees meer)
Goei weer
Buiten was het 25 graden, in de stilstaande trein was het onaangenaam heet. Via de openstaande deur van de coupe zag ik een oude man zichzelf achterwaarts de trein in hijsen. Z’n overhemd was drijfnat. Hij zeulde een koffer op wieltjes achter zich aan, trede voor trede. De man zette de koffer midden in het halletje en ging weer naar buiten. Even later kwam hij op dezelfde manier terug, nu met een rollator, die naast de koffer werd geparkeerd. En weer ging hij terug naar de deur. Al die tijd klonk er geen fluitje en stonden we op het kleine tussenstationnetje te blakeren in de zon. Hij stak zijn hand uit en hees een al even oude vrouw naar binnen. Ze had moeite met de hoge instap en steunde en kreunde. Eenmaal binnen greep ze zich met één hand vast aan de rollator en met de andere hand omklemde ze de ijzeren stang. “Zal ik een zitplaats voor je gaan zoeken?” vroeg hij liefdevol. “Nee laat maar,” zei ze. “Het is maar een klein stukje, ik blijf wel even staan. We moeten zo toch over stappen.”
Ik vroeg me af waar deze twee mensen naar toe op weg waren. Ze hadden een flinke koffer bij zich, dus dat zou vakantie kunnen zijn. Maar waar ga je heen als je zo slecht ter been bent? Wat doe je jezelf aan? Trein in, trein uit en wie weet: bus in-bus uit. Na het tweetal stroomde er nog een handjevol mensen de trein in. Mijn aandacht werd getrokken door een tienermeisje met ontblote navel. Ze wrong zich langs het oude paar maar draaide zich plotseling om: herkenning.
Ongelovig keek ze het stel aan en zei: “He, jullie in de trein?” Ze keek wat verder dan haar truitje lang was en zag de koffer. “Gaan jullie op vakantie?” Er zijn dingen die zelfs tienermeisjes nog kunnen verbazen. “Ja,” zei de man. Zijn gezicht glom, van het vocht en van trots. “En waar gaat de reis heen,” vroeg het meisje. “Naar Lourdes,” zei hij met zo’n vanzelfsprekendheid dat ik dacht: natuurlijk, naar Lourdes. Logisch. “Waar ligt dat nou weer?” vroeg de tiener. De oude man kon een blik van teleurstelling over zoveel onwetendheid nauwelijks onderdrukken. Hij besloot het niet uit te leggen en zei zo nonchalant mogelijk. “Oh, ergens in Zuid Frankrijk.” “Dan heb je in ieder geval altijd goei weer. Houdoe,” zei het meisje en ze gleed de coupe in.
Pittbull
Zeer Geachte Gestrenge Mevrouw Minister Verdonk,
Wat mooi foto van u zaterdag in krant. (Sorry, ik ben het Ali Yildiz). Mevrouw Minister Verdonk in lege kamertje uitzetcentrum. Gelukkig was fotograaf bij u, anders was u misschien per ongelijk uitgezet want u heeft ook zwarte haren net als allochtoonse mensen.
Ik schrijf u nog over punten voor inburgerbewijs. Buurman Arie zegt dat alle buitenlandse mensen met hond nu ook opvoedingscursus moeten volgen voor extra inburgeringspunten. Maar dat begrijp is niet. Buitenlandse mensen hebben bijna nooit hond, alleen wij voor inburgering. Arie heeft gezegd dat Socialistische Partij weer pittbulls wil en dat bazen naar cursus moeten. Socialistische Partij komt steeds in onze wijk vragen of wij willen klagen over fabriek die stinkt. Maar wij werken allemaal in fabriek, wij zijn niet gek om te klagen. Nu wil partij weer gevaarlijke honden en dan allochtoonse bazen opvoeden, zegt Arie. Sorry dat ik zeg mevrouw minister Verdonk, maar Nederland is toch beetje raar land. Is toch beter geen gevaarlijke honden te hebben.
Arie heeft ook pittbull, die heet Brad (is grapje van Arie Brad Pittbull). Hond van Arie loopt altijd los want is niet gevaarlijk zegt buurman. Hij hangt in boomtakken en vecht met andere honden. Arie zegt dat Nederlandse mensen niet naar cursus hoeven omdat honden hun wel kunnen verstaan. Dat begrijp ik niet, misschien u wel.
Wij hebben ook hond, heet Keessie. Is hele lieve keeshond, zwart met krulstraat. Keessie loopt nooit los, altijd aan riem en poept nooit op straat. Hij was bij puppiecursus (is voor kleine hondjes die leren niks kapot bijten en niet binnen poepen). En toen was ik nog op gedragscursus voor goed luisteren en netjes naast mij lopen, zitten en blijven liggen. Keessie is heel gehoorzaam. De mevrouw van de cursus heeft ook geleerd hoe ik met hond moet omgang. Ze zei altijd ook baasjes worden opgevoed.
Nu wil ik vragen, mevrouw minister Verdonk of onze familie nog extra punten kan krijgen voor inburgeringsbewijs wegens opvoedingscursus.
Hooggeachtend,
Ali Yildiz
zie ook 25 juli, 22 juni en 16 juni
Dialectbewaker
Brabant heeft een dialectbewaker. Jos Swanenberg gaat zich bezighouden met het verspreiden en verwerven van kennis over Brabantse dialecten.
Dat doet mij denken aan de eerste dag dat wij in Brabant arriveerden. De verhuisdozen stonden nog hoog opgestapeld toen een klein buurjongetje binnen stapte. Hij heette Toni. Op onze onvermijdelijke kennismakingsvraag of hij ook broertjes en zusjes had antwoordde hij: "een zusje. Smalie."
Smalie. Zijn zusje heette Smalie. Dat kan, dat je zusje Smalie heet.
Twee dagen later stond er een meisje op de stoep. "Jij bent vast en zeker Smalie," zei ik. "Nee", zei ze, "ik heet Malie".
"Maar je broertje zei dat je Smalie heette," zei ik.
"Ja dat zeggen ze thuis. Ze zeggen altijd onze Malie en als je dat vlug zegt dat is het sMalie," zei Malie.
Toen ik een paar weken in Brabant woonde bleek dat ze het hier ook over ons mam en ons pap hebben, ook volwassenen. En dat wordt dan smam en spap.
Dus als Brabanders het over sex hebben bedoelen ze eigenlijk onze ex.
Lijkt me een leuk vak: dialectbewaker.
