Vocalies (498) 22 februari 2019

(Door Marlies)

Tijdens de Musicoreis in Frankfurt dompelen we ons onder in opera: zes
voorstellingen in vier dagen… “Dat kan helemaal niet”, zult u zeggen en dat
klopt: twee avonden gaan we in twee groepen uiteen: een deel gaat naar de
ene opera in de Oper Frankfurt en een ander deel reist naar Wiesbaden voor
de andere opera.

De gasten die op 2 maart naar Wiesbaden gaan krijgen daar ‘Salome’, van
Richard Strauss met ‘onze eigen’ Frank van Aken in de rol van Herodes. Ik
zag de trailer op YouTube en was verkocht. Zonder ook maar iets weg te geven
hebben ze er in Wiesbaden een buitengewoon spannende trailer gemaakt. Ik
wou dat ik het lijntje van sopraan Sera Gösch had… wat een lijf (en er zit geen
spoortje sopranennijd in deze opmerking).

Tenor Frank van Aken zingt de rol van Herodes. Hij begon met studeren aan
het Conservatorium in Utrecht toen ik er net weg was en op de een of andere
manier heb ik hem altijd gevolgd… Hij gaat mijn pad nu niet kruisen, want ik
ga op die avond met het ander deel van mijn groep naar de Oper Frankfurt,
voor ‘Dalibor’, waar ik hier al over schreef…

De rol van Salome is een loei-zware, acterend, zingend en qua psychologische
verwerking. Je maakt het mij niet wijs dat je een paar avonden achter elkaar
rollebollend met het net afgehakte hoofd van Johannes de Doper over het toneel
kunt gaan en er dan géén last van hebt, ’s nachts in je bed…

Ik hoop dat het gezelschap iets doet aan de verwerking van dit soort ervaringen
voor haar zangers, maar ik betwijfel het. Vaak moet je als zanger zelf zorgen voor
de broodnodige psychische bijstand.

Toch maar effe het plot, zo kort mogelijk?

Profeet Johannes de Doper is door koning Herodes  opgesloten. Hij orakelt over
de komst van de verlosser; niemand begrijpt wat hij zegt.

Hij trekt wel de aandacht van de dochter van Herodes, Salomé. Ze is beeldschoon
en nog maar net volwassen, opgegroeid in een verderfelijke omgeving en tot op het
bot verwend, is ze gewend alles te krijgen waar ze haar zinnen op gezet heeft en
ze zoekt de grenzen van die zinnen op… Ze beveelt Johannes uit zijn kerker te laten.

Haar eerste gevoel van afgrijzen verandert snel in aanbidding. Ze wil Johannes
kussen, maar die moet niets van haar hebben. Als Salomé blijft aandringen
vervloekt Johannes haar en keert terug naar zijn kerker.

Herodes heeft incestueuze bedoelingen met Salomé. Ze maakt handig gebruik
van zijn gevoelens door hem te chanteren: ze zal voor hem dansen, maar als
beloning moet hij haar geven wat ze wil. Hij stemt toe en na de dans vraagt ze
om het hoofd van Johannes. Uiteindelijk krijgt ze het hoofd en kan ze de mond
kussen; die mond kan haar nu niet meer weigeren…

Zelfs voor de decadente Herodes is dit te veel en hij beveelt haar te doden.

De opera leent zich natuurlijk voor lekker tegendraadse ensceneringen. Volgens
mij lossen ze het in Wiesbaden goed op en niet al te bloederig, maar ik heb er
versies van gezien die je de haren te berge doen rijzen. Slechts ééntje live
rouwens: ergens einde tachtiger jaren in Amsterdam, toen regisseur Harrie Kupfer,
toch al niet bekend om zijn subtiliteit, het presteerde Salome op handen en
voeten voorover van een glazen trap te laten lopen; het werd een aantal mensen
in de zaal te gek. Er zijn films van de opera. Daar kun je met special effects natuurlijk
een heel eind verder dan op het toneel… nondepatatten, de bloederige ensceneringen
van Lord of the rings zijn er niks bij.

Bij al die discussie zou je bijna vergeten dat het natuurlijk geweldige muziek is,
dit meesterwerk van Richard Strauss en dat het gegeven zich er uitstekend voor
leent de psychologische gelaagdheid van de hoofdrollen uit te diepen.

Hoe dan ook: het wordt een prachtige avond daar in Wiesbaden.

Ik ga hier geen bloederige filmpjes opladen. Ik vond een mooie ‘sluierdans’ van
sopraan Malin Byström, in een regie van Ivo van Hove (!) van de Nationale Opera.
Petje af voor de sopraan. Ze kan zelfs laten zien hoe ze tijdens de dans haar eigen
weerzin overwint en haar emoties inzet om te krijgen wat ze wil. Je ziet de hand
van de regisseur: mooie vondst met de dans op de achtergrond. Ivo van Hove is
een hele grote!

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Eigenlijk is niks 21 februari 2019

Mijn vrouw treft eenmaal in de week onze Italiaanse buurvrouw. Ze helpen
elkaar voort in elkaars taal. Soms krijg ik er iets van mee. Zo was ik er getuige
van dat onze buurvrouw vroeg wat het woord eigenlijk betekent. Het was
haar opgevallen dat Nederlanders dat vaak gebruiken. Mijn vrouw en ik keken
elkaar aan met grote ogen. Tja . . .  eigenlijk, wat betekent het.  “Het is een
stopwoordje”,  zei mijn vrouw.  Maar hoe leg je dat aan een Italiaanse uit.

Ik heb er eens over nagedacht, maar ik kwam er niet echt uit. We gebruiken
eigenlijk op zoveel manieren. Bjvoorbeeld: ik ging naar de winkel, maar
eigenlijk moest ik in het postkantoor zijn. Het woord geeft nu een correctie
aan.

Of deze: ik waste de auto, maar eigenlijk wilde ik dat niet. Dan is het  . . .  ja,
wat is het dan eigenlijk?

En wat te denken van de opmerking: eigenlijk ben je een sukkel. Dan is een
soort verzachting van de belediging.

Ik heb het nu al aan een aantal vrienden voorgelegd en iedereen zegt: tja,
eigenlijk betekent eigenlijk niks.

In de meeste gevallen betekent het woord dat er iets is dat beter had gekund,
maar dat het niet erg is dat het niet beter is want zo is het ook acceptabel.
Eigenlijk is eigenlijk een multifunctioneel stopwoord.

Nou ja, misschien is er nog iemand die een betere verklaring heeft.

  1. maria (reply)

    22 februari 2019 at 15:00

    Actually, kijk ik dan op:
    https://www.encyclo.nl/begrip/eigenlijk ?
    eigenlijk
    werkelijk zoals het is Voorbeeld: `de angst voor pijn is soms erger dan de eigenlijke pijn` in werkelijkheid Voorbeeld: `ja …
    •oorspronkelijk. •als ik er nu nog eens over nadenk.

    wat echt zo is vb: de eigenlijke oorzaak van de ramp is die kapotte motor
    in de grond van de zaak, in werkelijkheid vb: ze doet wel boos, maar eigenlijk is ze heel aardig Synoniem: feitelijk

    ik houd het nu op: -> (maar) in werkelijkheid (vind/dacht ik/ is het)

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (497) 20 februari 2019

(Door Marlies)

Dalibor

Nog anderhalve week en het carnavalsgedruis barst weer los. Ik zal er dit jaar niet
veel van merken, hoewel… carnavals-zaterdag ben ik (met de Frankfurtreis van Musico)
even in Mainz. Da’s op carnavals-gebied toch ‘nicht nichts’  in Duitsland, za’k maar
zeggen. De ‘bonte avond’ ‘Mainz bleibt Mainz’ keken wij vroeger nog wel eens op
TV; het heeft me geholpen om (een deel van) de Duitse dialecten ook te verstaan…

De gids van de rondleiding in Mainz (waar we onder meer naar de prachtige kerkramen
van Marc Chagall gaan kijken) heeft ons verzekerd dat we er geen last van zullen
hebben en ik heb geen hekel aan de goeie vrolijkheid van carnaval, hou me in de gaten,
vóór je het weet ben ik in de vrolijkheid van een polonaise verdwenen (grapje…).

Wat we tijdens onze Frankfurtreis vooral gaan doen is ons onderdompelen in opera:
La forza (Verdi), Carmen (Bizet), een ‘double bill’ van Weill en Brecht, Salome van
Richard Strauss en Dalibor van Bedrich Smetana… Watte? Dalibor van Bedrich
Smetana… nooooit van gehoord…

De enige opera die ik kende van Smetana is ‘Die Verkaufte Braut’, leuke en energieke
muziek, maar geen hoogvlieger. De titel ‘Dalibor’ zei me niks. Rap aan het zoeken,
wat een leuk werk heb ik toch…

De opera is geschreven voor de opening van het Neustädter Theater en had weinig
succes omdat-ie teveel beïnvloed zou zijn door Duitse stromingen (vooral Wagner);
de stemming was in die tijd in Praag niet zo pro-Duits en dan zeg ik het netjes…
Smetana had de Leit-motiv-techniek van Wagner overgenomen én de taal van de
opera was Duits. Smetana leed onder deze kritiek. Tot aan zijn dood in 1884 is dit werk
zijn grootste zorgenkind, maar ook meest geslaagde werk.

De Tsjechische ridder Dalibor (de naam betekent overigens zoiets als: hij die ver weg
strijdt…) staat terecht voor de koning voor moord op een tiran: graaf Ploskovice.
Tijdens de rechtszaak benadert de koning Milada, zuster van de graaf; zij eist de
executie van Dalibor.
Later realiseert ze zich dat ze verliefd op Dalibor geworden is. Ze zet een plan op om
hem te bevrijden.

Uiteindelijk volgt de koning volgt het advies van zijn raadgevers en veroordeelt Dalibor
alsnog ter dood. Vergezeld van haar getrouwen bestormt Milada het kasteel. Ze slagen
erin Dalibor te bevrijden, maar Milada raakt daarbij dodelijk gewond.  Ze sterft in de
armen van Dalibor. Die pleegt zelfmoord en is in de dood verenigd met zijn geliefde.
(In een alternatieve versie wordt Dalibor ge-executeerd vóórdat Milada hem kan redden.)

Dalibor is een rythmisch en harmonische vooruitstrevende opera, die als onderwerpen
zowel elementen van de klassieke bevrijdingsopera in zich heeft als tegen Wagner’s
Lohengrin aanschuurt: een tragisch  eindigende liefdesgeschiedenis tegen de
achtergrond van inktzwarte politieke ontwikkelingen. Een onvergankelijk onderwerp
in opera. Deze laatste alinea zegt trouwens de website van de Oper Frankfurt…

Het is lastig een filmpje te vinden dat ik hier zou kunnen downloaden: op YouTube
vindt u vooral de hele versie (en oude versies) en Oper Frankfurt is ook al niet heel
scheutig met zijn informatie.

Weet u wat: als ik terug ben kom ik erop terug en zal ik u vertellen hoe het was. En
natuurlijk ga ik het hier ook nog hebben over de andere prachtige producties die we
gaan zien tijdens carnaval in Frankfurt!

 

  1. Eef (reply)

    20 februari 2019 at 12:05

    Hoe lang duurt carnaval wel niet in die streek.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De donkerpaarse krokodil van Meierijstad 14 februari 2019

Er kwam oude, broze dame de studio van Omroep Meierij binnen schuifelen.
In haar hand had ze een briefje met haar naam en adres er op. Ze wilde een
groene groente-emmer. Die had ik niet.

Het bleek dat ze in een ander deel van het sociaal cultureel centrum moest zijn,
het deel waar de gemeente Meierijstad een dependance heeft. “Daar kom ik net
vandaan”,  zei de vrouw. “Die man zei dat ik hier moest zijn”.  Er bleken behalve
de algemene infobalie in de krochten van het gebouw nog een paar gemeentelijke
loketten die ik nog niet had gezien.

Een collega van mij nam de dame aan de arm en stapte met haar naar die loketten.
Die werden bemand door drie ambtenaren, verder was er in die ruimte niemand.
Mijn collega stapte op het dichtstbijzijnde loket af.

“Heeft u een nummertje”,  was het eerste wat de ambtenaar vroeg.

Mijn collega keek om zich heen in de lege ruimte .

“Waarom moet ik nummertje”,  vroeg ze.

“Zonder nummertje kunnen we u niet helpen”, zei de ambtenaar.

“We willen alleen maar een aanvraag indienen voor een groene afvalcontainer”,
zei mijn collega.

“Moet u aan de infobalie zijn”,  zei de ambtenaar.

De twee vrouwen liepen de grote hal door naar de algemene infobalie.

“Ik wil graag een groene afvalemmer”,  zei de mevrouw opnieuw tegen de man
van infobalie.

“Wij hebben geen emmers”, zei hij. Hij zei nog net niet: dat heb ik u vijf minuten
geleden ook al verteld.

Bij mijn collega viel een kwartje. “Mevrouw bedoelt een groene kliko”.

“Aha”,  zei de ambtenaar, “dat kan wel, moet ik uw naam en adres invullen.”

De oude dame schoof het briefje onder zijn neus. De ambtenaar pakte een formulier.
Mijn collega bleef voor de zekerheid in de buurt.

“U kunt wel gaan hoor”,  zei de ambtenaar,” dit kan ik wel alleen”.

  1. Irene (reply)

    14 februari 2019 at 20:49

    Pff, het lijkt wel de Sovjet-Unie daar.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De sneaky methoden van het CDA 10 februari 2019

Het beschaafde deel van onze parlementariërs en columnisten wondt zich deze
week op over wat de caféruzie is gaan heten.  Dat was de ordinaire verbale knokpartij
in het nationale parlement tussen Selcuk Öztürk (Denk) en Machiel de Graaf (PVV).

We kunnen ons er druk over maken omdat het gedrag van beide heren zich in de
openbaarheid afspeelde en de vermeende kordaatheid viraal ging.

Maar wie let er ondertussen op het CDA? Dat vraag ik omdat de CDA-lijsttrekkers
uit de provincies hebben geschreven dat er een eind moet komen aan het “dromen
en drammen” over het klimaat. Die woorden waren geïnspireerd op de uitroep
van VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff die had gesproken over “klimaatdrammers”.

Het is mooi dat het CDA zich druk maakt over het klimaat. Toen de partij werd
opgericht was ik een jong journalist die de fusie van KVP, CHU en AR volgde in
zaaltjes van gemeenten in de biblebelt waar mannen als Piet Steenkamp hun verhaal
deden. Hèt woord dat nog steeds in mijn geheugen gebeiteld staat is rentmeesterschap.
De mens is God’s rentmeester die de aarde moet bewaren.  Daar heb ik ze daarna
weinig meer over gehoord.

Nu lees ik dat Ger Koopmans, lijsttrekker van het CDA in Limburg één van de
bedenkers van de term “dromers en drammers” is. Gevraagd wie dan de drammers
zijn zegt hij in de krant: “Daar wordt niemand mee bedoeld. Het stuk moet natuurlijk
ook gelezen worden. Ik vond het mooi gevonden: dromers en drammers”.

Het stuk moet natuurlijk ook gelezen worden. Hij zei het echt. Koopmans bedient
zich hier van een techniek die ooit is uitgevonden door de Telegraaf en nu gemeengoed
is. Chocoladeletters en dramatische koppen die mensen artikelen in moeten lokken
die vaak met een sisser aflopen. Dat is een sneaky manier om de cijfers op te krikken.
Het CDA framed zo stiekem een grote groep mensen. Dat is weer eens iets anders dan
een openlijke caféruzie.

  1. Harry Perton@gmail.com (reply)

    10 februari 2019 at 15:38

    Met dank aan het CDA verzuipen we straks in de farizee.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

DWDD maakt van het middel Witteman een doel en dat is saai 8 februari 2019

De Wereld Draait Door wijdde donderdag een special aan Paul Witteman, met als
tafelheer zijn evenknie Ferry Mingelen. Ik vond het ongemakkelijke en saaie TV.

De verdiensten van Witteman en Mingelen voor de parlementaire TV-journalistiek
zijn wat mij betreft onomstreden. Daar lag het niet aan. Het lag  aan DWDD.

Witteman nam vorig jaar afscheid van het parlementaire journalistieke werk.
Hij kreeg zijn afscheidsinterviewtje in DWDD en Matthijs van Nieuwkerk nodigde
hem uit voor een special met alleen hem in de hoofdrol. Paul Witteman moest er
over nadenken. Uiteindelijk werd hij toch dat programma ingerommeld.
Waarschijnlijk ging hij overstag uit liefde voor de VARA.

Wat je zag was een gesprek met twee journalisten die zichzelf altijd hebben beschouwd
hebben als een middel. Ze hadden zichtbaar geen idee waarom zij nu zelf het
doel waren. Ondertussen liftte Van Nieuwkerk met filmpjes, waarmee Witteman
geschiedenis schreef, mee op de roem van Paul. Vanwege het entertainmentgehalte
van DWDD wilde Van Nieuwkerk vooral sappige details: “Is het nog goed gekomen
tussen jou en Femke Halsema?” Je hoorde hem denken: Ruzie . . . ruzie . . . ruzie.

Om een beetje tegemoet te komen aan het programmaformat vertelde Witteman dat
tijdens zijn interview met toen nog Prins Willem-Alexander er eigenlijk een toneelstukje
werd opgevoerd. Om er meteen achteraan te zeggen dat hij dat zelf logisch vond, want
zo werkt televisie nou eenmaal. Niks bijzonders.

Veel journalisten die TV-items maken posten daarnaast op Facebook filmpjes waarop
te zien is hoe ze aan het werk zijn. Vaak zijn het filmpjes in de categorie: kijk mij eens
leuk doen in de tijd van de baas en op kosten van de belastingbetaler.

Witteman en Mingelen waren belastingbetalers die zichzelf als middel zagen om hun
buurman, oom, tante, bakker en garagehouder te tonen wat politici met hun centen
deden. Die moet je niet in een entertainmentprogramma zetten en al helemaal niet
als ze zichzelf niet meer hoeven bewijzen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wanneer begon de gewoonte van de korte namen? 6 februari 2019

Wanneer begon de gewoonte om mensen aan te spreken met slechts het eerste
gedeelte van hun naam? Tamara werd Tam, Carmen werd Car, Suzanne werd
Suus en het prachtige Marjolein werd Mar, door jonge meisjes vaak verbasterd
tot de keelklank Maj. En welke Mohammed wordt geen Mo genoemd?

Overigens doen mensen dat volgens mij als er een sterke verbondenheid is met
de drager van de afgekorte naam is.

Ik heb die gewoonte altijd betreurd. Ouders zijn maanden bezig om een geschikte
naam voor hun nog ongeboren kind te vinden. Soms worstelen ze zich door
ellenlange namenlijsten. Dan hebben ze een compromis bereikt en vervolgens
spreekt de hele vriendenkring van het kind alleen de eerste drie letters uit.

Ikzelf bijvoorbeeld heet Jan terwijl er op mijn geboortekaartje toch echt Jantje staat.
Daar hebben mijn ouders over nagedacht want mijn vader heette Jan en twee keer
dezelfde naam in één huis zou tot verwarring kunnen leiden. Ik heb vrede met die
afgeknepen naam want ik ben allergisch voor verkleinwoordjes.

Er zijn veel Jannen. Als iemand op de redactie van Omroep Brabant Jan roept
zijn er soms wel vier die hun hoofd boven het beeldscherm uit steken. U begrijpt
dat dat allemaal veertigplussers zijn want de laatste decennia worden jongens
alleen Jan genoemd als de ouders een hang naar nostalgie hebben.

Ik heb in een verloren ogenblik nagedacht over de vraag wanneer ik voor het eerst
merkte dat iemand een naam inkortte want in mijn beleving is het iets van de
laatste tien jaar. Maar dat is niet zo. Mijn verste herinnering hierover gaat terug
tot de jaren zestig. De eerste die ik mij herinner is Malle Pietje, de uitdrager in de
jeugdserie Swiebertje. Malle Pietje en Swiebertje waren gezworen kameraden en
daarom noemde Malle Pietje zijn makker Swieb. Zo is het dus begonnen. Denk ik.

 

  1. marlies (reply)

    6 februari 2019 at 12:43

    OOOOO!!! Wat leuk!! Swiebertje! Bleef ik vroeger voor thuis…

  2. Har (reply)

    10 februari 2019 at 15:33

    Een plausibele hypothese.

    De eerste dat iemand van mijn naam een drieletterwoord maakte, was rond 1980.

    In de voornaam Jan zit inderdaad heftig de klad:
    https://www.meertens.knaw.nl/nvb/naam/is/Jan

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Jaloers op die spijbelaars 5 februari 2019

Eigenlijk ben ik jaloers op al die jongeren die donderdag gaan spijbelen. Ze trotseren
een strenge minister en sommigen ook onwillige schoolleiders om hun idealen na
te streven. Hoeveel volwassenen durven uit idealisme de toorn van hun baas te
weerstaan?

We leven in een tijd waarin de liberalen de dienst uitmaken en dat betekent dat de
macht nu bij de rijken, de werkgevers en de markt ligt. Hoewel we bij het woord
arbeider vooral denken aan de man met de pet aan de lopende band kunnen we niet
ontkennen dat ook nu de meeste mensen gewoon loonslaven zijn die worden
voortgedreven door kwartaalcijfers en statistieken, ook al werken ze in schone kantoren
en staat er aan het eind van de gang een koffieautomaat.

We hebben weliswaar geen besmeurde overall meer aan, maar we moeten wel
gewoon productie leveren. In sommige gevallen vloeit de winst van al die inspanningen
op de werkvloer  in de zakken van het grootkapitaal.  Ik weet niet of het door de
jonge spijbelaars komt, maar opeens komt mijn arbeidersafkomst weer boven.

De laatste keer dat ik zelf de straat op ging om mijn ongenoegen te uiten was
tijdens de kernwapendemonstratie. Daarna zijn er nog genoeg dingen gebeurd waarbij
ik dacht: waarom gaan we niet massaal de straat op? Maar ja, dat deed niemand e
zelf ben ik ook niet de meest strijdvaardige. Af en toe roep ik op deze plek iets, maar
dat zet ook geen zoden aan de dijk.

Stilletjes hoop ik dat de jeugd van tegenwoordig niet alleen de politiek wakker schudt
als het gaat om klimaat maar ook alle Nederlanders inspireert om op te staan tegen
onrecht. En dan bedoel ik met opstaan niet iets roepen op Twitter, want dat kun je
vanuit je luie stoel.

  1. Irene (reply)

    5 februari 2019 at 13:41

    Ik hoop het ook, eindelijk een generatie die in actie lijkt te komen. Ik bemoei me er persoonlijk niet mee, ik woon niet in dat land en heb mijn actietijd wel gehad, maar afgelopen jaren verbaasde ik me vaak over wat men zich allemaal liet welgevallen aan pensioenleeftijdverhoging, bankdirecteurenbonussen etc etc, zonder al te veel rumoer. Het is tijd (of eigenlijk was het dat al langer) voor grondige veranderingen. Het zal niet meevallen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ziekenhuis 4 februari 2019

(Door Ab Klaassens)

In het ziekenhuis deelde ik een kamer met een oude huisschilder wiens longen
waren vernield door de chemische troep die hij jarenlang had ingeademd: de
werkgevers hebben in Nederland nog steeds meer te zeggen dan de wetten die
werknemers moeten beschermen.

Tussen alle hoest- en rochelbuien in koesterde de man niettemin een humeur
voor alle dagen carnaval: hij nuttigde z’n ochtendpap alsof het z’n eerste pilsje
was na een nacht doorhalen aan de tap van zijn stamcafé in Bladel.

Aan zijn arbeid op talloze bouwsteigers overal in Nederland had hij veel vrienden
overgehouden: metselaars, timmerlieden en stukadoors; allemaal mannen met
harde stemmen, gelooid in de herrie van de bouwplaats. Hun bezoek vulde de
kamer tot in alle hoeken.

Toen een verpleegkundige was komen vragen of de patiënt al ontlasting had gehad
liet één van de kameraden weten dat er bij hem al dagen een jongen voor de poort
lag die je er zelfs met een boorhamer niet uit zou kunnen krijgen.

Waarop een andere bezoeker adviseerde de zuster om een klysma te vragen; “dan
spuit je binnen een paar minuten heel deze kamer bruin.’’

“Ho ho jongens”, riep ik, “ik zit te eten!”

“Geeft niks ouwe”, riepen de mannen, “daar hebben wij geen last van.”

  1. Laurent Bruning (reply)

    4 februari 2019 at 08:59

    Veel beterschap gewenst, Ab!

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

U weet toch hoe dat zit met waxveters? 2 februari 2019

Een mens kan soms gebukt gaan onder kleine ergernissen. Een deur die
oorverdovend piept. Een object dat eigenlijk in de weg staat. Allemaal dingen
die je met een even kleine inspanning kunt oplossen, maar je doet het niet
want het zijn geen constante ergernissen. Of je bent er gewoon te lui voor.

Ik worstel al jaren met veters. Ze gaan altijd los. Vaak leg ik er een dubbele
knoop in maar net zo vaak niet. Je veters zitten los, hoor ik dan. Dat weet
ik ook wel, denk ik dan, maar ik zeg: oh dankjewel. Dan ga ik gebukt en leg er
weer een knoop in.

Veters slijten, dus deze week stapte ik bij de schoenmaker binnen om een
paar nieuwe te kopen. Het was een rondborstige schoenmaker met pretogen
en een snor. Het type gezellige Brabander. Ik koos drie paar veters uit.
Oranje, blauwe en gele. Dat is mijn dingetje, bonte veters om kleur aan het
leven te geven.

De schoenmaker begon ondertussen over de horrorsneeuw des doods die
in de media was voorspeld maar die niet was gekomen. Je hoorde de teleurstelling
in zijn stem. Sneeuw betekent namelijk dat mensen toch dat gat in de zool laten
lappen. Je kunt de media niet vertrouwen, zei hij. Ik maakte mij bekend om met
gezag zijn woorden te kunnen onderstrepen.

U weet toch hoe dat moet met waxveters he, vroeg hij.

Nee, zei ik. Van media weet ik wel iets maar van veters niet. Ik blijf bij mijn
eigen leest.

Van waxveters, zei hij, moet je bolletjes maken, die moet je met je handen
draaien zoals gehaktballetjes. Daarna moet je ze pas in je schoen doen. Doe je
dat niet dan gaan ze steeds los.

  1. Laurent Bruning (reply)

    2 februari 2019 at 12:16

    AHA!!

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *