(Door Ab Klaassens)

“Het gaat in dit vak vooral  om verwondering” zeiden mijn eerste leermeesters
toen ik, zonder opleiding, zestig jaar geleden als leerling-journalist in het
diepe werd geworpen.

Nu denk ik vaak dat we ons wat vaker over kleine kwesties die de krant niet
halen zouden moeten verwonderen. Dat kan ook komen doordat bij het
klimmen der jaren de ervaring groeit maar de omgeving krimpt.

Onlangs deed ik een half pond roomboter in ons botervlootje. Nooit eerder
was het mij opgevallen dat die klont boter zo precies in het vlootje paste.

Ik realiseerde mij dat mijn moeder ook een vlootje had waarin precies een
pakje boter  of margarine paste. Wij hebben ook een klein botervlootje, voor
als er visite is. Ik ben naar de super gefietst om daar een pakje boter van een
kwart pond te halen. Het paste precies in ons kleine vlootje.

Hier is duidelijk sprake van een oude, langdurige afspraak van botermakers
en vlootjesfabrikanten, die al vele generaties stand houdt zonder bemoeienis
van de overheid. Of bestaat er oude regeling waarin bij wet de afmetingen van
vlootjes en pakjes boter dwingend worden voorgeschreven?

Hoe het ook zij: hier zie ik een voorbeeld van nationale trots waarover wij niet
langer mogen zwijgen. Het vlootje – in sommige streken ook wel  kuipje
genoemd – verdient een ere-plaats op de  lijst van onze nationale
verworvenheden.

 

  1. Groninganus (reply)

    6 augustus 2017 at 23:20

    Voor 1800, toen we nog met allerlei verschillende maten en gewichten zaten omdat Napoleon daar nog geen eind aan gemaakt had, voor 1800 dus, moeten de botervloten dan ook van allerlei verschillende maten geweest zijn. Hier zou men een verzameling van op kunnen bouwen, en wetenschappelijk onderzoek naar kunnen doen..

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *