(Door Ab Klaassens)

Toen de stadskinderen nog niet van hun speelruimte waren verdreven door de
auto’s van hun ouders kon je voetballen op straat. De aanvoerders vormden
hun teams door te ‘poten’ . Zij gingen op een willekeurig gekozen afstand
tegenover elkaar staan en zetten om de beurt een voet voor de andere, soms in
de lengte, soms in de breedte.

De winnaar werd degene die bij de laatste stap de voet van de tegenstander
overlapte.

De winnaar had vervolgens de eerste keus bij de vorming van zijn team. De
twee die bij deze wrede selectie als laatsten overbleven mochten ‘op de jassen
passen’. De jassen waren de plaatsvervangende doelpalen.

De spelers eisten bij de aftrap voor zichzelf de namen op van toen beroemde
voetballers.

“Ik was Faas Wilkes!”

“Ik was Kees Rijvers!”

“Ik was Abe Lenstra!”

De auto heeft het voetbal van de straat gejaagd. In de auto zitten nu de
kinderen van die  voetballertjes van toen of nageslacht van meer recente
datum. Fanatiek klemmen zij zich aan het stuur, furieus ranselen  ze de
pedalen en daar waar ze 70 bereiken waar 30 mag schreeuwen ze het uit:

“IK WAS MAX VERSTAPPEN!!!

,

  1. Laurent (reply)

    24 april 2017 at 18:17

    Hela, ik ben opgegroeid met dat degene met de laatst passende voet won.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *